RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 10305423 \ MC EXPL 23-536 Vonnis van 16 augustus 2023 in de zaak van [eiser] , h.o.d.n. [handelsnaam], gevestigd te [vestigingsplaats 1] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [handelsnaam] , gemachtigde: TOP Credit Management B.V., tegen [gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met productie - de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie - de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie - de conclusie van dupliek in reconventie. 1.2. Nadat vervolgens vonnis was bepaald heeft [gedaagde] bij brief van 15 juni 2023 een rapport van [onderneming] , gedateerd mei 2023, aan de kantonrechter gestuurd met het verzoek deze nog als productie aan het procesdossier toe te voegen. De kantonrechter heeft [handelsnaam] een kopie hiervan toegezonden en heeft hem in de gelegenheid gesteld daar binnen drie weken een reactie op te geven. Aan dit verzoek heeft [handelsnaam] voldaan. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald op heden. 2De feiten 2.1. Op 21 oktober 2022 hebben [handelsnaam] en [gedaagde] een koopovereenkomst gesloten. De aan [gedaagde] verkochte producten staan opgesomd op een factuur die [handelsnaam] op de verkoopdatum aan [gedaagde] heeft verstrekt. De betalingstermijn die op de factuur staat vermeld is 30 dagen. [gedaagde] heeft de factuur voor akkoord ondertekend. 2.2. [handelsnaam] heeft de op de factuur vermelde producten aan [gedaagde] geleverd. [gedaagde] heeft de factuur niet binnen de betalingstermijn betaald. 2.3. Bij Whatsapp-berichten van 23 november 2022 heeft (voor zover relevant) de volgende communicatie tussen [handelsnaam] en [gedaagde] plaatsgevonden: [handelsnaam] : “Goedeavond, wanneer word het factuur betaald?” “Graag vandaag betalen” Daarop antwoordde [gedaagde] binnen 10 minuten als volgt: “Eerst ff die set nog leveren pik, je heb niks meer laten horen als je dat niet van plan bent zorg ik dat het voor je klaar staat om op te halen” [handelsnaam] heeft hierop onmiddellijk geantwoord: “Welke set?” “ Ik heb al gezegt dat ik die 2 losse milwaukee sets niet verkoop?” “Alles wat op het factuur staat is geleverd.” [gedaagde] heeft binnen 3 minuten na deze berichten het volgende geantwoord: “Oké ,ophalen en klaar” [handelsnaam] heeft daarop als volgt gereageerd: “Ik wil het niet an de incasso afgeven ik heb netjes alle spullen geleverd nu verwagt ik u ook u netjes u rekening betaald. Maar goed als het voor morgen niet betaald is geef ik het aan incasso/deurwaarde af en zijn de overige koste voor u.” [gedaagde] heeft in reactie daarop een emoji met duimpje omhoog gestuurd. 2.4. Bij brief van 25 november 2022 is [gedaagde] door de gemachtigde van [handelsnaam] in gebreke gesteld. Daarbij is [gedaagde] gesommeerd de factuur, vermeerderd met rente en kosten, uiterlijk voor 2 december 2022 te voldoen. In reactie daarop heeft [gedaagde] bij e-mail van 25 november 2022 (voor zover relevant) het volgende geschreven: “Goedemiddag, Na montage bleken de spullen incompleet en aan geen enkele wijze aan de geschepte verwachtingen te voldoen. Zoals aangegeven via de app staan de spullen klaar om retour te halen.” 2.5. Namens [handelsnaam] is hierop op 1 december 2022 als volgt geantwoord: “Na uw mail heb ik overleg gehad met [handelsnaam] en zij stelt dat er niets ontbreekt aan de levering. Ik heb ook de appjes gezien, waarin u schrijft: "eerst f die set nog leveren pik". (…) [handelsnaam] heeft u een app terug gestuurd en stelt dat alles wat op de factuur staat, ook is geleverd. Als dat niet zo is, dan zult u dat moeten aantonen en ik zie dan ook graag uw verweer (…) tegemoet. Vooralsnog wijs ik u erop dat de termijn uit de eerste aanmaning morgen afloopt.” 2.6. Op 6 en 14 december 2022 zijn namens [handelsnaam] opnieuw aanmaningen aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] heeft bij daarop bij e-mail van 16 december 2022 onder meer het volgende geantwoord: “Allereerst delen wij u mede dat het hier gaat om een betwiste vordering, het moge duidelijk zijn dat daarmee hebben aangegeven dat wij deze dan ook niet accepteren. (…) Inhoudelijk nogmaals: Na montage bleken de spullen incompleet en aan geen enkele wijze aan de geschepte verwachtingen te voldoen. Met de leverancier is afgesproken dat er op al het materiaal garantie van toepassing is en retour gewoon mogelijk is zoals dat ook wettelijk is vastgesteld. (…) Zoals al meerdere keren aangegeven staan de door [handelsnaam] geleverde spullen hier klaar om retour te worden gehaald. Als deze niet binnen 1 week na vandaag zijn afgehaald worden ze op kosten van [handelsnaam] aangetekend door ons retour gezonden als zijnde incomplete en niet geleverde producten volgens afspraak leverancier. (…)” 2.7. Dezelfde dag nog is hierop namens [handelsnaam] als volgt gereageerd: “ [handelsnaam] houdt u aan uw betalingsverplichting en gaat zeker niet akkoord met ontbinding van de koop. (…) U heeft de goederen kunnen keuren/testen/controleren voordat u de koop sloot en alles wat op de factuur staat, is door [handelsnaam] aan u overhandigd gelijk u de goederen heeft ontvangen. De goederen verkeren in goede staat. Mochten er desalniettemin toch gebreken zijn, dan behoort u dat gemotiveerd te stellen en te bewijzen zoals dat wettelijk is vereist.” 