← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:4398

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/249820-21 en 21/001058-18 (vord. TUL) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 23 augustus 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1986] te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats, thans gedetineerd te [verblijfplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 januari 2022, 16 maart 2022, 1 juni 2022, 25 augustus 2022, 12 september 2022, 28 november 2022, 7 februari 2023, 17 april 2023, 28 juni 2023, 19 juli 2023, 21, juli 2023 en 9 augustus 2023. Het onderzoek ter terechtzitting is inhoudelijk behandeld op 19 en 21 juli 2023 en op 9 augustus 2023 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B. Nitrauw en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. R.D.A. van Boom, en zijn raadsvrouw, mr. M.N. Greeven, advocaten te Utrecht, (hierna: de verdediging) naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 op 8 juli 2020, 20 juli 2020 en/of 29 juli 2020 te De Meern en/of elders in Nederland samen met anderen, buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (namelijk naar Frankrijk en/of Engeland):- op 8 juli 2020: 145 kilo cocaïne/heroïne/(meth)amfetamine;- op 20 juli 2020: 395 kilo cocaïne/heroïne/(meth)amfetamine;- op 29 juli 2020: 250 kilo cocaïne en 169 kilo (meth)amfetamine; Feit 2 op 18 mei 2020 en/of 3 juni 2020 te De Meern, Urk, Woerden en/of elders in Nederland samen met anderen 85 kilo (meth)amfetamine heeft afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, dan wel opzettelijk aanwezig heeft gehad;Feit 3in de periode van 10 juli 2019 tot en met 8 maart 2021 te De Meern en/of elders in Nederland samen met anderen het bereiden, handelen en exporteren van cocaïne, heroïne en/of (meth)amfetamine heeft voorbereid. 3VOORVRAGEN 3.1 De geldigheid van de dagvaarding 3.1.1 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 3 onvoldoende feitelijk en concreet ten laste is gelegd, waardoor de dagvaarding op dit onderdeel nietig moet worden verklaard. 3.1.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich – onder verwijzing naar zijn eerdere standpunt over 4 januari 2023 dit nietigheidsverweer – op het standpunt gesteld dat feit 3 voldoende feitelijk en concreet is. 3.1.3 Het oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is de dagvaarding voldoende feitelijk en concreet. De dagvaarding dient bovendien in samenhang te worden bezien met de inhoud van het dossier. Verder is blijkens het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat voor verdachte niet duidelijk was wat hem wordt verweten. De rechtbank is van oordeel dat van een nietige dagvaarding geen sprake is en verwerpt daarom het verweer. De dagvaarding is geldig. 3.2 Ontvankelijkheid van de officier van justitie 3.2.1 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Allereerst vanwege het optreden van het Openbaar Ministerie (hierna: OM) tijdens het opsporingsonderzoek. Het OM heeft zaken met betrekking tot Encrochat en Sky ECC onjuist en/of onvolledig voorgesteld dan wel weggehouden. Het OM heeft de rechter daarmee moedwillig buiten spel gezet. Het gevolg hiervan is dat de resultaten van de Encrochat- en Sky ECC-operaties nergens, in ieder geval niet in Nederland, worden getoetst door een rechter en een verdachte slechter af is bij grensoverschrijdende opsporing dan bij nationale opsporing. Het fundamentele karakter van de inbreuk die het OM hiermee heeft gemaakt op het belang van de gemeenschap bij inachtneming van het wettelijke systeem bij de berechting van strafzaken is aanleiding de officier van justitie (onder toepassing van Karman-criterium) niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. Daarnaast is het verloop van de vervolging van verdachte volgens de verdediging aanleiding om de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren. Het recht op een eerlijk proces vereist volledige toetsing van de rechtmatigheid van het bewijsmateriaal. Nu de rechtbank tot nu toe steeds (ten onrechte) heeft geoordeeld dat het vertrouwensbeginsel aan die toetsing in de weg staat, is geen sprake van een eerlijk proces. 3.2.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hij ontvankelijk is in de vervolging. 3.2.3 Het oordeel van de rechtbank Het dossier in deze zaak bevat een groot aantal chatgesprekken die zijn verkregen uit de onderzoeken naar (de gebruikers van) Encrochat (onderzoek 26Lemont) en Sky ECC (onderzoek 26Argus). De verdediging heeft het verloop van die onderzoeken en de daarbij gebruikte opsporingsmethodes aan de kaak gesteld. Het feitelijk verloop van de inzet van die opsporingsmethodes, voor zover bekend, is al veelvuldig beschreven in vonnissen en arresten van diverse rechtbanken en gerechtshoven. De rechtbank heeft ervoor gekozen om aan te sluiten bij de overwegingen die de rechtbank Overijssel in haar vonnis van 18 juli 2023 daaraan heeft gewijd (ECLI:NL:RBOVE:2023:2768) na te hebben vastgesteld dat de inhoud daarvan overeenkomt met de in deze zaak beschikbare informatie. De rechtbank merkt verder op dat de door de verdediging gevoerde formele verweren al geruime tijd in strafzaken naar voren worden gebracht. Dat heeft vooralsnog telkens, één of enkele uitzonderingen daargelaten, tot het oordeel geleid dat het EncroChat- en Sky ECC-bewijs voor rechtmatig moeten worden gehouden met inachtneming van het vertrouwensbeginsel. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarover anders te oordelen in deze zaak, in het bijzonder gelet op de wijze waarop de verweren in deze zaak worden herhaald. De rechtbank zal haar oordeel hieronder nader toelichten. 3.2.3.1 Onderzoek Obelisk De rechtbank gaat - kort en zakelijk weergegeven - uit van het volgende. EncroChat EncroChat bood diensten aan waarmee toegang kon worden verkregen tot een communicatienetwerk waarbinnen versleutelde tekst- en spraakberichten en afbeeldingen konden worden verstuurd naar en ontvangen van andere gebruikers van EncroChat-gebruikers. De toestellen die EncroChat leverde beschikten over een speciaal ontwikkeld besturingssysteem en bevatten functionaliteiten voor het snel en enkelvoudig wissen van berichten, terwijl er geen mogelijkheid was om het apparaat of de simkaart te koppelen aan een gebruikersaccount. De server die EncroChat gebruikte bevond zich in Roubaix (Frankrijk) bij het bedrijf OVH. Op 30 januari 2020 is door de Franse rechter een machtiging gegeven voor het plaatsen van een interceptiemiddel bij de server en op 1 april 2020 is dit door de Franse autoriteiten geplaatst. Het interceptiemiddel is ontworpen door de Service Technique National de Captation Judiciaire en valt onder het Franse staatsgeheim. De Franse autoriteiten hebben in de periode van 1 april tot 14 juni 2020 live informatie van EncroChat-telefoons verzameld. Op 10 februari 2020 is door het OM het onderzoek 26Lemont gestart, dat zich onder meer richtte op de gebruikers van de EncroChat-toestellen. In het kader van dit onderzoek is met Frankrijk een gemeenschappelijk onderzoeksteam, een JIT, opgericht en is afgesproken dat alle informatie en bewijsmiddelen die ten behoeve van het JIT werden verzameld, werden gevoegd in een gezamenlijk onderzoeksdossier. Het OM heeft op 13 maart 2020 een vordering ingediend bij de rechter-commissaris om een machtiging te verstrekken voor het geven van een bevel tot het binnendringen en het doen van onderzoek in een geautomatiseerd werk, als bedoeld in artikel 126uba van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), en tot het opnemen van (tele)communicatie, als bedoeld in artikel 126t Sv. Op 27 maart 2020 heeft de rechter-commissaris deze machtiging onder voorwaarden verleend. In het kader van het JIT hebben de Franse autoriteiten de onderschepte gegevens met Nederland gedeeld en de Nederlandse politie heeft die gegevens gekopieerd. De officier van justitie in het onderzoek 26Lemont heeft op grond van artikel 126dd Sv toestemming gegeven om de gegevens die tijdens het onderzoek 26Lemont zijn vergaard, te gebruiken voor het onderhavige onderzoek Obelisk. Sky ECC Het bedrijf Sky ECC bood voorgeprogrammeerde toestellen aan, met daarop functionaliteiten voor diverse vormen van communicatie en de automatische vernietiging daarvan. De toestellen werden volledig anoniem en alleen tegen contante betaling of betaling via cryptovaluta verhandeld. De server die Sky ECC gebruikte bevond zich, evenals die van EncroChat, in Roubaix (Frankrijk) bij het bedrijf OVH. Samen met de Belgische autoriteiten heeft Nederland een verkennend overleg gehad met Frankrijk, om een toelichting te geven op het nog uit te vaardigen Europees onderzoeksbevel (hierna: EOB) en om helderheid te krijgen over de vraag of Frankrijk de onderzoeken zou kunnen verrichten. Op 6 december 2018 heeft Nederland een EOB naar Frankrijk verzonden om daarmee een zogeheten ‘image’ te verkrijgen van de servers. Voorafgaand aan het verzenden van dit EOB heeft de rechter-commissaris onder voorwaarden een machtiging verleend voor het door de officier van justitie doen van een vordering als bedoeld in artikel 126ug, tweede lid, Sv. Hiermee kreeg de officier van justitie toestemming voor het maken van een image. Frankrijk heeft uitvoering gegeven aan het EOB, waarna de Franse officier van justitie een opsporingsonderzoek is gestart, waarbij door de Franse rechter toestemming is verleend voor de interceptie, opname en transcriptie van de communicatie tussen de Sky ECC-servers. Op 24 en 26 juni 2019 hebben de Franse autoriteiten IP-taps geplaatst op twee Sky ECC-servers. De gegevens van deze IP-taps is op 11 juli 2019 beschikbaar geworden voor Nederland. Verder is gebleken dat de geïntercepteerde gegevens door de rechter-commissaris in Lille (Frankrijk) op eigen initiatief zijn overgedragen aan twee Nederlandse officieren van justitie. Op 13 december 2019 is er tussen Nederland, België en Frankrijk een overeenkomst voor een JIT gesloten. Vanaf dat moment heeft Frankrijk de geïntercepteerde gegevens aan het JIT, en dus aan Nederland, verstrekt. Binnen dat JIT hebben Nederlandse technici een techniek ontwikkeld om een kopie te maken van het werkgeheugen van één van de Sky ECC-servers, zonder dat die offline zou gaan. Op 14 mei en 3 juni 2020 heeft Frankrijk deze techniek ingezet. Vervolgens heeft Nederland een techniek ontwikkeld (‘man in the middle’) die het ontsleutelen van het berichtenverkeer mogelijk maakte. Nadat de Franse adviescommissie, die gaat over apparatuur die een inbreuk kan maken op de persoonlijke levenssfeer en briefgeheim, toestemming had gegeven, is deze techniek op 18 december 2020 aangesloten. Op 11 december 2020 is het onderzoek 26Argus gestart, dat zich richtte op NN-gebruikers van Sky ECC. In dat onderzoek hebben rechters-commissarissen onder voorwaarden op 15 december 2020 een machtiging verleend voor het geven van een bevel op grond van artikel 126t Sv (tapmachtiging) en op 7 en 11 februari 2021 voor het geven van een bevel op grond van artikel 126uba Sv (machtiging voor het binnendringen in een geautomatiseerd werk). Verder is er nog door de rechter-commissaris aanvullende toestemming verleend voor inzage in en het gebruik van in- en uitgaande communicatie van steeds een dataset van Sky-ID’s. Op basis van deze machtigingen is de data geanalyseerd en gedeeld met andere onderzoeken. Een officier van justitie van onderzoek 26Argus heeft op basis van artikel 126dd Sv toestemming gegeven om gegevens uit 26Argus binnen het onderhavige onderzoek Obelisk te gebruiken. 