RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/5394 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2023 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres gemachtigde: P.A.M. Staal en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 10 augustus
- Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
- Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
- In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 10 augustus
- Het beroepschrift had dus uiterlijk op 21 september 2022 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 17 november
- Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
- Gemachtigde zegt dat eiseres te laat was, omdat verweerder het besluit naar een onjuist adres heeft verzonden. Eiseres woont daar al lang niet meer en dat is bij verweerder bekend. Dit is geen geldige reden, omdat niet is gebleken dat eiseres een adreswijziging aan verweerder heeft doorgegeven. De enkele stelling dat verweerder bekend is met de adreswijziging is onvoldoende. Dit is namelijk niet onderbouwd met bewijstukken. Verweerder heeft het besluit toegestuurd naar het op dat moment bij verweerder bekende adres, waardoor het besluit op de juiste wijze bekendgemaakt. Daarbij heeft eiseres op 22 september 2022 telefonisch contact opgenomen met het klant contact centrum van verweerder met de vraag binnen welke tijd zij in beroep moet gaan. Hierdoor staat vast dat eiseres op 22 september 2022 op de hoogte was van het besluit. Het beroep is op 15 november 2022 door verweerder en op 17 november 2022 door de rechtbank ontvangen. De rechtbank merkt op dat eiseres ook na het telefonisch contact met verweerder niet binnen zes weken beroep heeft ingesteld.
- Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Daarom zal het beroep niet inhoudelijk worden behandeld.
- Van proceskostenvergoeding is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Burggraaf, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.