← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:2985

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16.220644.21 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 23 juni 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1964] te [geboorteplaats] (Egypte), wonende aan de [adres] te [woonplaats] , hierna te noemen: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 juni

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. I.M.F Graumans en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.C. Kanhai, advocaat te Lelystad, alsmede mevrouw [A ] van Slachtofferhulp Nederland namens de benadeelde partij [slachtoffer] naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er op neer dat verdachte: feit 1 primair op 14 augustus 2021 in Biddinghuizen heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een voertuig tegen voornoemde [slachtoffer] aan te rijden, waardoor [slachtoffer] ten val is gekomen; feit 1 subsidiair op 14 augustus 2021 in Biddinghuizen [slachtoffer] heeft mishandeld door met een voertuig tegen voornoemde [slachtoffer] aan te rijden, waardoor [slachtoffer] ten val is gekomen; feit 2 op 14 augustus 2021 in Biddinghuizen [slachtoffer] heeft mishandeld door aan/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] te duwen en/of te trekken en/of vast te pakken; feit 3 primair op 14 augustus 2021 in Biddinghuizen [slachtoffer] wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd; feit 3 subsidiair op 14 augustus 2021 in Biddinghuizen [slachtoffer] door geweld en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden; feit 4 op 14 augustus 2021 in Biddinghuizen een airpod van [slachtoffer] heeft verduisterd; feit 5 primair op 14 augustus 2021 in Biddinghuizen een fiets van [aangever] heeft gestolen; feit 5 subsidiair op 14 augustus 2021 in Biddinghuizen een fiets van [aangever] heeft verduisterd; feit 6 op 14 augustus 2021 in Biddinghuizen een fiets van [aangever] heeft vernield. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 4 tenlastegelegde. De officier van justitie acht het onder 1 primair, 2, 3 primair, 5 primair en 6 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair, subsidiair, 3 primair, subsidiair, 4, 5 primair, subsidiair en 6 tenlastegelegde. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraak feit 4 Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is niet gebleken dat verdachte heeft gehandeld met het oogmerk om zich de betreffende airpod wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de airpod aantrof in de auto en dat hij in de veronderstelling was dat de airpod van hem of van zijn zoon [B] was. Onder de omstandigheden van dit geval is die veronderstelling niet onaannemelijk. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan en zal hem hiervan vrijspreken. Vrijspraak feiten 5 primair, subsidiair Uit de stukken kan worden vastgesteld dat verdachte, nadat [slachtoffer] in zijn bus zat, de fiets van [aangever] in zijn bus heeft gezet. Verdachte is hierop met zijn bus vertrokken en heeft de fiets in zijn schuur gestald. Naar het oordeel van de rechtbank is de enkele vaststelling dat verdachte de fiets in zijn bus heeft gezet en vervolgens in zijn schuur heeft gestald onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van het voor diefstal vereiste oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening te kunnen komen. Verdachte heeft immers verklaard dat het zijn intentie was om de fiets terug te brengen naar de eigenaar en gelet op de omstandigheden van dit geval is die verklaring niet zonder meer onaannemelijk te achten. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5 primair tenlastegelegde heeft begaan en zal hem hiervan vrijspreken. Hetzelfde geldt voor het onder 5 subsidiair tenlastegelegde. Bewijsmiddelen feiten 1 primair, 2, 3 primair en 6
