← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:3045

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/5451 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2023 in de zaak tussen [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. W. Kort), en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen

  1. Verzoeker heeft op 29 november 2022 een beroepschrift ingediend tegen het uitblijven van een besluit van verweerder. Verweerder heeft op 23 december 2022 een besluit genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarom zijn beroepschrift ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
  2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
  3. De rechtbank stelt vast dat verweerder inmiddels met het primaire besluit van 23 december 2022 alsnog heeft beslist op de aanvraag van verzoeker. Dit betekent dat het procesbelang van verzoeker bij het beroep tegen niet tijdig nemen van een besluit is komen te vervallen. De rechtbank zal daarom het beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaren.
  4. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast. De kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank op grond van het Bpb vast op € 418,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5).
  5. De rechtbank bepaalt dat verweerder aan verzoeker het betaalde griffierecht van € 50,- vergoedt. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 418,50,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van I.J. Tiktak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april
  6. (De griffier is verhinderd de uitspraak mede te ondertekenen.) griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.