RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/236037-21 en 16/223720-21 (gev. ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 4 maart 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1984] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] te [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 december 2021 (pro forma) en 18 februari 2022 (inhoudelijk). De inhoudelijke behandeling heeft gelijktijdig, maar niet gevoegd, plaatsgevonden met de inhoudelijke behandeling van de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] onder parketnummers 16/236045-21 en 16/223716-
(3)persoonshuishouden ongeveer 135 m3 (bron: www.nibud.nl). De conclusie is dat in de genoemde periode, op dit adres meer water is afgenomen, dan landelijk gemiddeld gebruikelijk is voor een drie persoonshuishouden. Het gemiddelde verbruik vanaf 2014 van de [adres] te [woonplaats] zit tussen de vier a vijf persoonshuishouden. Doorzoeking woning Op 31 augustus 2021 vond er een doorzoeking plaats in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Hierbij werden de volgende, voor deze zaak relevante goederen, aangetroffen: Berging onder trap: In de Tupperware bak met de blauwe deksel zaten alleen maar medicijnen. Deze medicijnen stonden, op één na, op naam van [verdachte] , [adres] . Op deze medicijnen stonden verschillende data tussen 22-05-2020 en 28-06-2021. Op de salontafel in de woonkamer werden de volgende zaken aangetroffen: - Een brief van de RDW met een kentekenbewijs van 10 juni 2021 op naam van [verdachte] geadresseerd aan de [adres] te [woonplaats] . - Een brief van de RDW met een verbod voor het rijden op de weg van 7 juni 2021 op naam van [verdachte] geadresseerd aan de [adres] te [woonplaats] . - Een pakketlabel van Euro-Tyre met de tekst: “Afhalen bij: [verdachte] , [adres] te [woonplaats] ”. - Een brief van de RDW van 24 november 2020 met als onderwerp kentekenbewijs [kenteken] . Geadresseerd aan [verdachte] [adres] te [woonplaats] . - Een vaccinatiepaspoort met een registratiekaart coronavaccinatie op naam van [verdachte] van 1 juni 2021. - Een keuringsrapport van de RDW met als keuringsbewijs geldig tot 08 november 2020 van een Ford Fiesta met kenteken [kenteken] . - Een tenaamstellingsverslag van een Ford Fiesta met kenteken [kenteken] met als nieuwe eigenaar [verdachte] met als datum: 23-01-2020. In het dressoir in de woonkamer werden de volgende zaken aangetroffen: - Een verkeersboete van 23 december 2019 op naam van [verdachte] met als adres [adres] te [woonplaats] . - Een verzoek betalingsregeling van de belastingdienst op naam van [verdachte] . - Een tenaamstellingverslag van de RDW met als datum 10-01-2020 op naam van [verdachte] . - Een factuur van [bedrijf] B V. van 10-01-2020 op naam van [verdachte] [adres] te [woonplaats] met een totaalbedrag van € 550,-. Op de factuur staat een stempel met: “betaald 10 januari 2020". In de hal zolder werd een ordner aangetroffen met daarin onder meer de volgende administratie: - Bankafschriften van [verdachte] tussen 14-12-2015 en 14-01-2016. - Een huurovereenkomst van [verdachte] over de periode 1-3-2016 t/m 1-3-2017 van de [adres] te [woonplaats] . [adres] te [woonplaats] . - Een brief van [advocatenkantoor] van 21 april 2016 geadresseerd aan [verdachte] . - Een brief van [advocatenkantoor] van 23 mei 2016 inzake bezwaar [verdachte] . - Een boekingsbevestiging van D-Reizen van 30 juni 2016 met als verblijfdatum 26-07-2016 t/m 12-08-2016. Het gaat om een totaalbedrag van € 1.133,50,-. Als deelnemers stonden de volgende personen: [verdachte] , [medeverdachte] , [A] , [B] . - Een beslissing op een verzoek om uitstel van betaling van 7 oktober 2016 geadresseerd aan [verdachte] [adres] te [woonplaats] . - Een brief van Syncasso Gerechtsdeurwaarders van 15/09/2016 met als geadresseerde [verdachte] [adres] te [woonplaats] . - Een aanvraag chauffeurskaart op naam van [verdachte] [adres] te [woonplaats] van 16-02-2017. In slaapkamer 4 werden in de kledingkast de volgende zaken aangetroffen: - Verschillende soorten mannenkleding waaronder onder andere: 24 broeken (jogging), 15 jassen / vesten, 1 badjas, 20 T-shirt, 19 korte broeken en 2 onderbroeken. In het kader van het strafrechtelijk onderzoek op grond van de Opiumwet werden in de woning [adres] te [woonplaats] op diverse plaatsen contante geldbedragen aangetroffen. Deze contante geldbedragen bleek een totaalbedrag te zijn van tienduizendzeshonderdenacht euro en vijftig cent. Ofwel 10.608,50 euro. Verbalisant [verbalisant 7] verklaarde als volgt: Op 31 augustus 2021 werd er in de woning aan de [adres] te [woonplaats] een doorzoeking uitgevoerd. In de woning, in de lade van de salontafel, werden een aantal kwitanties aangetroffen van kennelijk contante aankopen, te weten: • kwitantie platte tv 349.