  2. [slachtoffer] heeft volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van aangifte, op 14 augustus 2021 aangifte gedaan bij de politie en heeft daarbij het volgende verklaard, zakelijk weergegeven: Vanavond was ik samen met een aantal vrienden aan het chillen op het schoolplein van basisschool de [basisschool] aan de [straat] in Biddinghuizen . Ik was daar samen met [B] en [aangever] . Op een gegeven moment zag ik dat [B] de mobiele telefoon van [aangever] afpakte. Ik zag dat [aangever] hierop reageerde door [B] een trap te geven. Door deze trap kwam de telefoon van [B] op de grond terecht. Ik zag aan het gezicht van [B] dat hij erg boos was, omdat zijn telefoon beschadigd was. Ik hoorde hem zeggen dat hij zijn vader ging bellen. Ongeveer 5 minuten later zag ik dat er een wit busje met best wel hoge snelheid aan kwam rijden. Ik zag dat het busje linksaf sloeg en mijn kant op kwam rijden en bij het schoolplein stopte waar ik nog stond met mijn vrienden. Ik zag een man uit het busje stappen. Ik herkende deze man als de vader van [B] . Ik hoorde de man aan ons vragen: "Wie heeft het gedaan?" Ik hoorde de vader van [B] aan [B] vragen: "Wie is het?" Ik zag vervolgens dat [B] in de richting van [aangever] wees. Ik zag dat de vader van [B] vervolgens achter [aangever] aan rende. Ik zag dat de vader van [B] achter [aangever] aan bleef rennen, maar hem niet te pakken kreeg. Vervolgens liep de vader van [B] weer terug naar het busje en reed hij weer weg in de richting waarvan hij ook gekomen was. Ik pakte hierop de fiets van [aangever] . Ik ben snel weggereden op de fiets van [aangever] . Ik zag en hoorde dat het witte busje met best wel hoge snelheid op mij af kwam. Ik keek naar voren voor ongeveer twee seconden en vervolgende voelde ik dat ik ergens door geraakt werd. Ik voelde dat ik ter hoogte van mijn linkervoet geraakt werd. Ik keek naast mij en zag dat ik geraakt was door het eerder genoemde witte busje. Ik zag en voelde dat het busje mij raakte met de rechter voorzijde. Ik zag dat de eerder genoemde man die ik herken als de vader van [B] achter het stuur zat. Ik realiseerde mij dat ik zojuist was aangereden door het witte busje. Als gevolg van de aanrijding viel ik op de grond. Na de aanrijding voelde ik behoorlijk pijn aan mijn rechtervoet en dit werd eigenlijk steeds erger. Door de aanrijding is mijn linker schoen ook beschadigd geraakt. Ik zag dat er twee personen uit het busje stapten. Ik zag dat [B] uit stapte aan de bijrijderskant. Ik zag dat de vader van [B] naar mij toe kwam. Ik voelde dat hij mij beet pakte bij de kraag van mijn trui. Ik voelde dat hij hard aan mij begon te trekken en duwen. Ik hoorde [B] op een smekende toon aan zijn vader vragen of hij wilde stoppen. De vader van [B] stopte echter niet en bleef mij duwen en trekken. Ik voelde en zag dat de vader van [B] mij nog steeds vast had mij mijn kraag en mij naar achter duwde. Ik voelde vervolgens dat hij mij zo'n 2 of 3 keer hard met mijn rug tegen een muur aan duwde. Ik klapte hierbij ook een keer hard met mijn hoofd tegen de muur. Vervolgens voelde en zag ik dat de vader van [B] mij mee trok in de richting van het witte busje. Ik werd via het rechter portier aan de voorzijde de witte bus in getrokken. Ik zag dat de fiets van [aangever] achterin de bus werd gezet. [B] ging naast mij in de bus zitten. De vader van [B] stapte vervolgens in achter het stuur en reed tegen mijn wil in weg met de bus. Hij hield mij tijdens het rijden eigenlijk steeds vast. Tijdens bovengenoemde gebeurtenissen riep ik voortdurend: "Hou op, laat mij los of laat me gaan!" Hier werd niet op gereageerd door de vader van [B] . We zijn een paar rondjes door Biddinghuizen gereden. Ik werd voortdurend door mijn moeder gebeld, omdat zij zich zorgen maakte. Dit zei ik ook tegen de vader van [B] . Vervolgens heeft de vader van [B] mij gevraagd waar ik precies woon. Hij heeft me daarna thuis gebracht. Daar kreeg hij nog een behoorlijke woordenwisseling met mijn moeder en gaf hij aan dat het allemaal mijn schuld was en dat hij niks had gedaan. Mijn moeder heeft vervolgens de politie gebeld.
  3. [slachtoffer] heeft volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van verhoor aangever, op 16 augustus 2021 het volgende verklaard, zakelijk weergegeven: De vader van [B] duwde of sloeg mij tegen de muur achter mij aan. Ik kwam hierbij met mijn hoofd tegen de muur. Ik voelde hierdoor pijn aan mijn achterhoofd.
