← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:6641

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 10013964 UC EXPL 22-5010 MG/28934 Vonnis in incident van 9 november 2022 inzake [partij 1] , wonende te [woonplaats 1] , verder ook te noemen [partij 1] , eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, gemachtigde: mr. M.S. Bugter, tegen: [partij 2] handelende onder de naam " [handelsnaam] ", wonende te [woonplaats 2] , verder ook te noemen [partij 2] , gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer. 1De procedure [partij 1] heeft [partij 2] gedagvaard. [partij 2] heeft een conclusie van antwoord tevens incident tot onbevoegdheid ingediend. [partij 1] heeft op het incident gereageerd. Daarna is bepaald dat vonnis in het incident zal worden gewezen. 2De beoordeling in het incident Wat is er aan de hand? 2.

  1. [partij 1] heeft via de website [website] op 16 januari 2022 een auto (Range Rover) gekocht van [partij 2] . Op 14 april 2022 heeft [partij 1] de koopovereenkomst ontbonden omdat er volgens hem sprake is van non-conformiteit. 2.
  2. In de hoofdzaak heeft [partij 1] 1) (primair) een verklaring voor recht gevorderd dat de koopovereenkomst is ontbonden althans (subsidiair) gevorderd om de overeenkomst te vernietigen. Ook heeft hij 2) gevorderd om [partij 2] te veroordelen tot terugbetaling van de koopsom (€ 58.525,00) en 3) om voor recht te verklaren dat [partij 2] aansprakelijk is voor alle geleden en nog te lijden schade en 4) [partij 2] te veroordelen tot het betalen van de schade, 5) te vermeerderen met wettelijke rente. Ten slotte heeft hij gevorderd om [partij 2] te veroordelen in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente. 2.
  3. [partij 2] heeft een incident opgeworpen. Hij vordert dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart om van de vorderingen kennis te nemen, omdat het beloop van de vorderingen de competentiegrens van de kantonrechter overschrijdt en er geen sprake is van een consumentenkoop. 2.
  4. [partij 1] heeft hiertegen aangevoerd dat de zaak een consumentenkoop betreft, zodat de kantonrechter op grond van artikel 93 sub c Rv bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Wat vindt de kantonrechter ervan? 2.
  5. De kantonrechter stelt voorop dat de kamers voor kantonzaken onderdeel zijn van de rechtbanken. Dit heeft tot gevolg dat als een zaak zich ten onrechte bevindt bij de kamer voor kantonzaken of bij de kamer voor andere zaken dan kantonzaken op grond van artikel 71 Rv verwijzing naar de andere kamer moet volgen. Van onbevoegdheid van de kantonrechter is daarom geen sprake. Hierna zal beoordeeld worden of verwijzing moet volgen. 2.
  6. De vraag of verwijzing nodig is beoordeelt de rechter aan de hand van zijn voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil. 2.
  7. Onder ‘consumentenkoop’ wordt verstaand de koop met betrekking tot een roerende zaak, elektriciteit daaronder begrepen, die wordt gesloten door een verkoper die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, en een koper, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.” Uit de jurisprudentie volgt dat ten aanzien van de vraag of een verkoper in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gehandeld beslissend is wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden. Veel zal afhangen van de manier waarop de verkoper naar buiten treedt. De professionaliteit van het handelen, dient dus van geval tot geval te worden beoordeeld. 2.
