RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/2925 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2022 in de zaak tussen [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [plaats], verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen
- Verweerder heeft op 4 juli 2022 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 14 oktober 2022 heeft verweerder medegedeeld de waarde moet worden bepaald op € 423.000,-. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn kosten van een door derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand en verschotten.
- De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
- Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Door verzoeker is niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker een advocaat of een beroepsmatig rechtsbijstandverlener heeft aan wie hij een vergoeding verschuldigd is voor hulp in deze procedure. De rechtbank stelt vast dat geen van de proceshandelingen in beroep is verricht door een beroepsmatig rechtsbijstandverlener. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat verzoeker in beroep proceskosten heeft gemaakt die op grond van artikel 1 onder a van het Bpb voor vergoeding in aanmerking komen.
- Ten aanzien van de door verzoeker gevraagde vergoeding van verschotten oordeelt de rechtbank dat zij niet kan beoordelen of de gevraagde verschotten van € 15,60 voor vergoeding in aanmerking komen. Verzoeker heeft geen specificatie heeft overgelegd. De rechtbank kan niet beoordelen of deze kosten, op grond van artikel 1 onder f van het Bpb, zijn gemaakt in verband met behandeling van dit beroep.
- Verweerder moet wel het griffierecht van € 50,- aan verzoeker betalen (artikel 8:41 van de Awb).
- De rechtbank wijst het verzoek af. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van I.J. Tiktak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 februari
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.