← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:326

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/2885 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2023 in de zaak tussen [eiser] , eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente De Ronde Venen , verweerder (gemachtigde: D.J. Konings). Procesverloop In de beschikking van 25 februari 2022 heeft verweerder voor [adres] in [woonplaats] (het object) een aanslag rioolheffing (eigenaar) van € 210,20 en een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. In de beschikking van 25 februari 2022 heeft verweerder voor het object een aanslag rioolheffing (gebruiker) van € 454,32 opgelegd. Eiser is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 9 juni 2022 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op de digitale zitting van 22 december

  1. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, D.J. Konings. Overwegingen
  2. De rechtbank beoordeelt of aan eiser de aanslag rioolheffing terecht is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
  3. Eiser stelt ten eerste dat de belasting die verweerder met betrekking tot de rioolheffing heft, dubbel is omdat ook waterschapsbelasting wordt geheven. Verweerder is het niet met eiser eens. Verweerder heeft in het verweerschrift hierover toegelicht dat een heffing op basis van de Gemeentewet en een heffing op basis van de Waterschapswet geen dubbele belastingheffing is. Volgens verweerder is sprake van een dubbele belastingheffing als er ter zake van hetzelfde belastbare feit meerdere aanslagen worden opgelegd op basis van dezelfde wet. De rechtbank kan het standpunt van verweerder volgen. Op grond van art. 228 van de Gemeentewet kan verweerder de aanslag rioolheffing (een gemeentelijke belasting) opleggen. Het waterschap kan op grond van de Waterschapswet belasting heffen. De rechtbank overweegt dat er andere doelen ten grondslag liggen aan de aanslag rioolheffing en de waterschapsbelasting. Deze kunnen dus naast elkaar worden opgelegd. De aanslag rioolheffing die eiser betaalt aan verweerder wordt opgelegd in verband met onderhoud van het riool. De waterschapsbelasting wordt gebruikt voor het schoonmaken van afvalwater. Deze belasting wordt gebruikt om dijken te versterken, de waterkwaliteit te verbeteren, het waterpeil op orde te houden en klimaatproblemen aan te pakken.
  4. Eiser stelt verder dat zijn perceel niet is aangesloten op de gemeentelijke rioleringsstelsel, maar op een mestput. Volgens eiser doet verweerder niets voor zijn riolering. Verweerder heeft hierover in het verweerschrift toegelicht dat een aansluiting op het gemeentelijke rioleringsstelsel niet verplicht is om de aanslag rioolheffing op te leggen. Volgens verweerder is het opleggen van aanslagen rioolheffing mogelijk voor alle percelen die zich op het grondgebied van de gemeente De Ronde Venen bevinden. De rechtbank kan dit standpunt van verweerder volgen. De rechtbank stelt voorop dat artikel 228a van de Gemeentewet geen uitgeschreven voorschriften bevat over de belastingplicht, het belastbare feit, de heffingsmaatstaven, de tarieven en wat overigens voor de heffing en de invordering van de rioolheffing van belang is. De gemeenteraad is dus vrij om aan deze elementen van de rioolheffing in de belastingverordening de invulling te geven die hij wenst. De enige grens die de Gemeentewet aangeeft is dat een gemeentelijke belasting niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen. Die grote vrijheid wordt alleen beperkt als de invulling die de gemeenteraad kiest, leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing die de (rijks)wetgever bij de toekenning van de bevoegdheid om rioolheffing te heffen, niet op het oog kan hebben gehad. Perceelseigenaren kunnen dus ook worden aangeslagen zonder dat er sprake is van aansluiting op het gemeentelijke rioleringsstelsel. Niet is gebleken dat er sprake is van een onredelijke en willekeurige belastingheffing.
  5. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank is van oordeel dat de aanslag rioolheffing terecht is opgelegd. Conclusie
  6. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder terecht de aanslagen rioolheffing heeft opgelegd. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van A. Kasi, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari
  7. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat. Zie de uitspraak van Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden van 11 februari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:917en Rechtbank Amsterdam van 28 januari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:232.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.