- • kwitantie platte tv 884,99 • kwitantie tuinmeubel loungeset 595.- • kwitantie bank /longchair 2845.-. Op de kwitanties ten behoeve van de twee platte tv’s en de kwitantie bank/longchair stond als geadresseerde genoemd: [verdachte] . [adres] te [woonplaats] . De bankgegevens Uit de opgevraagde bankgegevens met betrekking tot de bankrekening van verdachte (rekeningnummer [rekeningnummer] ) over de periode van 1 januari 2016 tot en met 20 mei 2021 is het volgende gebleken: Jaar Besteding boodschappen en geldopnames per maand: 2016 € 724.16 2017 € 419,88 2018 € 73,18 2019 € 20,76 2020 € 529,74 2021 € 93,13 (t/m 20 mei 2021) Conclusie: in de jaren 2016, 2017 en 2020 liggen de maandelijkse kosten ver boven het ge middelde voor een alleenstaande man. In 2018, 2019 en 2021 (t/m mei) liggen de maandelijkse kosten ver onder het gemiddelde voor een alleenstaande man. De gemiddelde boodschappen zijn per maand hangen af van de gezinssituatie. Volgens de landelijke normering van het Nibud zijn de gemiddelde maandelijkse kosten voor een alleenstaande man ongeveer € 209,00. Uit de opgevraagde bankgegevens met betrekking tot de bankrekening van medeverdachte [medeverdachte] (rekeningnummer [rekeningnummer] ) over de periode van 1 januari 2016 tot en met 20 mei 2021 is het volgende gebleken: Jaar Besteding boodschappen en geldopnames per maand: 2016 € 663,52 2017 € 812,20 2018 € 773,69 2019 € 300,00 2020 € 135,00 2021 € 22,75 (t/m 20 mei 2021) De gemiddelde boodschappen zijn per maand hangen af van de gezinssituatie. Volgens de landelijke normering van het Nibud zijn de gemiddelde maandelijkse kosten voor een alleenstaande moeder met twee kinderen in de leeftijd tussen 14 en 18 jaar ongeveer € 424,50. Besteloverzicht Thuisbezorgd en klantgegevens [webwinkel] Uit onderzoek naar de bezorgingen via thuisbezorgd.nl is over de gegevens horend bij bankrekening: [rekeningnummer] en e-mailadres: [email adres] @gmail.com en telefoonnummers: [telefoonnummer] en [telefoonnummer] en [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . het volgende gebleken: Vanaf 2016 zijn er via thuisbezorgd.nl in totaal 82 bezorgingen naar de [adres] te [woonplaats] gegaan. - 2016: totaal € 330,15 cash betaald aan thuisbezorgd en via l-deal € 15,75 betaald. - 2017: totaal € 147,50 cash betaald aan thuisbezorgd en via l-deal € 0,00 betaald. - 2018: totaal € 0,00 cash betaald aan thuisbezorgd en via l-deal € 214,30 betaald. - 2019: totaal € 131,40 cash betaald aan thuisbezorgd en via l-deal € 0,00 betaald. - 2020: totaal € 1.269,57 cash betaald aan thuisbezorgd en via l-deal € 505,93 betaald. - 2021 ( tot 28 juni 2021) totaal € 212,20 cash betaald aan thuisbezorgd en via I-deal € 233,90 betaald. Van de 21 betalingen die zijn gedaan aan Thuisbezorgd.nl met bankrekening [rekeningnummer] ( [verdachte] ) staan er 17 genoemd met e-mail adres: [email adres] @gmail.com. Naar aanleiding van de op de rekening van [verdachte] aangetroffen betalingen aan de [webwinkel] werd, op basis van een vordering ex. art. 126nc Wetboek van Strafvordering, van [webwinkel] de volgende informatie bekend: Bij ons bekend: Klantnummer [klantnummer] [verdachte] [adres] [woonplaats] Geb. datum [1984] [telefoonnummer] [email adres] @gmail.com. Het onderzoek naar de [straat] Verbalisant [verbalisant 10] verklaarde als volgt: Op 1 september 2021 ben ik, samen met een collega sociaal rechercheur, naar de [straat] nummer [nummer] te [woonplaats] gegaan. De [adres] is onderdeel van een portiekflat. Wij liepen naar boven naar de voordeur van nummer [nummer] . Daar aangekomen werd de voordeur geopend door een man. Met toestemming van de man zijn wij vervolgens de centrale hal van de woning binnen gegaan. Ik zag in de hal van de woning dat er een open keuken was en diverse gesloten deuren welke, volgens