RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16/211054-19 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 1 maart 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 15 februari 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C.J. Booij en van hetgeen verdachtes raadsman mr. R.P.A. Kint, advocaat te Zoetermeer, namens verdachte, naar voren heeft gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: medeplichtig is geweest aan het door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op 2 april 2019 in Almere gepleegde met geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dwingen tot afgifte van een geldbedrag van ongeveer 400 euro toebehorend aan de winkel [winkel] , en/of medeplichtig is geweest aan het door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op 2 april 2019 in Almere gepleegde diefstal van een geldbedrag van ongeveer 400 euro van de [winkel] , met geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] . 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAAK 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Dat verdachte informatie zou hebben verschaft die strafbare betrokkenheid zou opleveren volgt niet uit de stukken in het dossier. Evenmin volgt uit de stukken in het dossier welke informatie verdachte zou hebben verschaft. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde zodat de rechtbank verdachte daarvan vrij zal spreken. Hoewel de stukken in het dossier aanleiding geven tot een verdenking, kan niet worden vastgesteld dat verdachte strafbare betrokkenheid heeft gehad bij de overval op de [winkel] . 5BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.000,--, bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. 5.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering. 5.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op zijn verweer om verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde, de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. 5.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. 6BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Benadeelde partij - verklaart [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering; - veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. H. den Haan, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. R.B. Eigeman en J. van Zeijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 maart 2022. Mrs. Van Zeijts en Nahumury zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 2 april 2019 te Almere, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of een of meer ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag van (ongeveer) 400 euro, in elk geval een geldbedrag en/of goed, toebehorende aan de winkel [winkel] , in elk geval aan een ander en/of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of verdachte en/of een of meer andere mededader(s), welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.