RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/312412-20 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 4 januari 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1999] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] te [woonplaats] , hierna: [verdachte] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 december
(3)andere jongens in gesprek geweest met een agent en jullie hebben jullie identiteit, naam en adres afgegeven. V: Wie had dit plan verzonnen om contact te leggen? A: Ik niet. [medeverdachte 1] of [verdachte] of [medeverdachte 3] . Uiteindelijk wist ik er wel van. Ze hadden tegen mij gezegd er komt een man aan die denkt dat hij afgesproken heeft met een meisje van 15 jaar […]. V: Wie is [Y] ? A: [medeverdachte 1] was [Y] . […] V: Hoe oud is [Y] ? A: Die was
- V: Jullie zijn er ook echt met zijn vieren heen gereden? A: Ja. V: Wie zijn wij? A: Ik [medeverdachte 1] [medeverdachte 3] en [verdachte] . Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft onder meer het volgende verklaard: V: Wie is [Y] ? A: Euh, weet niet dat ben ik. Ik deed mij voor als [Y] . V: Hoe oud is [Y] ? A: 15 jaar. V: Wie kwam er op het idee om dit account te maken?A: Ikke. V: Wie is [X] ? A: Zo heette die man op Tinder. V: Wie kwam er op het idee om een afspraak te maken tussen [Y] en [X] ? A: Ikke. V: Wat was in eerste instantie de plek om af te spreken? A: Het is altijd [adres] geweest. V: Wie zijn idee was het om daar af te spreken? A: Mijn. V: Waarom daar? A: Het is een rustige plek. M: [X] is op het erf van die woning aan de [straatnaam] maar komt erachter dat [Y] daar niet woont. Dan loopt hij over het erf van de woning af naar de openbare weg. V: En wat gebeurt er dan? A: Spreken wij hem aan. V: Wie is wij? A: De mensen die erbij waren. V: Wie zijn die mensen? A: […] Ikke, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] . […] V: Wie zei er toen: “u zoekt [Y] of een meisje, je bent een pedofiel’.? A: […] Maar [medeverdachte 3] zei het. A: Via Tinder had ik gezegd 200 euro dan mag je. [verdachte] heeft onder meer het volgende verklaard: A: We waren met [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . […] Ze zeiden He joh vanavond komt er een pedofiel. Het was veel in het nieuws dus ik ging mee. Een had contact met die man gemaakt. Dat was [medeverdachte 1] , die deed zich voor als meisje. […] O: Je had het over 200 euro. V: Waar komt dat bedrag vandaan? A: [medeverdachte 1] zei dat die man dat zou betalen om sex te hebben met dat meisje. In het proces-verbaal van [B] staat onder meer het volgende: […] ontving ik het volgende goed met het verzoek deze te onderzoeken. Apple iPhone [.....] IMEI: [IMEI-nummer] Als gebruiker van de telefoon kan ik aanmerken de verdachte [verdachte] . Ik deed handmatig onderzoek naar de gegevens in de telefoon en maakte foto's van de door mij bevonden gegevens zoals in de onderzoeksvraag geformuleerd. De foto's drukte ik af op bijgevoegde fotobladen. Fotoblad pagina 2: Foto 2 - Op 24 september 2020 werd er een bericht van het toestel verstuurd met de tekst: ‘Komt vanmiddag als K wil een vieze pedo naar [plaatsnaam 1] om zogenaamd met een meisje van 15 seks te hebben, wil M laten pinnen en aanpakken.’ Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft onder meer het volgende verklaard: V: Wie is [Y] ?A: Dat is een meisje die bedacht is door [medeverdachte 1] of [verdachte] . V: Waar zochten jullie naar om op Tinder te reageren en een match te maken? A: Weet ik niet ik heb dat niet gedaan V: Wie heeft dat wel gedaan? A: Volgens mij [medeverdachte 1] In het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 2] staat onder meer het volgende: Op 21 oktober 2020 ontving ik via het regionaal service centrum van de politie Midden-Nederland, per mail een klantenverzoek/terugbelbericht. In de melding stond een hele verklaring van wat deze man (de rechtbank begrijpt: de heer [A] ) in [plaatsnaam 1] was overkomen. Onderstaande betreft een letterlijke weergave van een gedeelte uit de melding die door de man gedaan werd. “Ik leerde paar dagen terug via datingsite Tinder een meisje, [Y] , kennen.Ze zei dat ze 18 was. Ze wilde snel naar chatsite Kik. We wilden afspreken. Maar eerst vroeg ze mij 10 te betalen via een Tikkie. Dat hebik via mijn SNS-rekening gedaan. Dat geld is naar een Rabobank-rekening van, wellichtzogenaamd, haar broer [medeverdachte 1] gegaan.Uiteindelijk was dan vanavond, dinsdag 20.10.20 onze afspraak om 19 uur bij de [adres] in [plaatsnaam 1] .Toen chatte ze dat ik naar die parkeerplaats op 100 meter moest gaan en daar op haar moest wachten. Toen kwamen er opeens 3 mannen aan, met capuchons en voorzien van mondmasker, allen donkere kleren dragend, die mij sommeerden uit te stappen, nadat ze het portier hadden geopend. Ze stelden dat ik met een meisje van 15 had afgesproken en 1 van hen was haar broer. Ze bleven verbaal agressief en wilden dat ik met hen in mijn auto ging zitten. Ze wilden ook mijn autosleutels, telefoon en portemonnee. Omdat ze serieus dreigend waren, besloot ik weg te rennen. Met zijn 3en haalden ze mij in enhielden me vast. Ik werd terug getrokken en geduwd naar mijn auto. Ik moest met die 3 mannen in de auto gaan zitten. Ze zetten me onder druk door te vragen hoe ik haar had leren kennen, dat ik mij moest schamen gezien het leeftijdsverschil en ze wilden mijn telefoon. Ze vroegen ook of ik geld bij me had en ik hoopte ermee klaar te zijn door ze die 200 uit mijn portemonnee te geven. Dat was niet zo: ze wilden mijn telefoon voor bankapps. Ik zei dat ik alles per internetbankieren deed. Ze wilden mijn bankpas en pincode. Ik gaf mijn Rabopas en pincode daarvan. De langste van de 3 dreigde het meest dat er dingen zouden gebeuren als ik niet meewerkte. De ‘leider’ stapte uit en de andere man rende met mijn pas weg, blijkbaar om te pinnen. De ‘leider’ hield met die man per telefoon contact. Toen dat pinnen klaarblijkelijk gelukt was, stapten ze […] uit. Ze zeiden dat ik pas weg mocht gaan als ze uit het zicht waren. Ik was bang. Er was inderdaad rond 19.30 uur te [plaatsnaam 1] 2.000 gepind.” Aangever [slachtoffer 2] heeft - zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Ik zit regelmatig op de site Tinder. Op zaterdag 7 november 2020 omstreeks 16:00 uur zag ik een berichtje binnenkomen van een persoon die interesse in mij had. Dit bleek een dame te zijn die zich voorstelde als [Y] . Rond 20:30 uur, diezelfde dag, vroeg [Y] mij of we wat af konden spreken. [Y] stelde voor om elkaar te zien bij haar woning aan de [adres] te [plaatsnaam 1] . Op die zaterdag 7 november 2020 omstreeks 21:00 uur parkeerde ik de auto van mijn vader op de parkeerplaats naast het met [Y] afgesproken adres. Ik liep vervolgens naar de boerderij en belde aan. Er werd echter niet open gedaan. Op het moment dat ik terugliep naar de auto ontving ik een nieuwe bericht van [Y] dat de afspraak met haar niet door kon gaan. Toen ik ongeveer halverwege de parkeerplaats was doemden er opeens uit niets twee gestalten op. Ik zag dat beide mannen bivakmutsen over hun hoofd droegen. Ik zag dat het bivakmutsen betrof met een sleuf voor de ogen. Ik hoorde één van de mannen zeggen: “als je meewerkt gebeurt je niks.” De beide mannen kwamen achter mij staan, één van hen pakte mij stevig vast met zijn arm om mijn nek. Door de arm werd ik stevig vastgehouden. Vervolgens dwongen beide mannen mij richting mijn auto te lopen. Ik moest richting de bestuurderskant van mijn auto lopen en moest vervolgens mijn auto met de sleutel ontgrendelen. Ik deed hierna zelf het bestuurdersportier open en moest op de bestuurdersplaats gaan zitten. Beide mannen gingen zelf op de achterbank zitten, alle portieren werden gesloten. Vervolgens werd er gevraagd om mijn bankpas, maar omdat ik die niet bezit vroegen de mannen naar mijn portemonnee. Ik hoorde één van de mannen zeggen: “heb je echt geen bankpas” en “heb je geen geld” en “wat heb je dan bij je, sigaretten”. Ik stamelde: “ik heb alleen wat muntgeld en wat shag”. Ik hoorde één van de mannen zeggen: “geef mij die ruitenhamer”. Ik pakte de ruitenhamer aan het bijrijderskant en gaf die aan de mannen. Later bleek dat de mannen alleen één voorgedraaid sjekkie en het muntgeld, totaal circa 5 euro hadden meegenomen. Als ik over dit voorval nadenk kom ik tot de conclusie dat ik door [Y] met naar de parkeerplaats ben gelokt. Toen ik weer thuis was kreeg ik nog een berichtje van [Y] met de tekst of ik nog naar de politie was gegaan. Bewijsoverwegingen De rechtbank stelt op basis van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen de volgende redengevende feiten en omstandigheden vast. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft onder een door hem gemaakt Tinder-profiel van de zogenaamde 18-jarige ‘ [Y] ’ contact gezocht met [slachtoffer 1] (feit 1), [A] (niet ten laste gelegd) en [slachtoffer 2] (feit 2) (hierna in onderling verband aangeduid als: de aangevers). [slachtoffer 1] heeft verklaard dat ‘ [Y] ’ op Tinder had gezegd dat zij zich tegen betaling van € 200 overal zou laten neuken, hetgeen door [medeverdachte 1] in de kern wordt bevestigd. [slachtoffer 1] en [A] hebben voorafgaand aan hun afspraak met ‘ [Y] ’ via tikkies al geldbedragen overgemaakt aan ‘ [Y] ’. Wat [slachtoffer 1] betreft is bekend dat die bedragen in ruil waren voor seksueel getinte filmpjes, zogenaamd van ‘ [Y] ’. Medeverdachte [medeverdachte 1] had met alle aangevers een afspraak gemaakt bij een afgelegen woning aan de rand van het ‘ [.] ’ op de [straatnaam] in [plaatsnaam 1] . De aangevers hebben allen verklaard dat zij daar niet door ‘ [Y] ’, maar door meerdere jongens werden opgewacht. De aangevers hebben allen aangegeven dat de jongens een bedreigende en intimiderende sfeer creëerden door om hen heen en/of dichtbij te staan en het gebruik van verbaal en/of (licht) fysiek geweld. Alle aangevers hebben verklaard dat de jongens geld van hen wilden. [slachtoffer 1] en [A] hebben verklaard dat de jongens daarnaast wilden dat zij via een bank-app op hun telefoon grote geldbedragen zouden overmaken. [A] en [slachtoffer 2] hebben verklaard dat er ook werd gevraagd om hun pinpas. [A] heeft zijn pinpas en pincode aan de jongens afgegeven. [medeverdachte 1] heeft bekend dat hij daarmee € 2.000,- heeft gepind en dat hij dat geld heeft gedeeld met zijn mededaders. [verdachte] ontkent dat hij of zijn medeverdachten om geld of een telefoon hebben gevraagd. Volgens [verdachte] waren ze niet uit op het geld van [slachtoffer 1] , maar wilden ze slechts ‘pedo’s pakken’. De rechtbank acht de verklaring van [verdachte] op dit punt niet geloofwaardig en acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en zijn mededaders [slachtoffer 1] hebben afgeperst en daarmee € 200,- afhandig hebben gemaakt. Daartoe acht de rechtbank het volgende van belang. De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 1] betrouwbaar. Uit het proces-verbaal van de verbalisanten ter plaatse volgt dat hij direct heeft verklaard over het incident. In deze verklaring belast hij zichzelf door te vertellen dat hij (naar hij dacht) had afgesproken met een vijftienjarig meisje. Hij maakt het feitelijk nog erger voor zichzelf door te zeggen dat hij tegen betaling van € 200,- seks met haar zou hebben en dat hij misschien wel naar binnen zou zijn gegaan, als het meisje de deur had open gedaan. Over de € 200,- die van hem is afgepakt, is hij specifiek, onder meer door te verwijzen naar de vier coupures van € 50,-. Hij verklaart bovendien dat hij het geld dat van hem is afgenomen, ziet als ‘leergeld’. Deze verklaring die hij direct na het incident heeft afgelegd, komt overeen met de verklaring die hij later aflegt bij het doen van aangifte. De voornoemde verklaring van [slachtoffer 1] wordt op belangrijke punten ondersteund. De rechtbank is van oordeel dat het handelen van [verdachte] en zijn medeverdachten naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht was op het afhandig maken van geld, en niet op het (uitsluitend) ontmaskeren van pedofielen zoals [verdachte] heeft verklaard. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft [slachtoffer 1] € 200,- laten meenemen naar de afspraak met ‘ [Y] ’ en in de chatgesprekken heeft [slachtoffer 1] de dag voorafgaand aan de afspraak bevestigd dat hij die € 200,- daadwerkelijk heeft gepind. Deze afspraak werd op initiatief van de verdachten gemaakt op een afgelegen (parkeer)plek. In de aanloop naar de afspraak had medeverdachte [medeverdachte 1] via ‘tikkies’ al geldbedragen van de heer [slachtoffer 1] ontvangen. Uit het dossier blijkt niet dat [verdachte] en zijn medeverdachten iets hebben gedaan om [slachtoffer 1] te ‘exposen’ of om bewijs tegen hem te verzamelen. Niet [verdachte] en zijn medeverdachten, die veruit in de meerderheid waren door aangever met z’n vieren te benaderen, hebben de politie gebeld, maar [slachtoffer 1] zelf heeft de politie moeten bellen. Voorts acht de rechtbank van belang dat [verdachte] anderhalve week voor de ‘ontmoeting’ met [slachtoffer 1] een bericht heeft verzonden met daarin de mededeling dat er die avond (dat was 24 september 2020) een ‘pedo’ naar [plaatsnaam 1] zou komen om zogenaamd met een meisje van 15 seks te hebben en dat hij die man wilde laten pinnen en aanpakken. Kennelijk leefde de gedachte om ‘pedo’s’ geld afhandig te maken op dat moment al bij in elk geval [verdachte] . Uit de verklaring van [verdachte] blijkt bovendien