de man, toegang geven tot diverse kamers die verhuurd worden. De man betrof [C] , geboren op [1996] . Ik vroeg aan [C] of hij een [verdachte] kende en ook wist welke kamer [verdachte] hier zou huren. Ik hoorde dat [C] zei dat hij de naam [verdachte] wel kende maar deze meneer nog nooit hier op de [straat] heeft gezien sinds [C] hier woont. [C] verklaarde hier zelf sinds 2016 te wonen. Tevens hoorde ik [C] zeggen dat [verdachte] vermoedelijk de kamer aan de voorzijde van de woning huurde. Dit vermoeden had hij omdat hij van de overige kamers wist wie er wonen. In de tijd dat wij met de heer [C] spraken kwam uit een andere kamer ook een man gelopen. De man betrof [D] , geboren op [1982] . Ik hoorde [D] tegen mij zeggen dat hij wist dat [verdachte] de kamer huurde die de heer [C] mij zojuist had aangewezen. Dit was wederom de kamer aan de voorzijde van de woning. Ik vroeg aan [D] hoe lang hij hier al woont. Hij zei tegen mij dat hij hier sinds drie jaar woont maar meneer [verdachte] in al die tijd nog nooit heeft gezien. [D] vertelde mij en liet mij zien dat iedere bewoners zijn eigen postbakje heeft. Ik hoorde [D] zeggen dat deze bakjes en er nu sinds anderhalf jaar zijn en dat [verdachte] geen eigen postbakje heeft omdat hij er toch nooit is. Bewijsoverwegingen De rechtbank dient allereerst vast te stellen of verdachte in de ten laste gelegde periode met de medeverdachte samenwoonde en een gezamenlijke huishouding met haar voerde. In artikel 3, derde lid van de Participatiewet is bepaald dat van een gezamenlijke huishouding sprake is indien (
- i)twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en (
- ii)zij ook blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat aan de criteria van het voeren van een gezamenlijke huishouding is voldaan. Verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] hebben in ieder geval vanaf 1 januari 2016 gezamenlijk hun hoofdverblijf gehad in de woning van deze verdachte aan de [adres] te [woonplaats] . De rechtbank baseert dit oordeel op al de hiervoor weergegeven onderzoeksbevindingen, waaronder de vaststellingen dat verdachte op diverse tijdstippen in de ten laste gelegde periode veelvuldig is waargenomen in en bij de woning van [medeverdachte] . In deze woning zijn over diverse jaren ook administratie en facturen ten name van verdachte aangetroffen. Daarnaast blijkt uit de rekeningoverzichten, de vaststellingen van Vitens, de aangetroffen herenkleding, de kwitanties van de diverse aangeschafte goederen, de bestellingen van thuisbezorgd.nl en het besteloverzicht van [webwinkel] , dat verdachte zijn hoofdverblijf had op het adres [adres] en een (aanzienlijke) bijdrage leverde in de kosten van de gezamenlijke huishouding. Vast staat dat verdachte bij vonnis van heden eveneens is veroordeeld terzake de handel in softdrugs. Vast staat ook dat vaak contante betalingen plaatsvonden en dat er in de woning een fors contant geldbedrag is aangetroffen. De rechtbank gaat ervan uit dit geld, alsmede de contante betalingen, verklaard kunnen worden als zijnde de opbrengsten uit de door verdachte gerunde (soft)drugshandel. Deze gelden stelden verdachte in staat om ook een riante (contante) bijdrage te leveren aan de kosten van de gezamenlijk gevoerde huishouding. Ter overvloede constateert de rechtbank dat verdachte sinds 2016 nooit is gezien op het adres [adres] te [woonplaats] . De rechtbank stelt de begindatum ten aanzien van beide ten laste gelegde feiten dan ook op 1 januari 2016. Voor een periode vanaf 21 augustus 2014 biedt het dossier onvoldoende aanwijzingen. Doordat verdachte met medeverdachte een gezamenlijke huishouding voerde vanaf 1 januari 2016 had verdachte op 14 maart 2016 op het formulier “Verzoek om bijzondere bijstand” moeten aangeven dat sinds de vorige aanvraag zijn “woon-, leef- en financiële positie (inkomen en vermogen)” is gewijzigd. Door het formulier niet in te vullen, terwijl hij samenwoonde en wist dat de gemeente met dit feit bekend wilde raken, heeft de verdachte de gemeente [gemeente] valselijk geïnformeerd en heeft hij valsheid in geschrifte gepleegd. De verklaring van verdachte dat hij de afgelopen jaren veel bij zijn moeder in [woonplaats] en zijn vader in Zwitserland heeft verbleven en dat hij pas begin 2021 samen met [medeverdachte] woonde, is op geen enkele manier onderbouwd en wordt weersproken door de hierboven genoemde bewijsmiddelen. 6BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Parketnummer 16/236037-21 Feit 1 op 31 augustus 2021 te Hilversum opzettelijk aanwezig heeft gehad 4,34 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Feit 2 op 31 augustus 2021 te Hilversum, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad 1424 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en 859 gram hennep(toppen), zijnde hasjiesj en hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Feit 3 op 31 augustus 2021 te Hilversum, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Umarex, kaliber 9mm P A.K., zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, enmunitie in de zin van 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten,- meerdere knalpatronen, kaliber 9mm, en - meerdere pepperpatronen, kaliber 9mm,voorhanden heeft gehad; Feit 4 in de periode van 19 februari 2020 tot en met 17 juli 2021 en in de periode van 3 augustus 2021 tot en met 30 augustus 2021 te Hilversum, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep en een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Parketnummer 16/223720-21 Feit 1 op 14 maart 2016 in [woonplaats] , een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten, te weten:
- b)een aanvraagformulier verzoek om bijzondere bijstand, binnengekomen op 14 maart 2016valselijk heeft opgemaakt door: ad
- b)bij vraag 2 “Sinds de vorige aanvraag is mijn woon-leef- en financiële positie (inkomen en vermogen) gewijzigd” geen van de hokjes aan te kruisen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken; Feit 2 in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 augustus 2021 te [woonplaats] , in strijd met een hem, verdachte, bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 van de Wet Werk en Bijstand (WWB) en/of artikel 17 van de Participatiewet opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een bijstandsuitkering krachtens de Wet Werk en Bijstand en/of de Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte, telkens opzettelijk nagelaten de gemeente [gemeente] en/of de Sociale Dienst in te lichten dat hij, verdachte, een gezamenlijke huishouding voerde en samenwoonde met [medeverdachte] . Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 7STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Parketnummer 16/236037-21 Feit 1 opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; Feit 2 medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; Feit 3 handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; Feit 4 medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; Parketnummer 16/223720-21 Feit 1 valsheid in geschrifte; Feit 2 in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking of tegemoetkoming en de hoogte of de duur van een verstrekking tot tegemoetkoming, meermalen gepleegd. 8STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 9OPLEGGING VAN STRAF 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met de (bijzondere) voorwaarden zoals geadviseerd door de Reclassering. 9.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte inmiddels alles kwijt is. De woning is gesloten. Verdachte verblijft bij zijn moeder of elders. Zijn partner [medeverdachte] woont in een caravan. Verdachte en [medeverdachte] ontvangen inmiddels gezamenlijk een uitkering, maar hebben maandenlang niets ontvangen. Daarnaast hebben zij een grote schuld bij de gemeente [gemeente] . Verdachte wil graag een frisse start maken. Een gevangenisstraf zal dat niet mogelijk maken. Verdachte is in staat en bereid om een werkstraf te verrichten. De raadsvrouw verzoekt dan ook om aan verdachte een werkstaf op te leggen, eventueel gecombineerd met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf, een proeftijd voor de duur van twee of drie jaren en reclasseringstoezicht. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van de feiten Verdachte heeft zowel softdrugs en harddrugs in bezit gehad. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan de handel in softdrugs. Het gebruik van drugs is schadelijk voor de gezondheid van gebruikers. De handel in drugs vormt bovendien een schakel in de keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ernstig ontwricht en overlast kan veroorzaken. Verdachte heeft met zijn handelen alleen oog gehad voor zijn eigen financieel gewin ten koste van de volksgezondheid en daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van die keten van criminele activiteiten. Verder heeft verdachte een verboden wapen, te weten een gaspistool en bijbehorende munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van een dergelijk wapen brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en versterkt bovendien in de samenleving bestaande gevoelens van onveiligheid. Daarnaast heeft verdachte zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan uitkeringsfraude. Verdachte heeft een aanvraagformulier in strijd met de waarheid ingevuld en voor de uitkeringsinstanties verzwegen dat hij een gemeenschappelijke huishouding voerde en samenwoonde met [medeverdachte] . Verdachte heeft met zijn handelen misbruik gemaakt van het stelsel van sociale zekerheid zoals dat in Nederland geldt. Misbruik van sociale voorzieningen ondermijnt het sociale stelsel, welke stelsel zijn bestaansrecht ontleent aan het beginsel van maatschappelijke solidariteit met diegenen die dat in onze samenleving nodig hebben en daarvan afhankelijk zijn. Verdachte heeft met zijn handelen niet alleen zichzelf verrijkt, maar ook dit beginsel van solidariteit geweld aangedaan. De rechtbank neemt het verdachte in het bijzonder kwalijk dat hij er door de illegale verzwegen inkomsten uit de hasj- en wiethandel al een riante levensstijl op na hield ten tijde van het plegen van de uitkeringsfraude. Persoon van verdachte Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met: - een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 18 januari 2022; - een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland 22 november 2021 en een (aanvullend) advies van 25 januari 2022, opgesteld door S. Timmer, reclasseringswerker; Uit de reclasseringsadviezen blijkt dat er naar de inschatting van de reclassering enige aanwijzingen zijn dat begeleiding en/of behandeling van verdachte geïndiceerd is. In het verleden is blijkens de begeleiding die verdachte van de Justitieel Verslavingszorg en van de Jellinekkliniek ontving, sprake geweest van middelenproblematiek. Sociale contacten van verdachte brachten hem blijkens informatie van mevrouw [E] , de moeder van verdachte, in het verleden meermaals in problemen. De ietwat naïeve indruk die verdachte in september 2021 op de reclassering maakte, in combinatie met de naïviteit en beïnvloedbaarheid waarover mevrouw [E] sprak, geven enige aanleiding te veronderstellen dat mogelijk sprake is van beperkingen ten aanzien van de intellectuele vermogens van verdachte. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat er problemen spelen op het gebied van financiën. Gezien dat verdachte niet met de reclassering in gesprek wilde over het tenlastegelegde is het niet mogelijk gebleken risicofactoren in kaart te brengen. Indien zowel verdachte als de medeverdachte in deze strafzaak worden veroordeeld is naar inzicht van de reclassering de partnerrelatie aan te wijzen als recidive verhogende factor omdat er in dat geval mogelijk sprake is twee partners die elkaars pro criminele gedrag versterken. De strafmotivering De ernst van de feiten rechtvaardigt een gevangenisstraf. De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de feiten geen ruimte laat voor het (mede) opleggen van een werkstraf. De rechtbank zal een gedeelte van de gevangenisstraf wel in voorwaardelijke vorm opleggen. Met een deels voorwaardelijk strafdeel wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Tevens maakt dit verder toezicht en begeleiding door de reclassering mogelijk, wat de rechtbank noodzakelijk acht, inclusief de hierna te noemen bijzondere voorwaarden. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden is. Daarmee wijkt de rechtbank af van de strafeis van de officier van justitie, nu de rechtbank tot een mindere bewezenverklaring en een kortere periode waarbinnen de sociale zekerheidsfraude heeft plaatsgevonden, komt. 10BESLAG 10.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd om de inbeslaggenomen personenauto’s verbeurd te verklaren. Met betrekking tot het gas-, en seinpistool en de bijbehorende munitie, patronen en patroonhouders heeft de officier van justitie gevorderd deze te onttrekken aan het verkeer. Ten aanzien van de inbeslaggenomen hennep heeft de officier van justitie ter zitting te kennen gegeven dat deze hennep al is vernietigd. 