RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/4894 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2023 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser, en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, verweerder. Procesverloop Eiser is in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag. Op 9 december 2022 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op eisers aanvraag. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 9 december 2022, doorgestuurd naar verweerder om te behandelen als bezwaar. Deze uitspraak gaat over het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eisers aanvraag. Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
- Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Dat is wat eiser heeft gedaan. Inmiddels heeft verweerder wel een besluit genomen. Eiser heeft hier bezwaar tegen ingesteld en de rechtbank heeft dit bezwaar doorgezonden naar verweerder.
- Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn is overschreden. Eiser heeft meer dan twee weken na de ingebrekestelling, te weten op 23 september 2022, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek.
- Nu verweerder een besluit heeft genomen, heeft hij gedaan wat eiser wilde en de rechtbank hoeft dit dan ook niet meer aan verweerder op te dragen. Dat eiser het niet eens is met de inhoud van het besluit en stelt dat verweerder niet is ingegaan op bepaalde informatie waar hij om heeft gevraagd maakt dat niet anders. Verweerder heeft in het besluit van 9 december 2022 aangegeven dat hij, in tegenstelling tot het initiële plan, in één keer een besluit over alles neemt in plaats van meerdere deelbesluiten. Als eiser vindt dat verweerder ten onrechte niet op alles is ingegaan, is dat iets wat hij in bezwaar naar voren kan brengen
- Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat verweerder zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat verweerder heeft beslist, heeft het beroep van eiser geen zin meer. Dit belang kan ook niet gelegen zijn in het ontvangen van een bestuurlijke dwangsom omdat dit niet mogelijk is bij verzoeken in het kader van de Wet open overheid. Eiser heeft daarom geen belang meer bij zijn oorspronkelijke beroep (geen procesbelang).
- Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer rechter, in aanwezigheid van L. Ruizendaal-van der Veen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 april
- de griffier de rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.