RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16-156533-21 en 16-331818-21 (gev. ttz) Vonnis van de meervoudige kamer van 11 mei 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2000 te [geboorteplaats 1] , wonende aan de [adres 1] , [woonplaats] , thans gedetineerd in de [verblijfplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 september 2021, 1 november 2021, 12 januari 2022, 22 juni 2022, 14 oktober 2022 en de inhoudelijke behandelingen van 6, 9, 13, 14 en 16 februari
(5)jaren, met aftrek van het voorarrest. 9.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. Zo ondervindt hij sinds zijn jeugd gedragsproblemen die van invloed zijn geweest op zijn (criminele) gedrag en strafblad. Deze gedragsproblemen zijn ook gediagnosticeerd en de verdediging verzoekt om daar in strafverminderende zin rekening mee te houden. Ook heeft verdachte bij de politie gelijk een grotendeels bekennende verklaring afgelegd. De zware detentieomstandigheden gedurende de overleveringsdetentie in Bulgarije moeten ook strafmatigend worden meegenomen. De tijd in overleveringsdetentie dient in ieder geval in aftrek te worden gebracht van een op te leggen gevangenisstraf. Verzocht wordt om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, vanwege de recidivebeperkende werking die hiervan uitgaat. Tot slot wordt verzocht rekening te houden met de bepleite vrijspraak en partiële vrijspraak. De verdediging heeft na heropening van het onderzoek ter terechtzitting het standpunt als volgt aangevuld. Verdachte heeft aangegeven dat hij de consequenties van zijn handelen wil accepteren en geeft aan dat hij een straf verdient en deze zal ondergaan. Verdachte wil met een schone lei beginnen, hij is nu ouder, zijn vriendin is zwanger en hij heeft een stabiele relatie. Hoewel verdachte zich had onttrokken aan het toezicht, is hij zelf teruggekomen naar Nederland. De verdediging heeft verzocht verdachte het voordeel van een twijfel te geven en hem een zo kort mogelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en de datum van de voorwaardelijke invrijheidsstelling zo vroeg mogelijk te laten beginnen. 9.3. Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten Verdachte heeft deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband dat zich bezighield met het plegen van plofkraken op pinautomaten in Duitsland. Plofkraken veroorzaken zeer veel onrust voor omwonenden en een grote onrust in de maatschappij. Een plofkraak gaat immers gepaard met een heftige explosie en een grote ravage als gevolg en levert flinke overlast op doordat (publieke) voorzieningen tijdelijk onbruikbaar zijn. De rechtbank houdt bij de straftoemeting in strafverzwarende zin rekening met de zeer professionele en berekenende wijze waarop de plofkraken zijn voorbereid en zijn gepleegd. Aan de [adres 3] was een ruimte ingericht waar op pinautomaten werd geoefend. De kennis die zo is opgedaan, over onder andere de benodigde explosieve lading en de wijze en plek waarop die in pinautomaten kon worden ingebracht voor een succesvolle ontploffing, is vervolgens ingezet bij de uitvoering van meerdere plofkraken. De plofkraken werden nauwgezet voorbereid met gebruikmaking van gestolen of gehuurde zeer snelle voertuigen, die daar vaak nog speciaal voor geprepareerd werden met nieuwe banden, voorzien van valse kentekenplaten en snelheidsbegrenzers die eraf werden gehaald. De (poging tot) plofkraken werden binnen enkele minuten gepleegd. Uit het dossier volgt dat de uitvoerders van de (poging tot) plofkraak vervolgens met zeer hoge snelheden van Duitsland terug naar Nederland reden en daarmee ook een groot gevaar voor andere weggebruikers vormden. De geraffineerdheid, maar ook de brutaliteit die bij het plegen van dit soort feiten komt kijken, rekent de rechtbank verdachte zeer aan. Verdachte heeft zich daarbij uitsluitend laten leiden door geldelijk gewin, zonder acht te slaan op de impact van de feiten op omwonenden, andere weggebruikers of de samenleving. Verdachte heeft zich binnen het crimineel samenwerkingsverband schuldig gemaakt aan één voltooide plofkraak met vernieling van het bankfiliaal waarbij een grote hoeveelheid geld is gestolen ( Wachtendonk , Duitsland) en één poging plofkraak waarbij de explosieve lading niet volledig tot ontploffing is gekomen ( Geldern , Duitsland). De plofkraak in Wachtendonk heeft een enorme ravage met grote schade tot gevolg gehad. De pui van het bankfiliaal is door de kracht van de explosie eruit geblazen en binnen is het