3.2.3.2 Het optreden van het OM tijdens het opsporingsonderzoek Het standpunt van de verdediging dat het OM moedwillig een onjuiste en onvolledige voorstelling van zaken heeft gegeven over de omvang van de betrokkenheid van de Nederlandse opsporingsautoriteiten bij de interceptie van EncroChat- en de Sky ECC-gegevens, met als doel om te voorkomen dat de opsporingsmethodes (in Nederland) op rechtmatigheid wordt getoetst, mist naar het oordeel van de rechtbank feitelijke grondslag. De rechtbank verwerpt daarom dit verweer. 3.2.3.3 Het verloop van de vervolging van verdachte Inleiding De rechtbank is van oordeel dat het (interstatelijke) vertrouwensbeginsel van toepassing is, zodat uitgegaan moet worden van de rechtmatigheid van de in Frankrijk uitgevoerde opsporingsbevoegdheden die hebben geresulteerd in het EncroChat- en Sky ECC-bewijs. De Hoge Raad heeft recent uiteengezet hoe de rechtmatigheid moet worden getoetst van de inzet van opsporingsbevoegdheden die in het buitenland zijn uitgeoefend. De inhoud en omvang van die toets hangt, onder meer, af van het antwoord op de vraag onder wiens verantwoordelijkheid de inzet van die opsporingsbevoegdheden in het buitenland heeft plaatsgevonden. Opsporing niet onder verantwoordelijkheid van Nederland Opsporing in het buitenland valt, gelet op de soevereiniteit van het betreffende land, in beginsel onder de verantwoordelijkheid van dat land. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk. Zo ligt de verantwoordelijkheid bij Nederland als onder het gezag van een Nederlandse officier van justitie in het buitenland door Nederlandse opsporingsambtenaren toepassing wordt gegeven aan de hun bij de Nederlandse wet toegekende opsporingsbevoegdheden. Nederland is echter niet verantwoordelijk als een Nederlandse opsporingsambtenaar slechts betrokken is bij de uitvoering van een opsporingsbevoegdheid in het buitenland, die in overeenstemming met het recht van dat land en onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten wordt uitgeoefend. De verantwoordelijkheid voor de opsporing ligt ook bij Nederland als een zodanige nauwe samenwerking bestaat tussen Nederland en de buitenlandse autoriteiten bij de opsporing dat het gezag daarover feitelijk of in overwegende mate toekomt aan de Nederlandse officier van justitie. Van een dergelijke nauwe samenwerking is geen sprake als de Nederlandse opsporingsambtenaren slechts aanwezig mogen zijn bij de uitvoering van de opsporingshandeling door de buitenlandse autoriteiten of als door Nederland technische assistentie wordt verleend aan de buitenlandse autoriteiten. Op basis van de in paragraaf 3.2.3.1 vermelde feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat bij de interceptie van zowel EncroChat- als Sky ECC-gegevens sprake is geweest van opsporing in Frankrijk, onder verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten. Dat Nederland heeft deelgenomen aan gemeenschappelijke onderzoeksteams, een EOB heeft uitgevaardigd aan en technische assistentie heeft verleend bij de inzet van opsporingsbevoegdheden in Frankrijk, en over dit alles in nauw contact heeft gestaan met (onder meer) de Franse autoriteiten, leidt niet tot het oordeel dat de verantwoordelijkheid voor het opsporingsonderzoek alsnog op Nederland is komen te rusten. Dit oordeel wordt ook niet anders door de omstandigheid dat (sommige) toestellen van EncroChat en Sky ECC en hun gebruikers zich ten tijde van de inzet van de opsporingsbevoegdheden in Frankrijk op Nederlands grondgebied bevonden. Dat Frankrijk gegevens van gebruikers in Nederland heeft verkregen is inherent aan de grensoverschrijdende diensten die door EncroChat en Sky ECC werden aangeboden. Dit leidt echter niet tot de conclusie dat het binnendringen in telefoons in Nederland door Franse autoriteiten moeten worden gezien als onderzoekshandelingen die (mede) onder verantwoordelijkheid van Nederland zijn uitgevoerd. Frankrijk heeft die gegevens verkregen met mogelijke schending van de soevereiniteit van Nederland, maar daarbij heeft verdachte geen rechtens te respecteren belang. De toepassing van de opsporingsbevoegdheden heeft dus niet plaatsgevonden onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse autoriteiten. Rechtmatigheid van de onderzoeken in Frankrijk De onderschepte EncroChat-gegevens zijn in JIT-verband met Nederland gedeeld. Voor onderschepte Sky ECC-gegevens geldt dat eerst gegevens aan Nederland zijn verstrekt na uitvaardiging van een EOB en daarna zijn gegevens verstrekt in JIT-verband. JIT Zoals de Hoge Raad bij de beantwoording van de prejudiciële vragen heeft overwogen is bij het optreden van een gemeenschappelijk onderzoeksteam (zoals een JIT) leidend het nationale recht van de lidstaat waar de opsporingsbevoegdheid ten behoeve van een gemeenschappelijk onderzoeksteam wordt uitgeoefend. Het verlenen van (technische) bijstand vanuit de Nederlandse politie bij de uitoefening van een opsporingsbevoegdheid door de autoriteiten van een andere deelnemende lidstaat, zoals bij de interceptie van Sky ECC-gegevens is gebeurd, maakt dat niet anders. Ook dan is immers geen sprake van het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden op Nederlands grondgebied of van het in Nederland vergaren van stukken, voorwerpen of gegevens. Het stelsel komt er op neer dat onderzoekshandelingen telkens worden verricht onder verantwoordelijkheid van de autoriteiten van de lidstaat waar de onderzoekshandelingen plaatsvinden. Hiervoor is al geconcludeerd dat de onderzoeken hebben plaatsgevonden onder verantwoordelijkheid van Frankrijk. Het Franse recht is daarom van toepassing op de uitoefening van opsporingsbevoegdheden. Het is dan niet de verantwoordelijkheid van de Nederlandse strafrechter om, na verstrekking van de resultaten in JIT-verband, de rechtmatigheid van de inzet van de bevoegdheden te toetsen. Als de rechter dat wel zou doen, levert dat een aantasting op van de soevereiniteit van Frankrijk. De Nederlandse rechter kan daarom ook niet toetsen of het buitenlandse recht voldoende bescherming bood tegen een inbreuk op artikel 8 EVRM (het recht op eerbiediging van het privéleven), omdat deze beoordeling immers ook zou vergen dat de Nederlandse rechter aan het buitenlandse recht toetst wat een aantasting van de soevereiniteit van dat land zou opleveren. Mocht er wel sprake zijn van een schending van een recht dat wordt gewaarborgd door het EVRM, dan heeft verdachte recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel als bedoeld in artikel 13 EVRM voor een instantie van het betreffende land, zoals hier Frankrijk. Daarom moeten de beslissingen van buitenlandse autoriteiten die aan het onderzoek ten grondslag liggen worden gerespecteerd en moet ervan worden uitgegaan dat het onderzoek rechtmatig is verricht. Dat is anders als in het betreffende buitenland onherroepelijk komt vast te staan dat het onderzoek niet in overeenstemming met de daar geldende regels is verricht. In dat geval beoordeelt de Nederlandse rechter aan de hand van de beoordelingsfactoren van artikel 359a, tweede lid, Sv of dit leidt tot een rechtsgevolg. EOB Het stelsel van het EOB is gestoeld op het beginsel van wederzijdse erkenning en het daarmee verbonden beginsel van onderling vertrouwen tussen de lidstaten van de Europese Unie. Als een Nederlandse strafrechter gebruikmaakt van resultaten die met een EOB zijn verkregen, moet hij zich onthouden van een toetsing van de wijze waarop de resultaten zijn verkregen. Er moet van worden uitgegaan dat in de uitvoerende lidstaat wordt of kan worden getoetst of de bevoegdheid waarmee uitvoering is gegeven aan het EOB, wat betreft de aan die bevoegdheid verbonden formaliteiten, rechtmatig is toegepast. Wel kan de rechter beoordelen of de beslissing om een EOB uit te vaardigen in overeenstemming met de wet is genomen. Als een rechter-commissaris hierover al heeft beslist, kan de rechter nog kijken of de rechter-commissaris in redelijkheid tot zijn oordeel heeft kunnen komen. Voor het gebruik in een strafzaak van gegevens verkregen in zowel een JIT-verband als met een EOB geldt, ten slotte, dat de Nederlandse strafrechter wel de ‘overall fairness’ van de strafzaak moet waarborgen. De rechtbank bespreekt dit hierna aan de hand van het daarover door de verdediging gevoerde verweer. Geen schending van het recht op een eerlijk proces De verdediging heeft verder aangevoerd dat geen sprake kan zijn van een eerlijk proces als de toepassing van het vertrouwensbeginsel ertoe leidt dat de rechtmatigheid van de opsporingsmethodes niet wordt beoordeeld in het licht van artikel 8 EVRM en artikel 7 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). De rechtbank is het daar niet mee eens en overweegt daartoe als volgt. Uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) volgt dat het EVRM op zichzelf niet eraan in de weg staat dat in een strafzaak gebruik wordt gemaakt van de resultaten van in het buitenland verricht onderzoek, maar dat het gebruik van dergelijke resultaten voor het bewijs niet in strijd mag komen met het recht op een eerlijk proces dat door artikel 6 EVRM wordt gewaarborgd. Het is aan de rechter om in dat geval de ‘overall fairness’ van een strafzaak te blijven waarborgen. Er hoeft echter alleen aandacht te worden besteed aan de wijze waarop die resultaten zijn verkregen, als die wijze van verkrijging van belang is voor de beoordeling of het gebruik voor het bewijs van de resultaten in overeenstemming is met het recht op een eerlijk proces. Zelfs als met de verdediging ervan wordt uitgegaan dat de onderzoeksresultaten zijn verkregen in strijd met artikel 8 EVRM en/of artikel 7 Handvest dan geldt op grond van vaste rechtspraak dat het gebruik van die resultaten voor het bewijs niet zonder meer het recht op een eerlijk proces schendt. Het is de rechtbank ook verder niet gebleken waarom een onrechtmatigheid bij de wijze van verkrijging moet leiden tot de conclusie dat het gebruik voor het bewijs van de verkregen resultaten niet in overeenstemming is met het recht op een eerlijk proces. De verdediging heeft bovendien voldoende gelegenheid gehad om de authenticiteit en betrouwbaarheid van de verkregen resultaten aan te vechten. Hierbij geldt overigens dat niet slechts kan worden gesproken van voldoende gelegenheid wanneer (alle) verzoeken die de verdediging in dit verband heeft gedaan worden toegewezen. Naar het oordeel van de rechtbank wordt voldaan aan de uit artikel 6 EVRM voortvloeiende waarborgen van het recht op een eerlijk proces. Het verweer van de verdediging wordt verworpen. 3.2.3.4 Conclusie over de ontvankelijkheid van de officier van justitie Nu van moedwillige misleiding door het OM niet is gebleken en de rechtbank geen aanleiding ziet om vanwege de toepasselijkheid van het (interstatelijke) vertrouwensbeginsel te concluderen dat verdachtes recht op een eerlijk proces is geschonden, oordeelt de rechtbank dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte. 3.4 Beantwoording van de overige voorvragen De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat de dagvaarding geldig is en in dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging. De rechtbank is daarnaast bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde en zijn er geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend is te bewijzen. Over feit 1 heeft de officier van justitie aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte wetenschap had of een significante bijdrage heeft geleverd aan de export van de totale ten laste gelegde hoeveelheden verdovende middelen. Wel bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het exporteren van 21 kilo cocaïne op 8 juli 2020, 23 kilo cocaïne en 30 kilo heroïne op 20 juli 2020 en 30 kilo cocaïne op 29 juli 2020. Van het overige dient verdachte te worden vrijgesproken. 