RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16.031404.22 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 9 augustus 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 januari 2023 en 26 juli 2023. De zaak is inhoudelijk behandeld op 26 juli 2023. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A. Drogt en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A. van der Poel, advocaat te Apeldoorn, alsmede van hetgeen mr. C.C. Delpeche namens de benadeelde partijen naar voren heeft gebracht. Mr. Delpeche nam waar voor mr. M. Rotgans, advocaat te Utrecht. 2TENLASTELEGGING Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 20 juli 2019 te Houten, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het aanraken/betasten van en/of het wrijven over en/of het aftrekken van de piemel van die [benadeelde 1] , waarbij verdachte (steeds) voorbij is gegaan aan de verbale en non verbale uitingen van die [benadeelde 1] , waaruit (ondubbelzinnig) bleek dat die [benadeelde 1] die seksuele handelingen niet wilde ondergaan en/of verrichten, in elk geval dat het de wil van die [benadeelde 1] was dat die seksuele handelingen zouden stoppen, in ieder geval niet (langer) door zouden gaan en/of tegen die [benadeelde 1] heeft gezegd dat hij tegen niemand mag vertellen wat er is gebeurd; ( art 246 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij op of omstreeks 20 juli 2019 te Houten, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het aanraken/betasten van en/of het wrijven over en/of het aftrekken van de piemel van die [benadeelde 2] , waarbij verdachte (steeds) voorbij is gegaan aan de verbale en non verbale uitingen van die [benadeelde 2] , waaruit (ondubbelzinnig) bleek dat die [benadeelde 2] die seksuele handelingen niet wilde ondergaan en/of verrichten, in elk geval dat het de wil van die [benadeelde 2] was dat die seksuele handelingen zouden stoppen, in ieder geval niet (langer) door zouden gaan en/of tegen die [benadeelde 2] heeft gezegd dat hij tegen niemand mag vertellen wat er is gebeurd; ( art 246 Wetboek van Strafrecht ) 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAAK 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van beide ten laste gelegde feiten. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat de verklaringen van de aangevers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] onbetrouwbaar zijn, dat steunbewijs ontbreekt en dat uit het dossier niet van dwang is gebleken. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht, anders dan de raadsvrouw, de verklaringen van de aangevers betrouwbaar en de verklaringen leveren over en weer steunbewijs van hun respectievelijke aangiften. De aangevers, ieder voor zich, verklaren, mede gelet op hun beperkingen en het tijdsverloop, over het geheel genomen in voldoende mate consistent en gedetailleerd en zij verklaren niet alleen over zichzelf, maar ook over hetgeen zij als getuige hebben gezien wat de ander is overkomen en ondersteunen daarmee elkaars verklaringen. Ofschoon verdachte zich niets kan herinneren over wat na de ontmoeting in het FC Utrecht stadion is gebeurd, volgt uit het dossier en hetgeen op de terechtzitting naar voren is gekomen dat verdachte en de twee aangevers op 20 juli 2019 op uitnodiging van verdachte na de ontmoeting in het stadion naar de woning van verdachte in [plaats] zijn gegaan. Daar is onder meer naar porno gekeken waarbij verdachte en de twee aangevers zichzelf hebben afgetrokken. Ook heeft de verdachte met zijn handen aan de geslachtdelen van de aangevers gezeten. Voor het bewijs van aanranding zoals is tenlastegelegd moeten de handelingen verricht zijn onder (bedreiging van) geweld en/of andere feitelijkheid. In de tenlastelegging staat dat verdachte de ontuchtige handelingen heeft gepleegd waarbij a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.