RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-057994-21 Vonnis van de meervoudige kamer van 11 mei 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1999] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 juni 2021, 23 augustus 2021, 1 november 2021, 12 januari 2022, 14 oktober
(5)hebben we daar gelegd,...(ntv). wou niet bij zijn Osso laten. NNman: Welke spullen? [verdachte] : Mijn batties enz.(de rechtbank begrijpt dat, gelet op pagina 267 van het OVC-dossier, met battie een accu wordt bedoeld) NNman: Ja, toch, oke, is goed broer. Kijk maar...connect mij als je... [verdachte] : Ik ga hem blijven bellen... NNman: ...(ntv)... [verdachte] : Professor, ik heb nu bericht. Ik ga nu naar hem osso. In ieder geval, wat moet ik doen. Bij mijn osso.. NNman: Oke, is goed. Gepiep van een telefoon die kennelijk niet opneemt. [verdachte] : Kanker [medeverdachte 5] man. Kom op man. Uit het OVC012-gesprek in de Volkswagen Polo van [verdachte] met sessienummer 8739 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [Rechtbank: [verdachte] is [verdachte] in dit gesprek] [medeverdachte 5] : Ik moet sowieso langs mijn moeder. [verdachte] .: Ja. [medeverdachte 5] : Ja. [verdachte] .: Is goed jongen. [medeverdachte 5] : Moet mijn muts daar... NN: Ik heb hier een muts voor je. Hij is nieuw, hij is in de zak. Onderstaande gesprekken vinden plaats na het aantreffen van de hiervoor genoemde Audi RS6 op de A27 (chronologisch weergegeven) Uit het OVC012-gesprek in de Volkswagen Polo van [verdachte] met sessienummer 8792-8800 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [verdachte] : ben je gek geworden dan, die auto is weg en in beslag genomen is. [verdachte] : [naam] ik weet niet of je bewust bent wat er allemaal in de kofferbak zit, het is 1,5 jaar gevangenisstraf. [naam] : nee hoezo. nee [verdachte] : alleen dat niet, voor de rest alles zit erin. [naam] : ik weet niet wat je allemaal nodig hebt. [verdachte] : Ja genoeg, voetjes, moker, shukker, gemaakt ding. [naam] : gemaakt ding. ontsteker ? [verdachte] : dat is voorbereiden “Arof (Plof) [naam] vraagt hem of het echt waar is. [verdachte] : bivi’s, handschoenen, amo ..jerry's...en elke agent weet dat die jerry’s gebruikt worden voor Arof (Plof). Met die grote sporttas, schoonmaak spullen. [naam] : nog net geen kanno!!! [verdachte] : alleen geen batties, dan was het plaatje compleet. [naam] : het is wel erg wollah. [verdachte] : Ik heb ze eruit gehaald jongen ik zei nog tegen hem zal ik deze batties eruit halen. [bijnaam medeverdachte 5] zei tegen mij laat ze er in. Ben je gek geworden ofzo. (…) [verdachte] : topteam, ik heb topteam gefikst en alles. Weetje hoeveel. Ik, driver en professor, die andere, was alleen meegegaan, omdat die alleen op zijn naam staat, maar ja, hij is goed voor moker enz. voor spullen doorgeven. [naam] : het is nu vijf uur. [verdachte] : “Tzzz...nu hadden we hem in de lucht gegooid en we waren allang in...we zouden nu bijna Holland inrijden, als het goed is”. [naam] : we waren sowieso al hier, aan het pompen. [verdachte] : ja, we zouden nu aan het terug pompen, ja, of we zouden misschien doorrijden naar een tweede. Dat was de planning vriend. We zouden doorgassen naar een tweede hokje. [naam] : wouden jullie er twee doen?. [verdachte] : als het niet heet was, als het rustig was. [naam] : wacht, wacht, zouden jullie een hokje met vier doen? [verdachte] : ja, daarom zouden we doorgaan naar een tweede. Uit het OVC012-gesprek in de Volkswagen Polo van [verdachte] met sessienummer 8862-8864 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [verdachte] : Gisteren zou ik vertrekken, die jongens met wie ik die zesje heb gehuurd. [medeverdachte 5] wou niet weten waar, hij zei kom jij en [naam] (fon) naar de box en hun hoeven niet te weten wat mijn box is. In ieder geval klaar, we gaan naar die box toe halen spullen op alles. Alle spullen klaar en in de auto. Auto afgetankt uit de box, we hebben begrenzer eraf gehaald zelf bij zo een bedrijf. We wouden hem nog testen en hadden de top nog niet gehaald, je weet toch. We moesten nog twee gasten ophalen en klaar en gassen, gassen gassen. We konden bij Groenekan eraf en wilden hem testen, drukken, drukken, Die auto zat op 270, 280 zo en toen zei hij hij doet niks meer. Alles zat in die auto en ik zeg tegen [medeverdachte 5] laat hem uitrollen zover mogelijk. Hij laat hem uitrollen zo ver mogelijk, laat hem zo ver mogelijk uitrollen en hij geeft aan de bak is kapot. [verdachte] : Heel de saus zat in de auto jerry’s alles. Ik begin al met spullen pakken want je weet we gaan rennen, je weet toch. (…) [verdachte] : (…), we gaan rennen geen tellie bij ons, we gaan rennen weg van die RS6 en vroeg om die Batra’s. Ik terug naar die RS6 Batties gepakt, ik denkt die jammer ligt in de kofferbak, ze zien zien ons live claxonneren. (…) Ik heb alsnog die batties gepakt ie weilanden. ntv. als ik was aangehouden. 