RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 10012987 UC EXPL 22-5004 SV/40160 Vonnis van 8 februari 2023 in de zaak van: [eiser] , wonend in [woonplaats] , verder ook te noemen: [eiser] , eisende partij, gemachtigde: mr. I. Kraaijenoord, tegen: de besloten vennootschap [gedaagde] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , verder ook te noemen: [gedaagde] , gedaagde partij, vertegenwoordigd door haar directeur/enig aandeelhouder: de heer [A] . 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met 21 producties, - de schriftelijke reactie van [gedaagde] , - de mondelinge behandeling op 5 januari 2023. 1.2. De zaak is mondeling behandeld op 5 januari 2023. [eiser] was aanwezig en werd bijgestaan door zijn gemachtigde, mr. I. Kraaijenoord van Stichting Achmea Rechtsbijstand. [gedaagde] heeft zich laten vertegenwoordigen door haar directeur/enig aandeelhouder, de heer [A] . Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht door te reageren op elkaars stellingen en vragen van de kantonrechter te beantwoorden. De griffier heeft daarvan aantekeningen bijgehouden. 1.3. Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak wordt gewezen en uitgesproken. 2Wat is er gebeurd? 2.1. Op 19 augustus 2021 hebben partijen een overeenkomst tot koop gesloten waarbij [eiser] van [gedaagde] een tweedehands auto, van het merk Volvo met het bouwjaar 2016 en een kilometerstand van 158.706 (hierna: de auto), heeft gekocht voor € 39.750,-. [eiser] heeft daarbij zijn auto, van het merk Audi, ingeruild bij [gedaagde] voor € 1.000,-. Onderdeel van de overeenkomst is een garantieverzekering van [onderneming 1] van zes maanden. De levering heeft op 19 augustus 2021 plaatsgevonden. [gedaagde] had vóór het sluiten van de overeenkomst aan [eiser] meegedeeld dat de auto schadevrij is. 2.2. Enkele dagen na de levering begon het motormanagementlampje te branden. [eiser] heeft daarna contact opgenomen met [gedaagde] , zij heeft toen aangegeven dat [eiser] de auto bij een willekeurige garage kon brengen, waar het probleem onder de garantie hersteld kon worden. Bij onderzoek door [onderneming 2] werd vermoed dat de auto schade heeft gehad. [eiser] heeft de auto daarna laten onderzoeken door een schadehersteller, [onderneming 3] , die constateerde dat de gehele rechterkant, de motorkap, de bumper en een deel van de linkerkant van de auto is overgespoten en dat er aan de rechterzijde schade is geweest. 2.3. [eiser] heeft de motormanagementstoring laten uitlezen door [onderneming 4] , die daarna een software-update heeft verricht. Omdat het probleem daarna niet was verholpen, heeft de garantieverstrekker ( [onderneming 1] ) verzocht om een nadere diagnose. [eiser] heeft hiervoor twee facturen, van 5 oktober 2021 voor € 186,64 en van 23 oktober 2021 voor € 689,70, ontvangen en betaald. [onderneming 1] heeft deze kosten niet vergoed. 2.4. [eiser] heeft [gedaagde] op 13 oktober 2021 meegedeeld dat hem een schadeauto is verkocht en dat hij zich beroept op dwaling. Op 11 november 2021 heeft [eiser] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de gemaakte kosten en het herstel van de technische gebreken. [gedaagde] heeft daarop gereageerd dat zij transparant te werk gaat en dat er geen sprake kan zijn van dwaling, maar dat [eiser] welkom is voor het technische gedeelte. 2.5. [eiser] heeft op 9 december 2021 een expertise laten doen door [onderneming 5] . In het expertiserapport is – kort samengevat – geconcludeerd dat er aan de auto slecht herstelde schade zichtbaar is aan het rechter voorportier en het linker zijpaneel. Daarnaast is het linker achterportier niet te openen met de handgrepen. De kosten voor herstel worden begroot op € 3.198,54. De kosten van de expertise bedragen € 313,88. 2.6. [eiser] heeft [gedaagde] op 11 januari 2022 het expertise-rapport toegezonden en gesommeerd de auto terug te nemen en de koopprijs terug te betalen. Daarnaast heeft [eiser] [gedaagde] voorgesteld om de gemaakte kosten en de nog te maken herstelkosten te vergoeden. [gedaagde] heeft dit geweigerd, maar heeft op 2 februari 2022 wel aangeboden de technische gebreken aan de auto te herstellen. Begin april 2022 heeft [gedaagde] deze problemen aan de auto, de lambdasonde en de carterontluchting, hersteld. 2.7. [eiser] heeft [gedaagde] op 12 april 2022 gevraagd nieuwe klachten, de kofferbak die niet meer automatisch opengaat en de climate control die niet meer goed werkt, te herstellen. [gedaagde] heeft [eiser] laten weten dat zij deze problemen alleen tegen betaling wil herstellen. 