dat medeverdachte [medeverdachte 1] in elk geval al aan [verdachte] had verteld dat [slachtoffer 1] € 200 zou meenemen naar de afspraak met ‘ [Y] ’. De verklaring van [slachtoffer 1] over hetgeen de jongens van hem vroegen (geld en zijn telefoon), komt bovendien overeen met de verklaring van [A] die twee weken later werd overvallen en van wie ook € 200 in contanten werd afgenomen, en in grote lijnen ook met de aangifte van [slachtoffer 2] die een maand later werd overvallen. Hoewel [verdachte] wordt vrijgesproken van afpersing van [slachtoffer 2] en in dit dossier niet wordt vervolgd voor afpersing van [A] , acht de rechtbank de verklaringen van [A] en [slachtoffer 2] niettemin van belang. Twee van de vier verdachten van de ‘confrontatie’ met [slachtoffer 1] waren namelijk ook betrokken bij de afpersing van [slachtoffer 2] (te weten medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ), en (ten minste) een van hen was ook betrokken bij de afpersing van [A] (medeverdachte [medeverdachte 1] ). Volgens de aangevers zijn de daders in hun benadering steeds op dezelfde manier te werk gegaan. In alle drie de gevallen heeft ‘ [Y] ’ op dezelfde afgelegen plek met de aangevers afgesproken, alwaar de aangevers door meerdere jongens werden opgewacht en aan wie zij onder (bedreiging met) geweld geld moesten afstaan, waarna ook nog om pinpassen en/of bankapps werd gevraagd teneinde hen nog meer geld afhandig te kunnen maken. Tegen deze achtergrond acht de rechtbank het niet aannemelijk dat [slachtoffer 1] niet naar waarheid heeft verklaard over de wijze waarop de verdachten hem om geld en zijn telefoon hebben gevraagd. Die handelwijze correspondeert namelijk met de verklaringen van [A] en [slachtoffer 2] op dit punt, terwijl de afpersing van [slachtoffer 1] weken eerder plaatsvond. Uit dit alles volgt het oogmerk op wederrechtelijke bevoordeling van de verdachten. Dat [verdachte] en zijn medeverdachten daadwerkelijk € 200 van [slachtoffer 1] hebben afgepakt, leidt de rechtbank bovendien af uit het feit dat medeverdachte [medeverdachte 1] de feiten die in dit dossier staan tegenover zijn vader heeft omschreven als “een voorval van 200 euro”, “een voorval van 2000 euro” en “een voorval met klein geld”. De omschrijvingen van de voorvallen duiden, zo begrijpt de rechtbank, op de ‘buit’ die per feit werd binnengehaald. Dat de € 200,- niet bij [verdachte] en zijn medeverdachten is aangetroffen, doet aan het voorgaande niet af. Er heeft weliswaar een fouillering op straat plaatsgevonden, maar die was niet zo grondig als een fouillering die op het politiebureau had kunnen plaatsvinden. [verdachte] en zijn medeverdachten wisten bovendien dat [slachtoffer 1] de politie had gebeld. Zij hadden voldoende tijd en gelegenheid om het geld te verstoppen voordat de politie kwam. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat het geld op een andere plek is gebleven, dan waar is gezocht. Tot slot overweegt de rechtbank nog dat de verklaring van [verdachte] dat hij er niet steeds bij is geweest, geen steun vindt in de verklaring van aangever en ook niet in de verklaringen van de medeverdachten. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat [verdachte] er steeds bij is geweest. De rechtbank is van oordeel dat het voorgaande afpersing oplevert. Het bestanddeel “bedreiging met geweld” in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht dient ruim te worden uitgelegd. Niet is vereist dat de bedreiging met geweld een zelfstandig strafbaar feit betreft, zoals artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. Het oproepen van een dreigende sfeer is voldoende voor een bewezenverklaring van artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht. Naar het oordeel van de rechtbank hebben [verdachte] en zijn medeverdachten een dreigende sfeer opgeroepen door [slachtoffer 1] op een afgelegen plek met z’n vieren (derhalve met een getalsmatig overwicht) op te wachten, door hem onverwacht in te sluiten, door dicht bij hem te gaan staan en door onder meer te zeggen “Ik trap je helemaal in elkaar, ik snij je keel door!”