  4. Verbalisant [verbalisant 1] heeft in een proces-verbaal van bevindingen inhoudende onderzoek beelden EBG Verhuur van 18 augustus 2021 het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Uit de aangifte welke werd gedaan bleek dat de aanrijding waarover gesproken werd gebeurd moest zijn voor het pand van EBG verhuur te Biddinghuizen. De beelden werden aangeleverd middels losse bestanden. De bestandsnamen waren tevens de starttijden van opnames van de camera’s. De camera’s namen alleen de beelden op zodra er beweging zichtbaar was. De cameratijden werden gecontroleerd met de live beelden en daarin zat geen tijdsverschil. Op camera 2 welke zicht gaf op het verkeer uit de richting van de doorgaande weg Baan te Biddinghuizen is te zien dat op 14 augustus 2021 te 21:35:45 uur een voertuig met ontstoken verlichting aan kwam rijden. Aan de bovenzijde van het beeld is tevens een fietser zichtbaar welke voor de auto uit fietste. Na enkele meters is te zien dat de fietser voor de auto langs, van links naar rechts over de weg, reed. Vervolgens is te zien dat het voertuig scherp naar rechts stuurde. Te zien was dat de fietser hierdoor geraakt werd en op zijn rug op de grond viel. Na de aanrijding is te zien dat de persoon op de fiets opstond en stil bleef staan. De bus werd stil gezet en de bestuurder stapte uit. De bestuurder liep vervolgens achter zijn voertuig langs en pakte de jongen vast welke zojuist van zijn fiets was gereden. Op camera 1 is vervolgens duidelijker te zien hoe de man de jongen heen en weer trok. De man heeft de jongen constant met zijn linker hand vast en wordt de hele tijd heen en weer getrokken. Om 21:39:06 uur is te zien dat de jongen in de auto werd gezet door de man. Op de beelden was te zien dat de man constant de jongen vast hield met zijn linkerhand. Kort later draait de auto links om en rijdt weg in de richting van het centrum van Biddinghuizen.
  5. Een schriftelijk bescheid, te weten een Letselrapportage Forensisch Geneeskunde van GGD Flevoland van 17 augustus 2021 opgemaakt door C. Chiu, Forensisch arts in opleiding onder supervisie van drs. J.A. Kortmann, forensisch arts KNMG, zakelijk weergegeven: Onderzoeksgegevens Naam: [slachtoffer] Geboortedatum: [2006] Datum incident: 14-08-2021 Gemelde toedracht: informatie zoals mondeling verkregen van betrokkene op het GGD-kantoor in Almere op 17.08.2021: betrokkene vertelt dat hij op de fiets zat en dat een auto hem heeft aangereden tegen zijn linkerbeen. Hierbij is betrokkene van de fiets gevallen. Tevens zou de man hem bij de kraag hebben vastgegrepen en meerdere malen met de rug tegen de muur hebben geduwd. Gemelde klachten: betrokkene vertelt direct na het incident pijn te hebben gehad in zijn linkerbeen en voet, in zijn nek en rug. Hij vertelt ook angstig te zijn en als gevolg hiervan slecht te slapen. Ook zou hij veel flashbacks hebben. lichaamsdeel: linkerbeensoort: bloeduitstortingbeschrijving: op ongeveer halverwege het linkeronderbeen is een onscherp begrensde grillvormige blauwgeelgrijze huidverkleuring zichtbaar van circa 3x3 cmpast gemelde toedracht bij letsel: goedlichaamsdeel: linker beensoort: oppervlakkig schaafletselbeschrijving: Op de buitenzijde van de linker knie is een onscherp begrensde, minof meer rondvormige, blauwgrijsgele huidverkleuring van circa 3x3cmzichtbaar waarbij de huid deels ontveld is.past gemelde toedracht bij letsel: goedtoelichting: Het betreft hier een oppervlakkige schaafwond met bloeduitstorting.lichaamsdeel: linker beensoort: Huidbeschadigingbeschrijving: Op de buitenzijde van het linker onderbeen is op ongeveer een derdeonder de knie een min of meer matigscherp begrensde,streepvormige huidverkleuring zichtbaar waarbij de huid afwisselendwel en niet aangedaan is.past gemelde toedracht bij letsel: goedlichaamsdeel: linker voetsoort: bloeduitstortingbeschrijving: Op de linker hiel is een onscherp begrensde, ongeveer ovaalvormige,rozepaarse huidverkleuring zichtbaar van circa 1,5x1cm.past gemelde toedracht bij letsel: goedtoelichting: betrokkene vertelt dat hij op de fiets zat en dat een auto hem heeftaangereden tegen zijn linkerbeen. Hierbij vertelt betrokkene van defiets gevallen te zijn en daarbij ook zijn linker hiel heeft bezeerd.lichaamsdeel: rechterbeensoort: huidbeschadigingbeschrijving: Op de buitenzijde van het rechter onderbeen is ongeveer 5cm onderde knie een onscherp begrensde, min of meer ovaalvormige,rozepaarse huidverkleuring zichtbaar van circa 1,5xl cm.past gemelde toedracht bij letsel: goed.