4.2 Het standpunt van de verdediging Formele verweren Volgens de verdediging moet uitsluiting volgen van het EncroChat- en Sky ECC-bewijs, omdat niet beoordeeld kan worden in hoeverre dit bewijs is verkregen in overeenstemming met bepalingen uit het Verdragsrecht en eisen die zijn gesteld door het EHRM. Hierdoor is geen sprake van een deugdelijke toetsing door een rechter en is dus sprake van schending van artikel 8 EVRM en, bijgevolg, artikel 6 EVRM. Daarnaast is de manier waarop het bewijs is verkregen en verwerkt in strijd met het Unierecht; richtlijnen 2002/58 en 2016/680. Bewijsuitsluiting moet ook volgen, omdat artikelen 126uba, 126dd en 126n Sv geen wettelijke grondslag bieden voor de verwerking daarvan. De verdediging heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het verkregen bewijs niet betrouwbaar is en daarom niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Meerdere bronnen, waaronder het NFI, de Nederlandse politie en het Franse Hof van Cassatie, geven concrete redenen te veronderstellen dat sprake is van fouten en lacunes in EncroChat- en Sky ECC-gegevens. De verdediging heeft, ten slotte, een aantal voorwaardelijke verzoeken gedaan voor het geval dat de rechtbank uitgaat van de rechtmatigheid van opsporingsmethodes en van de betrouwbaarheid van de daarbij verkregen resultaten. Materiële verweren De verdediging heeft het standpunt ingenomen dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Voor alle feiten geldt dat het bewijs uitsluitend bestaat uit Encrochat- of Sky ECC-berichten er daarmee is niet voldaan aan het bewijsminimum. Ook kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte de enige gebruiker is geweest van het Encrochat-account en de diverse Sky ECC-accounts die door het Openbaar Ministerie aan hem zijn toegeschreven. Wegens een gebrek aan andersluidende informatie moet volgens de verdediging aangenomen worden dat verdachte het account [SKY ECC account 1] tenminste in een bepaalde periode samen met een ander heeft gedeeld. Indien de rechtbank hierin niet meegaat, heeft de verdediging de rechtbank verzocht de officier van justitie opdracht te geven Thuisbezorgdgegevens van 2019 aan te leveren. Daarnaast is over feit 1 aangevoerd dat niet duidelijk is of de genoemde transporten hebben plaatsgevonden en, voor zover geoordeeld wordt dat deze wel hebben plaatsgevonden, welke verdovende middelen zijn vervoerd. Indien de rechtbank anders oordeelt, dan is de bijdrage die verdachte heeft geleverd niet van voldoende gewicht om van medeplegen te spreken. Voor feit 3 geldt dat uit de Encrochat- en Sky ECC-berichten niet is gebleken dat er meer is gedaan dan het uitwisselen van ideeën. Er is dus geen sprake van een deelneming aan een strafbare poging. Daarnaast kan niet worden vastgesteld over welke verdovende middelen is gesproken in de chatberichten en kan dus niet worden bewezen dat verdachte een lijst I Opiumwetdelict heeft voorbereid. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Overwegingen ten aanzien van de formele verweren De verdediging heeft meerdere verweren gevoerd die strekken tot uitsluiting van het bewijs van de EncroChat- en Sky ECC-berichten in het strafdossier. De verweren bestaan telkens uit meerdere deelverweren die, gelijk aan de ontvankelijkheidsverweren, al meermaals zijn gevoerd in andere strafzaken en daarin steeds - een of enkele uitzondering(

  1. en)daargelaten - zijn verworpen. De verdediging heeft bij geen van de gestelde vormverzuimen (duidelijk) aandacht besteed aan de vraag welk nadeel verdachte daardoor heeft geleden. De rechtbank heeft er ondanks dit laatste gebrek, gezien de aard en omvang van de verdenking, ervoor gekozen de verweren hierna te bespreken. 4.3.1.1 De verkrijging van het bewijs Toetsing aan Verdragsrecht, voorschriften EHRM en Unierecht De rechtbank heeft in paragraaf 3.2.3.3 overwogen dat het (interstatelijke) vertrouwensbeginsel van toepassing is en de Nederlandse rechter als gevolg daarvan de rechtmatigheid van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden in Frankrijk niet toetst. Er moet van de rechtmatigheid van die uitoefening worden uitgegaan. Nu niet is gebleken dat in Frankrijk onherroepelijk is vast komen te staan dat het onderzoek niet in overeenstemming met de daarvoor geldende rechtsregels is verricht, ziet de rechtbank geen aanleiding om het vertrouwensbeginsel buiten toepassing te verklaren en de rechtmatigheid van het Franse onderzoek alsnog te toetsen aan bepalingen uit het Verdragsrecht en Unierecht (daargelaten de discussie over de toepasselijkheid van de door de verdediging aangehaalde richtlijnen). Aan deze (deel)verweren wordt dan ook voorbijgegaan. Geen schending van Richtlijn 2002/58/EG en Richtlijn (EU) 2016/860 Richtlijn 2002/58/EG is onder meer van belang als de toepassing van strafvorderlijke bevoegdheden ertoe leidt dat op een aanbieder van een openbare elektronische-communicatiedienst een verplichting komt te rusten om bepaalde persoonsgegevens te verstrekken in afwijking van het beginsel van de vertrouwelijkheid van elektronische communicatie. Bevoegdheden die inbreuk maken op dat beginsel zonder dat daarbij verwerkingsverplichtingen worden opgelegd aan aanbieders van elektronische-communicatiediensten vallen echter buiten het toepassingsbereik van Richtlijn 2002/58/EG. Uit paragraaf 3.2.3.1 volgt dat geen onderzoeksresultaten zijn verkregen op grond van aan de bedrijven EncroChat en SkyECC opgelegde verwerkingsverplichtingen. Het gaat in deze zaken daarentegen om de uitoefening door strafvorderlijke autoriteiten van bevoegdheden waarmee rechtstreeks gegevens in verband met het versleutelde berichtenverkeer zijn verkregen. Dat brengt met zich dat Richtlijn 2002/58/EG hier verder niet van belang is. De rechtbank verwerpt daarom het verweer. Richtlijn (EU) 2016/680 heeft betrekking op de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. 4.3.1.2 De verwerking van het bewijs Artikel 126uba Sv wettelijke grondslag voor verwerking (Encrochat en Sky ECC) De verdediging heeft gesteld dat artikel 126uba Sv geen grondslag biedt voor het verwerken van het EncroChat- en Sky ECC-bewijs en dat artikel 8 EVRM (en bijgevolg artikel 6 EVRM) daardoor is geschonden. De rechtbank verwerpt dit verweer. Naar het oordeel van de rechtbank is de inbreuk die is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte bij wet voorzien en gerechtvaardigd. De rechtbank licht dat toe. De rechtbank stelt vast dat de rechters-commissarissen in de onderzoeken 26Lemont en 26Argus op grond van artikel 126uba Sv een machtiging hebben gegeven voor het binnendringen van een geautomatiseerd netwerk. De rechts-commissarissen waren hiertoe niet verplicht, maar dat neemt niet weg dat zo’n machtiging wel een waarborg vormt voor het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel in artikel 126uba Sv niet staat dat onderzoek gedaan mag worden aan de daarbij verkregen gegevens, kan dat wel worden afgeleid uit het doel van de toepassing van de opsporingsbevoegdheid: het aan de dag brengen van de waarheid. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het doen van onderzoek aan de onderzoeksresultaten van de Encrochat- en de Sky ECC-intercepties dan ook in artikel 126uba Sv besloten en is de inbreuk daarmee bij wet voorzien. De rechters-commissarissen hebben verder in hun beschikkingen uitgebreid uiteengezet op basis waarvan zij zijn overgegaan tot het verlenen van de machtigingen waarbij uiteengezet is dat de verdenking bestaat dat een groot deel van de gebruikers deze diensten met name gebruikte voor het voorbereiden en plegen van ernstige, de rechtsorde verstorende vormen van (georganiseerde) criminaliteit, en dat de gevoerde – versleutelde – communicatie veelal betrekking had op strafbare feiten en niet of nauwelijks op het privéleven van de gebruikers. Daarmee is voldaan aan de in artikel 126uba jo 126o Sv gestelde vereisten voor het toepassen van de bevoegdheid. De betrokken rechters-commissarissen hebben verder overwogen dat de informatie niet op een andere, effectieve en minder ingrijpende wijze kon worden verkregen en gebruikt. Verder hebben zij bij het verlenen van de machtigingen voorwaarden geformuleerd om privacyschendingen zoveel mogelijk te beperken. Zo mocht in de verkregen onderzoeksresultaten slechts gezocht worden met behulp van zoeksleutels die sterke aanwijzingen opleveren voor ernstige georganiseerde criminaliteit. Pas na het verkrijgen van aanvullende toestemming van de rechters-commissarissen mochten de onderzoeksgegevens worden verstrekt aan een onderzoeksteam ten behoeve van de verwerking in een ander onderzoek. Gelet op het voorgaande hebben de rechters-commissarissen de machtigingen telkens in redelijkheid mogen verlenen. De rechters-commissarissen hebben bovendien voorwaarden verbonden aan de (verdere) verwerkingen van de verkregen gegevens. Uit de toestemmingsbeslissingen in deze zaak blijkt dat daaraan ook is getoetst voordat de gegevens verder werden verwerkt. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank ook voldaan aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Er is dan ook geen sprake van een schending van artikel 8 EVRM en (bijgevolg) artikel 6 EVRM. De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van de verdediging dat de verwerking van de onderzoeksresultaten door de rechters-commissarissen zelf had moeten plaatsvinden, aangezien dat niet door de wet wordt vereist. De rechtbank gaat ook voorbij aan het verweer voor zover dat betrekking heeft op artikel 126uba lid 1 sub d Sv (het vastleggen van gegevens), omdat de verleende machtigingen zien op het binnendringen en onderzoek doen in geautomatiseerde werken en het bij het analyseren van gegevens daarbij niet gaat om de vastlegging van gegevens zoals bedoeld in sub d. Geen belang bij beoordeling eventuele schending artikel 126dd Sv (Encrochat en Sky ECC) De verdediging heeft gesteld dat artikel 126dd Sv geen wettelijke grondslag biedt om onderzoeksgegevens uit 26Lemont en 26Argus te delen met onderzoek Obelisk, omdat in die bepaling niet wordt verwezen naar artikel 126uba Sv. Het verwerken van politiegegevens door die met andere onderzoeken te delen, zoals hier aan de orde, wordt onder meer gereguleerd in de Wet politiegegevens (Wpg). Artikel 126dd Sv biedt een uitzondering op de in die wetten en in artikel 126cc Sv nader uitgewerkte vernietigingsverplichting van bepaalde gegevens, maar artikel 126dd Sv is uitdrukkelijk niet bedoeld om het delen van die gegevens te beperken. Deze bepaling strekt ertoe dat vastgelegd wordt dat, en wanneer gegevens worden vernietigd en dient daarmee dus niet ter bescherming van enig rechtens te respecteren belang van de verdachte. Los van de vraag in hoeverre artikel 126dd Sv van toepassing is en de door de verdediging gestelde strekking heeft, kan een eventuele schending van die bepaling zonder gebleken nadeel niet leiden tot het door de verdediging gestelde rechtsgevolg. Vormverzuim ontbreken machtiging vordering APN-gegevens (Sky ECC) De verdediging heeft verder gesteld dat de APN-gegevens (Acces Point Network) van Sky ECC-toestellen (naar de rechtbank begrijpt: in onderzoeken 26Yucca en 26Werl) onrechtmatig zijn gevorderd, omdat voorafgaand geen toestemming is verleend door een onafhankelijke rechterlijke autoriteit. De rechtbank stelt voorop dat uit het Prokuratuur-arrest volgt dat het aan de nationale wetgever is om de voorwaarden vast te stellen waaronder de aanbieders van elektronische communicatiediensten aan de bevoegde nationale instanties toegang moeten verlenen tot de persoonsgegevens waarover zij beschikken. Van belang is dat die toegang onderworpen is aan een voorafgaande toetsing door een rechterlijke instantie of een andere onafhankelijke bestuurlijke entiteit. Gelet op de vereiste onafhankelijkheid, mag de instantie