← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:2507

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/5694 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2023 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar) en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente] (gemachtigde: mr. W.G. Vos). Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 16 november

  1. Eiser heeft voor het jaar 2022 een aanslag voor de onroerendezaakbelasting (OZB) ontvangen voor zijn woning aan de [adres 1] in [woonplaats] . De heffingsambtenaar heeft de waarde van deze woning op 1 januari 2021 vastgesteld op € 296.000,-. Met de bestreden uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser tegen de WOZ-aanslag ongegrond verklaard. Eiser is hiertegen in beroep gegaan. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De rechtbank heeft het beroep op 28 april 2023 online op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en [A] en de gemachtigde van de heffingsambtenaar, bijgestaan door de taxateur [B] . Partijen hebben aan de zitting deelgenomen via MsTeams. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
  2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
  3. De woning is een in 1973 gebouwd appartement met een berging. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 102 m
  4. Partijen verschillen van mening over de waarde van de woning per 1 januari
  5. Eiser bepleit een lagere waarde, namelijk € 243.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de door hem vastgestelde waarde.
  6. Op de heffingsambtenaar rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat de waarde van de woning op de waardepeildatum (1 januari 2021) niet hoger is vastgesteld dan de waarde in het economisch verkeer. De WOZ-waarde van de woning is de waarde in het economisch verkeer. Dat is de prijs die bij verkoop op de voor die woning meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding door de meest biedende kandidaat voor die woning zou zijn betaald. Bij het vaststellen van de WOZ-waarde van de woning heeft de heffingsambtenaar de woning vergeleken met drie verkopen in [woonplaats] , namelijk: [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] .
  7. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met de taxatiematrix en de toelichting die daarop tijdens de zitting is gegeven aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat de heffingsambtenaar referentiewoningen heeft gekozen die voldoende vergelijkbaar zijn met de woning.
  8. Wat eiser daartegen heeft aangevoerd, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Asbest en scheurvorming
  9. Eiser voert aan dat er onvoldoende rekening is gehouden met de aanwezigheid van asbest in de woning. Ook is onvoldoende rekening gehouden met scheurvorming in de woning en de ligging nabij een rotonde.
  10. De beroepsgrond slaagt niet. De heffingsambtenaar had niet in meer mate rekening hoeven te houden met de aanwezigheid van asbest op het balkon bij de woning en scheurvorming in de woning. Daarbij is van belang dat de woning en de referentiewoningen zijn gelegen in hetzelfde woningcomplex. Ook is van belang dat de woning in de taxatiematrix een lagere woningwaarde per m2 heeft. Conclusie
  11. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de heffingsambtenaar naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
  12. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 april 2023 door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit proces-verbaal is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.