  6. [aangever] heeft volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal van aangifte, op 16 augustus 2021 aangifte gedaan bij de politie en heeft daarbij het volgende verklaard, zakelijk weergegeven: V: Van wat voor fiets wil je aangifte doen? A: Een zwarte herenfiets, merk Sparta. De fiets is mijn eigendom. Ik heb deze fiets twee jaar geleden van mijn ouders gekregen. Hij was nieuw. V: Afgelopen weekend heeft er een incident plaatsgevonden waarbij jou fiets betrokken was. Ik ben net met jou en je moeder bij je fiets wezen kijken om jou te laten kijken of er beschadigingen aan de fiets za. Hiermee bedoel ik beschadigingen die zijn ontstaan nadat jij zaterdagavond je fiets onbeheerd achter liet. Welke beschadigingen heb jij aan je fiets gezien die er nog niet aan zaten? A: Ik zag dat mijn achterwiel verbogen is, dat mijn voorwiel verbogen is, meerdere beschadigingen aan de lak, scheef stuur. V: De schade aan je fiets, wil jij dat diegene die de aanrijding met [slachtoffer] en jouw fiets veroorzaakte deze schade vergoed? A: Ja. V: En wie is de veroorzaker van de aanrijding? A: De vader van [B] .
  7. Verbalisant [verbalisant 2] heeft in een proces-verbaal van bevindingen het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: In de aangifte nummer 2021259735-2 van [slachtoffer] , geboren op [2006] verklaarde [slachtoffer] dat hij door een witte Volkswagen Transportbus van achteren was aangereden terwijl hij op de fiets van zijn vriend [aangever] reed. Zie hiervoor genoemd proces-verbaal aangifte. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , heb onderzoek gedaan naar de schade aan deze fiets die mogelijk ten gevolge van deze aanrijding is ontstaan: - Ik zag dat het stuur van de fiets scheef stond - Ik zag er een slinger in het achterwiel van de fiets zat - Ik zag dat het achterspatbord van de fiets naar rechts stond.