die die toetsing verricht niet betrokken zijn bij de uitvoering van het strafrechtelijk onderzoek en moet zij neutraal zijn ten opzichte van de partijen in de strafprocedure. Dat is niet het geval bij een Openbaar Ministerie dat strafrechtelijke onderzoeken leidt en in dit geval ook optreedt als openbaar aanklager tijdens strafprocedures. Een latere toetsing van het besluit van de officier van justitie is niet voldoende om aan het onafhankelijkheidsvereiste te voldoen, omdat de controle door een onafhankelijke autoriteit moet plaatsvinden voorafgaand aan de machtiging. De rechtbank gaat verder van het volgende uit. In onderzoek Obelisk is gebruik gemaakt van zogeheten APN-gegevens om de gebruiker van bepaalde Sky ECC-accounts te identificeren. Deze APN-gegevens zijn gevorderd in de onderzoeken 26Yucca en 26Werl, wat voorlopers zijn van onderzoek 26Argus en onderzoek Obelisk. In een brief van 30 augustus 2022 hebben de officieren van het Landelijk Parket toegelicht hoe dat is verlopen. Uit die brief begrijpt de rechtbank dat in de periode van 15 augustus 2019 tot en met 8 februari 2021 van alle Sky ECC-toestellen die contact maakten met de door de server gebruikte APN, gegevens werden gevorderd van telecomprovider KPN (IMEI-nummer, telefoonnummer (MSISDN), de datum en tijd dat er gebruik werd gemaakt van de APN en het gebruikte Cell-ID), vrijwel steeds zonder voorafgaande rechterlijke toets. Op vorderingen van de officier van justitie is tweemaal een machtiging verleend voor het vorderen van dat soort gegevens over de periode vanaf 8 februari 2021 tot en met 4 april 2021. De rechtbank is het met de verdediging eens dat voor het vorderen van APN-gegevens voorafgaand toestemming nodig is van een onafhankelijke rechterlijke autoriteit vanwege de aard van die gegevens. Die voorafgaande rechterlijke toestemming is in deze zaak niet gevraagd, behalve gedeeltelijk ten aanzien van account [SKY ECC account 3] (in de periode van 8 februari 2021 tot en met 8 maart 2021). Daarmee is sprake van een onherstelbaar vormverzuim. De volgende vraag is of daaraan het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting moet worden verbonden, zoals door de verdediging is bepleit. Naar het oordeel van de rechtbank hoeft dat niet. Daarbij betrekt de rechtbank dat niet gesteld en niet gebleken is dat door de onrechtmatige verkrijging van de APN-gegevens het recht van verdachte op een eerlijk proces is geschonden. Wel is het recht van verdachte op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer geschonden. Wat de ernst van het verzuim betreft, overweegt de rechtbank dat de destijds geldende voorschriften uit het Wetboek van Strafvordering een voorafgaande rechtelijke toestemming niet vereiste en dat het Openbaar Ministerie dus niet bewust tegen de regels in heeft gehandeld. Daarnaast ligt in deze zaak zeer voor de hand dat de rechter-commissaris een machtiging zou hebben verleend om te vorderen wat ook blijkt uit de omstandigheid dat die machtigingen wel werd verleend nadat deze werden gedaan met betrekking tot de periode van 8 februari 2021 tot en met 4 april 2021. Verder neemt de rechtbank in haar overweging nog mee dat sprake was van een PGP-telefoon die werd gebruikt voor de handel in verdovende middelen. Er is niet gesteld en er is niet gebleken dat daarmee gevoelige privé-informatie werd gedeeld. Verdachte heeft ook niet toegelicht welk (ander) nadeel hij heeft geleden. De rechtbank concludeert dat verdachtes recht op privacy in enige mate is geschonden. De rechtbank zal daar – gelet op het feit dat de rechter-commissaris hoogstwaarschijnlijk toestemming had gegeven de gegevens te vorderen en het geringe nadeel dat verdachte heeft opgelopen – geen rechtsgevolg aan verbinden en het bij deze constatering laten. 4.3.1.3 De betrouwbaarheid van het bewijs De rechtbank stelt voorop dat in de strafzaak tot uitgangspunt mag worden genomen dat onderzoek dat onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten is uitgevoerd, op zodanige wijze is verricht dat de door dat onderzoek verkregen resultaten betrouwbaar zijn. Als er echter aanwijzingen voor het tegendeel bestaan, is de rechter gehouden de betrouwbaarheid van die resultaten te onderzoeken. De rechtbank gaat uit van de betrouwbaarheid van de verkregen onderzoeksresultaten. Het standpunt van de verdediging bevat onvoldoende concrete aanwijzingen om daarover anders te oordelen. Anders dan de verdediging heeft gesteld, is niet gebleken dat het ontbreken van delen van gesprekken afdoet aan de juistheid van de delen van de gesprekken die wél zijn verkregen. De rechtbank zal daarom ook in paragraaf 4.3.1.4 beslissen dat nader onderzoek naar de betrouwbaarheid niet nodig is. De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank merkt hier alvast op dat het ontbreken van een deel van de berichten wel ertoe leidt dat de rechtbank bij de interpretatie van die gesprekken de nodige behoedzaamheid betracht. Conclusie De rechtbank verwerp het verweer in al haar onderdelen, met uitzondering van het onderdeel dat ziet op het vormverzuim. Dit laatste leidt echter niet tot uitsluiting van het EncroChat- en Sky ECC-bewijs. 4.3.1.4 De voorwaardelijke onrechtmatigheids- en onbetrouwbaarheidsverzoeken De rechtbank wijst het verzoek om toewijzing van de eerder afgewezen onderzoekswensen af en verwijst voor de onderbouwing daarvan naar het proces-verbaal van de zitting van 12 september 2022 en naar de voorzittersbeslissing van 25 april 2023 en de daaropvolgende mailwisseling die aan deze beslissing is gehecht. De rechtbank is verder van oordeel dat er geen noodzaak bestaat voor het toewijzen van de nieuwe onderzoekswensen over de rechtmatigheid van de verkrijging van het EncroChat-bewijs, de rechtmatigheid van de verwerking daarvan en de betrouwbaarheid van dat bewijs, omdat de rechtbank zich – tegen de achtergrond van haar overwegingen in (respectievelijk) paragrafen 3.2.3, 4.3.1.2 en 4.3.1.3 – daarover voldoende voorgelicht acht. 4.3.2 De gebruikte bewijsmiddelen De rechtbank heeft, ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis, de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden uitgewerkt en opgenomen in bijlage II. De bijlage is aan dit vonnis is gehecht. 4.3.3 De bewijsoverwegingen Verdachte gebruiker van de EncroChat- en Sky ECC-accounts Op grond van de bewijsmiddelen gaat de rechtbank uit van het volgende. Verdachte is, in ieder geval, op 18 mei en 3 juni 2020 de gebruiker geweest van het EncroChat-account [EncroChat account 2] @EncroChat.com. Zo straalde het toestel behorende bij dit account gedurende de periode waarin voornoemde data vallen veelvuldig masten aan in de omgeving van het thuisadres van verdachte: [adres] in [woonplaats] . Gesprekken die in april 2020 zijn gevoerd met het account [EncroChat account 2] bevatten meerdere verwijzingen naar verdachte, zoals naar zijn huisnummer, straten die grenzen aan zijn thuisadres, rolluiken aan zijn woning en zijn Oost-Europese partner. Bovendien is door de politie op 25 mei 2020 een ontmoeting tussen drie mannen gefotografeerd. Verdachte is herkend als één van die mannen en de ontmoeting sluit naadloos aan op een chatgesprek dat werd gevoerd met het account [EncroChat account 2] op 25 mei 2020. Daarnaast is verdachte in de periode van 10 juli 2019 tot en met 8 maart 2021 de gebruiker geweest van de (elkaar opvolgende) Sky ECC-accounts [SKY ECC account 1] , [SKY ECC account 2] en [SKY ECC account 3] . De toestellen die horen bij de deze accounts hadden allen dezelfde thuismasten in [woonplaats] , net als het toestel behorende bij van het EncroChat-account [EncroChat account 2] en het ‘sociale’ telefoonnummer ( [telefoonnummer] ) dat aan verdachte is te koppelen. Dit telefoonnummer reisde met het account [SKY ECC account 3] mee op 14 en 23 september 2020 naar afspraken in Zundert en België. Uit een gesprek gevoerd op 2 december 2020 met het account [SKY ECC account 3] blijkt dat de gebruiker bij de eigenaar van een pand, dat zou worden gebruikt als productielocatie, aan de deur is geweest en dat de politie toen is gebeld. Uit de politiesystemen blijkt dat verdachte op 1 december 2020 bij [A] aan de deur heeft staan kloppen/rommelen en dat de politie toen is gebeld. Daarnaast zijn er gesprekken die met het account [SKY ECC account 3] zijn gevoerd met [B] . [B] beschikte ook over het sociale telefoonnummer van verdachte en heeft op 20 september 2020 contact met de vrouw van verdachte over verdachtes onbereikbaarheid. Daarnaast hebben in de periode van 9 september 2020 tot en met 20 januari 2021 ontmoetingen plaatsgevonden met de gebruiker van het account [SKY ECC account 3] en [B] en die vonden, zo blijkt uit bakengegevens van de auto van [B] , allen plaats in de directe woonomgeving van verdachte. De gebruiker van alle drie de Sky ECC-accounts heeft foto’s verstuurd die zijn genomen in de woning van verdachte. Voorwerpen die op die foto’s zijn te zien, zoals een zwembroek, een GPS-tracker, rekenmachine, maar ook inboedel zijn door de politie in de woning van verdachte aangetroffen. Verder zijn de bijnamen ‘ [bijnaam verdachte] / [bijnaam verdachte] ’ en ‘ [bijnaam verdachte] ’ door tegencontacten gebruikt om de gebruiker van het account [SKY ECC account 1] , [SKY ECC account 2] en [SKY ECC account 3] aan te duiden. Dat het hier steeds om een (of meer) ander(
  2. en)ging dan verdachte, zoals door de verdediging is aangevoerd, vindt de rechtbank gelet op voorgaande opsommingen niet aannemelijk. Zeker niet nu verdachte, volgens eigen zeggen, gebruik heeft gemaakt van, in ieder geval, het EncroChat-account en het Sky ECC-account [SKY ECC account 3] en hij daarmee in de periode van 10 juli 2019 tot en met 8 maart 2021 gesprekken heeft gevoerd die gingen over handel in harddrugs. De rechtbank wil best aannemen dat de cryptotelefoons weleens werden uitgeleend, maar zij vindt het door verdachte geschetste alternatieve scenario veel te vaag. Verdachte heeft, in relatie tot het ten laste gelegde, op geen enkele wijze concreet gemaakt wie volgens hem wel gebruik heeft/hebben gemaakt van de accounts ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Zijn verklaring is daarmee niet toetsbaar. Verdachte heeft ook geen afdoende verklaring gegeven voor hoe het kan dat de hiervoor genoemde bewijsmiddelen juist wel duiden op zijn betrokkenheid. Het verweer wordt daarom verworpen. Voorwaardelijk verzoek Voor zover kan worden geoordeeld dat de voorwaarde van het door de verdediging gedane voorwaardelijke verzoek is ingetreden, vindt de rechtbank vindt het niet noodzakelijk om de officier van justitie opdracht te geven de Thuisbezorgdgegevens over 2019 te verstrekken. Met de verzochte gegevens wil de verdediging aantonen dat het Sky ECC-account [SKY ECC account 1] in de periode van 14 mei 2019 tot en met 22 juni 2019 bij een ander dan verdachte in gebruik was, maar deze periode valt buiten de onder feit 1, 2 en 3 ten laste gelegde pleegdata en -periode. Naar het oordeel van de rechtbank zegt het eventuele gebruik van de telefoon door een ander in die periode niet zoveel over het gebruik in de periode die voor de beoordeling van de tenlastelegging van belang is. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Het gebruik van de EncroChat- en Sky ECC-gesprekken als bewijs Naar het oordeel van de rechtbank vindt de stelling van de verdediging dat de gesprekken die zijn gevoerd door/met het EncroChat- en Sky ECC-accounts slechts als één bewijsmiddel moeten worden gezien omdat die berichten uit één bron komen, geen steun in het recht. De rechtbank is van oordeel dat de transcripties van de chatgesprekken meerdere bewijsmiddelen opleveren, nu het gaat om (meerdere) gesprekken met verschillende accounthouders en over verschillende onderwerpen. Daarnaast vinden meerdere, als bewijsmiddel gebruikte, chatgesprekken steun in andere zelfstandige bewijsmiddelen. Het verweer faalt. Feit 1 Op grond van gesprekken die zijn gevoerd door en met het Sky ECC-account [SKY ECC account 2] stelt de rechtbank vast dat verdachte betrokken is geweest bij drie drugstransporten, op 8, 20 en 29 juli 2020. De drugs werden in Nederland verstopt in trolleys met daarop bloemen en vanuit Heemskerk met een vrachtwagen, via Frankrijk, naar Engeland geëxporteerd. Verdachte was degene die de verschillende betrokkenen bij deze transporten bij elkaar bracht door op 21 en 24 juni 2020 groepschats aan te maken. Verdachte informeerde in die groepschats naar de vorderingen en zette de anderen aan om over te gaan tot actie. Zo vroeg hij wat de vooruitzichten waren en schreef hij dat hij het tijd vond voor beweging: “Gas erop!”. Toen één van de gespreksdeelnemers stuurde dat hij ging over de te vervoeren drugs werd hij door verdachte gecorrigeerd. Uit de gesprekken volgt ook een rolverdeling met betrekking tot de transporten. Afgesproken werd dat gespreksdeelnemers die aan elkaar verbonden waren in bepaalde functies met elkaar communiceerden. Verdachte en drie anderen stonden met elkaar in contact “wat betreft vullen”. De rechtbank gaat ervan uit dat hiermee werd bedoeld dat verdachte en die drie anderen gingen over het vullen van de transporten. Dat blijkt ook uit chatgesprekken die nadien hebben plaatsgevonden. In die gesprekken werd gesproken over het vervoer van “stuks” “wit”, “bruin” en “dure”; aanduidingen voor hoeveelheden cocaïne en heroïne. Dat de transporten op 8, 20 en 29 juli 2020 daadwerkelijk hebben plaatsgevonden blijkt wel uit de resultaten uit het strafrechtelijk onderzoek dat heeft plaatsgevonden in Engeland naar aanleiding van de onderschepping van 250 kilogram cocaïne en 169 kilogram ketamine op 29 juli 2020 in de haven van Calais. Uit de onderzoeksgegevens die zijn gedeeld met Nederland volgt dat de op 29 juli 2020 aangehouden vrachtwagenchauffeur ook op 6 (de dag dat blijkens de Sky ECC-gesprekken een testrit werd gemaakt), 8 en 20 juli 2020 met ladingen bloemen naar Engeland is gereden. De ladingen werden opgehaald in Heemskerk en afgeleverd in Benfleet (Engeland), overeenkomstig de plaatsen/adressen die zijn genoemd Sky ECC-gesprekken. De aangetroffen drugs bleken te zijn verpakt op een wijze die geheel overeenkomst met foto’s die in Sky ECC-gesprekken zijn verstuurd, namelijk met kenmerkende kleuren of stickers van stripboekfiguren (zoals Popeye en Donald Duck). Op grond van de inhoud van de chatgesprekken, bezien in samenhang met de door de politie gegeven duiding en de verklaring van verdachte dat hij de cryptotelefoons gebruikte om te communiceren over handel in harddrugs, gaat de rechtbank ervan uit dat de als bewijsmiddelen gebruikte chatgesprekken gingen over cocaïne en heroïne. Uit de chatgesprekken maakt de rechtbank namelijk op dat op 8 juli 2020 31 kilogram cocaïne (10 stuks wit en 21 dure) is getransporteerd naar Engeland. Op 20 juli 2020 gaat het om 13 kilogram cocaïne (13 wit) en 30 kilogram heroïne (30 bruin) en op 29 juli 2020 gaat het om 250 kilogram cocaïne. Het strafdossier bevat bewijs dat er bij de drie transporten meer drugs zijn getransporteerd. Hiervan is echter onduidelijk of dit om cocaïne, heroïne, (meth)amfetamine of een andere soort harddrugs ging. Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 8, 20 en 29 juli 2020, samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan het exporteren van (in totaal) 324 kilogram cocaïne en heroïne naar Engeland, via Frankrijk. Verdachtes bijdrage aan deze transporten is zonder twijfel van voldoende gewicht om hem aan te merken als medepleger. Uit de chatgesprekken volgt immers dat verdachte verantwoordelijk was voor het vullen van de transporten. Hij nam hiertoe initiatief door chatgesprekken op te starten, op te roepen tot actie en gesprekspartners te instrueren (“regel ff met [bijnaam 1] ”, “nee moet 1 zijn”, doelend op het afgeven van partijen drugs, “Donkere goed intapen maat!”, waarmee werd bedoeld dat heroïne goed moest worden ingepakt). Verdachte liet in de gesprekken duidelijk merken dat hij inspraak (“Ik bepaal een hoop”) had (“en dat het ging om transport waarover verdachte en zijn mededaders beschikten (“Zijn onze eigen wielen”). Feit 2 Uit EncroChat-gesprekken gevoerd door en met het account [EncroChat account 2] @EncroChat.com, in samenhang bezien met gegevens over de reisbewegingen van het toestel behorende bij dit account en het toestel behorende bij het Sky ECC-account [SKY ECC account 2] , kan worden geconcludeerd dat verdachte op 18 mei en 3 juni 2020 betrokken is geweest bij het vervoer van 85 kilogram amfetamine. Op 10 mei 2020 benaderde verdachte de gebruiker van het EncroChat-account [EncroChat-account 1] voor het vervoer van 85 kilogram “snelle”. [EncroChat-account 1] zegde daarop toe te overleggen met “ [bijnaam 1] ” om het transport naar Noorwegen te regelen. Dat het om amfetamine gaat blijkt uit een chatgesprek dat verdachte en [EncroChat-account 1] op 12 mei 2020 voeren waarin [EncroChat-account 1] stuurde dat hij eigenlijk amfetamine op de verpakkingen wilde schrijven zodat de transporteur zou weten welke hij moest hebben. Op 18 mei 2020 begeleidde verdachte de leverancier van de drugs naar de plek waar de drugs werden overgedragen. Dat de drugs zijn overgedragen blijkt uit een chatgesprek tussen verdachte en [EncroChat-account 1] dat na de overdracht plaatsvond en waarin gesproken werd over wat er in de overgedragen tas zat. Op 3 juni 2020 werden de drugs weer opgehaald omdat de leverancier eigen vervoer had geregeld. Verdachte en [EncroChat-account 1] spraken af op een carpoolplaats om de overdracht te realiseren. Op 3 juni 2020 stuurde verdachte naar [EncroChat-account 1] dat hij bijna daar was, waarop [EncroChat-account 1] reageerde dat hij klaar stond. Op grond van het voorgaande vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 18 mei en 3 juni 2020, samen met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan het vervoeren van 85 kilogram amfetamine. Verdachte en zijn mededaders hebben zich gedurende weken ingespannen om het transport van de drugs naar Noorwegen te realiseren. Verdachte is daarvoor op zoek gegaan naar een transporteur, heeft er persoonlijk voor gezorgd dat de drugs terecht kwamen bij [EncroChat-account 1] , die in contact stond met de transporteur, en verdachte heeft geregeld dat de drugs uiteindelijk weer werden opgehaald. Ook in dit geval is verdachte dus aan te merken als medepleger. Feit 3 Uit de gesprekken zijn gevoerd met de EncroChat en Sky ECC-accounts, bezien in samenhang met de door de politie gegeven duiding en de verklaring van verdachte dat hij de cryptotelefoons gebruikte om te communiceren over handel in harddrugs, leidt de rechtbank af dat verdachte zich in de periode van 10 juli 2019 tot en met 1maart 2021 heeft bezig gehouden met allerhande voorbereidingshandelingen voor de grootschalige productie en handel in harddrugs, waaronder cocaïne, heroïne en (meth)amfetamine. Verdachte hield zich bezig met het vervoer van harddrugs en voerde in verband daarmee chatgesprekken over het aanpakken (op zee) en uithalen van partijen drugs (in de haven). In die chatgesprekken liet verdachte blijken dat hij de beschikking had over mensen en middelen. Verdachte had, onder meer, ontmoetingen met het oog op samenwerking, leverde geld af, bood transport aan naar Scandinavië, prepareerde een computer voor het versturen van drugs per post en regelde productielocaties. Als er iets mis ging, zoals borg die niet werd terugbetaald of een locatie die toch niet ter beschikking werd gesteld, ging verdachte zelf op pad om verhaal te halen. Verdachte heeft dit zelf bevestigd. Het bleef dus niet slechts bij het uitwisselen van ideeën, zoals door de verdediging aangevoerd. Dit blijkt ook wel uit chatgesprekken waarin foto’s zijn gedeeld van de plekken waar gespreksdeelnemers zich bevonden, van rekenmachines met geld, van een opengeschroefde computer met zakjes met een witte substantie. De gedetailleerde informatie die verdachte aan anderen verstrekte over transportmogelijkheden, zoals over vrachtbrieven en deklading, en zijn contacten in en kennis van de havens van Antwerpen en Rotterdam duiden er bovendien op dat verdachte kennis had door ervaring. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich in de periode van 10 juli 2019 tot en met 1 maart 2021, samen met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen voor de grootschalige productie en handel in harddrugs, waaronder cocaïne, heroïne en (meth)amfetamine. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 1 op 8 juli 2020 en 20 juli 2020 en 29 juli 2020 te in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (namelijk naar Frankrijk en Engeland): - op 8 juli 2020: (ongeveer) 31 kilogram cocaïne; - op 20 juli 2020: (ongeveer) 43 kilogram cocaïne en heroïne; - op 29 juli 2020: (ongeveer) 250 kilogram cocaïne telkens (een) middel(
  3. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 2 op 18 mei 2020 en 3 juni 2020 te Urk en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd, (ongeveer) 85 kilogram, van een materiaal bevattende (meth)amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 3 op tijdstippen in de periode, gelegen tussen 10 juli 2019 tot en met 1 maart 2021 te Meern en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, telkens om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid/hoeveelheden cocaïne en/of heroïne en/of amfetamine en/of methamfetamine, (telkens) een middel/middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, opzettelijk voor te bereiden en/of te bevorderen, - een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(
  4. en)te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of - zich of (een) ander(
  5. en)gelegenheid, middelen, inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
  6. en)heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden voorhanden gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft hij verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens): - geld, vrachtwagens, (koel/vries)trailers, deklading (zijnde vis en/of fruit), (zee)containers (met verborgen ruimtes), schepen, een (mogelijke) productielocatie en/of opslagruimte, bestemd voor het produceren, bestellen, vervoeren, opslaan, verbergen, afleveren, verstrekken, uit containers halen, kopen, importeren, exporteren, verkopen en/of financieren van eerdergenoemde harddrugs voorhanden gehad en/of - ( telefonische) contacten, ontmoetingen, besprekingen en/of afspraken gehad en/of gemaakt met een of meer transporteurs, chauffeurs, havenmedewerkers van de haven in Antwerpen, uithalers, financiers, afnemers, verkopers, tussenpersonen, verleners van hand- en spandiensten en/of ander(
