← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:965

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 21/3577 T2 tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2022 in de zaak tussen [eisers] , allen uit [woonplaats] , eisers (gemachtigde: mr. L. van Schie-Kooman), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen, verweerder (gemachtigde: E. Schaap Enterman-Drent). Als derde-partij neemt aan het geding deel [derde partij] te [woonplaats] (gemachtigde: drs. S.A.N. Geerling). Procesverloop In de tussenuitspraak van 10 februari 2022 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak. Bij brief van 9 maart 2022 heeft het college de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen. Overwegingen Het college heeft zijn verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd. De rechtbank verwijst naar de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 april 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BM4478) en 21 september 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BT2162). De reden waarom het college de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat het niet haalbaar is gebleken om, vanwege personele problemen, binnen de gestelde termijn te reageren. De rechtbank acht dit een bijzonder geval dat verlenging van de termijn rechtvaardigt, omdat de oorspronkelijk bepaalde termijn te kort is gebleken en elke andere beslissing van de rechtbank - met name de einduitspraak waarbij het college de opdracht krijgt een nieuw besluit te nemen - naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Beslissing De rechtbank: - draagt het college op om binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken te herstellen; - stelt het college in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tweede tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak; - houdt iedere verdere beslissing aan. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. T.E.G. van Heukelom, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2022. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.