RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/1541 Rectificatie pagina 1 uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 juni 2023 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, verweerder (gemachtigde: mr. A.M.J. de Braal). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghouder] , uit [plaats] Partijen worden in deze uitspraak verzoeker, het college en vergunninghouder genoemd. Inleiding Verzoeker woont aan de [adres 1] in [plaats] . Met het besluit van 10 maart 2023 heeft het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een warmtepomp op het platte dak van de aanbouw van de woning aan de [adres 2] in [plaats] . Verzoeker heeft bij het college bezwaar gemaakt tegen deze omgevingsvergunning en bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op dit verzoek om een voorlopige voorziening. Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
- De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De griffier heeft telefonisch contact gehad met vergunninghouder. In dat contact heeft vergunninghouder verklaard dat hij de warmtepomp in ieder geval niet op het platte dak zal plaatsen voordat het college een beslissing heeft genomen op het bezwaar van verzoeker. Op verzoek van de griffier heeft vergunninghouder dat schriftelijk bevestigd in zijn e-mailbericht van 24 mei
- De griffier heeft vervolgens in de brief van 25 mei 2023 aan verzoeker gevraagd om aan te geven wat op dit moment nog het spoedeisende belang is bij het treffen van een voorziening. Verzoeker heeft hierop niet gereageerd. De voorzieningenrechter komt daarom tot de conclusie dat er geen spoedeisend belang is. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat, mocht vergunninghouder de warmtepomp alsnog op het platte dak plaatsen voordat er is beslist op bezwaar, deze zonder veel problemen kan worden verwijderd. Conclusie en gevolgen
- Het verzoek is kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 juni
- de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.