  7. en)met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, export, import, levering, betaling, koop, productie, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde harddrugs en/of - een of meer van eerdergenoemde personen voorzien van informatie, opdrachten, geld en/of een (tijdelijke) opslagplaats ten behoeve van het vervoeren, opslaan, verbergen, afleveren, verstrekken, kopen en/of financieren van eerdergenoemde harddrugs en/of - tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht; Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: feit 1: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; feit 2: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; feit 3: medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen of gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd; 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 10 jaren, met aftrek van het voorarrest. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging vindt de strafeis van de officier van justitie te hoog. Van geweld dat gepaard zou gaan met de handel in harddrugs is geen sprake geweest en verdachte kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de algehele verharding van het drugsmilieu. Bovendien is de rol die verdachte heeft gespeeld in de internationale drugshandel kleiner dan de officier van justitie heeft geschetst. De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij de strafoplegging in strafmatigende zin rekening te houden met het gevolg van het in paragraaf 4.3.1.2 geconstateerde vormverzuim en met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Een langdurige gevangenisstraf heeft niet alleen mogelijk een ongunstig effect op de relatie van verdachte, maar ook op de kans op recidive. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De ernst van de feiten Verdachte is gedurende een periode van ruim anderhalf jaar betrokken geweest bij grootschalige internationale handel in harddrugs. Verdachte regelde drugstransporten en had hierover op regelmatige basis contact met personen die partijen harddrugs wilden laten vervoeren. Op 8, 20 en 29 juli 2021 was verdachte betrokken bij de export van in totaal ten minste 324 kilogram harddrugs. Op 18 mei en 3 juni 2020 heeft verdachte zich beziggehouden met de verplaatsing van ongeveer 85 kilogram harddrugs. Uit het strafdossier leidt de rechtbank af dat verdachte daarnaast betrokken is geweest bij de import van harddrugs vanuit Latijns-Amerika. Verdachte had nauwe contacten in de havens van Antwerpen en Rotterdam om de drugs te onderscheppen en hij beschikte over boten met vissers die drugspakketten op open zee uit het water konden halen. Daarnaast stond verdachte in contact met bedrijven/personen die de drugs over land konden vervoeren, verstopt tussen vis, bloemen en fruit. Dat verdachte een belangrijke schakel in de drugshandel was blijkt wel uit de berichtenverkeer tussen hem en zijn contacten. Verdachte was degene die ervoor zorgde dat partijen drugs werden toegelaten tot het transport, hij gaf instructies voor het verpakken en de distributie van de partijen en hij hield zich bezig met de financiële afhandeling. Uit het berichtenverkeer komt een beeld naar voren dat het verdachte en zijn contacten boven alles te doen was om (veel) geld te verdienen. Hiervoor waren zij bereid grote risico’s te nemen. Dat (internationale) handel in harddrugs gepaard gaat met corruptie, uitbuiting, afpersing, ontvoering, geweld en soms zelfs moord heeft verdachte daarbij kennelijk voor lief genomen. Gebleken is bovendien dat verdachte het dreigen met geweld zelf ook niet schuwde toen een bedrag van € 35.000, betaald voor niet-geleverde diensten, niet werd teruggegeven. Tot slot heeft verdachte met zijn handelen blijk gegeven geen oog te hebben voor de (ernstige) gezondheidsrisico’s die het gebruik van harddrugs met zich brengt. De persoon van verdachte De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte op 16 juli 2018 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is veroordeeld voor feiten die verband houden met de productie van en handel in harddrugs tot een gevangenisstraf van 24 maanden (nadien door de Hoge Raad bepaald op 23 maanden), waarvan 8 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Verdachte is nog vóór onherroepelijk worden van deze veroordeling, op 31 maart 2020, opnieuw de fout in gegaan. Het bewezenverklaarde onder feit 3 is immers gepleegd vanaf 10 juli 2019. De proeftijd die vanaf 31 maart 2020 is ingegaan heeft verdachte er daarna ook niet van weerhouden de bewezen verklaarde feiten te plegen. Verdachte heeft op de zitting nauwelijks verantwoordelijkheid genomen voor zijn aandeel in de grootschalige internationale drugshandel. Hij heeft weliswaar verklaard dat hij niet goed bezig is geweest, maar hij heeft dit op geen enkele manier verduidelijkt. Door geen inzicht te geven in zijn beweegredenen of op een andere manier blijk te geven van zelfreflectie is de rechtbank er niet gerust op dat verdachte in de toekomst niet opnieuw de fout in gaat. De strafoplegging De ernst en duur van de bewezen verklaarde feiten rechtvaardigen de oplegging van een langdurige gevangenisstraf. Bij het bepalen van de duur van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Daarbij heeft de rechtbank in het nadeel van verdachte laten meewegen dat verdachte eerder is veroordeeld voor vergelijkbare feiten en dat de toen opgelegde lange gevangenisstraf en proeftijd hem er niet van hebben weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan dit soort feiten. Omdat niet is gebleken van wezenlijk nadeel voor verdachte van het onder paragraaf 4.3.1.2 geconstateerde vormverzuim, ziet zij geen aanleiding hiermee in strafmatigende zin rekening te houden bij de bepaling van de hoogte van de straf. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren passend en geboden is. Dat de rechtbank komt tot bewezenverklaring van een aanzienlijk grotere hoeveelheid geëxporteerde harddrugs onder feit 1 dan de officier van justitie, leidt niet tot oplegging van een hogere straf dan geëist. Bewezenverklaring van een lagere hoeveelheid zou hebben geleid tot oplegging van een lagere straf. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 9BESLAG 9.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen HP laptop, rekenmachine en iPhone SE verbeurd verklaard moeten worden. De GPS-tracker en twee vervalste Rolexhorloges moeten worden onttrokken aan het verkeer. Een tweetal politiedossiers moet worden teruggegeven aan de rechthebbenden, niet zijnde verdachte. 9.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft de rechtbank verzocht te beslissen dat alle goederen worden teruggegeven aan verdachte. 9.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de HP laptop en rekenmachine verbeurd verklaren, nu de bewezenverklaarde feiten met behulp van die goederen is begaan. De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de GPS-tracker en de twee inbeslaggenomen valse Rolexhorloges. Niet is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met deze GPS-tracker zijn begaan. De GPS-tracker is ook niet van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Een GPS-tracker is immers naar zijn aard bestemd voor legaal gebruik. Voor de twee valse Rolexhorloges geldt dat het enkele bezit daarvan niet in strijd is met de wet. Van de politiedossiers is niet gebleken dat die aan verdachte toebehoren. De dossiers moeten worden teruggegeven aan degene(
  8. n)die wel is/zijn aan te merken als rechthebbende. De iPhone SE is bij verdachte in zijn cel in de penitentiaire inrichting aangetroffen en de politie heeft na onderzoek aan de telefoon geconcludeerd dat verdachte deze heeft gebruikt. Niet is gebleken dat verdachte de telefoon heeft gebruikt bij het plegen van de bewezenverklaarde feiten, zodat geen grond bestaat voor verbeurdverklaring. De rechtbank is echter ook niet gebleken dat de telefoon eigendom is van verdachte. De telefoon moet daarom worden teruggegeven aan de rechthebbende. Indien verdachte kan aantonen dat hij de rechthebbende is, kan de telefoon aan hem worden teruggegeven. 10VORDERING TENUITVOERLEGGING Zoals hiervoor al genoemd is verdachte op 16 juli 2018 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Verdachte is in cassatie gegaan, waarna het arrest van het hof op 31 maart 2020 onherroepelijk is geworden (onder wijziging van de straf naar 23 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk). De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke gevangenisstraf gevorderd, omdat verdachte zich binnen de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit. De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen, omdat verdachte niet wist dat hij nog in een proeftijd liep. De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie toewijzen, nu verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft gepleegd terwijl hij in voormelde proeftijd liep. De rechtbank ziet in hetgeen de verdediging hierover heeft aangevoerd geen aanleiding om tot een andere beslissing te komen. De proeftijd is (pas) op 31 maart 2020 ingegaan omdat verdachte in cassatie is gegaan. Zolang een veroordeling niet onherroepelijk is, gaat de proeftijd niet lopen. Aan verdachte is op 28 april 2020 een brief gestuurd met daarin de kennisgeving dat hij is veroordeeld tot, onder meer, een voorwaardelijke gevangenisstraf en dat de proeftijd is ingegaan. Verdachte is dus op de hoogte gesteld. Dat verdachte één en ander niet goed heeft begrepen of daarover niet is geïnformeerd door zijn raadsman, zoals toegelicht op de zitting, komt voor rekening van verdachte. 11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 57 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 10 en 10a van de Opiumwet, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 12BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder feit 1 en feit 2 en feit 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; Strafbaarheid - verklaart het onder feit 1 en feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) jaren; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Beslag - verklaart de volgende voorwerpen verbeurd: HP Laptop, goednummer 687575; Rekenmachine, goednummer 687062; - gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp: GPS-tracker, goednummer 687065; Rolex, goednummer 687067; Rolex, goednummer 687068; - gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende voorwerpen: Politiedossier, goednummer 687059; Politiedossier, goednummer 687060; Iphone SE, goednummer 720423; Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 21.001058.18 - wijst de vordering toe; - gelast de tenuitvoerlegging van de door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 16 juli 2018 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mr. L.M.M. Heppe en mr. S.D. Groen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 augustus 2023. Verklaart mr. L.M.M. Heppe, rechter, en de griffier, mr. N.S. Stekkel, buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 8 juli 2020 en/of 20 juli 2020 en/of 29 juli 2020 te Meern en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (namelijk naar Frankrijk en/of Engeland), althans opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad: - op of omstreeks 8 juli 2020: (ongeveer) 145 kilo cocaïne en/of heroïne en/of (meth)amfetamine; - op of omstreeks 20 juli 2020: (ongeveer) 395 kilo cocaïne en/of heroïne en/of (meth)amfetamine; - op of omstreeks 29 juli 2020: (ongeveer) 250 kilo cocaïne en/of 169 kilo (meth)amfetamine in elk geval (telkens) een (zeer grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne en/of amfetamine en/of methamfetamine, (telkens) (een) middel(
  9. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( art 10 lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij op of omstreeks 18 mei 2020 en/of 3 juni 2020 te De Meern en/of Urk en/of Woerden en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 85 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (meth)amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode, gelegen tussen 10 juli 2019 tot en met 8 maart 2021 te Meern en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid/hoeveelheden cocaïne en/of heroïne en/of amfetamine en/of methamfetamine, in elk geval (telkens) een middel/middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, opzettelijk voor te bereiden en/of te bevorderen, - een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(
  10. en)te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of - zich of (een) ander(