10.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de auto’s die onder verdachte in beslag zijn genomen aan hem te retourneren. Van de overige goederen heeft verdachte ter zitting afstand gedaan. 10.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de volgende inbeslaggenomen voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Dit betreft de goederen zoals genoemd op de als bijlage 2 opgenomen beslaglijst onder de nummers 4 en 6 t/m 12. Nu verdachte ter zitting afstand heeft gedaan van de twee nephorloges (op de als bijlage 2 opgenomen beslaglijst onder de nummers 3 en 5), hoeft de rechtbank daarop geen beslissing meer te nemen. Met betrekking tot de inbeslaggenomen auto overweegt de rechtbank als volgt. Uit het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot deze BMW blijkt dat deze auto in november 2020 is gekocht voor (na inruil) € 3.400,- en dat er contant betaald is voor deze auto. Drugshandel gaat veelal gepaard met het genereren van (grote) hoeveelheden contant geld. De rechtbank stelt derhalve vast dat deze auto gekocht is met opbrengsten uit het onder feit 4 (parketnummer 16/236037-21) bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de auto daarom verbeurd verklaren. 11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 225, 227b van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 12BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - Verklaart het in de zaak met parketnummer 16/236037-21, feit 5 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Bewezenverklaring verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 16/236037-21, feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 en het ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 16/223720-21, feit 1 en feit 2 heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid verklaart het onder 6 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld; verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (zegge: twaalf) maanden; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 (zegge: zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 3 (zegge: drie) jaren vast; - als algemene voorwaarden gelden dat verdachte: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: * zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte woud 2 Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken et de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; * zich laat behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling; * meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden; * meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en/of drugs om het middelengebruik te beheersen De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd; * meewerkt aan een toeleiding naar passende dagbesteding en het behoudt daarvan, indien de reclassering dat nodig acht. waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Beslag - verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer: de goednummers 4, 6, 7, 8, 9, 10, 11 en 12; - verklaart het volgende voorwerp verbeurd: goednummer 1. Dit vonnis is gewezen door mr. C. van de Lustgraaf, voorzitter, mr. H.A. Gerritse en mr. A.J.R. Buisman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Gardenier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 maart 2022. Mr. C. van de Lustgraaf is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage 1: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: Zaak 16/236037-21 1hij op of omstreeks 31 augustus 2021 te Hilversum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4,34 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2hij op of omstreeks 31 augustus 2021 te Hilversum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1424 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/ of ongeveer 859 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep(toppen), zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3hij op of omstreeks 31 augustus 2021 te Hilversum, in elk geval in Nederland, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Umarex, kaliber 9mm P A.K., zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en/of