2.8. [gedaagde] heeft daarop niet aan [handelsnaam] kenbaar gemaakt wat de door haar gestelde gebreken precies inhielden en om specifiek welke producten het daarbij ging. Zij heeft de door [handelsnaam] verkochte en geleverde producten behouden en heeft de factuur daarvoor onbetaald gelaten. 3Het geschil in conventie 3.1. [handelsnaam] vordert om - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 11.151,76 (waarvan € 10.043,00 aan hoofdsom, wettelijke handelsrente tot datum dagvaarding en 875,43 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met rente en kosten. 3.2. [handelsnaam] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [gedaagde] haar betalingsverplichting moet nakomen. [handelsnaam] heeft producten aan [gedaagde] verkocht en geleverd maar [gedaagde] heeft de factuur voor die producten onbetaald gelaten, ondanks herhaalde sommaties daartoe. 3.3. [gedaagde] voert verweer. Zij meent dat zij de koopovereenkomst al heeft ontbonden en er niet langer een betalingsverplichting op haar rust. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [handelsnaam] , met veroordeling van [handelsnaam] in de kosten van deze procedure. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie 3.5. [gedaagde] vordert om - samengevat - [handelsnaam] bij vonnis te veroordelen tot het retournemen van alle aan [gedaagde] geleverde producten en tot betaling van (buitengerechtelijke) kosten en de kosten van deze procedure. 3.6. [handelsnaam] voert verweer. Hij stelt dat er nog steeds sprake is van een rechtsgeldige overeenkomst die door [handelsnaam] volledig is nagekomen en [gedaagde] geen grond heeft deze te ontbinden. Daarom is er evenmin grond voor retourneming van de producten. [handelsnaam] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie en in reconventie 4.1. Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, zal de kantonrechter deze hierna gezamenlijk beoordelen. 4.2. [handelsnaam] vordert (in hoofdsom) betaling van de koopprijs voor de producten die zij aan [gedaagde] heeft verkocht en geleverd. De producten, waaronder twee generatoren en ander gereedschap, staan vermeld op de factuur van 21 oktober 2022 die [gedaagde] voor akkoord heeft ondertekend. [gedaagde] betwist niet dat zij een koopovereenkomst met [handelsnaam] heeft gesloten en dat door [handelsnaam] producten aan haar zijn geleverd. De kantonrechter begrijpt het verweer van [gedaagde] zo, dat zij meent niet verplicht te zijn de koopprijs voor die producten te betalen omdat zij de koopovereenkomst (buitengerechtelijk) heeft ontbonden. Dat heeft [gedaagde] gedaan omdat zij van mening is dat [handelsnaam] is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. De aan [gedaagde] verkochte producten zouden incompleet en ondeugdelijk zijn en niet aan haar verwachtingen beantwoorden, aldus [gedaagde] . 4.3. Omdat [gedaagde] stelt dat zij van haar betalingsverplichting is bevrijd doordat zij de koopovereenkomst heeft ontbonden, zal zij op grond van de hoofdregel in artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) feiten en omstandigheden moeten stellen en deze concreet moeten onderbouwen, waaruit volgt dat die ontbinding doel heeft getroffen. [gedaagde] heeft dit niet, althans onvoldoende gedaan zodat haar verweer faalt. [gedaagde] moet daarom de gehele koopprijs, zoals vermeld op de factuur, aan [handelsnaam] betalen. 4.4. In beginsel geldt dat als een verkoper betaling vordert van de verkoopfactuur, de koper deze moet betalen ongeacht de vraag of de verkoper behoorlijk heeft gepresteerd (artikel 7:26 Burgerlijk Wetboek (BW)). Om van zijn betalingsverplichting te worden bevrijd, moet de koper de koopovereenkomst ontbinden. Dat kan de koper niet zomaar doen. Daar is in de eerste plaats een geldige grond voor nodig, zoals een tekortkoming in de nakoming door de verkoper. Bovendien geldt dat in gevallen waarin correcte nakoming door de verkoper nog mogelijk is, ontbinding alleen mogelijk is als de verkoper in verzuim verkeert (artikel 6:265 lid 2 BW). De verkoper kan in verzuim worden gebracht als de koper hem bij een schriftelijke ingebrekestelling (artikel 6:82 lid 1 BW) heeft aangemaand om alsnog binnen een redelijke termijn correct na te komen, bijvoorbeeld door alsnog het ontbrekende te leveren, het geleverde product te herstellen of deze te vervangen, en de verkoper daar binnen die termijn geen gehoor aan geeft. 4.5. In deze zaak kan in het midden blijven of [handelsnaam] is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst en daarmee of een geldige grond voor ontbinding bestaat. Zou die vraag namelijk al bevestigend moeten worden beantwoord, dan heeft de buitengerechtelijke ontbinding door [gedaagde] toch geen effect gehad. Dit komt omdat [handelsnaam] niet in verzuim is komen te verkeren, zoals [handelsnaam] terecht heeft gesteld. Daarmee zijn (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.