150 meter ik was buiten adam Ik had die batties in mijn handen, jammer hier, uiteindelijk Via via belde ik [naam] hij was met jou broertje doen hebben zij met opgehaald bij Maartensdijk. Ik belde [naam] en zei haal die zesje op maar was te laat de politie was er al. Hij rijd daar naartoe was het al te laat. [C] : Zaten er gestolen kentekenplaten op? [verdachte] : Nee. [C] : hebben ze meegenomen. Wat heb je erin gelaten? [verdachte] : Hele pakket behalve battie’s. [C] : hoe bedoel je ? [verdachte] : alles behalve batties. (…) [C] : Je zou 2 keer doen. [verdachte] : Ja, we zouden twee knallen. [C] : Jullie hebben ook honger. [verdachte] : Nee, maar [naam] zou het doen. Buitenkant, op de parkeerplaats. We hebben die 6 gechipt, we hebben nieuwe banden, we hebben ruitenwissers gedaan. [C] : Alles? [verdachte] : Ja, man het is net als of het onze eigen auto is vriend. We hebben 4 Max eraf gehaald, we hebben nieuwe banden gedaan, (…) Nieuwe ruitenwissers, met het laatste geld dat ik had. Uit de verklaring van [verdachte] afgelegd op de zitting van 6 februari 2023 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : De voorzitter vraagt verdachte of hij degene is die is te horen in de OVC012-gesprekken met sessienummers 8862 t/m 8868 en of hij degene is die zegt ‘gisteren zou ik vertrekken, die jongens met wie ik die zesje heb gehuurd’. De verdachte antwoordt dat hij dat is. Onderstaande gesprekken hebben plaatsgevonden op 20 december 2020 (chronologisch weergegeven) Uit het OVC012-gesprek in de Volkswagen Polo van [verdachte] met sessienummer 13788 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [verdachte] : “Ewa? Je hebt lekker geslapen, zie ik. Ik ben vroeg wakker geworden man voor die kanker kabels vriend. (…) ik heb eentje kanker, kanker opgehaald een zwarte kabel voor taser. (…) [verdachte] : “Vandaag lukt wel broer, als je alle Jerry’s gaat regelen, dan kunnen we vanavond vertrekken, kabels zijn er, taser zijn er ook, twee. En misschien die andere kan ik die terugbrengen. Kom, kom, rijd tenminste, rij tenminste...Aalsmeer, ja. Ik wil nu, nu, naartoe gaan, ik wou Jerry’s pakken”. Uit het OVC012-gesprek in de Volkswagen Polo van [verdachte] met sessienummer 13827 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [verdachte] : Waarom? Maar [bijnaam medeverdachte 5] , ik maak je wakker met een reden, ik maak je niet wakker om buiten te spelen of jointje te spelen. Ja, nu pas. ik zweer op Allah, morgenmiddag om twee uur moet je wakker zijn, ik zweer op Allah. [bijnaam medeverdachte 5] : Twee uur? [verdachte] : Ja, twee uur, dan kunnen we alles in alle rust doen, zonder te haasten, (…) [verdachte] : Snapje dat tijgertje van mij, hoe gaat het met [A] en je vrouw, vrouw en kind. Uit het OVC012-gesprek in de Volkswagen Polo van [verdachte] met sessienummer 13837 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [verdachte] belt uit met NNman. [verdachte] : We hebben sowieso 6 a 7 barkies nodig voor de benzinetank, het zijn 14 jerry’s broer, het zijn 14 jerry’s...het is een hoop geld. Snapje? Uit het OVC012-gesprek in de Volkswagen Polo van [verdachte] met sessienummer 14092-14094 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [verdachte] ; Auto is rood of auto is zo, [medeverdachte 5] : hij heeft zeker een kk-opvallende kleur, weet nu al.. [verdachte] ; Nee,..drukken, sirenes aan, KA- stopteken, gaaaaaaas..pappa. [medeverdachte 5] : Als die rood is, heb je echt een probleem hoor. [verdachte] : whollah, ik zeg hij is rood, ik zeg het alvast tegen jou, [medeverdachte 5] : Dan ben je echt gek dat je dat hebt gedaan. Pannekoek, al ga je 3 kilometer er overheen, al ga je 800 kilometer er overheen, ze zijn de hele dag op zoek naar een rode auto. Die rijden echt niet veel op de snelweg he, (…) [medeverdachte 5] : heb je hem daar opgehaald? [verdachte] : nee ergens anders, in Doutzroe, (…) [verdachte] belt nog een keer naar [medeverdachte 5] , en zegt morgen 12:30 uur wakker worden he. [medeverdachte 5] zegt dat het goed is. [verdachte] zegt tegen NNman (wss Joker) wat moeten we nu nog allemaal regelen? Ik ga zo die, die elektriciteit (taser) en die kabel aan die Touba geven, kan je Bievie regelen voor hem? (…) Ook jij moet olie gaan verversen. Onderstaande gesprekken hebben plaatsgevonden op 23 december 2020 (chronologisch weergegeven) Uit het OVC012-gesprek in de Volkswagen Polo van [verdachte] met sessienummer 14204 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [verdachte] : Waarom pakje mijn bundel af? [medeverdachte 5] : dertig, ik ga je ziek maken. Ik ga je helemaal ziek maken. Plofkraker!!! Uit het OVC012-gesprek in de Volkswagen Polo van [verdachte] met sessienummer 14209-14211 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [verdachte] : Luister eens? Ik moet twee jerry’s nog doen, ik moet. Twee bij jou in de auto en twee bij mij in de auto. Dan gaan we die twee snel vullen en dan gaan we... (…) [medeverdachte 5] : Double deze is een Atje. NNman: Ja. Deze zit goed uit toch? [medeverdachte 5] : Wat? NNman: Die plek?? [medeverdachte 5] : Jawel. NNman: (ntv) dertig seconden, geven, geef. Ik heb een Watchtje bij me. Ik weet die jongens, die gaan zeggen, ja, ik ga tellen, tellen en het is dan twee minuten. We moeten tellen. NNman: Is het in Düsseldorf zelf? [medeverdachte 5] : Toestoes (nee, niet). NNman: iets ... (…) [medeverdachte 5] : Kijk, ik wou zo gaan. NNman: Maar wat staat daar op die hoek, wat staat daar. [medeverdachte 5] : Hoe komen ze....ik weet het niet, ik denk dat dit 5 a 6 is. Kijk we gaan zo, kijk rechtdoor., rechtdoor, rechtdoor...kijk we gaan hier naar links, en we rijden omhoog...omhoog, we kunnen hier op, maar . kijk NNman: Weetje hoe je gaat rijden daar? [medeverdachte 5] : Ja, je gaat 46 erop, Uit het proces-verbaal van bevindingen over de situatie ter plaatse na het ongeval op 23 december 2020 blijkt het volgende : Op woensdag 23 december 2020 bevond ik mij naar aanleiding van een verkeersongeval op de Rijksweg A2 (…). Ongeveer 300 meter na het autowrak met daarin nog een persoon zag ik ook een auto staan. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat dit de rode Audi RS6 betrof die me kort daarvoor had ingehaald. (…) Ik hoorde van een omstander dat de inzittenden van deze Audi waren gevlucht. (…) Ik zag door de kapotte achterruit dat in de achterbak witte jerrycans stonden. Ik voelde dat in een van deze jerrycans vloeistof zat omdat deze zwaar was. Uit het verhoor van [verdachte] blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : Verdachte vertelt dat hij in de Audi heeft gezeten. Dat hij tijdens de aanrijding op de A2 ook rechts voorin heeft gezeten. Dat na de aanrijding iedereen is weggerend. Partiële vrijspraak Als voorbereidingshandeling is onder andere tenlastegelegd de deelneming aan het plannen van een of meer plofkraken in Duitsland door te spreken en/of afspraken te maken over de locatie van de pinautomaten, benodigde (huur)voertuigen, data, tijdstippen, benodigde hoeveelheden geld en/of benodigd aantal personen voor het uitvoeren van plofkraken. Op grond van artikel 46 Wetboek van Strafrecht is de voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld strafbaar, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen bestemd tot het begaan van dat misdrijf verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft. De voorbereidingsmiddelen zijn limitatief opgesomd. Het spreken over plofkraken is geen middel dat in artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar is gesteld. Praten over plofkraken, hoe concreet ook, is niet strafbaar. De rechtbank verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Bewijsoverweging Voor beantwoording van de vraag of de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen zijn bewezen, moet komen vast te staan dat de in de tenlastelegging omschreven voorwerpen, stoffen en vervoermiddelen bestemd waren tot het begaan van het misdrijf, in dit geval het teweegbrengen van een ontploffing, een zogenoemde plofkraak. Daartoe dient te worden beoordeeld of de middelen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen van de verdachte, dienstig konden zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik daarvan voor ogen had. De rechtbank acht op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de voorbereidingshandelingen van een plofkraak. Op 31 oktober 2020 is een grijze Audi RS6 voorzien van het Duitse kenteken [kenteken] aangetroffen op de vluchtstrook van de A
- In deze auto zijn meerdere plofkraak gerelateerde goederen aangetroffen, waaronder jerrycans, waarvan één vermoedelijk gevuld met benzine, breekijzers, bivakmutsen, een kabel met lans en taser. Het is bekend dat deze combinatie van voorwerpen worden gebruikt voor het plegen van plofkraken. Uit de OVC-gesprekken voorafgaand en na het aantreffen van de Audi RS6 volgt dat verdachte de auto gereed aan het maken was door de begrenzer er af te halen en de ruitenwissers en banden te vervangen. Na het aantreffen van de Audi RS6 volgt uit de OVC-gesprekken dat verdachte ‘gisteren zou vertrekken met jongens met wie die zesje heeft gehuurd’ en dat wat er in de kofferbak ligt ‘1,5 jaar gevangenisstraf’ oplevert volgens verdachte, omdat het ‘voorbereiden plof’ is. Verdachte heeft verklaard dat hij wel eens een auto heeft gestolen met behulp van een OBD-kastje. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de Audi RS4 met kenteken [kenteken] in Utrecht [wijk] tussen 3 en 4 november
- Deze auto is diezelfde nacht na een achtervolging met de politie uitgebrand teruggevonden. Dat de auto niet gestolen was met het doel deze in de brand te steken behoeft geen uitleg, en volgt ook rechtstreeks uit het OVC012-gesprek met sessienummer 9234 waarin verdachte aangeeft dat zij de auto in een box wilden zetten, maar dat er een politieauto aan kwam rijden en zij gevlucht zijn. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort snelle auto’s wordt gebruikt bij het plegen van ernstige delicten om aan de politie te kunnen ontkomen. Dat verdachten die intentie hadden, kan ook worden afgeleid uit het prepareren van de Audi RS6 van enkele dagen daarvoor. Omdat die RS6 klaarblijkelijk onverwacht ermee stopte, gaat de rechtbank gaat er vanuit dat de gestolen Audi RS4 ter vervanging van de Audi RS6 diende. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de gestolen auto en de in de Audi RS6 aangetroffen voorwerpen kennelijk bestemd waren voor het plegen van plofkraken. Verdachte bekent zijn betrokkenheid bij de plofkraak in Wachtendonk en de poging plofkraak in Geldern. Uit de bij deze feiten genoemde bewijsmiddelen volgt dat gebruik is gemaakt van explosieve stoffen en/of explosieve pakketjes. Nu verdachte zelf heeft verklaard dat hij uitvoerder bij de (poging) plofkraken was, heeft hij daarmee explosieve stoffen en/of explosieve pakketjes voorhanden gehad. Daarnaast heeft verdachte samen met anderen op 20 december 2020 kabels en tasers voorhanden gehad. Op 23 december 2020 is er een dodelijk ongeluk veroorzaakt. Verdachte heeft bekend die avond in de auto te hebben gezeten die een aanrijding heeft veroorzaakt. In de auto zijn meerdere jerrycans gevonden, waarvan er één gevuld was met benzine. In de dagen voorafgaand aan deze testrit wordt door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 5] uitgebreid gesproken over het ophalen van kabels, jerry’s, bievie’s (de rechtbank begrijpt: bivakmutsen) en een taser en het zoeken naar een zogenaamde “snelle" auto om mee te gaan “racen” en “werken”. Vervolgens wordt er een rode Audi geregeld, waar het ongeluk ook mee is veroorzaakt, en wordt er gesproken over dat ze gaan vanavond en over Duitsland. [medeverdachte 5] roept op 23 december 2020 tegen verdachte: “Ik ga je helemaal ziek maken. Plofkraker!!!” De rechtbank is van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten de beschikking hebben gehad over voorwerpen, voertuigen en stoffen die gezamenlijk en in onderling verband gezien bestemd waren voor het plegen van een plofkraak. De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich in de periode van 16 juli 2020, wanneer hij met een accu op de camerabeelden van de [straat] te zien is, tot en met 23 december 2020 heeft bezig gehouden met strafbare voorbereidingshandelingen in het kader van het plegen van plofkraken. 5.3.6 Aanvullende bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1: crimineel samenwerkingsverband De rechtbank verwijst voor de bewijsmiddelen die zien op het crimineel samenwerkingsverband naar de bewijsmiddelen weergegeven onder de feiten 3, 4, 5 en