  8. Verbalisant [verbalisant 1] heeft in een proces-verbaal van bevindingen inhoudende onderzoek voertuig [kenteken] van 17 augustus 2021 het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven: Op 17 augustus 2021 was ik ter plaatse op de [adres] te [woonplaats] in verband met een onderzoek aan het voertuig: Volkswagen Transporter voorzien van het kenteken [kenteken] . Dit voertuig werd inbeslaggenomen in verband met de mogelijke betrokkenheid van de bewuste aanrijding op de Noorderbaan te Biddinghuizen op 14 augustus
  9. Opvallend aan het voertuig betroffen een tweetal krassen welke zich boven het rechtervoorwiel bevonden in het witte lak. Deze krassen leken vers omdat het wit gekrulde verf zich nog langs de krassen bevond. Zie onderstaande 3 foto’s van de rechtervoorzijde van het voertuig
  10. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 juni 2023: Op 14 augustus 2021 belde mijn zoon [B] naar huis met het nieuws dat zijn telefoon was vernield. Ik was boos. Ik ging naar het schoolplein in Biddinghuizen. Ik wilde weten wat er gaande was en wie er achter de vernieling van de telefoon van [B] zat. [B] heeft mij verteld dat [aangever] hem een duw heeft gegeven waardoor zijn telefoon is gevallen. Een aantal jongens vertelden mij dat [slachtoffer] de fiets van [aangever] had meegenomen. Ik ben vervolgens met mijn witte Volkswagen Transporter bus weggereden en zag bij de rotonde [slachtoffer] op de fiets. Het klopt dat ik [slachtoffer] heb vastgepakt en hem tegen de muur heb gedrukt. Ik was boos en ik wilde ervoor zorgen dat hij in de bus zou stappen. Terwijl [slachtoffer] in de bus stapte heb ik de fiets van [aangever] in mijn bus gestopt. De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. Bewijsoverwegingen ten aanzien van de feiten 1 primair, 2, 3 primair en 6 Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan de rechtbank het volgende vaststellen. Op de avond van 14 augustus 2021 is de zoon van verdachte, [B] (hierna: [B] ) met onder andere [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) en [aangever] (hierna: [aangever] ) aan het hangen op een schoolplein in Biddinghuizen . De nieuwe telefoon van [B] valt daar op de grond en raakt beschadigd. [B] neemt hierop telefonisch contact op met zijn vader. Verdachte verschijnt enkele minuten later met zijn witte bus bij het schoolplein om verhaal te halen over de beschadigde telefoon. Hierbij hoort hij dat [aangever] [B] heeft geduwd, waardoor de telefoon van [B] is gevallen. Verdachte rent vervolgens achter [aangever] aan. Het lukt verdachte niet om [aangever] bij te houden en verdachte keert terug op het schoolplein. In de tussentijd pakt [slachtoffer] de fiets van [aangever] en fietst hiermee weg. Verdachte stapt in zijn bus en achtervolgt [slachtoffer] . Verdachte rijdt met de rechtervoorzijde van zijn bus tegen de fiets, waardoor [slachtoffer] ten val komt. Zodra [slachtoffer] opstaat wordt [slachtoffer] door verdachte vastgepakt, heen en weer geduwd en getrokken. [slachtoffer] klapt hierbij met zijn hoofd tegen een muur. Vervolgens wordt [slachtoffer] door verdachte in de richting van de bus getrokken en neemt hij daarin plaats. Ook de fiets van [aangever] wordt in de bus gezet. Naast [slachtoffer] neemt [B] plaats. Verdachte rijdt vervolgens met [slachtoffer] en [B] in de bus rondjes in Biddinghuizen. Hierbij blijft verdachte [slachtoffer] vasthouden. Ondanks dat [slachtoffer] meerdere malen schreeuwt om hem los te laten en hem te laten gaan, doet verdachte dit niet. Uiteindelijk brengt verdachte [slachtoffer] naar huis. Poging zware mishandeling De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte – al dan niet in voorwaardelijke vorm – opzet had op zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer, waarmee sprake zou zijn van een poging tot zware mishandeling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte niet willens en wetens aangever aangereden om hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, maar is er wel sprake geweest van voorwaardelijk opzet. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard. Verdachte reed in een bus en [slachtoffer] reed op de fiets rechts van verdachte, ter hoogte van zijn rechter voorwiel. Uit de camerabeelden is gebleken dat verdachte met zijn bus scherp naar rechts heeft gestuurd, richting de fietsende [slachtoffer] . [slachtoffer] is als gevolg hiervan met de fiets ten val gekomen. Uit de omstandigheden dat verdachte achter [slachtoffer] aan is gereden en scherp naar rechts heeft gestuurd, leidt de rechtbank af dat verdachte de bedoeling had om [slachtoffer] met zijn bus tot stoppen te brengen. De rechtbank overweegt dat door met een bus in te rijden op een fietser, een zwakkere verkeersdeelnemer, de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan. Door de onvoorspelbaarheid van een aanrijding, de kwetsbaarheid van een fietser, de krachten die vrijkomen en de aanwezigheid van diverse obstakels (stoepen, lantaarnpalen, andere verkeersdeelnemers), ter plaatse van de aanrijding, bestaat bijvoorbeeld de kans op gecompliceerde botbreuken of