. Medeplegen Dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de volgende feiten en omstandigheden. Alle verdachten wisten van het account van ‘ [Y] ’ dat door medeverdachte [medeverdachte 1] beheerd werd en de gesprekken die hij daarop voerde. De verdachten zijn met elkaar naar de [straatnaam] te [plaatsnaam 1] gegaan. Zij hebben [slachtoffer 1] daar gezamenlijk benaderd. Verdachten worden nadien ook alle vier aangetroffen op de plaats delict. Dat een van de verdachten tijdens het voorval deels niet aanwezig zou zijn geweest en aldus geen wezenlijke betrokkenheid zou hebben gehad bij het gebeurde, volgt niet uit de aangifte. De verklaringen van de verdachten hieromtrent zijn ook wisselend en ongeloofwaardig. Zij lijken daarmee vooral hun eigen aandeel te willen minimaliseren. Partiële vrijspraak De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van de laatste vier gedachtestreepjes - (vervolgens, nadat [slachtoffer 1] het geld had afgegeven): "Je komt er niet van af met die 200,00 Euro" en/of - (vervolgens) de telefoon van [slachtoffer 1] af te pakken (teneinde geld over te maken vanaf de rekening van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] daartoe te bewegen) en/of - [slachtoffer 1] te duwen, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of - [slachtoffer 1] te achtervolgen”. Ten aanzien van het afpakken van de telefoon overweegt de rechtbank dat onvoldoende uit de bewijsmiddelen volgt dat het oogmerk van verdachten was gericht op het wegnemen van de telefoon. Uit hetgeen [slachtoffer 1] heeft verklaard volgt veeleer dat de verdachten zijn telefoon wilden om met een bank-app geldbedragen over te (laten) maken. De verdachten hebben de telefoon ook niet daadwerkelijk meegenomen. Ten aanzien van de andere drie gedachtestreepjes overweegt de rechtbank dat deze handelingen pas hebben plaatsgevonden nadat de aangever het geld al had afgegeven. Deze handelingen hebben dan ook niet bijgedragen aan de afpersing. Conclusie Gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich op 7 oktober 2020 te [plaatsnaam 1] , samen met medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] heeft schuldig gemaakt aan afpersing van [slachtoffer 1] , door hem onder bedreiging met geweld te dwingen tot afgifte van € 200,-. Van hetgeen verder onder feit 1 ten laste is gelegd zal hij worden vrijgesproken. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Feit 1 primair op 7 oktober 2020 te [plaatsnaam 1] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (200,00 Euro) toebehorende aan die [slachtoffer 1] , door - zich op social media (Tinder en Kik) uit te geven voor ' [Y] ' en - als ' [Y] ' met [slachtoffer 1] , ten behoeve van een (seks)afspraak, een ontmoeting op de [straatnaam] in [plaatsnaam 1] te arrangeren en - [slachtoffer 1] te benaderen en hem te zeggen: "Ik trap je helemaal in elkaar, ik snijd je keel door! Je hebt afgesproken met het zusje van een van ons" en "Je hebt 200 Euro bij je! Geef die maar aan ons!". Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: Feit 1 primair afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. [verdachte] is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd [verdachte] ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een gevangenisstraf van drie maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod met de medeverdachten, meewerken aan schuldhulpverlening en het vinden van passende dagbesteding; - een taakstraf van 100 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 50 dagen hechtenis. 8.2 Het standpunt van de verdediging In het geval van een bewezenverklaring heeft de raadsman verzocht de genoemde vormverzuimen en het afgelopen jaar waarin [verdachte] onder reclasseringstoezicht stond vanwege schorsingsvoorwaarden, te verdisconteren in de strafmaat. De raadsman heeft aangevoerd dat de geëiste straf niet in verhouding staat tot datgene wat er gebeurd is en verzoekt de rechtbank te volstaan met een deels voorwaardelijke taakstraf, naast de 16 dagen die [verdachte] naar zijn mening ten onrechte reeds in voorarrest heeft gezeten. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van het feit [verdachte] heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan afpersing. Met het slachtoffer is door verdachten als ‘ [Y] ’ via Tinder contact gezocht. Vervolgens werd door verdachten een afgelegen plek gekozen om met het slachtoffer af te spreken en moest hij onder bedreiging met geweld geld aan hen afstaan. Het spreekt voor zich dat dit voor het slachtoffer een zeer beangstigende situatie is geweest. Een dergelijk incident zorgt niet alleen voor gevoelens van onveiligheid bij het slachtoffer, maar ook bij de maatschappij als geheel, temeer nu verdachten een bekende (dating)app hebben gebruikt om hun slachtoffer te lokken. Verdachten hebben met hun handelen geen respect getoond voor andermans eigendommen, noch zich bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers. Zij hebben enkel gehandeld uit financieel gewin. Persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 november 2021, waaruit volgt dat [verdachte] eerder is veroordeeld voor onder meer diefstal en heling. Gelet op de opgelegde en uitgevoerde taakstraf voor de diefstal waarvoor [verdachte] door de politierechter op 21 februari 2020 is veroordeeld, is het taakstrafverbod van toepassing. [verdachte] liep ten tijde van het begaan van het feit nota bene in een proeftijd. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 23 augustus