- Zoals volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de plofkraak in Wachtendonk (feiten 3, 4 en 5) en de poging plofkraak in Geldern (feit 6). De rechtbank volstaat met een aantal aanvullende bewijsmiddelen. Instructie uitvoering plofkraak Uit het OVC010-gesprek in de woning van [medeverdachte 6] met sessienummers 20196 en 20197 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : N: ben je daar heen geweest? A: Nee ik heb een filmpje gezien. N: heb je die film? A: Ja. A: En hier stonden ook die Pinnies...hier stond 1 pinnie dus vandaar dat ik weet, en ik weet dat hij altijd die filmpjes maakt, laat die het zo zien Uit het proces-verbaal stemherkenning [medeverdachte 1] instructiefilmpje onderzoek Basalt blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : Vanuit het onderzoek 31NIX20 werd duidelijk dat de explosievenstof TATP mogelijk geleverd was door iemand uit Groningen. Door de districtsrecherche Groningen bleek onderzoek naar het voornoemde incident te zijn ingesteld onder de onderzoeknaam “Basalt”. Met verkregen toestemming vanuit onderzoek Basalt werd een veiliggesteld instructiefilmpje door ons onderzocht voor een stemherkenning. Dit bestand betrof een video (een instructiefilmpje), waarbij door een persoon duidelijk werd gemaakt hoe je vanuit het uitgifte gedeelte van een ATM, merk WINCOR NIXDORF, bij het kluisgedeelte kon komen. Dit werd duidelijk gemaakt door middel van het inbrengen van een rolmaat, welke werd uitgeschoven en via een opening van uitgifte in het kluisgedeelte uitkwam. Door een mannelijke stem werd het voornoemde ook duidelijke gemaakt. (…) Uit deze vergelijking hebben wij vastgesteld dat de stem toebehoort aan de verdachte [medeverdachte 1] in het instructiefilmpje vanuit onderzoek Basalt. Uit een OVC-sessie uit ATM6 met sessienummer 5192, van 15 juli 2020 te 20:00:52 uur blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : 20:06 uur: [medeverdachte 1] heeft de achterkant van de ATM geopend, kijkt er binnen en verricht handelingen. 20:12 uur: [medeverdachte 1] is nu (zichtbaar) vergezeld van [medeverdachte 4] . Samen kijken zij in de ATM, terwijl handelingen worden verricht. Uit een OVC- sessie uit ATM 6 met sessienummer 5194, van 15 juli 2020 te 20.10.54 uur blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [medeverdachte 1] : Zit het erin?[medeverdachte 4] : Ja, hij zit erin[medeverdachte 1] : [ntv] nog meer buigen, misschien beter[medeverdachte 4] : Ik ga vanaf hier effe buigen..[geluiden gelijkend op metaalgeluiden hoorbaar]...oke....[ntv][medeverdachte 1] : En wat die hoerenkind doet, gaat naar achteren, dus dan trek je die deur gewoon naar achteren... deze...Want die scherm [fon] zit nu daar vast. Je kan niets met die scherm doen.... [ntv].....Meer naar achter, gaan we deze slotje mollen of met een schaar of met een slijpie. Heb je kans dat het slotje.[ntv] precies als je dit stukje wegslijpt, snap je...[klop en tikgeluiden hoorbaar][medeverdachte 4] : ....[ntv]..[medeverdachte 1] : Als je een goeie accu hebt of gewoon benzine, 2 seconden ben je doorheen..half minuutje ben je doorheen.[medeverdachte 4] : je moet die elektrische dingen hebben man! (...) [nummer] ..[ntv], ..[werkgeluiden hoorbaar] Het is in principe.... ik moet ..jij moet voor mij iemand vinden, die voor mij dit erop last.......Want kijk, als ik hem zo ga buigen. Dan zie je, gaat hier verstopt raken. [medeverdachte 4] : Ja, klopt [medeverdachte 1] : Snap je? Hij moet echt, eentje moet gewoon recht blijven. [medeverdachte 4] : [ntv] [medeverdachte 1] : [ntv] ....zo dik mogelijk blijft zodat ie lekker ook, gewoon, hij moet erop lassen. ... Hij moet een andere stuk buigen en dan erop lassen. Hier, op deze randje [fon].... Met zo’n buiging. Dus gewoon zo. Gewoon..... drie centimeter, vier centimeter, naar beneden. [medeverdachte 4] : Tamam (is goed) [medeverdachte 1] : Negentig graden. Het is 90 graden...90 graden naar beneden. [medeverdachte 4] : zo staat die te ver maar maar hij moet [ntv] [medeverdachte 1] : Zonder, dat ie niet afgeknepen is. ..