hoofd-/hersenletsel. Op de camerabeelden is te zien dat [slachtoffer] ten val is gekomen en vervolgens na zijn val kon opstaan, maar dit had ook anders kunnen zijn. Verdachte had ook over [slachtoffer] heen kunnen rijden, met alle gevolgen van dien. Verdachte had dit kunnen en moeten weten toen hij besloot naar rechts te sturen. Het voornoemd rijgedrag van verdachte is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm aan te merken als zozeer gericht op het teweegbrengen van de aanrijding en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, dat hieruit de bewuste aanvaarding van die aanmerkelijke kans volgt. Het onder 1 primair tenlastegelegde is dan ook wettig en overtuigend bewezen. Mishandeling Uit de aangifte, de beschrijving van de camerabeelden en de verklaring van verdachte ter terechtzitting is gebleken dat verdachte [slachtoffer] heeft vastgepakt, heen en weer heeft getrokken en tegen een muur aan heeft geduwd. [slachtoffer] voelde daardoor pijn aan zijn achterhoofd. De rechtbank acht daarmee het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Wederrechtelijke vrijheidsberoving De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer] , nadat hij door verdachte was aangereden en mishandeld, tegen zijn wil richting de bus werd getrokken en in de bus werd gezet. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij boos was, [slachtoffer] heeft vastgepakt en wilde dat hij in de bus zou stappen. Uit de camerabeelden blijkt ook dat verdachte [slachtoffer] continu vast heeft. Eenmaal in de bus diende [slachtoffer] tussen verdachte en zijn zoon te zitten en werd hij door verdachte vastgehouden. Ondanks dat [slachtoffer] meerdere malen verdachte heeft verzocht om hem los te laten en te laten gaan, is dit niet gebeurd. De rechtbank is van oordeel dat deze gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zo zeer gericht op het wederrechtelijk beroven van de vrijheid van [slachtoffer] dat het opzet van verdachte wettig en overtuigend kan worden bewezen. Dat de deuren van de bus niet op slot zouden zitten, zoals verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Dat neemt namelijk niet weg dat verdachte [slachtoffer] heeft vastgehouden en hem niet uit de bus heeft laten gaan toen [slachtoffer] daarom verzocht. Vernieling fiets Door het aanrijden van de fietsende [slachtoffer] heeft verdachte tevens bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij de fiets waar [slachtoffer] op reed zou vernielen. De rechtbank acht het onder 6 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: feit 1 primair op 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een voertuig tegen de (linker)voet, van die [slachtoffer] heeft aangereden waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; feit 2 op 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, [slachtoffer] heeft mishandeld door met kracht meerdere malen tegen het lichaam van die [slachtoffer] te duwen en te trekken en het lichaam vast te pakken waardoor het hoofd van die [slachtoffer] tegen een muur terecht is gekomen; feit 3 primair op 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door die [slachtoffer] tegen zijn wil in het voertuig van verdachte te trekken en te verhinderen dat die [slachtoffer] dit voertuig kon verlaten; feit 6 op 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, opzettelijk en wederrechtelijk een (heren)fiets (merk: Sparta, kleur: zwart), die aan [aangever] toebehoorde heeft vernield. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen onder 1 primair, 2, 3 primair en 6 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: feit 1 primair poging tot zware mishandeling; feit 2 mishandeling; feit 3 primair opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven; feit 6 opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot: - een gevangenisstraf van 2 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren; - een taakstraf van 180 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 90 dagen hechtenis; - een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht bij de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn blanco strafblad, het al lang lopende schorsingstoezicht, de ouderdom van de feiten alsmede de eendaadse samenloop van de feiten 1 en 2 en de voortgezette handeling bij alle tenlastegelegde feiten. Zij heeft verzocht om aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en om aan een eventuele voorwaardelijk rijontzegging een kortere proeftijd te verbinden. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De aard en ernst van de feiten Verdachte heeft zich in één avond schuldig gemaakt aan een viertal strafbare feiten. Allereerst heeft verdachte [slachtoffer] , die op een fiets zat, aangereden door met zijn bus naar rechts te sturen. Het slachtoffer is door deze manoeuvre ten val gekomen en heeft daarbij letsel opgelopen. De fiets is daarbij beschadigd. De rechtbank is van oordeel dat op geen enkele wijze is te rechtvaardigen dat verdachte met zijn bus op het slachtoffer heeft ingestuurd. De gevolgen van een aanrijding met een kwetsbare verkeersdeelnemer kunnen zeer ernstig zijn. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het mishandelen en het wederrechtelijk beroven van de vrijheid van het slachtoffer. Het slachtoffer was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten minderjarig (14 jaar|) en een vriend van zijn zoon. Daar komt bij dat het slachtoffer geen enkele betrokkenheid had bij het incident waarbij aan de telefoon van de zoon van verdachte schade was toegebracht. Het is dan ook onbegrijpelijk dat verdachte het slachtoffer op deze wijze heeft benaderd en heeft behandeld. Voor het slachtoffer moet de avond van 14 augustus 2021 een zeer beangstigende avond zijn geweest. Het slachtoffer heeft tegenover de politie verklaard dat hij bang was en erg moest huilen en bij zijn verzoek tot schadevergoeding heeft hij geschreven dat hij nog nooit zo bang is geweest. Verdachte heeft met zijn handelwijze een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen, naast het fysieke leed, ook nog lange tijd ernstige psychische gevolgen ondervinden van wat zij hebben meegemaakt. De persoon van verdachte De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte kennisgenomen van: het op zijn naam gestelde uittreksel Justitiële documentatie van 1 mei 2023; een reclasseringsrapportage van 24 mei 2022, opgemaakt door J. Hoekstra, reclasseringswerker bij Reclassering Nederland. Uit het uittreksel Justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat de reclassering het recidiverisico gelet op zijn ontkenning niet kan inschatten maar dat het in algemene zin voor hem pleit dat hij nooit eerder veroordeeld is voor het plegen van een strafbaar feit en er op de leefgebieden geen problemen zijn aangetroffen die het recidiverisico in ernstige mate negatief beïnvloeden. De reclassering adviseert bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden. Interventies of toezicht acht de reclasseringj niet nodig. De straf Anders dan door de raadsvrouw is bepleit, is van eendaadse samenloop of van een voortgezette handeling in dit geval geen sprake. Wel houdt de rechtbank er bij de strafoplegging rekening mee dat sprake is geweest van één feitencomplex en van meerdaadse samenloop. De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de bewezen verklaarde feiten mede vanuit een oogpunt van normbevestiging en generale preventie, een voorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Duidelijk moet zijn dat een volwassene niet op deze manier zijn boosheid op kinderen mag botvieren. De rechtbank zal verdachte daarom een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden opleggen met een proeftijd van één jaar. Daarnaast zal de rechtbank verdachte een taakstraf van 180 uren opleggen, met aftrek van het voorarrest, te vervangen door 90 dagen hechtenis indien verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht. Hoewel het bewezenverklaarde feit onder 1 primair daarnaast de oplegging van een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid rechtvaardigt, ziet de rechtbank daarvan af vanwege het tijdsverloop en vanwege het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest en ook nadien niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen. Opheffen geschorst bevel voorlopige hechtenis Gelet op de straf die de rechtbank aan verdachte oplegt, zal zij het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen. 9BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.655,
  11. Dit bedrag bestaat uit € 155,97 materiële schade en € 3.500,00 immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 primair, 2, 3 primair tenlastegelegde feiten. 9.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft de materiële schade van € 155,97 volledig kan worden toegewezen. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade, kan deze worden toegewezen tot een bedrag van € 2.000,
  12. Het totaal toe te wijzen bedrag van € 2.155,97 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 9.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich ten aan zien van de materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de vordering immateriële schade heeft de raadsvrouw verzocht deze aanzienlijk te matigen. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Materiële schade Ten aanzien van de materiële schade overweegt de rechtbank dat deze voor vergoeding in aanmerking komt. De schade is veroorzaakt door het handelen van verdachte en voldoende onderbouwd met facturen. Het door de benadeelde partij gevorderde bedrag van € 155,97 zal daarom worden toegewezen. Immateriële schade Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 1 primair, 2 en 3 primair tenlastegelegde en bewezen verklaarde feiten. De rechtbank ziet, mede gelet op schadevergoedingen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden toegewezen, aanleiding om het gevorderde bedrag tot een lager bedrag toe te wijzen namelijk € 1.500,