  8. [partij 1] heeft aangevoerd dat de zaak een consumentenkoop betreft. [partij 2] handelde volgens hem als professionele verkoper. [partij 1] stelt dat [partij 2] zich bij [website] heeft laten registreren als autobedrijf (onder de naam ‘ [handelsnaam] ’) en daarvoor een contract heeft afgesloten met [website] . Voor het mogen gebruiken van een dergelijk profiel moet maandelijks betaald worden, in tegenstelling tot het gratis profiel waar particulieren gebruik van kunnen maken. [handelsnaam] presenteert zich als autobedrijf met ‘openingstijden’, het heeft een bedrijfsprofiel of -omschrijving waarbij het zich tegen ‘scherpe tarieven’ bezighoudt met de verkoop van auto’s en aanverwante zaken. Ook staan er een vestigingsadres en een telefoonnummer bij en zijn op het genoemde adres meerdere bedrijven gevestigd. Bovendien zijn de foto’s van de aangeboden Range Rover erg professioneel, en is daarop op het nummerbord de naam ‘ [handelsnaam] ’ te zien. [partij 1] is er vanuit gegaan dat de foto’s zijn gemaakt op het vestigingsadres van [handelsnaam] en dat het pand op de foto het bedrijfspand is. Het was voor hem niet kenbaar dat het om een privé-adres ging. [partij 2] heeft ook niet verteld dat hij daar woonde. Hij heeft betwist dat tegen hem is gezegd dat de auto van de vrouw van [partij 2] was, dat het een privé-koop betrof en dat [partij 2] geen autobedrijf was. Als de auto van de vrouw van [partij 2] was en [partij 2] deze als gevolmachtigde van haar heeft verkocht, maakt dit voor de beoordeling van dit geschil niet uit. De consumentenbescherming geldt immers ook als een zaak wordt verkocht door een gevolmachtigde die in het kader van beroep of bedrijf handelt, en de indruk wekt de directe contractspartij te zijn. 2.
  9. [partij 2] heeft gesteld dat er geen sprake is van een consumentenkoop, omdat [partij 2] niet als een professionele verkoper (of professionele gevolmachtigde namens zijn echtgenote) heeft gehandeld in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. [partij 2] heeft als privé-persoon geassisteerd bij de verkoop van de auto van zijn echtgenote aan [partij 1] . Voor de verkoop van de auto heeft hij een pagina aangemaakt onder de naam “ [handelsnaam] ” en de auto daarop te koop te zet. Hij stelt dat [partij 1] wist dat er sprake was van een particuliere verkoop. In een whatsapp bericht van 11 maart 2022 heeft hij immers geschreven: “van particulier tot particulier een auto kopen/verkopen betekend niet dat je geen rechten meer hebt en de wet niks voorschrijft.” Bovendien heeft [partij 2] bij het eerste contact meteen aangegeven dat er sprake was van een privé-verkoop van de auto van zijn vrouw en dat hij geen autobedrijf is. Er was ook geen sprake van een website, van professionele aanduidingen, van een Kamer van Koophandel-inschrijving, van social media, etc. Ten slotte heeft hij erop gewezen dat [partij 1] zelf ook handelde in de uitoefening van zijn bedrijf, omdat hij in het kader van zijn (bouw)bedrijf op zoek was naar een auto. 2.
  10. [partij 1] heeft betwist dat hij handelde in de uitoefening van zijn bedrijf. Hij is weliswaar ondernemer in de bouw, maar hij heeft de auto aangeschaft voor privé-doeleinden. De auto is ook op zijn eigen naam gezet. Voor zijn werk maakt hij gebruik van bedrijfsbussen. Hij heeft de auto dan ook gekocht als privé-persoon. 2.
  11. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is er sprake van een consumentenkoop. De auto werd op [website] aangeboden door autobedrijf ‘ [handelsnaam] ’. Op deze zelfde site staat beschreven dat [handelsnaam] helpt met de verkoop van exclusieve auto’s, en welke voordelen [handelsnaam] biedt (onder andere: ‘directe en professionele leadopvolging’, ‘24/7 bereikbaar’ en ‘gunstige tarieven’). Ook wordt melding gemaakt van ‘sales-openingstijden’. De foto’s van de auto ogen bovendien professioneel. Dat tegen [partij 1] desondanks is gezegd dat er sprake was van een privé-verkoop, of dat hij dat wist, is (in dit stadium van de procedure) onvoldoende gebleken. Weliswaar staat in het whats-app bericht van [partij 1] dat ‘van particulier tot particulier een auto kopen/verkopen’ niet betekent dat de wet (kort gezegd) geen bescherming biedt, maar dit bericht was een reactie op een whats app van [partij 2] waarin hij schreef dat er sprake was van verkoop van particulier tot particulier. Het bericht van [partij 1] kan dus ook betekenen dat [partij 1] bedoelde dat als er al sprake was van een particuliere verkoop dit niet betekende dat hij nergens recht op had. Er hoeft dus niet zonder meer uit afgeleid te worden dat [partij 1] wist of erkende dat er sprake was van een particuliere verkoop. Ook is de kantonrechter van oordeel dat [partij 1] heeft gehandeld als natuurlijk persoon, en niet in de uitoefening van zijn bedrijf. Daarvoor is doorslaggevend dat de auto op zijn eigen naam is gezet en dat hij door middel van foto’s heeft onderbouwd dat hij voor zijn werk gebruik maakt van bedrijfsbussen. 2.