3De vordering en het verweer 3.1. [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van [gedaagde] om aan [eiser] te voldoen: € 3.198,54 aan vervangende schadevergoeding voor het herstel van de ondeugdelijk herstelde schade; € 313,88 aan kosten voor het expertiserapport; € 876,34 aan diagnosekosten; € 2.326,03 aan gemaakte kosten voor vervangend vervoer; € 2.175,88 aan vervangende schadevergoeding voor de reparatie van de kofferbak en de climate control. [eiser] vordert over deze bedragen ook de wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, en een veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten, beide verhoogd met de wettelijk rente. 3.2. Ter onderbouwing van deze vordering stelt [eiser] dat de geleverde auto niet voldoet aan de redelijkerwijs door hem te verwachten eigenschappen en dus niet aan de overeenkomst beantwoordt. [gedaagde] is in verzuim met het herstellen van de ondeugdelijk herstelde schade, zodat [eiser] recht heeft op vervangende schadevergoeding. [eiser] heeft ook recht op vergoeding van de diagnosekosten die hij heeft gemaakt omdat het waarschuwingslampje was gaan branden. De kosten die [eiser] heeft gemaakt voor het vervangend vervoer zijn een rechtstreeks gevolg van de gebreken aan de geleverde auto, zodat deze voor rekening van [gedaagde] dienen te komen. 3.3. [gedaagde] voert als verweer aan dat zij de gemelde gebreken aan de lambdasonde en de carterontluchting kosteloos heeft hersteld. De diagnosekosten zijn volgens [gedaagde] absurd hoog, zodat zij die weigert te betalen. [gedaagde] vindt dat zij de kosten voor het herstel van de ondeugdelijk herstelde schade niet hoeft te betalen omdat [eiser] voor de koop een aankoopkeuring had kunnen laten doen en de auto in goede conditie heeft afgeleverd. Ten aanzien van de kosten van vervangend vervoer wijst [gedaagde] in de eerste plaats erop dat zij over leenauto’s beschikt die aan [eiser] ter beschikking hadden kunnen worden gesteld. Daarnaast betwist zij dat [eiser] de gestelde kosten van vervangend vervoer daadwerkelijk heeft gemaakt. De klachten over de kofferbak en de climate control zijn pas na de garantietermijn gemeld, zodat zij die klachten alleen tegen betaling wil oplossen. 4De beoordeling 4.1. Op grond van artikel 7:17 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet een afgeleverde (gekochte) zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Uit het tweede lid van dat artikel volgt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van die overeenkomst mocht verwachten. Een koper van een auto mag in elk geval verwachten dat die auto de eigenschappen bezit die nodig zijn voor normaal gebruik van de auto: deelnemen aan het verkeer. 4.2. De auto moet deze eigenschappen bezitten bij aflevering. Bij een consumentenkoop, waarvan in dit geval sprake is, wordt de koper beschermd door een wettelijk bewijsvermoeden. Dit bewijsvermoeden houdt in dat als een gebrek zich binnen zes maanden na aflevering openbaart, ervan uitgegaan wordt dat het gebrek al bij aflevering bestond (artikel 7:18 lid 2 BW, zoals deze bepaling luidde op het moment van sluiten van de overeenkomst). Ondeugdelijk herstelde schade en de expertisekosten 4.3. [eiser] stelt dat hij de ondeugdelijk herstelde schade niet hoefde te verwachten. Door het bestaan van ondeugdelijk herstelde schade beantwoordt de auto niet aan de koopovereenkomst. [eiser] wil dat de ondeugdelijke herstelde schade alsnog vakkundig wordt hersteld. [eiser] heeft tijdens de zitting aan de hand van het expertiserapport toegelicht dat voor herstel van de ondeugdelijk herstelde schade onder meer het volgende nodig is: vervanging van het rechter voorportier; herstelwerk aan: het zijpaneel achter links, de handgreep achter rechts, een sierlijst, de wielkuiplijst, de bumper achter en het achterlicht links; spuitwerk nadat het herstel- en vernieuwwerk is verricht. 4.4. [gedaagde] heeft gesteld dat zij de auto schadevrij heeft gekocht en schadevrij aan [eiser] heeft verkocht. Zoals voor [eiser] was ook voor haar niet zichtbaar dat sprake was van herstelde schade. [gedaagde] betwist voorts dat deze herstel- en vervangingswerkzaamheden technische gebreken zijn en stelt dat deze alleen zien op cosmetische punten. 4.5. De kantonrechter stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat vóór de koop
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.