munitie in de zin van 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten,- een of meerdere (knal)patro(o)n(en), kaliber 9mm, en/of- een of meerdere (pepper)patro(o)n(en), kaliber 9mm,voorhanden heeft gehad; 4 hij op een of meer tijdstippen, gelegen in of omstreeks de periode van 19 februari 2020 tot en met 17 juli 2021 en/of in of omstreeks de periode van 3 augustus 2021 tot en met 30 augustus 2021 te Hilversum, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meer (gebruikers)hoeveelhe(i)d(en), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep en/of een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 5 hij op een of meer tijdstippen, gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 augustus 2021 te Hilversum, in elk geval Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meer (gebruikers)hoeveelhe(i)d(
- en)cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materieel bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of een of meer (gebruikers)hoeveelhe(i)d(
- en)hennepolie, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennepolie, zijnde hennepolie en/of een of meer (gebruikers)hoeveelhe(i)d(
- en)hasjolie, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjolie, zijnde hasjolie, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Zaak 223720-21 1hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 december 2015 tot en met 14 maart 2016 in [woonplaats] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) geschrift(
- en)dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten, te weten:
- a)een aanvraagformulier verzoek om bijzondere bijstand, ondertekend op 8 december 2015en/ofb) een aanvraagformulier verzoek om bijzondere bijstand, binnengekomen op 14 maart 2016valselijk heeft opgemaakten/of heeft vervalst door:ad
- a)bij vraag 2 “Sinds de vorige aanvraag is mijn woon-, leef- en financiële positie (inkomen en vermogen) gewijzigd” het hokje ‘Nee, er is niets gewijzigd’ aan te kruisen en/ofad
- b)bij vraag 2 “Sinds de vorige aanvraag is mijn woon-leef- en financiële positie (inkomen en vermogen) gewijzigd” geen van de hokjes aan te kruisen,(telkens) met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 2hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 augustus 2014 tot en met 31 augustus 2021 te [woonplaats] , in elk geval in Nederland, (telkens) in strijd met een hem, verdachte, bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 van de Wet Werk en Bijstand (WWB) en/of artikel 17 van de Participatiewet (telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een (bijstands)uitkering krachtens de Wet Werk en Bijstand en/of de Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar (telkens) opzettelijknagelaten de gemeente [gemeente] en/of de Sociale Dienst (tijdig) in te lichten dat hij, verdachte, een gezamenlijke huishouding voerde en/of samenwoonde met [medeverdachte] . Bijlage 2: Beslaglijst 1. STK Personenauto 46BNNPD (Omschrijving: g2869520, blauw, merk: BWM) 2 1 STK Hennep 117 Sv - Vernietigen (Omschrijving: G2869903) 3 1 STK Horloge (Omschrijving: G2869844 WIT MET BLAUW KLOKJE, Goudkleurig, merk: ROLEX) 4 1 STK Taser 117 Sv - Vernietigen (Omschrijving: G2872993 TASER, Grijs) 5 1 STK Horloge (Omschrijving: G2869835 MET DONKERBLAUW, IN ZWARTE DOOS EN INSTRUCTIEBOEKJE, Goudkleurig, merk: BOSS) 6 1 STK Pistool GAS (Omschrijving: G2869465 MET HOUDER GEVULD MET PATRONEN EN 1 IN DE KAMER) 7 1 STK Patroonhouder (Omschrijving: G2869467 MINIMAAL 3 KNALPATRONEN IN DE HOUDER) 8 1 STK Patroon KNAL (Omschrijving: G2869469 UIT DE KAMER) 9 1 STK Munitie 10 2 DS Patroon (Omschrijving: G2869472 2 DOOSJES ZOLDER KLUIS ZWART PLASTIC ZAK) 11 1 STK Pistool SEIN (Omschrijving: G2869473 START PISTOOL) 12 1 STK Munitie (Omschrijving: G2882968 UIT HOUDER VAN KNALPISTOOL) Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in de aan deze zaak ten grondslag liggende processen-verbaal bevinden; te weten een proces-verbaal einddossier van 2 december 2021 (onderzoek 14Boeing/MD1R021043) en een aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 6 december 2021 (genummerd PL0900-2021277779-60), volgens de in dit dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pag. 20 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 21 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 