- Hieruit volgt dat [verdachte] zich in het kader van het reclasseringstoezicht aan de afspraken en voorwaarden heeft gehouden, maar dat er beperkt sprake is van stabilisatie op verschillende leefgebieden. Zo heeft [verdachte] geen vaste dagbesteding en geen inkomen. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Positief is dat [verdachte] zich aan zijn negatieve netwerk lijkt te onttrekken en dat hij in behandeling is gegaan. Het wordt van belang geacht deze behandeling te laten voortduren, alsook de meldplicht bij de reclassering, een contactverbod met medeverdachten, het meewerken aan schuldhulpverlening en het vinden van passende dagbesteding. Geadviseerd wordt deze voorwaarden op te leggen bij een (deels) voorwaardelijke straf. Straf Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gelet op straffen de in soortgelijke zaken worden opgelegd, de straffen die aan de medeverdachten zijn opgelegd en de relatief jonge leeftijd van verdachte. Hoewel de aard en de ernst van het feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen, acht de rechtbank het van belang dat [verdachte] de hulp die hij het afgelopen jaar heeft gehad om zijn leven op de rit te krijgen, blijft behouden. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou hier niet aan bijdragen. De rechtbank acht het wel van belang dat er gelet op de ernst van het feit een onvoorwaardelijk strafdeel volgt en legt deze op in de vorm van 100 uur taakstraf. De tijd die [verdachte] in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal hiervan worden afgetrokken. [verdachte] is door deze voorlopige hechtenis, die met name gold ten aanzien van feit 2, voor een deel al gestraft nu gebleken is dat hij met feit 2 niks te maken heeft. De rechtbank legt [verdachte] een gevangenisstraf op voor de duur van 61 dagen, met aftrek, waarvan 60 dagen voorwaardelijk en verbindt daaraan de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd, met een proeftijd van twee jaar. 9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 63 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het onder feit 2 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Bewezenverklaring - verklaart het onder feit 1 primair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart hetgeen meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder feit 1 primair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 61 dagen; - bepaalt dat één
(1)dag van de door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 60 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast; - als algemene voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: * zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij [instelling 1] op het adres [adres] ( [postcode] ) te [plaatsnaam 2] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt; * zich laat behandelen door ( [.......] van) [instelling 2] , of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor behandeling; * zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van betalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden; * zal meewerken aan het vinden en behouden van structurele en zinvolle dagbesteding in de vorm van school, (vrijwilligers)werk en/of hobby’s; * op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal zoeken, hebben of onderhouden met de medeverdachten [medeverdachte 2] (geboren [2003] ), [medeverdachte 1] ( [2003] ) en [medeverdachte 3] (geboren [2002] ). De politie ziet toe op handhaving van dit verbod; - waarbij de [instelling 1] opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 100 uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen hechtenis; - bepaalt dat 15 dagen van de door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. H.F. Koenis, voorzitter, mrs. I.G.C. Bij de Vaate en G. Konings, rechters, in tegenwoordigheid van mr. mr. R.H. Lagerweij, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 januari 2022. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat: Feit 1 - primair hij op of omstreeks 7 oktober 2020 te Houten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geld (200,00 Euro) en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - zich op social media (Tinder en Kik) uit te geven voor ' [Y] ' en/of - als ' [Y] ' met [slachtoffer 1] , ten behoeve van een (seks)afspraak, een ontmoeting op de [straatnaam] in Houten te arrangeren en/of - [slachtoffer 1] te benaderen en hem te zeggen: "Ik trap je helemaal in elkaar, ik snijd je keel door! Je hebt afgesproken met het zusje van een van ons" en/of "Je hebt 200 Euro bij je! Geef die maar aan ons!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekken en/of - ( vervolgens, nadat [slachtoffer 1] het geld had afgegeven): "Je komt er niet van af met die 200,00 Euro" en/of - ( vervolgens) de telefoon van [slachtoffer 1] af te pakken (teneinde geld over te maken vanaf de rekening van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] daartoe te bewegen) en/of - [slachtoffer 1] te duwen, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of - [slachtoffer 1] te achtervolgen en/of hij op of omstreeks 7 oktober 2020 te Houten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (200,00 Euro) en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] toebehoorde, door - zich op social media (Tinder en Kik) uit te geven voor ' [Y] ' en/of - als ' [Y] ' met [slachtoffer 1] , ten behoeve van een (seks)afspraak, een ontmoeting op de [straatnaam] in Houten te arrangeren en/of - [slachtoffer 1] te benaderen en hem te zeggen: "Ik trap je helemaal in elkaar, ik snijd je keel door! Je hebt afgesproken met het zusje van een van ons" en/of "Je hebt 200 Euro bij je! Geef die maar aan ons!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekken en/of - ( vervolgens, nadat [slachtoffer 1] het geld had afgegeven): "Je komt er niet van af met die 200,00 Euro" en/of - ( vervolgens) de telefoon van [slachtoffer 1] af te pakken (teneinde geld over te maken vanaf de rekening van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] daartoe te bewegen) en/of - [slachtoffer 1] te duwen, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of - [slachtoffer 1] te achtervolgen; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) Feit 1 - subsidiair hij op of omstreeks 7 oktober 2020 te Houten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld (€ 200,‐) en/of een telefoon, althans goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze (poging tot) diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(
- s)aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, ‐ zich op social media (Tinder en Kik) uit te geven voor ' [Y] ' en/of ‐ als ' [Y] ' met [slachtoffer 1] , ten behoeve van een (seks)afspraak, een ontmoeting op de [straatnaam] in Houten te arrangeren en/of ‐ [slachtoffer 1] te omsingelen en/of ‐ dichtbij (neus aan neus bij) [slachtoffer 1] te gaan staan; ‐ [slachtoffer 1] te zeggen: "Ik trap je helemaal in elkaar, ik snijd je keel door! Je hebt afgesproken met het zusje van een van ons" en/of "Je hebt 200 Euro bij je! Geef die maar aan ons!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekken en/of ‐ (vervolgens, nadat [slachtoffer 1] het geld had afgegeven): "Je komt er niet van af met die 200 Euro" en/of ‐ (vervolgens) de telefoon van [slachtoffer 1] af te pakken (teneinde geld over te maken vanaf de rekening van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] daartoe te bewegen) en/of ‐ [slachtoffer 1] te duwen, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of ‐ [slachtoffer 1] te achtervolgen; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; en/of hij op of omstreeks 7 oktober te Houten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld (€ 200,‐) en/of een telefoon, althans goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] ‐ zich op social media (Tinder en Kik) uit te geven voor ' [Y] ' en/of ‐ als ' [Y] ' met [slachtoffer 1] , ten behoeve van een (seks)afspraak, een ontmoeting op de [straatnaam] in Houten te arrangeren en/of ‐ [slachtoffer 1] te omsingelen en/of ‐ dichtbij (neus aan neus bij) [slachtoffer 1] te gaan staan; ‐ [slachtoffer 1] te zeggen: "Ik trap je helemaal in elkaar, ik snijd je keel door! Je hebt afgesproken met het zusje van een van ons" en/of "Je hebt 200 Euro bij je! Geef die maar aan ons!