  11. en)gelegenheid, middelen, inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
  12. en)heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft hij verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens): - geld, vrachtwagens, (koel/vries)trailers, deklading (zijnde vis en/of fruit en/of bloemen), (zee)containers (met verborgen ruimtes), schepen, een (mogelijke) productielocatie en/of opslagruimte, bestemd voor het produceren, bestellen, vervoeren, opslaan, verbergen, afleveren, verstrekken, uit containers halen, kopen, importeren, exporteren, verkopen en/of financieren van eerdergenoemde harddrugs voorhanden gehad en/of - ( telefonische) contacten, ontmoetingen, besprekingen en/of afspraken gehad en/of gemaakt met een of meer transporteurs, chauffeurs, havenmedewerkers van de haven in Antwerpen en/of Rotterdam, uithalers, lassers, financiers, afnemers, verkopers, tussenpersonen, verleners van hand- en spandiensten en/of ander(
  13. en)met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, export, import, levering, betaling, koop, productie, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde harddrugs en/of - een of meer van eerdergenoemde personen voorzien van informatie, opdrachten, geld en/of een (tijdelijke) opslagplaats ten behoeve van het vervoeren, opslaan, verbergen, afleveren, verstrekken, kopen en/of financieren van eerdergenoemde harddrugs en/of - tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht; ( art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) Bijlage II: de bewijsmiddelen Bijlage II: de bewijsmiddelen 4.3.2 Toelichting gebruikte bewijsmiddelen Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 17 december 2021, 13 mei 2022 en 13 juni 2022 genummerd PL0900-2111171640, PL0900-2205090910 en PL0900-2206061218 opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 1207. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De hierna weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. Waar in de bewijsmiddelen wordt gesproken over [verdachte] of [verdachte] begrijpt de rechtbank dat het gaat om verdachte. 4.3.2.1 Feit 1, feit 2 en feit 3 De verklaring van verdachte De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 juli 2023 Ik heb gebruik gemaakt van accounts. Ik heb gebruik gemaakt van het Encrochat-account [EncroChat account 2] @encrochat.com. Ik heb ook gebruik gemaakt van het Sky ECC-account [SKY ECC account 3] . De berichten die ik heb verstuurd gingen over de handel in allerlei verdovende middelen. Het kan zijn dat ik deze berichten heb gestuurd in de periode van 10 juli 2019 tot en met 8 maart 2021. Een hoop gesprekken in het dossier kloppen. Het telefoonnummer [telefoonnummer] is mijn telefoonnummer. Het klopt dat het telefoonnummer [telefoonnummer] van mijn vrouw [C] is. Ik heb in de Mercedes Benz met kenteken [kenteken] gereden. De zwembroek op de foto pagina 184 van het dossier is identiek aan een zwembroek die ik heb en de vloer op deze foto is hetzelfde als de vloer van mijn toilet. Het lijkt erop dat de rekenmachine op de foto’s op pagina 186 van het dossier mijn rekenmachine is. Ik was op de hoogte van de poging tot het uithalen van drugs in de haven van Antwerpen in december 2020. Ik ben bij de familie van [D] aan de deur geweest en ik heb hem gebeld. Ik ging daar naartoe om geld terug te halen. Verdachte als gebruiker van Encrochat-account [EncroChat account 2] @encrochat.com en Sky ECC-accounts [SKY ECC account 1] , [SKY ECC account 2] en [SKY ECC account 3] Een proces-verbaal van bevindingen vermoedelijke identificatie [EncroChat account 2] De gebruiker van het account [EncroChat account 2] @encrochat.com maakte gebruik van een PGP- telefoontoestel met IMEI: [IMEI nummer] . Mastgegevens Van de IMEI van het toestel dat bij [EncroChat account 2] in gebruik was zijn historische verkeersgegevens gevorderd over de periode 3 januari 2020 - 12 juni 2020. Er is gekeken naar masten die werden aangestraald gedurende de nachtelijke uren. Dit kan namelijk een indicatie geven van het thuisadres van de gebruiker van het toestel. Tussen 00:00 en 08:00 zijn dit de masten die hij gebruikt, incl. zendrichtingen: 150 dagen - [straat] , De Meern; 23 dagen - Europaweg, De Meern; 2 dagen - Mostperenlaan, Vleuten. In bovengenoemde periode heeft het toestel gedurende 00:00 en 08:00 geen andere masten aangestraald dan de boven getoonde drie masten. Uit analyse van de mastgegevens dat het toestel van [EncroChat account 2] 's nachts enkel masten aanstraalt in De Meern, waarbij de mast aan de [straat] veruit het meest is aangestraald, kan worden aangenomen dat de gebruiker van het toestel daar in de omgeving verblijft. Identificerende inhoud chatberichten a. [EncroChat account 2] woont op huisnummer [huisnummer] Op 11 april (de rechtbank begrijpt: 11 april 2020) voeren [EncroChat account 2] en [EncroChat account 3] de volgende chat: [EncroChat account 3] @encrochat.com En bennje zo in de buuet oom kan die medicijnen opjale 14:09:28 [EncroChat account 2] @encrochat.com Ja natuurlijk neef 14:15:54 [EncroChat account 3] @encrochat.com Kom jij of vrouw 15:53:45 [EncroChat account 2] @encrochat.com Gewoon aankloppen 15:53:52 [EncroChat account 2] @encrochat.com Me vrouw 15:53:56 [EncroChat account 3] @encrochat.com Nummer [huisnummer] 16:02:15 [EncroChat account 2] @encrochat.com [huisnummer] 16:02:29 [EncroChat account 2] @encrochat.com En gelukt? 16:08:31 [EncroChat account 3] @encrochat.com Jaa 16:13:39 Uit de chat kan volgen dat [EncroChat account 3] medicijnen laat ophalen bij [EncroChat account 2] . [EncroChat account 2] is zelf niet thuis, maar zijn vriendin kennelijk wel. De persoon die het komt ophalen moet aankloppen bij nummer [huisnummer] . De overdracht vindt kennelijk ook daadwerkelijk plaats. Hieruit kan volgen dat [EncroChat account 2] in een woning met huisnummer [huisnummer] woont. b. [EncroChat account 3] staat bij [EncroChat account 2] voor de deur Op 23 april 2020 voeren [EncroChat account 2] en [EncroChat account 3] opnieuw een gesprek, daarbij worden door [EncroChat account 3] ook twee foto's meegestuurd: [EncroChat account 3] @encrochat.com Toebal thuis 18:02:34 [EncroChat account 3] @encrochat.com (foto 1) 18:02:44 [EncroChat account 2] @encrochat.com Ja 18:03:19 [EncroChat account 2] @encrochat.com Heb wel visite 18:03:25 [EncroChat account 3] @encrochat.com Haha komt wel later dan 18:03:34 [EncroChat account 3] @encrochat.com (foto 2) 18:03:40 [EncroChat account 3] @encrochat.com Moest met toebal letterlijk 18:03:50 [EncroChat account 3] @encrochat.com Straat ernaast zijn kortrijk 18:04:02 In deze chat vraagt nigthsnake vermoedelijk of [EncroChat account 2] toevallig ('toebal') thuis is. Hij stuurt daarbij foto 1, waarmee hij lijkt te suggereren dat hij bij [EncroChat account 2] voor de deur staat. Een minuut later stuurt hij foto 2. [EncroChat account 3] geeft verder aan dat hij toevallig letterlijk een straat ernaast moest zijn. Hij noemt dan 'kortijk'. In De Meern blijkt een straat te zijn met de naam ' [straat] '. Eén van de zijstraten van de [straat] is de [straat] . Naar alle waarschijnlijkheid is foto 1 daar door [EncroChat account 3] gemaakt, zie de vergelijking tussen foto 1 en Google (screenshot 1). Op basis van mastgegevens van het toestel van [EncroChat account 2] , de chats met [EncroChat account 3] , in combinatie met de locatie van de door [EncroChat account 3] verstuurde foto's, kan worden aangenomen dat [EncroChat account 2] verblijft op het adres [adres] te [woonplaats] . Dat lijkt aannemelijker, nu deze woning (in ieder geval in september 2017 blijkens Google) blijkt te zijn voorzien van rolluiken. In een chat op 28 april (de rechtbank begrijpt: 28 april 2020) met de gebruiker van het account [EncroChat account 4] kan worden afgeleid dat het huis van [EncroChat account 2] rolluiken heeft: [EncroChat account 2] @encrochat.com Kwam jij koffie drinjen 13:43:39 [EncroChat account 4] @encrochat.com Als dat uitkomt 13:43:54 [EncroChat account 2] @encrochat.com Natuurlijk 13:44:06 [EncroChat account 4] @encrochat.com Ok tot zo 13:44:17 [EncroChat account 4] @encrochat.com Welk nr? 15:07:15 [EncroChat account 2] @encrochat.com Met die rolluiken 15:07:39 c. [EncroChat account 2] heeft een Oost-Europese vriendin In een chat op 20 april 2020 met de gebruiker van het account [EncroChat-account 1] geeft [EncroChat account 2] het volgende aan: [EncroChat account 2] @encrochat.com Mijn vriendin is van oost europa 19:53:23 In het bedrijfsprocessensysteem van de politie is gezocht op het adres [adres] te [woonplaats] . Op het adres blijkt 1 persoon ingeschreven te staan. Het betreft [C] , geboren op [1988] te [geboorteplaats] (Roemenië). Tot 5 januari 2020 heeft op dit adres ook ingeschreven gestaan ene [verdachte] , geboren op [1986] te [geboorteplaats] . Deze [verdachte] is op 2 juli 2020 aangehouden vanwege diefstal en verklaarde tijdens zijn verhoor samengevat en voor zover van belang het volgende: “Mijn roepnaam is [verdachte] . Ik sta niet meer ingeschreven op het adres [adres] te [woonplaats] , maar verblijf daar wel, samen met zijn vriendin [C] .” Voor de volledigheid is in de Gemeentelijke Basis Administratie en in de politiesystemen ook gekeken naar de bewoners van de woningen met huisnummers [huisnummer] van de omliggende straten, de adressen bleken niet te passen in de kenmerken die uit de chats van [EncroChat account 2] naar voren kwamen (vrouw uit Oost-Europa, man met mogelijke voornaam [verdachte] , voorzien van rolluiken) of nummer [huisnummer] bleek geen bestaand adres. Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek gebruikte telecommunicatie-middelen In het zaaksdossier Drugshandel zijn de bevindingen gerelateerd met betrekking tot het voornemen om 85 kilo speed uit te voeren naar Noorwegen. Deze bevindingen zijn gebleken uit chatgesprekken gevoerd tussen de encrochat-accounts [EncroChat account 2] en [EncroChat-account 1] . Uit dit proces-verbaal blijkt dat [EncroChat account 2] en [EncroChat-account 1] afspreken elkaar op 25 mei 2020 omstreeks 17:00 uur op de meubelboulevard te Lelystad te ontmoeten. [EncroChat account 2] @encrochat.com Bem odw 16:00:29 [EncroChat-account 1] @encrochat.com Naar mij? 16:00:45 [EncroChat account 2] @encrochat.com Ja 16:01:42 [EncroChat account 2] @encrochat.com Vlakbij 16:31:48 Op 25 mei 2020 werd door het observatieteam van de landelijke eenheid in onderzoek 26Wilson vastgesteld, dat er te 16:48 uur, op de woonboulevard Palazzo gelegen aan de Zuiderpoort te Lelystad, een ontmoeting plaatsvond tussen drie mannen. Van deze ontmoeting zijn foto en video-opnamen gemaakt. Door het onderzoeksteam Obelisk is vastgesteld dat verdachte [verdachte] aanwezig was bij deze ontmoeting te Lelystad. Een proces-verbaal van bevindingen identificatie gebruiker SKY ECC-account [SKY ECC account 1] Door de gebruiker van het account [SKY ECC account 1] werden in verschillende chats foto's verstuurd van een slaapkamer. Bij het zien van deze foto's herkende ik iedere keer direct de slaapkamer van de woning van [verdachte] , op de [adres] in [woonplaats] . Op 20 september 2021 vond een doorzoeking in deze woning plaats waarbij ik aanwezig was. Daarnaast werden door de gebruiker van het account foto's verstuurd die waren genomen in de woonkamer en keuken van [verdachte] en die overeenkwamen met de situatie zoals die werd gefotografeerd tijdens de doorzoeking. Ten slotte bleek dat de gebruiker van het account [SKY ECC account 1] meerdere malen ' [bijnaam verdachte] ' werd genoemd. Een proces-verbaal van bevindingen identificatie gebruiker Sky ECC-account [SKY ECC account 2] Er is een tweede Sky ECC-account in beeld gekomen, betreffende [SKY ECC account 