RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/208878-22 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 3 april 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1957] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 17 november 2022 en 20 maart 2023. Op 20 maart 2023 vond de inhoudelijke behandeling plaats. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. R.D.A. van Boom, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1: op 18 augustus 2022 te Veenendaal samen met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad 17.040 gram hasjiesj en 59.383 gram hennep; Feit 2: op 18 augustus 2022 te Veenendaal samen met anderen voorwerpen voorhanden heeft gehad die bestemd zijn tot het plegen van in artikel 11, derde of vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat slechts kan worden bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van de verdovende middelen aangetroffen in het voertuig waarin hij reed. De raadsman heeft daarnaast vrijspraak bepleit van het onder feit 2 ten laste gelegde. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Vrijspraak feit 2 De rechtbank overweegt dat verdachte op basis van het strafdossier wel in verband kan worden gebracht met het pand aan de [adres] in [woonplaats] , maar er is onvoldoende bewijs voor zijn betrokkenheid bij de daarin aangetroffen goederen die bestemd zijn voor de grootschalige/bedrijfsmatige teelt van hennep. Weliswaar is verdachte wel eens in voornoemd pand aanwezig geweest, maar is niet vast te stellen of verdachte ook in de ruimte is geweest waar de goederen voor de grootschalige teelt van hennep lagen opgeslagen. Eveneens valt niet vast te stellen of verdachte enige beschikkingsmacht had over voornoemde goederen (zoals de in het pand aangetroffen grote hoeveelheid hennep en hasj). De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken het onder 2 ten laste gelegde feit. 4.3.2. Bewezenverklaring feit 1 De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich op 18 augustus 2022 in Veenendaal schuldig heeft gemaakt aan het aanwezig hebben van hennep. Ter terechtzitting heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd. De verdediging heeft voor dit feit, voor zover hierna bewezen verklaard, geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden hoeft de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering de bewijsmiddelen niet uit te werken, maar kan worden volstaan met het opsommen van de bewijsmiddelen. De rechtbank heeft voor het bewijs de volgende bewijsmiddelen gebruikt: de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting; een proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2022 betreffende de aanhouding van verdachte en de inbeslagname van de hennep; - een proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2022 betreffende de aanhouding van medeverdachte [medeverdachte 1]; - een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] van 11 oktober 2022 - een proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2022 betreffende de aanhouding van medeverdachte [medeverdachte 2]; - een proces-verbaal van bevindingen van 19 augustus 2022 betreffende het onderzoek aan de in beslag genomen hennep; - een proces-verbaal van bevindingen van 20 augustus 2022 betreffende het onderzoek naar de Iphone van verdachte; - een proces-verbaal van bevindingen van 20 augustus 2022 betreffende het onderzoek naar de Nokia van verdachte; - een proces-verbaal van bevindingen van 25 augustus 2022 betreffende het onderzoek naar de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2]; - een proces-verbaal van bevindingen van 25 augustus 2022 betreffende het onderzoek naar de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1]. Medeplegen Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte in een Opel Vivaro hennep vervoerde in opdracht van (een) ander(en). Die hennep had hij kort daarvoor opgehaald in het pand aan de [adres] in [woonplaats] . In dit pand werd, kort na de aanhouding van verdachte, medeverdachte [medeverdachte 2] aangetroffen. Medeverdachte [medeverdachte 1] werd aangetroffen in de Ford Focus die een tijdlang achter de Opel Vivaro had aangereden. Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] volgt dat hij op het vervoer van hennep toezag. De berichten in de telefoons van verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wijzen erop dat zij drieën ten behoeve van het vervoer van de hennep met elkaar in contact stonden. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte het feit heeft gepleegd in nauwe en bewuste samenwerking met anderen, waaronder in ieder geval [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . De bijdrage van verdachte was daarbij van voldoende gewicht om van medeplegen te spreken. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: op 18 augustus 2022, te Veenendaal, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 29.420 gram hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren; een taakstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht; een geldboete ter hoogte van € 5.000,00. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte zich bezighield met de bevoorrading van coffeeshops. Met deze achterdeurproblematiek, die het gevolg is van keuzes gemaakt door de wetgever, moet in strafverminderende zin rekening worden gehouden. De raadsman heeft verzocht aan verdachte een taakstraf op te leggen, lager dan door de officier van justitie geëist. Een geldboete acht hij geen passende straf gelet op verdachtes financiële positie. De raadsman heeft zich ten aanzien van een voorwaardelijke gevangenisstraf gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep, namelijk bijna dertig kilo. Verdachte vervoerde de hennep in opdracht van (een) ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.