bankfiliaal zwaar beschadigd. Eén etage boven de opgeblazen pinautomaat lagen op dat moment twee mensen te slapen. De rechtbank rekent het verdachten zwaar aan dat zij zo nietsontziend te werk zijn gegaan. Nadat het crimineel samenwerkingsverband vanwege het overlijden van [medeverdachte 1] door een explosie op de oefenlocatie op de [adres 3] uit elkaar valt, gaat verdachte niettemin door met het voorbereiden van plofkraken. Samen met een ander probeert verdachte ook nog een plofkraak in Alpen-Veen te plegen. De toegangsdeur van het bankfiliaal wordt opengebroken en de pinautomaat wordt met behulp van een koevoet open gewrikt. Vanwege een opmerkzame omwonende breken de uitvoerders de poging voortijdig af en vluchten zij terug naar Nederland. Uitgangspunten voor de strafoplegging Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat op deze feiten niet anders kan worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft gelet op de hoogte van de straffen die doorgaans voor dit soort delicten worden opgelegd. De landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS hanteren als uitgangspunt voor een voltooide plofkraak (teweegbrengen ontploffing en diefstal, zonder levensgevaar) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Daarvan uitgaande geldt voor een poging plofkraak ongeveer 16 maanden (minus een derde) en voor een voorbereiding ongeveer 12 maanden (de helft) gevangenisstraf. Omdat de plofkraak in Wachtendonk en de poging plofkraak in Geldern in het kader van een crimineel samenwerkingsverband zijn gepleegd, ziet de rechtbank in beginsel aanleiding daarvoor een hogere straf op te leggen, waarbij de rechtbank als uitgangspunt hanteert 30 maanden gevangenisstraf voor Wachtendonk en 20 maanden gevangenisstraf voor Geldern . Daarbovenop komt nog de poging Alpen-Veen , waarvoor in beginsel dus 16 maanden gevangenisstraf op zijn plaats is. Dat betekent dat voor verdachte in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 66 maanden op zijn plaats is. Verdachte heeft een relatief korte periode (begin augustus 2020 tot begin september 2020) deelgenomen aan het crimineel samenwerkingsverband. Dat maakt dat een enigszins lagere straf dan die 66 maanden in beginsel passend is. De persoon van verdachte Uit een de verdachte betreffend uittreksel van de justitiële documentatie van 2 juli 2022 blijkt dat verdachte veelvuldig voor vermogensdelicten is veroordeeld. De rechtbank weegt dit in strafverzwarende zin mee. Dit geldt ook voor het feit dat verdachte zich niet heeft gehouden aan de schorsingsvoorwaarden waardoor de schorsing van de voorlopige hechtenis twee keer is opgeheven. Nadat verdachte op 22 juni 2022 voor de tweede keer (met elektronische monitoring) werd geschorst door de raadkamer van de rechtbank, is op 20 augustus 2022 door de reclassering gemeld dat verdachte zijn enkelband had doorgeknipt. Verdachte is vervolgens enige tijd onvindbaar geweest. De rechtbank heeft op 9 februari 2023 de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven. Op 23 maart 2023 is verdachte aangehouden en sindsdien bevindt hij zich in voorlopige hechtenis. De rechtbank ziet geen aanleiding om de zware detentieomstandigheden in Bulgarije strafmatigend mee te wegen. Verdachte heeft er zelf voor gekozen om zich te onttrekken aan zijn aanhouding in Nederland, waarvoor een afspraak bij de politie stond gepland, en te vluchten naar het buitenland. Dat hij vervolgens bij de grensovergang in Bulgarije is aangehouden, omdat hij gesignaleerd stond en vervolgens in overleveringsdetentie heeft vastgezeten onder zware detentieomstandigheden is een risico van de keuze die verdachte op dat moment heeft gemaakt. De tijd die hij vervolgens in Bulgarije heeft vastgezeten, is relatief kort (van 19 mei 2021 tot 17 juni 2021) totdat hij aan Nederland is overgeleverd. De Nederlandse of Bulgaarse autoriteiten kunnen hierin dus geen verwijt worden gemaakt voor een nodeloos lange tijd dat verdachte in Bulgarije heeft vast moeten zitten. Gelet op de gehele context is geen ruimte voor strafmatiging vanwege de zware detentieomstandigheden in Bulgarije. Wel ziet de rechtbank dat de verkeerde keuzes die verdachte maakt onderdeel zijn van de door de verdediging naar voren gebrachte en door de reclassering omschreven gedragsproblematiek van verdachte. De rechtbank zal hiermee in enigszins strafmatigende zin rekening mee houden, evenals de nog jonge leeftijd van verdachte. Gelet op zijn niet-meewerkende houding in het kader van het schorsingstoezicht en de kansen die hem reeds zijn geboden om zich aan voorwaarden te houden, maakt dat de rechtbank – anders dan door de verdediging voorgesteld – niets ziet in het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de volgende straf passend en geboden is: een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren (60 maanden), met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest in Nederland (te weten 222 dagen) en in Bulgarije (te weten 30 dagen) heeft doorgebracht. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 45, 46, 47, 55, 56, 57, 63, 140, 157 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaren; - bepaalt dat de tijd door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis, alsmede de tijd in overleveringsdetentie (te weten: 30 dagen) doorgebracht op de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Spee, voorzitter, mr. D. Riani el Achhab en mr. J.P. Verboom, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. den Haan en mr. T.T. van den Dool, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 mei 2023. Bijlage: de (gewijzigde) tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 16-156533-21 1. hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2020 tot 15 april 2021 in Nederland en/of Duitsland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of M. [medeverdachte 5] en/of één of meer (onbekende) anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten onder meer (pogingen tot en/ of voorbereidingshandelingen ten behoeve van) het tezamen en in vereniging met anderen plegen van diefstallen (met braak) (als bedoeld in artikel 311 Wetboek van Strafrecht) voorafgegaan door het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing (als bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht); (art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 2. hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2020 tot en met 15 april 2021 in Utrecht, in elk geval in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk een ontploffing teweegbrengen waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is (ex artikel 157 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk - heeft/hebben deelgenomen aan het plannen van een of meer ploflkra(a)k(
- en)in Duitsland door te spreken en/ of afspraken te maken over de locatie van de pinautomaten, benodigde (huur)voertuigen, data, tijdstippen, benodigde hoeveelheden geld en/ of benodigd aantal personen voor het uitvoeren van plofkraken en/of - een of meerdere voertuigen heeft/hebben gehuurd en/ of - heeft/hebben deelgenomen aan een of meerdere voorverkenning(
- en)bij Duitse bankautoma(a)t(
- en)en/of - een of meer koevoet(
- en)en/of gasfles(sen) (bestemd voor het openbreken en/of tot ontploffing brengen van geldautomaten) heeft/hebben geregeld en/of in bezit heeft/hebben gehad, en aldus goederen en/of stoffen kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad; (art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht) 3. hij op of omstreeks 8 augustus 2020 te Wachtendonk , in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , althans met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in/op/aan een geldautomaat van de Sparkassebank een of meer explosie(o(ven) in voornoemde geldautomaat (aan) te brengen en/of (vervolgens) die geldautomaat te doen/laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/ of het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of voor nabij die geldautomaat gelegen pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was en/ of terwijl daarvan levensgevaar en/ of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor(toevallige) voorbijgangers en/ of één of meer bewoner(
- s)van bovenliggende en/of omliggende woning(
- en)te duchten was; (art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 4. hij op of omstreeks 8 augustus 2020 te Wachtendonk , in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , althans met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een geldautomaat van de Sparkasse bank heeft weggenomen een hoeveelheid geld (van in totaal ongeveer 167.000 euro), althans een grote hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Sparkasse bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)/geldbedrag(