[ntv].. weet dat ongeveer ook. Dit zal ongeveer 3, 4, 5 centimeter, 10 centimeter, 15, 20, 25, 30.... Als dit werkt dan is het perfect. Uit het proces-verbaal bevindingen belangrijke gesprekken TA002 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : In gesprek 41115 is [medeverdachte 4] [rechtbank: [medeverdachte 4] ] in gesprek met een op dat moment onbekend ander persoon welke gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] waar gesproken wordt over [bijnaam verdachte] . Dit betreft de bijnaam van [verdachte] . nn: heb je " [bijnaam verdachte] " (fon) nog gesproken [medeverdachte 4] : ja broer is al geregeld he broer, ik heb het tegen jou gezegd (klinkt als) nn: ik heb hem gesproken en hij zegt tegen mij: ik ga knallen gewoon (…) nn: (lachen) wanneer gaat ie beginnen? [medeverdachte 4] : eee (klinkt als) eerst volgende ritje naar Duitsland gaat hij nn: ja maar kan hij alles? Je moet hem leren [medeverdachte 4] : hij kan alles broer hij is vaak bij mij gekomen (gescheiden kanalen beluisterd) Uit het OVC012-gesprek in de Volkswagen Polo van [verdachte] met sessienummer 9320 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [verdachte] : Ja, maar Niffou, ik knal de nieuwe open, die Wolf niet open knalt. En die Agie (Achie) ook niet open knalt, ik knal ze moeder open vriend. (…) [verdachte] : Jaa....maar Bakko (fon.) is wel snel, snel. Athans, die van Niffou, Moge Allah hem beschermen. Niffou maakte hem zo, dat die na aanal (knal) geen rook komt en zo. (…) [verdachte] : (…) Niffou, Moge Allah hem naar Paradijs brengen, nam mij mee naar Marbella, hij had daar een loods, op mijn moeders dood, Niffou, hij heeft gewoon een loods in Marbella, er zitten daar vier naast elkaar. Ik heb op hen alle vier getraind, gewoon. Gezweet, gezweet in die Loods. Taakverdeling en regels Uit het OVC010-gesprek in de woning van [medeverdachte 6] met sessienummer 20071 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [Rechtbank: [medeverdachte 6] wordt in dit gesprek aangeduid met de letter [medeverdachte 6] ] [medeverdachte 6] : hij stond constant paraat voor hun. En dat missen ze nu. Ze kunnen de auto’s hebben ze hebben de spullen, hebben alles maar de achterwacht die is er niet die ontbreekt. A: Met hoeveel zijn ze? : Zijn verschillende groepjes, maar in ieder geval zn directe groep is gewoon
- A: 3 jongens? : ja en dan 1 eigenlijk hiervandaan maar tellen we ff niet mee.(…)[medeverdachte 6] : Deze jongens zijn niet zo, mss ken je hem wel [bijnaam verdachte] , hij heet [verdachte] (…) [verdachte] is zn achternaam, (…) A: Maar je hebt het broertje van [D] , ..en wie nog meer? [medeverdachte 6] : [bijnaam medeverdachte 2] [ [medeverdachte 2] ] noemen ze hem. Uit het verhoor van [medeverdachte 6] blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende: A: (…) Ik had zoiets van je [rechtbank: [medeverdachte 1] ] bent iemand die er helemaal in zit, een soort crimineel meesterbrein, dit was zijn doel, hij had geen ander doel meer in het leven.(…) V: wat was zijn rol dan? A: hij was een soort leider, hij zocht jongens (…) die laatste maand was hij alleen maar bezig met groepjes, hij bereidde alles voor om een plofkraak te plegen. (…) V: hoe weet jij van die geldautomaten in Spanje? A: dat heeft hij verteld, dat was het eerste wat hij vertelde, toen wij in Spanje waren, vertelde hij dat hij daar jongens had opgeleid, dat hij daar pinautomaten had staan, ik kwam er later achter dat hij ook pinautomaten in Nederland had, in augustus juli vertelde hij dat Uit het verhoor van [medeverdachte 3] blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende: V: waar parkeerde je de auto dan als je terug kwam? A: bij [medeverdachte 6] onder. (…) V: je had het erover dat je telefoon een dag weg geweest is, toen zat WickR erop, wat deed je daarmee? A: communiceren, met [bijnaam medeverdachte 1] af en toe, en met [bijnaam verdachte] , hoe het ging en of ik [medeverdachte 6] nog had gezien. In een groep word je toegevoegd zoals in WhatsApp, ging allemaal over locaties dat soort dingen. V: wie zaten er in die groep allemaal? (…) A: [medeverdachte 6] niet, [bijnaam medeverdachte 1] wel, [bijnaam verdachte] , [bijnaam medeverdachte 2] en nog heel veel anderen. Wij waren het groene vakje. Uit het OVC005-gesprek in de Duitse Audi Q3 met sessienummer 70 blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende : [medeverdachte 3] : leest een bericht voor, [medeverdachte 1] is boos. [verdachte] : Ja man maar we gaan toch vandaag, ntv (…) [medeverdachte 3] : hij reageert niet dat is goed. (…) [verdachte] :: reageer dan ook man, hij gaat mij niet slaan maar ik weet dat hij me eruit kankert dan moet ik achter zijn rug om gaan werken broer, ik wil dat niet jongen. (…) Uit de verklaring van [verdachte] afgelegd op de zitting van 6 februari 2023 blijkt – zakelijke weergegeven – het volgende : De voorzitter vraagt verdachte of hij verantwoording moest afleggen bij [medeverdachte 1] , bijvoorbeeld als de plofkraak niet was gelukt, dat hij verantwoording moest afleggen over waarom het niet gelukt was. De verdachte antwoordt bevestigend. De voorzitter vraagt verdachte of [medeverdachte 1] ook degene was die bepaalde of de groep weer op pad moest, bijvoorbeeld als het niet gelukt was. De verdachte geeft aan het inderdaad zo werkte. Uit het verhoor van [medeverdachte 3] blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende: A: [medeverdachte 6] vroeg mij of ik goed kan rijden, dat weet iedereen in Den Bosch, ze zei wil je geld verdienen, goed geld, ik zeg wat dan, ze zegt ik leer je iemand kennen, dan kwam [medeverdachte 1] . (…) naar [medeverdachte 6] , ze zei wil je geld verdienen, ze vroeg hoe was het, ik zeg hij [rechtbank: [medeverdachte 1] ] is zo gek als een deur. Ze zegt je hoeft alleen jongens heen en weer te brengen, ik zeg cocaïne doe ik niet, nee zei ze ploffen. [Rechtbank: over Wachtendonk] ieder zijn deel, ik moest vijftien procent afstaan voor [medeverdachte 6] (…). V: hoe noemde [bijnaam verdachte] [bijnaam medeverdachte 1] ? A: Niffo. Want hij had hem alles geleerd V: wat deed je met de auto? A: chippen, banden na laten kijken, was mijn auto ik ben verantwoordelijk voor de auto en de jongens. Bewijsoverweging crimineel samenwerkingsverband Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 140 