← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:773

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/4597 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2022 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 4 november 2021, waarin verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat eiser het bezwaar te laat heeft ingediend. Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

  1. Een bezwaarschrift moet in een zaak waar het gaat over de vraag of iemand (on)geschikt is om te werken worden ingediend binnen twee weken nadat het besluit is bekendgemaakt. Dit staat in artikel 75k van de Ziektewet (Zw). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 16 september
  2. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 30 september 2021 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 13 oktober
  3. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  4. Eiseres voert aan dat zij haar bezwaar te laat heeft ingediend, omdat zij een zware tijd heeft thuis en het daardoor is vergeten. Zij snapt dat verweerder zich aan de regels moet houden. Eiseres heeft ook haar excuses aangeboden voor het te laat indienen. Eiseres merkt dat zij flink achteruit gaat, niet goed kan functioneren en overal hulp bij nodig heeft.
  5. De rechtbank heeft begrip voor de situatie van eiseres. Dit is echter geen geldige reden voor het te laat indienen van het bezwaarschrift. Het is de verantwoordelijkheid van eiseres om op tijd bezwaar in te dienen, zo nodig op nader aan te voeren gronden (pro forma). Eiseres had iemand anders, bijvoorbeeld een professioneel gemachtigde, kunnen inschakelen om op de termijn te letten en namens haar bezwaar in te dienen.
  6. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
  7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 31 januari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.