- en)onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door een of meer explosie(t)(ven) aan te brengen in/op/aan die geldautomaat en/of (vervolgens) die geldautomaat te doen/laten exploderen, althans door middel van braak en/ of verbreking; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) 5. hij op of omstreeks 8 augustus 2020 te Wachtendonk , in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , althans met een of meer anderen, althans alleen, een gebouw of een getimmerte, te weten een bank/filiaal en/of een geldautomaat toebehorend aan Sparkasse bank, opzettelijk heeft vernield of beschadigd, immers heeft/hebben verdachte en/of een of meer van zijn mededader(
- s)in een geldautomaat, welke zich bevond in voornoemd gebouw, explosie(f)(ven) aangebracht en/of (vervolgens) die geldautomaat laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of het gebouw waarin die geldautomaat zich bevond en/of voor nabij die geldautomaat gelegen pand(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was en/of terwijl daarvan levensgevaar voor (toevallige) voorbijgangers en/of één of meer bewoner(
- s)van bovenliggende en/of omliggende woning(
- en)te duchten was; ( art 170 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 170 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 6. hij op of omstreeks 4 september 2020 te Geldern , in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , althans met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/ of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een geldautomaat van de Sparkasse weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan de Sparkasse , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geld/goed/goederen onder hun/zijn bereik te brengen door middel van braak en/ of verbreking, zich heeft/hebben begeven naar (de omgeving van) de geldautomaat te Geldern , waarna verdachte en/of verdachtes mededaders een of meer explosie(f)(ven) hebben/heeft aangebracht in/op/aan die geldautomaat en/of (vervolgens) die geldautomaat hebben/heeft doen/laten exploderen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) Feit 7 (16-331818-21) hij op of omstreeks 31 oktober 2020 te Alpen-Veen , in de Bondsrepubliek Duitsland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 3] , althans een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een geldautomaat van de Volksbank am Niederrhein weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan Volksbank am Niederrhein, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geld/goed/goederen onder hun/zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, zich heeft/hebben begeven naar (de omgeving van) de geldautomaat te Alpen-Veen , waarna verdachte en/of verdachtes mededaders de geldautomaat uit de muur heeft/hebben geprobeerd te wrikken en/of heeft/hebben geprobeerd gas in de geldautomaat te laten stromen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 30 november 2021, genaamd 31NIX20 / MDRAA20010, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De verschillende type dossiers zijn afzonderlijk genummerd en bovenaan de pagina voorzien van het betreffende paginanummer. Het gehele 31Nix20 einddossier bestaat uit: een Algemeen Dossier, per verdachte een Persoonsdossier, Zaaksdossiers 1 t/m 10, een OVC-dossier, een OT-dossier, een TAP-dossier, een BOB-dossier, een Beslag-dossier en twee Forensische Dossiers (met los gevoegde NFI rapporten). In alle volgende voetnoten zal achtereenvolgens aangegeven worden of het document een proces-verbaal betreft, in welk dossier het te vinden is en het paginanummer in dat dossier. Proces-verbaal bevindingen van 15 september 2020, Algemeen Dossier, p. 336-338. De verklaring van verdachte [medeverdachte 2] afgelegd als getuige in de zaak van verdachte op de zitting van 6 februari 2023. Proces-verbaal bevindingen van 10 november 2020, Algemeen Dossier, p. 399-400. Proces-verbaal bevindingen van 29 april 2020, Zaaksdossier 1, p. 214-215. Proces-verbaal bevindingen van 6 oktober 2020, Algemeen Dossier, p. 666-667. Proces-verbaal van verhoor [verdachte] van 24 juni 2021, zaaksdossier 2, pagina 426. Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] van 7 januari 2021, zaaksdossier 3, pagina 305. Proces-verbaal bevindingen van 14 januari 2021, Zaaksdossier 7, p. 80-81. Proces-verbaal van aangifte van 11 augustus 2020, incl. fotomap, Zaaksdossier 2, p. 136-149. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 17 juni 2021, Zaaksdossier 2, p. 407-409. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 24 juni 2021, Zaaksdossier 2, p. 434-435. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 24 juni 2021, Zaaksdossier 2, p. 437-438. De verklaring van verdachte [medeverdachte 2] afgelegd als getuige in de zaak van verdachte op de zitting van 6 februari 2023. Uitwerking tapgesprek van 2 november 2020, 14:59 uur, taplijn OVC012 VW POLO W., OVC-dossier, p. 500. Proces-verbaal bevindingen van 9 april 2021 , Zaaksdossier 2, p. 300 en 301. Uitwerking gesprek van 21 oktober 2020, 21:26 uur, taplijn OVC010 Woning [medeverdachte 6] , OVC-dossier, p. 209 en 210. Proces-verbaal van bevindingen van 4 september 2020, incl. fotomap, Zaaksdossier 3, p. 41-70. Proces-verbaal bevindingen van 11 september 2020, Zaaksdossier 3, p. 122-123. Schriftelijk stuk, te weten een testrapport van 21 oktober 2020 van dr. Philipp Hagemann (deskundige), zaaksdossier 3, p. 140-143. Proces-verbaal bevindingen van 4 februari 2021, Zaaksdossier 3, p. 165-167. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 24 juni 2021, Zaaksdossier 2, p. 441-443. Proces-verbaal bevindingen van 17 november 2021, Zaaksdossier 3, p. 444. De verklaring van verdachte [medeverdachte 2] afgelegd als getuige in de zaak van verdachte op de zitting van 6 februari 2023. Uitwerking tapgesprek van 4 september 2020, 5:31 uur, taplijn OVC008 BMW M140i, Zaakdossier 3, p. 270. Uitwerking tapgesprek van 4 september 2020, 4:16 uur, taplijn OVC008 BMW M140i, OVC-dossier, p. 156-157. Uitwerking tapgesprek van 21 oktober 2020, 21:31 uur, taplijn OVC010 Woning [medeverdachte 6] , OVC-dossier, p. 210. Uitwerking tapgesprek van 24 november 2020, 18:50 uur, taplijn OVC012 VW POLO W, OVC-dossier, p. 751. Proces-verbaal van aangifte van 31 oktober 2020, incl. fotomap, Zaaksdossier 4, p. 91-95. Proces-verbaal bevindingen van 13 november 2020, Zaaksdossier 4, p. 133-140. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 17 juni 2021, Zaaksdossier 4, p. 280. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 17 juni 2021, Zaaksdossier 4, p. 346. Uitwerking tapgesprek van 29 oktober 2020, 16:51 uur, taplijn TA027 [verdachte] , Zaaksdossier 4, p. 192. Uitwerking tapgesprek van 29 oktober 2020, 18:04 uur, taplijn TA027 [verdachte] , TAP-dossier, p. 137. Uitwerking tapgesprek van 30 oktober 2020, 20:41 uur, taplijn TA027 [verdachte] , TAP-dossier, p. 142-143. Uitwerking tapgesprek van 30 oktober 2020, 23:42 uur, taplijn TA025 [medeverdachte 3] , TAP-dossier, p. 191. Uitwerking tapgesprek van 30 oktober 2020, 23:54 uur, taplijn TA025 [medeverdachte 3] , Zaaksdossier 4, p. 180. Het relaas van Zaaksdossier 4, p. 23-26. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 24 juni 2021, Zaaksdossier 4, p. 344. Uitwerking tapgesprek van 31 oktober 2020, 05:42 uur, taplijn OVC012 VW POLO W, OVC-dossier, p. 427. Het relaas van Zaaksdossier 4, p. 31 en 32. Uitwerking tapgesprek van 3 november 2020, 15:46 uur, taplijn OVC012 VW POLO W, OVC-dossier, p. 524. Uitwerking gesprek van 21 oktober 2020, OVC010 Woning [medeverdachte 6] , OVC dossier, pagina 211. Proces-verbaal van 17 augustus 2021, Algemeen dossier, pagina 412 en 413. Uitwerking tapgesprek van 15 juli 2020, 20.00.52 uur, taplijn OVC003 NL ATM 6, OVC-dossier, p. 47. Uitwerking tapgesprek van 15 juli 2020, 20.10.54 uur, taplijn OVC003 NL ATM 6, OVC-dossier, p. Proces-verbaal van 22 juli 2022, tapdossier, pagina 11. Uitwerking tapgesprek van 11 mei 2020, taplijn TA002 [telefoonnummer 6] ( [medeverdachte 4] ), proces-verbaal van 22 juli 2022, tapdossier, pagina 31 en 32. Uitwerking gesprek van 5 november 2020, OVC012 VW Polo W., OVC dossier, pagina 581. Uitwerking gesprek van 20 oktober 2020, OVC010 Woning Salou, OVC dossier, pagina 203. Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6] van 7 januari 2021, zaaksdossier 3, pagina 287. Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6] van 7 januari 2021, zaaksdossier 3, pagina’s 292 en 293. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 24 juni 2021, zaaksdossier 2, pagina 417. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 24 juni 2021, zaaksdossier 2, pagina 431. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 24 juni 2021, zaaksdossier 2, pagina 436. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 17 juni 2021, zaaksdossier 2, pagina 408. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 17 juni 2021, zaaksdossier 2, pagina 409. Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 17 juni 2021, zaaksdossier 2, pagina 416. Uitwerking gesprek van 7 augustus 2020, OVC005 Dld Audi Q3, OVC dossier, pagina 123. De verklaring van verdachte [medeverdachte 2] afgelegd als getuige in de zaak van verdachte op de zitting van 6 februari 2023, pagina 11.