Wetboek van Strafrecht, die tot oogmerk had (het voorbereiden van) diefstal met braak vooraf gegaan door het tot ontploffing brengen van geldautomaten (hierna: plofkraken). Het plegen van plofkraken vereist een zekere mate van organisatie en ook al snel de betrokkenheid en samenwerking van meerdere personen. Zo moet een bankfiliaal worden uitgekozen, moeten vluchtroutes worden verkend, moeten explosieven (of gas) en andere benodigdheden worden geregeld en dienen daders over een – bij voorkeur snel – vervoersmiddel te beschikken. De vraag is daarom of de voorbereiding van en het plegen van plofkraken in deze zaak op een zodanige wijze is gebeurd dat dit het (gewone) medeplegen overstijgt en dus sprake is van een crimineel samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 140 Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is van oordeel dat dat het geval is en licht dat hierna toe. Juridisch kader Voor een veroordeling voor dit feit is nodig dat aan drie vereisten is voldaan: (i) er moet sprake zijn van een organisatie, (ii) die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven en (iii) verdachte moet hebben deelgenomen aan die organisatie. (i) Een organisatie in de zin van artikel 140 Wetboek van Strafrecht is een samenwerkingsverband tussen verdachte en ten minste één andere persoon met een zekere duurzaamheid en structuur. Dit kan blijken uit een onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. De samenstelling van het samenwerkingsverband hoeft niet steeds hetzelfde te zijn en niet is vereist dat de verdachte samenwerkte of bekend was met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie. (ii) Het oogmerk van deze organisatie moet voorts gericht zijn op het plegen van misdrijven. (iii) Om van deelneming te kunnen spreken is vereist dat verdachte tot het samenwerkingsverband behoort en dat hij een aandeel heeft in – of ondersteuning geeft aan – gedragingen die strekken tot óf rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Die gedragingen kunnen bestaan uit het (mede)plegen van de misdrijven, maar ook het verrichten van hand- en spandiensten (die op zichzelf niet strafbaar zijn) kan daaronder vallen. De betrokkenheid bij het samenwerkingsverband enerzijds en het hebben van een aandeel in of ondersteunen van dat verband anderzijds dienen naast elkaar te bestaan, maar zijn tegelijk nadrukkelijk samenhangend. In het bestanddeel deelneming aan een organisatie ligt ook het opzet van verdachte besloten. Verdachte moet in zijn algemeenheid weten dat de organisatie het plegen van misdrijven beoogt. Niet is vereist dat hij wetenschap heeft van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd. Wetenschap bij de verdachte in de vorm van voorwaardelijk opzet is op dit punt niet voldoende. Crimineel samenwerkingsverband tot 5 september 2020 De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt dat tussen verschillende verdachten sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat tot oogmerk had het voorbereiden en plegen van plofkraken. Er was sprake van een aanzienlijke mate van professionaliteit. Vanaf medio maart 2020 was op de [adres] in [woonplaats] een ruimte ingericht waar verschillende verdachten zich bezighielden met het oefenen op, en maken van instructiefilmpjes van, het binnendringen in de geldkluis achter pinautomaten. In totaal zijn daar zes pinautomaten afgeleverd. Met behulp van onder andere explosieven is daar ‘geoefend’ op deze geldautomaten. Er werd – zo ook in Wachtendonk en Geldern – gewerkt met een zelf gefabriceerd explosief, een zogenoemde pizzaschuif: een plat langwerpig metalen voorwerp, voorzien van een explosieve stof aan/op het uiteinde en een lang handvat aan de andere kant. De explosieve stof bestond uit het uiterst gevaarlijke TATP. Uit het dossier komt naar voren dat verschillende jongens zijn opgeleid in het uitvoeren van plofkraken. Ook volgt uit de hiervoor besproken plofkraak in Wachtendonk en de poging tot plofkraak in Geldern dat verdachten zeer snelle auto’s huurden of wegnamen en die nog prepareerden voor de op handen zijnde plofkraak. Zo werden banden vervangen en snelheidsbegrenzers verwijderd. Verdachten maakten in de nacht van een geplande plofkraak gebruik van een loods in Den Dungen, waar zij voorafgaand aan de rit naar Duitsland en na terugkomst daarvan bijeen kwamen, auto’s en kleding wisselden en alle benodigde materialen in- en uitpakten. Tot de dood van [medeverdachte 1] op 5 september 2020 was ook sprake van een duidelijke hiërarchie en rolverdeling in de groep van verdachten. [medeverdachte 1] stond aan het hoofd van de groep en gaf gerichte instructies voor voorverkenningen van bankfilialen en voor de plofkraken zelf. Hij regelde de benodigde explosieven en bepaalde waar en wanneer een plofkraak werd uitgevoerd. Na de mislukte plofkraak in Geldern werden de daders geacht [medeverdachte 1] een gedetailleerde terugkoppeling te geven. [medeverdachte 1] bepaalde wie bij de groep hoorde en wie niet. In het verlengde van deze hiërarchie golden ook bepaalde (ongeschreven) regels. Uit OVC- gesprekken valt op te maken op welke wijze de buit volgens [medeverdachte 1] verdeeld moest worden: een gelijk deel voor alle uitvoerders en hemzelf. Nieuwe uitvoerders moesten een percentage van hun deel afstaan aan degene die hen had aangebracht. Daarnaast werden uitvoerders alleen geacht voor [medeverdachte 1] te werken en niet achter zijn rug met anderen op pad te gaan. In de voorbereidingen van plofkraken maakten [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] gebruik