  13. Het overige gevorderde deel zal worden afgewezen. Totaal Dit betekent dat de rechtbank de vordering van de benadeelde partij tot een totaalbedrag van € 1.655,97 zal toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 14 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling. Veroordeling in de kosten Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.655,97 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 14 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 26 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 282, 300, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het onder 4, 5 primair en 5 subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Bewezenverklaring - verklaart het onder 1 primair, 2, 3 primair en 6 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het onder 1 primair, 2, 3 primair en 6 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder 1 primair, 2, 3 primair en 6 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden; - bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 1 (één) jaar vast; - als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag; - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis; Benadeelde partij wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 1.655,97; veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling; wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.655,97 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 26 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, voorzitter, mr. N. van Esch en mr. drs. I. Helmich, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Tason Avila, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 juni
  14. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, gemeente Dronten, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (met hoge snelheid en/of kracht) met een voertuig tegen de (linker)voet, althans het (onder)lichaam, van die [slachtoffer] heeft aangereden (en waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, gemeente Dronten, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door (met hoge snelheid en/of kracht) met een voertuig tegen de (linker)voet, althans het (onder)lichaam, van die [slachtoffer] aan te rijden (en waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen); 2 hij op of omstreeks 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, gemeente Dronten, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door (met kracht) een of meerdere ma(a)l(en) aan/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te duwen en/of te trekken en/of vast te pakken (waardoor het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] tegen een muur terecht is gekomen); 3 hij op of omstreeks 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, gemeente Dronten, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer] (tegen zijn wil) in het voertuig van verdachte te trekken en/of het lichaam van die [slachtoffer] in dit voertuig vast te houden en/of te verhinderen dat die [slachtoffer] dit voertuig kon verlaten; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, gemeente Dronten, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, te weten [slachtoffer] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten in de auto te gaan zitten en/of te blijven zitten en/of met verdachte mee te rijden en/of niet uit de auto te stappen, door die [slachtoffer] (tegen zijn wil) in het voertuig van verdachte te trekken en/of het lichaam van die [slachtoffer] in dit voertuig vast te houden en/of te verhinderen dat die [slachtoffer] dit voertuig kon verlaten; 4 hij op of omstreeks 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, gemeente Dronten, althans in Nederland, opzettelijk een airpod, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; 5 hij op of omstreeks 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, gemeente Dronten, althans in Nederland, een (heren)fiets (merk: Sparte, kleur: zwart), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, gemeente Dronten, althans in Nederland, opzettelijk een (heren)fiets (merk: Sparte, kleur: zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; 6 hij op of omstreeks 14 augustus 2021 te Biddinghuizen, gemeente Dronten, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een (heren)fiets (merk: Sparte, kleur: zwart), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 16 september 2021, genummerd 2021259735, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met
  15. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina
  16. Pagina
  17. Pagina
  18. Pagina
  19. Pagina
  20. Een Letselrapportage Forensisch Geneeskunde van GGD Flevoland van 17 augustus 2021, pagina
  21. Een Letselrapportage Forensisch Geneeskunde van GGD Flevoland van 17 augustus 2021, pagina
  22. Een Letselrapportage Forensisch Geneeskunde van GGD Flevoland van 17 augustus 2021, pagina
  23. Een Letselrapportage Forensisch Geneeskunde van GGD Flevoland van 17 augustus 2021, pagina
  24. Een Letselrapportage Forensisch Geneeskunde van GGD Flevoland van 17 augustus 2021, pagina
  25. Een Letselrapportage Forensisch Geneeskunde van GGD Flevoland van 17 augustus 2021, pagina
  26. Pagina
  27. Pagina
  28. Pagina
  29. Pagina’s 59 tot en met
  30. Pagina’s 64 tot en met 69.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.