27 (fotobijlage). Pag. 28 (fotobijlage). Pag. 29 (fotobijlage). Pag. 30 (fotobijlage). Pag. 31 (fotobijlage). Pag. 32 (fotobijlage). Pag. 33 (fotobijlage). Pag. 35 (fotobijlage). Pag. 38 (fotobijlage). Pag. 39 (fotobijlage). Pag. 42 (fotobijlage). Pag. 44 (fotobijlage). Pag. 51 (fotobijlage). Pag. 52 (fotobijlage). Pag. 56 (fotobijlage). Pag. 58 (fotobijlage). Pag. 59 (fotobijlage). Pag. 60 (fotobijlage). Pag. 62 (fotobijlage) . Pag. 63 (fotobijlage). Pag. 71 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 72 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 73 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 79 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 85 (proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming). Pag. 87 (inbeslagnamelijst doorzoeking). Pag. 89 (proces-verbaal onderzoek verdovende middelen). Pag. 90 (proces-verbaal onderzoek verdovende middelen). Pag. 207 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 208 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 209 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 211 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 212 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 214 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 219 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 220 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 176 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 177 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 179 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 183 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 184 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 187 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 188 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 190 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 191 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 193 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 194 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 195 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 198 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 235 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 236 (proces-verbaal van verhoor getuige). Pag. 239 (proces-verbaal van verhoor getuige). Pag. 231 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 232 (proces-verbaal van bevindingen). Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal bevinden; te weten een proces-verbaal, opgemaakt door de sociale recherche Gooi en Vechtstreek van 10 januari 2022, genummerd 180013-190005, alsmede de bij dit proces-verbaal behorende bijlagen, volgens de in dit dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pag. 116-118 (een geschrift, inhoudende een aanvraag WWB-uitkering). Pag. 120-122 (een geschrift, inhoudende een besluit van de gemeente [gemeente] ). Pag. 126-129 (een geschrift, inhoudende een formulier met betrekking tot het doorgeven van een adreswijziging). Pag. 132-133 (een geschrift, inhoudende een formulier Verzoek om bijzondere bijstand). Pag. 5 (proces-verbaal uitkeringsfraude). Pag. 10 (proces-verbaal uitkeringsfraude). Pag. 21-24 (proces-verbaal uitkeringsfraude). Pag. 238-337 (bijlage bij proces-verbaal uitkeringsfraude). Pag. 238-337 (bijlage bij proces-verbaal uitkeringsfraude). Pag. 69 (een geschrift, inhoudende een overzicht van de meterstanden van Vitens). Pag. 10 (proces-verbaal uitkeringsfraude sociale recherche Gooi en Vechtstreek). Pag. 352 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 353 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 355 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 71-74 (proces-verbaal van bevindingen, aangetroffen geld). Pag. 79 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 214 (proces-verbaal van bevindingen). Pag. 217 en 218 (kwitanties platte tv). Pag. 215 (kwitantie bank/longchair). Pag. 188-207 en 213-232 (bijlage overzicht banktransacties). Pag. 17 (proces-verbaal uitkeringsfraude). Pag. 134-161 (bijlage overzicht banktransacties). Pag. 14 (proces-verbaal uitkeringsfraude). Pag. 18-21 (proces-verbaal uitkeringsfraude). Pag. 21 (proces-verbaal van uitkeringsfraude). Pag. 505 (proces-verbaal van bevindingen [straat] ). Pag. 506 (proces-verbaal van bevindingen [straat] ).