  12. Omdat de zaak een consumentenkoop betreft, wordt de zaak behandeld en beslist door de kantonrechter. Er is dus geen grond voor verwijzing naar de rechtbank. De vordering in het incident wordt dan ook afgewezen en [partij 2] zal in de proceskosten worden veroordeeld. Die bedragen aan de zijde van [partij 1] € 249,00 aan salaris gemachtigde (1 punt x tarief € 249,00). 3De hoofdzaak 3.
  13. De kantonrechter wil alvorens verder te beslissen nadere inlichtingen van partijen. Daartoe zal een persoonlijke verschijning van partijen (mondelinge behandeling) worden bepaald. De mondelinge behandeling kan mede worden gebruikt om de mogelijkheden voor een minnelijke regeling te onderzoeken. 3.
  14. De kantonrechter zal een rolzitting houden voor het bepalen van een dag en tijdstip waarop de mondelinge behandeling kan plaatsvinden. Op deze rolzitting hoeven partijen niet te verschijnen, maar kunnen zij schriftelijk verhinderdata doorgeven. In zijn algemeenheid zullen partijen binnen 14 dagen na de rolzitting bericht van de griffier ontvangen over de datum en het tijdstip waarop de mondelinge behandeling zal plaatsvinden. 3.
  15. De kantonrechter verzoekt partijen om alle stukken die van belang zijn en nog niet eerder zijn toegezonden, tenminste één week voor de zitting in kopie aan de kantonrechter en aan de wederpartij toe te zenden. 3.
  16. Partijen worden erop gewezen dat in het nadeel kan worden beslist van de partij die zonder gegronde reden niet op deze zitting verschijnt. 3.
  17. Voor de behandeling van de zaak worden 90 minuten uitgetrokken. Tijdens de mondelinge behandeling wordt aan partijen geen gelegenheid gegeven voor het houden van een pleidooi (het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een uitgeschreven pleitnota). 4De beslissing De kantonrechter: in het incident 4.
  18. wijst het gevorderde af; 4.
  19. veroordeelt [partij 2] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [partij 1] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 249,00 aan salaris gemachtigde; 4.
  20. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad; in de hoofdzaak 4.
  21. beveelt partijen, in persoon (rechtspersonen rechtsgeldig vertegenwoordigd), desgewenst vergezeld van een gemachtigde, om voor de kantonrechter te verschijnen in verband met het geven van inlichtingen op een nader, in overleg met partijen, vast te stellen dag en tijdstip; 4.
  22. verwijst de zaak naar de rolzitting van 23 november 2022 om 9.30 uur; op deze rolzitting hoeven partijen niet te verschijnen; 4.
  23. bepaalt dat beide partijen voor of uiterlijk op de hiervoor vermelde rolzitting schriftelijk aan de kantonrechter kunnen opgeven op welke dagen zij in de zes maanden nadien verhinderd zijn; daarvoor gelden de volgende regels: - bij de opgave dienen partijen ten minste vijftien dagdelen vrij te laten waarop de mondelinge behandeling zou kunnen plaatsvinden; - indien partijen bij hun opgave minder dan het hiervoor verzochte aantal dagdelen vrij laten, zal de mondelinge behandeling kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel; - vervolgens zal een datum en tijdstip voor de mondelinge behandeling worden bepaald; - indien partijen geen gebruik maken van de mogelijkheid om verhinderdata op te geven zal de kantonrechter een datum bepalen waarvan dan in beginsel geen uitstel meer mogelijk is; - voor het opgeven van verhinderdata zal geen uitstel worden verleend; 4.
  24. bepaalt voorts dat de mondelinge behandeling in beginsel niet zal worden uitgesteld nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald; 4.
  25. bepaalt dat, indien partijen stukken in het geding willen brengen, zij deze tenminste één week voor de mondelinge behandeling in kopie aan de kantonrechter en aan de wederpartij dienen toe te zenden; 4.
  26. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 november 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.