RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht Zaaknummer: UTR 22/4372 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2023 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroepschrift dat eiser heeft ingediend op 10 augustus
- Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-.
- Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
- De rechtbank heeft eiser op 30 oktober 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. De aangetekend verzonden brief is door eiser niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, aan eiser ter kennisneming per gewone post toegezonden. In deze brief is aangegeven dat de termijn uit de brief van 30 oktober 2022 niet opnieuw aanvangt.
- De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
- Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb).
- De rechtbank stelt vast dat eiser ook geen kopie van de uitspraak op bezwaar en geen NAW-gegevens heeft ingediend, terwijl de rechtbank hier wel om heeft gevraagd bij aangetekende brief van 10 november
- Ook om die reden is het beroep niet-ontvankelijk.
- Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
- Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 maart
- de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.