← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:2928

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/5618 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2023 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser, en de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 28 september

  1. Overwegingen
  2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  3. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
  4. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 28 september
  5. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 9 november 2021 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 7 december
  6. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  7. Eiser geeft in zijn beroepschrift aan dat hij te laat was met het instellen van beroep, omdat hij in afwachting was van de afhandeling van zijn klacht. Op 4 oktober 2021 heeft eiser een klacht ingediend bij het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (Parket CVOM). Deze klacht is op 7 december 2021 ongegrond verklaard. Op 3 maart 2022 heeft eiser opnieuw een klacht ingediend bij de Nationale Ombudsman over het Parket CVOM. Op 3 november 2022 is op deze klacht gereageerd. Eiser geeft in zijn beroepschrift aan dat hij door deze omstandigheden niet eerder zijn beroepschrift kon indienen.
  8. De rechtbank vindt dit geen geldige reden. Dat eiser binnen zes weken na bekendmaking van het besluit een klacht heeft ingediend kan niet gelijk worden gesteld met het indienen van beroep of leiden tot opschorting van de beroepstermijn. Eiser is erop gewezen dat tegen het besluit van 28 september 2021 beroep ingesteld kon worden binnen zes weken na datum van het besluit. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van eiser om dit op tijd te doen. Eiser had bijvoorbeeld ook pro forma beroep kunnen indienen. Door eiser is niet aannemelijk gemaakt dat hij niet is staat was om tijdig een beroepschrift in te dienen bij de rechtbank. De rechtbank overweegt daarbij dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn van openbare orde is die door de rechtbank ambtshalve moet worden beoordeeld. Dit brengt met zich dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en het beroep zonder verschoonbare omstandigheid, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
  9. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn rechter, in aanwezigheid van I.J. Tiktak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart
  11. (De rechter is buiten staat de uitspraak te ondertekenen) griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.