van de applicatie WickR, waar zij samen (met anderen) een groep vormden. Locaties en andere informatie werd op die manier met elkaar gedeeld. De samenwerking tussen [medeverdachte 1] en andere verdachten had - tot slot - een duurzaam karakter. Hoewel niet iedereen vanaf medio maart 2020 betrokken was (zie hierna), start in die maand al wel de samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en de oefenlocatie aan de [adres] . Tot de dood van [medeverdachte 1] op 5 september 2020 blijft hij – zo volgt uit verschillende OVC’s en de verklaring van [medeverdachte 6] – fulltime bezig met het voorbereiden van plofkraken en het aansturen van verschillende jongens daarin. Aldus was in ieder geval tot die datum sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat zich bezighield met de voorbereiding en het plegen van plofkraken. Geen crimineel samenwerkingsverband vanaf 5 september 2020 Met het wegvallen van [medeverdachte 1] blijven diverse verdachten zich bezighouden met het voorbereiden van plofkraken. Van een centrale aansturing is echter niet langer sprake. In de periode van 5 september 2020 tot eind oktober 2020 zijn er in het dossier geen (sterke) aanwijzingen te vinden dat verdachten hun activiteiten in datzelfde criminele samenwerkingsverband (zoals ten laste is gelegd) voortzetten. Het blijkt niet dat er in die periode voorbereidingshandelingen zijn getroffen, voorverkenningen zijn gedaan of pogingen tot plofkraak zijn geweest. Echter, er was niet langer sprake van het verrichten hiervan in een structureel en duurzaam samenwerkingsverband; en er ontstonden nieuwe (losse) verbanden. Dit komt – naar het oordeel van de rechtbank – het beste tot uiting eind oktober 2020, wanneer verdachten de draad weer lijken op te pakken. Dan wordt duidelijk dat verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] (met anderen) bezig zijn met de voorbereiding van de plofkraak in Alpen-Veen terwijl verdachte en [medeverdachte 5] samen bezig zijn met een ander plan, zonder dat van elkaar te weten. Zo vertelt een onbekend gebleven persoon (genaamd professor) op 31 oktober 2020 om 05:42 aan verdachte dat [bijnaam medeverdachte 2] , de bijnaam van [medeverdachte 2] , nu op pad is met een ‘Rtje’. Diezelfde nacht, een uur daarvoor, staat een door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gehuurde Volkswagen Golf-R voor het bankfiliaal in Alpen-Veen alwaar een poging tot plofkraak is gepleegd. Ook uit andere opgenomen gesprekken maakt de rechtbank op dat verdachte niet langer samenwerkte met in ieder geval [medeverdachte 3] na het overlijden van [medeverdachte 1] . Hoewel verdachten elkaar nog wel spraken en opzochten – in de woning van [medeverdachte 6] – betekent dat nog niet dat zij nog steeds een crimineel samenwerkingsverband vormden. Met de officier van justitie ziet ook de rechtbank dat die onderlinge contacten veelal in het teken stonden van (praten over) plofkraken. Maar als complete groep zijn zij niet meer bij elkaar geweest en evenmin is als groep nog een specifieke plofkraak gepleegd of voorbereid. De opgenomen gesprekken in de woning van [medeverdachte 6] en in de Volkswagen Polo van verdachte gingen vaak over de periode dat [medeverdachte 1] nog leefde. Meerdere van die gesprekken duiden er sterk op dat [medeverdachte 1] werd gemist: er is geen samenhang, aansturing en achtervang (in de nacht van een geplande plofkraak) meer. Met de ontdekking van de oefenlocatie aan de [adres] op de dag dat [medeverdachte 1] overleed, viel ook die plek weg voor het oefenen op pinautomaten en het opleiden van (nieuwe) jongens. De loods in Den Dungen lijkt evenmin nog door verdachte gebruikt te worden. Uit OVC-gesprekken volgt dat verdachte en [medeverdachte 5] hun eigen opslaglocatie voor benodigdheden hadden. Met het wegvallen van [medeverdachte 1] komt tenslotte ook de aanvoer van explosieven (TATP) ten einde. Uit OVC-gesprekken blijkt dat alleen [medeverdachte 1] pakketjes (explosieven) verzorgde voor de groep. In Alpen-Veen wordt er dan ook (opeens) met gasflessen gewerkt door [medeverdachte 3] en zijn mededaders. Op grond van voorgaande is de rechtbank van oordeel dat vanaf 5 september 2020 niet langer sprake is van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht tussen verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] . In de periode na 5 september 2020 werkte verdachte nog wel samen met medeverdachte [medeverdachte 5] . Een criminele organisatie kan ook slechts bestaan uit twee personen. De rechtbank is echter van oordeel dat daarvan in dit geval geen sprake is. Beide verdachten spreken gedurende circa 2 maanden wel geregeld over plofkraken en treffen ook de nodige voorbereidingen daarvoor. Maar die samenwerking voldoet niet aan de criteria voor een duurzaam en gestructureerd verband. Voor de samenwerking van verdachte met [medeverdachte 5] kan niet gezegd worden dat die het (gewone) medeplegen overstijgt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de periode na 5 september