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekken en/of ‐ (vervolgens, nadat [slachtoffer 1] het geld had afgegeven): "Je komt er niet van af met die 200 Euro" en/of ‐ (vervolgens) de telefoon van [slachtoffer 1] af te pakken (teneinde geld over te maken vanaf de rekening van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] daartoe te bewegen) en/of ‐ [slachtoffer 1] te duwen, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of ‐ [slachtoffer 1] te achtervolgen; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Feit 2 hij op of omstreeks 7 november 2020 te Houten tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geld (5,00 Euro) en/of een lifehammer/ruitenhamer en rookwaren (een 'voorgedraaid shaggie'), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - zich op social media (Tinder en Kik) uit te geven voor ' [Y] ' en/of - als ' [Y] ' met [slachtoffer 2] , ten behoeve van een (seks)afspraak, een ontmoeting op de [straatnaam] in Houten te arrangeren en/of - [slachtoffer 2] , met gezichtsbedekking (met bivakmutsen op), te benaderen en/of - [slachtoffer 2] te zeggen: "Als je meewerkt, gebeurt je niks" en/of - ( vervolgens) [slachtoffer 2] om zijn nek vast te pakken en/of - [slachtoffer 2] te dwingen naar diens auto te lopen, de portieren te openen en in de auto te gaan zitten en/of - in de auto van [slachtoffer 2] te gaan zitten en/of - [slachtoffer 2] op dwingende en dreigende wijze naar zijn portemonnee, geld, sieraden en een telefoon te vragen en/of - [slachtoffer 2] te zeggen: "Geef mij die ruitenhamer"; en/of hij op of omstreeks 7 november 2020 te Houten, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (5,00 Euro) en/of een lifehammer/ruitenhamer en rookwaren (een voorgedraaid shaggie'), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] toebehoorde, door - zich op social media (Tinder en Kik) uit te geven voor ' [Y] ' en/of - als ' [Y] ' met [slachtoffer 2] , ten behoeve van een (seks)afspraak, een ontmoeting op de [straatnaam] in Houten te arrangeren en/of - [slachtoffer 2] , met gezichtsbedekking (met bivakmutsen op), te benaderen en/of - [slachtoffer 2] te zeggen: "Als je meewerkt, gebeurt je niks" en/of - ( vervolgens) [slachtoffer 2] om zijn nek vast te pakken en/of - [slachtoffer 2] te dwingen naar diens auto te lopen, de portieren te openen en in de auto te gaan zitten en/of - in de auto van [slachtoffer 2] te gaan zitten en/of - [slachtoffer 2] op dwingende en dreigende wijze naar zijn portemonnee, geld, sieraden en een telefoon te vragen en/of - [slachtoffer 2] te zeggen: "Geef mij die ruitenhamer"; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 13 februari 2021, genummerd PL0900-2020398572, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 356. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 15. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 16. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 17. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 35. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 36. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 37. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 38. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 40 (met bijlagen pagina 49 t/m 63). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 44. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 45. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 46. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , pagina 271. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 193. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 194. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] , pagina 197. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 117. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 118. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 120. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 121. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , pagina 122. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 159. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 90. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 91 en fotobijlage pagina 93. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] , pagina 209. Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] , pagina 210. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 79. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , pagina 22. Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , pagina 23.