← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:1031

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 10201150 UA EXPL 22-1476 NS/20854 Vonnis van 22 februari 2023 inzake de naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V., gevestigd te Utrecht, verder ook te noemen Zilveren Kruis, eisende partij, gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V., tegen: [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen [gedaagde] , gedaagde partij, procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. In het dossier zitten de volgende stukken: de dagvaarding met producties van 17 oktober 2022; het proces-verbaal van de rolzitting van 7 december 2022 met de reactie van [gedaagde] ; de brief van 13 december 2022, waarmee een mondelinge behandeling is bepaald; de specificatie en schriftelijke toelichting van Zilveren Kruis met de reactie op het verweer van [gedaagde] , van 5 januari
  2. 1.
  3. De mondelinge behandeling is gehouden op 1 februari
  4. [gedaagde] was aanwezig. Namens Zilveren Kruis is [naam] aanwezig geweest. Partijen hebben de standpunten toegelicht en antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter en de griffier. 1.
  5. Hierna is vonnis bepaald. 2Waar gaat de zaak over? 2.
  6. [gedaagde] had een zorgverzekering bij de rechtsvoorganger van Zilveren Kruis, Avero Achmea. 2.
  7. De zorgverzekering is op 5 januari 2021 beëindigd omdat [gedaagde] geen vaste woon en verblijfplaats had. Sinds 2022 is [gedaagde] verzekerd bij FBTO. 2.
  8. Volgens Zilveren Kruis heeft [gedaagde] niet alle premie, eigen risico of eigen bijdrage op tijd betaald. Zij wil een veroordeling tot betaling van openstaande posten, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] heeft daartegen in zijn eerste reactie geen verweer gevoerd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij aangevoerd dat het om oude posten gaat die hij niet kan controleren. 3Wat vindt de kantonrechter ervan? 3.
  9. Volgens Zilveren Kruis heeft [gedaagde] niet alle premies en zorgkosten op tijd betaald. Ter onderbouwing van haar vordering heeft Zilveren Kruis een financieel overzicht overgelegd. Uit de specificatie blijkt dat de volgende posten tot 5 januari 2021 opstaan: factuurdatum soort bedrag ------------------------------------------------------------------------------- 13-10-2012 zorgnota € 186,31 01-12-2013 premie € 210,88 01-01-2013 premie € 209,76 01-02-2013 premie € 209,76 01-08-2013 premie € 209,76 02-08-2013 zorgnota € 136,78 01-09-2013 premie € 209,76 01-10-2013 premie € 209,76 04-11-2013 zorgnota € 16,27 06-12-2017 zorgnota € 16,48 01-08-2018 zorgnota € 21,72 08-10-2018 zorgnota € 363,28 -------------------------------------------------------------------------------- TOTAAL € 2.000,52 3.
  10. Hoewel Zilveren Kruis heeft aangevoerd dat [gedaagde] de vordering heeft erkend en dus voor toewijzing gereed ligt, wijst de kantonrechter de vordering in beginsel niet direct toe. Weliswaar heeft [gedaagde] tijdens de rolzitting van 30 november 2022 verklaard dat de gevorderde hoofdsom mogelijk correct is, dit betekent echter niet automatisch dat [gedaagde] ook het vorderingsrecht heeft erkend. Het geschil in deze zaak betreft dan ook de vraag of Zilveren Kruis een vorderingsrecht heeft op [gedaagde] . De kantonrechter overweegt daartoe als volgt. Verjaring 3.
  11. Uit de dagvaarding en de later toegestuurde specificatie maakt de kantonrechter op dat de gevorderde posten zeer oud zijn. Het is daardoor aannemelijk dat deze posten zijn verjaard. Zowel bij de dagvaarding als bij de specificatie heeft Zilveren Kruis geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de verjaring is gestuit. Tijdens de mondelinge behandeling is Zilveren Kruis in de gelegenheid gesteld hier nader uitleg over te geven. Zilveren Kruis heeft vervolgens aangevoerd dat meerdere incassobureaus betrokken zijn geweest bij deze zaak, maar dat door de toen onbekende woon en verblijfplaats van [gedaagde] er niet actief kon worden ingevorderd. De kantonrechter is van oordeel dat Zilveren Kruis onvoldoende heeft onderbouwd dat de verjaring hierdoor is gestuit. Zilveren Kruis heeft geen bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat een stuitingsbrief [gedaagde] heeft bereikt. Het verzoek van Zilveren Kruis om alsnog bewijs te mogen leveren, wijst de kantonrechter af. Het is de taak van Zilveren Kruis om voorafgaand aan de mondelinge behandeling de door haar gestelde vordering voldoende te onderbouwen, mede ook omdat zij vanwege de zeer oude posten hier vragen over kon verwachten. Daarnaast is in de brief van de rechtbank van 13 december 2022 Zilveren Kruis verzocht om de vordering te specificeren. Dit heeft Zilveren Kruis onvoldoende gedaan. Eerdere procedures 3.
  12. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Zilveren Kruis verklaard dat zij niet bekend is met eerdere vonnissen. De kantonrechter is echter wel ambtshalve bekend met twee eerdere gewezen verstekvonnissen uit februari 2014 en maart 2019 op vordering van de rechtsvoorganger van Zilveren Kruis, Avero Achmea. Aangezien de huidige vordering bestaat uit posten uit 2012, 2013, 2017 en 2018, is het zeer goed mogelijk dat deze posten al (gedeeltelijk) zijn meegenomen in deze twee verstekvonnissen. Zilveren Kruis heeft op de mondelinge behandeling dit niet uit kunnen sluiten. 3.
  13. Geconcludeerd moet worden dat Zilveren Kruis haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. Omdat Zilveren Kruis dit onvoldoende heeft gedaan, is het vorderingsrecht van Zilveren Kruis niet vast komen te staan en wijst de kantonrechter de gehele vordering af. 3.
  14. Zilveren Kruis heeft € 363,10 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Omdat de hoofdvordering wordt afgewezen, zullen ook de gevorderde buitenrechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden afgewezen. 3.
  15. Omdat Zilveren Kruis in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De proces kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
  16. wijst de vordering af; 4.
  17. veroordeelt Zilveren Kruis tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil; 4.
  18. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2023.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.