- Nadere overweging over het oogmerk van het samenwerkingsverband In de tenlastelegging van verdachten is het oogmerk van het crimineel samenwerkingsverband ook omschreven als het pogen en voorbereiden van – kortgezegd – plofkraken en niet alleen het plegen van de plofkraken zelf. De rechtbank is van oordeel dat het samenwerkingsverband beoogde plofkraken voor te bereiden. Het onderzoeken van en oefenen op pinautomaten (van specifieke makelarij), het maken van instructiefilmpjes en het opleiden van uitvoerders vallen in die categorie. Uiteraard was het einddoel het plegen van plofkraken zelf. De rechtbank acht niet bewezen dat het samenwerkingsverband het oogmerk had om (ook) pogingen tot plofkraken te plegen. Deelname aan het samenwerkingsverband De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van 1 juli 2020 tot 5 september 2020 heeft deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband, gericht op het plegen van plofkraken. Verdachte heeft ten aanzien van de onder 3, 4, 5 (Wachtendonk) en 6 (Geldern) bewezen verklaarde feiten een aandeel gehad in die (poging tot) plofkraken, welke plofkraken rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van het samenwerkingsverband. De betrokkenheid van verdachte bij (de groep van) [medeverdachte 1] start in ieder geval in juli, in welke maand meerdere malen op de camerabeelden gericht op de [adres] te zien is dat verdachte het pand betreedt en ook te zien is dat hij bijvoorbeeld op 19 juli 2020 met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] het pand weer verlaat. Op 16 juli 2020 betreedt hij het pand met een accu in zijn hand. Uit OVC-gesprekken blijkt dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] met behulp van (brommer) accu’s ontstekingen teweegbrachten bij het oefenen op de geldautomaten in het pand aan de [straat] . 6BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
- in de periode van 1 juli 2020 tot 5 september 2020 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten onder meer (voorbereidingshandelingen ten behoeve van) het tezamen en in vereniging met anderen plegen van diefstallen met braak voorafgegaan door het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing;
- in de periode van 16 juli 2020 tot en met 23 december 2020 in Utrecht, in elk geval in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk een ontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten is (ex artikel 157 lid 1 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk - een voertuig (bestemd voor het vervoer naar geldautomaten (in Duitsland) die door verdachte en zijn mededaders opengebroken, dan wel tot ontploffing gebracht werden) heeft weggenomen (door middel van een OBD-kastje) en - accu’s, jerrycans, kabels en tasers heeft geregeld en in bezit heeft gehad en vervoerd en - explosieve pakketje(s) in bezit heeft gehad die bestemd zijn om plofkraken mee te plegen en aldus goederen en stoffen bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en voorhanden heeft gehad;
- op 8 augustus 2020 te Wachtendonk, in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in een geldautomaat van de Sparkasse bank een explosief in voornoemde geldautomaat (aan) te brengen en vervolgens die geldautomaat te laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond te duchten was;
- op 8 augustus 2020 te Wachtendonk, in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit (een kluis van) een geldautomaat van de Sparkasse bank heeft weggenomen een hoeveelheid geld (van in totaal ongeveer 167.000 euro), toebehorende aan Sparkasse bank, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door een of meer explosie(f)(ven) aan te brengen in/aan die geldautomaat en vervolgens die geldautomaat te laten exploderen;
- op 8 augustus 2020 te Wachtendonk, in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , een gebouw, te weten een bankfiliaal toebehorend aan Sparkasse bank, opzettelijk heeft vernield, immers hebben verdachte en zijn mededaders in een geldautomaat, welke zich bevond in voornoemd gebouw, explosie(f)(ven) aangebracht en vervolgens die geldautomaat laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond te duchten was;
- op 4 september 2020 te Geldern, in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit (een kluis van) een geldautomaat van de Sparkasse weg te nemen geld, toebehorende aan de Sparkasse, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat weg te nemen geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, zich hebben begeven naar (de omgeving van) de geldautomaat te Geldern, waarna verdachte en zijn mededaders een of meer explosieven hebben aangebracht in die geldautomaat en vervolgens die geldautomaat hebben laten exploderen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 7STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 3 en feit 5 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De bewezen verklaarde gedragingen leveren in die mate een samenhangend, zich een op dezelfde tijd en plaats afspelend, feitencomplex op dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet uiteenloopt. Om de leesbaarheid te behouden, zal de rechtbank feit 3 enkelvoudig kwalificeren als hierna vermeld. Daarnaast beschouwt de rechtbank feiten 3 en 4 als een voortgezette handeling als bedoeld in artikel 56, van het Wetboek van Strafrecht. De onder die feiten bewezenverklaarde gedragingen leveren een zodanig samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt: namelijk het plegen van een plofkraak waarbij geld buit is gemaakt. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Feit 1: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; Feit 2: medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; De voortgezette handeling van: Feit 3: medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is (enkelvoudige kwalificatie van feiten 3 en 5); en Feit 4: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 6: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. 8STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 9OPLEGGING VAN STRAF 9.
- De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zes