2] , die tevens in gebruik is geweest bij [verdachte] , voorafgaand aan het in gebruik nemen van het [SKY ECC account 3] account. Binnen de verkregen data omtrent het account [SKY ECC account 2] is te zien dat in een aantal gevallen bijnamen gegeven is aan de gebruiker van dit account. De gebruiker van het account [SKY ECC account 2] had de bijnamen: [bijnaam verdachte] , [bijnaam verdachte] , [bijnaam verdachte] , [bijnaam verdachte] . Zoals beschreven is het account [SKY ECC account 3] in gebruik geweest bij [verdachte] . De bijnamen van dit account betroffen: [bijnaam verdachte] , [bijnaam verdachte] . De overeenkomst tussen [bijnaam verdachte] en [bijnaam verdachte] is opvallend te noemen en daarnaast blijkt uit de inhoud van de chatberichten van het account [SKY ECC account 2] dat de gebruiker ervan wisselend maar structureel zowel [bijnaam verdachte] als [bijnaam verdachte] genoemd wordt. Op deze 7 september 2020 is er door [SKY ECC account 2] berichten gestuurd aan tenminste 6 verschillende tegencontacten. De verstuurde berichten schetsen een beeld waarin de gebruiker van het account [SKY ECC account 2] overstapt naar een nieuw account, waarvan de eerste 4 tekens ' [tekens] ' betreffen. Het eerste door het [SKY ECC account 3] account verzonden bericht dateert van 7 september 2020. Binnen de chatgroep ' [groepschat] ' neemt eerst het account [SKY ECC account 2] deel en dan stopt het account met communiceren. Vervolgens vraagt [SKY ECC account 4] om hem 'admin' (administrator) te maken zodat hij ' [bijnaam verdachte] ' erin kan doen. Wat later in de chatcommunicatie is te zien is dat [SKY ECC account 4] iets doet en daarbij valt op dat het account [SKY ECC account 3] als deelnemer in de groep staat en dat [SKY ECC account 2] niet langer te zien is. [SKY ECC account 4] zegt hier desgevraagd vervolgens over dat dit ' [bijnaam verdachte] ' is, wat overeenkomt met de bijnamen van het account [SKY ECC account 2] . Kortom bevestigt dit het vermoeden dat [SKY ECC account 3] dezelfde gebruiker heeft als [SKY ECC account 2] . [SKY ECC account 2] zit in een groepschat ( [groepschat] ) en stuurt een foto. Deze foto lijkt erop te wijzen dat de gebruiker van [SKY ECC account 2] op het moment van sturen op het toilet zit waarbij tevens een opvallende (zwem)broek te zien is. Tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte] aan de [adres] te [woonplaats] is onder andere een (zwem)broek die sterk overeenkomt met de (zwem)broek op de foto's van het [SKY ECC account 2] account fotografisch vastgelegd. Dit wordt nog versterkt door de overeenkomsten in de vloer van het toilet bij de verdachte thuis en de vloer die op de foto van de zwembroek te zien is. Er is een 3-tal foto's verzonden vanaf het account [SKY ECC account 2] van een rekenmachine met het opschrift 'MS-88ECO Two way power' die tevens voorzien is van een opvallend meerkleurig toetsenbord. Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte is een rekenmachine aangetroffen en inbeslaggenomen. De inbeslaggenomen rekenmachine en de rekenmachine op de foto's afkomstig uit Sky ECC vertonen sterke overeenkomsten. Er is een foto van een hond verstuurd vanaf het account [SKY ECC account 2] . Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte is deze hond niet aangetroffen, echter zijn er diverse gegevensdragers inbeslaggenomen en uitgelezen. Tijdens het onderzoek aan de inbeslaggenomen iPhone (voorzien van IMEI-nummer [IMEI nummer] ) zijn meerdere foto's aangetroffen van een hond (zie hieronder) die qua uiterlijke kenmerken sterke overeenkomsten vertoond met de foto afkomstig uit het [SKY ECC account 2] account. De omgeving waarin de hond is gefotografeerd komt overeen met de woning van de verdachte, gelet op het zwart leren bankstel met lichtkleurige deken, de bekleding van de wand, de achterdeur voorzien van roeden en de schuur in de achtertuin. Een proces-verbaal van bevindingen identificatie gebruiker Sky ECC-account [SKY ECC account 3] Sky-groepsgesprek met [SKY ECC account 3] : [SKY ECC account 5] Maak maAr afspraakun zundert want ik ben in regio druk 14-09-2020 10:11:51 [SKY ECC account 3] Vanmiddag zundert ? 14-09-2020 10:21:36 [SKY ECC account 3] Dirk van de broek 14-09-2020 10.39.39 [SKY ECC account 3] Zit een eetcafe 14-09-2020 10:39.51 [SKY ECC account 3] 18.00 daar 14-09-2020 11:19:35 [SKY ECC account 6] Ja prima 14-09-2020 11:40:04 In bovenstaand gesprek stelt [verdachte] voor om op 14 september 2020 omstreeks 18:00 uur af te spreken bij een eetcafé in Zundert, nabij supermarkt Dirk van den Broek. In de historische verkeersgegevens behorende bij het telefoonnummer [telefoonnummer] is af te leiden dat de telefoon welke gekoppeld is aan IMEI-nummer [IMEI nummer] , tussen 17:47:44 uur en 18:37:34 uur aanstraalt op een zendmast in Zundert. SKY-groepsgesprek met [SKY ECC account 3] : [SKY ECC account 3] Maat kan je voor morgen afspraak maken voor pegels ? 22-09-2020 16:08:23 [SKY ECC account 7] Ik ben er 22-09-2020 16:12:41 [SKY ECC account 3] Morgen ben ik in antw met me maat 22-09-2020 16:40:51 [SKY ECC account 3] Ff afspreken voor bulk verhaal 22-09-2020 16:41:01 In bovenstaand gesprek zegt [verdachte] om 16:40:51 uur dat hij op 23 september 2020 met een maat van hem in 'antw' zal zijn. Hoogstwaarschijnlijk wordt met 'antw' de stad Antwerpen in België bedoeld. In de historische verkeersgegevens behorende bij het telefoonnummer [telefoonnummer] en gekoppeld aan de telefoon met IMEI-nummer [IMEI nummer] , welke in gebruik was bij [verdachte] is te zien dat op 23 september 2020 om 13:26:31 uur een zendmast wordt aangestraald in Hazeldonk nabij de grens met België. Vervolgens wordt om 13:29:50 uur een zendmast aangestraald nabij de A16. Ambtshalve is mij bekend dat de snelweg A16 ter hoogte van Hazeldonk overgaat in de snelweg E19 in België. Vervolgens is in de historische verkeersgegevens af te leiden dat om 16:46:13 uur een zendmast in Strijbeek wordt aangestraald, eveneens gelegen aan de grens met België. Dit indiceert dat de telefoon van [verdachte] in het tussenliggende tijdsbestek ofwel uit heeft gestaan ofwel zich in België bevond. SKY-gesprek met [SKY ECC account 8] : [SKY ECC account 3] zit ff o belletje te wachten ivm die plek... moet dat regelen anders echt een hoop gezeik 18:38:28 [SKY ECC account 8] Welke plek? 18:39:37 [SKY ECC account 3] Had een plek geregeld 18:40:08 [SKY ECC account 3] Handgeld gegeven alles.... mexicanen overgekomen om te draaien... spullen gekocht... zou gister sleutel krijgen... eindstand eigenaar pand verstoppertje aan het spelen... gister aan ze deur geweest had ze wijf de smeris gebeld pffff 18:40:19 [SKY ECC account 3] En 25k borg gegeven aan die flikker! 18:40:29 In het gesprek, gevoerd op 2 december 2020, zegt [verdachte] dat hij een plek had geregeld voor de productie van verdovende middelen en dat hij daarvoor diverse voorbereidingen heeft getroffen. Om 18:40:19 uur zegt [verdachte] dat hij een dag ervoor, kennelijk dus op 1 december 2020, aan de deur is geweest bij de eigenaar van het pand maar dat de vrouw van de eigenaar de politie (smeris) had gebeld. In een gesprek met [SKY ECC account 9] , gevoerd op 2 december 2020, deelt [verdachte] exact hetzelfde verhaal als dat gesprek met [SKY ECC account 8] . Een zoektocht in de politiesystemen met als zoektermen [verdachte] in combinatie met de datum van 1 december 2020 levert op dat op 1 december 2020, omstreeks 22:24 uur een melding gedaan wordt, waarbij naar later blijkt [verdachte] gecontroleerd wordt als betrokkene. De melding, gedaan door dhr. [A] , betrof een persoon die aan de deur zou hebben staan kloppen danwel rommelen. Tevens zou de vriendin van dhr. [A] thuis zijn geweest. De opsporingsambtenaren ter plaatse hebben geconstateerd dat op het moment dat zij ter plaatse kwamen er een persoon naar buiten kwam lopen, die opgaf te zijn, [verdachte] , ook wel bekend als [verdachte] . [verdachte] gaf aan dat hij speciaal naar Apeldoorn was gereden om ene [E] te spreken. Mastgegevens Aanvullend is uit de historische verkeersgegevens, behorende bij het telefoonnummer [telefoonnummer] , gebleken dat de locaties van de meest aangestraalde zendmasten zich in de omgeving van de [straat] in de Meern te Utrecht bevinden. Tevens is uit de historische verkeersgegevens gebleken dat het toestel, behorende bij het Sky-account [SKY ECC account 3] met IMEI-nummer [IMEI nummer] , als meest aangestraalde mast de [straat] in de Meern aangeeft. Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek gebruikte telecommunicatiemiddelen De telefoon van de in onderzoek Kiwi aangemerkte verdachte [B] werd uitgelezen. Daarin is een chatgesprek gerelateerd tussen [B] en de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer is in de betreffende telefoon opgeslagen als 'Vrouw van [verdachte] '. Uit het chatgesprek gevoerd op 20 september 2020 komt naar voren dat [C] zich zorgen maakt om [verdachte] die niet is thuis gekomen. In de middag geeft [C] aan dat zij contact heeft gehad met een vriend van [verdachte] die haar vertelde dat [verdachte] de afgelopen nacht de woning niet in kon omdat er sleutels aan de binnenzijde in het slot zaten. Uit het chatgesprek gevoerd met [C] lijkt naar voren te komen dat ook [B] meerdere malen getracht heeft om contact op te nemen met [verdachte] . Te 11.08 uur vraagt [C] aan [B] om hem ( [verdachte] ) te vragen met haar contact op te nemen. Te 11.28 uur reageert [B] dat hij ( [verdachte] ) niet reageert. Te 17:34 uur geeft [C] aan dat hij ( [verdachte] ) online is maar niet reageert op haar oproep. Te 17:44 uur zegt [B] dat hij ( [verdachte] ) ook zijn oproep niet opneemt. Met de telefoon van [B] te 17:35 uur gebeld is naar het telefoonnummer [telefoonnummer] , geregistreerd onder de naam ' [verdachte] '. Ook uit de opmerking van [B] , te 11.28 uur komt naar voren dat [B] getracht heeft contact op te nemen met [verdachte] . Op 20-09 vanaf 11:08 uur, direct aansluitend aan het verzoek van [C] , zijn er met sky-id [SKY ECC account 4] chatberichten verstuurd naar sky-id [SKY ECC account 3] waarin staat. "Jo", "Waar ben je man?" en "Je moetje vrouw even bellen". Uit de te 11:19 uur verstuurde vraagtekens naar sky-id [SKY ECC account 3] lijkt naar voren te komen dat er van sky-id [SKY ECC account 3] geen antwoord werd ontvangen, overeenkomstig het bericht wat [B] even later naar [C] stuurt, namelijk dat hij ( [verdachte] ) niet reageert. In onderzoek Kiwi werd vastgesteld dat verdachte [B] de gebruiker was van een Mercedes voorzien van het kenteken [kenteken] en aansluitend gebruik ging maken van een Citroen voorzien van het kenteken [kenteken] . Ik, verbalisant, heb aanvullend onderzoek verricht naar de verkregen bakengegevens van de voertuigen van [B] in relatie tot het woonadres van verdachte [verdachte] . Uit de verkregen bakengegevens blijkt dat de genoemde voertuigen alleen op de hieronder genoemde dagen in De Meern zijn geweest. In relatie tot deze reisbewegingen heb ik, verbalisant, in de verkregen chatgesprekken, gevoerd tussen het sky-id [SKY ECC account 3] ( [verdachte] ) en de door [B] achtereenvolgens gebruikte sky-id's [SKY ECC account 4] en [SKY ECC account 10] , gekeken naar de inhoud van chats die de reisbewegingen zouden kunnen verklaren. Op meerdere dagen waarop de reisbewegingen naar De Meern hebben plaatsgevonden, zijn er voorafgaand chatberichten verstuurd tussen de sky-id's [SKY ECC account 3] en [SKY ECC account 4] danwel [SKY ECC account 10] . Uit deze verstuurde berichten blijkt dat zij afspreken elkaar te ontmoeten. 06-09-2020 14-09-2020 23-09-2020 24-09-2020 25-09-2020 28-09-2020 02-10-2020 05-10-2020 15-10-2020 16-10-2020 22-12-2020 20-01-2021 Een aantal van deze gemaakte afspraken komen qua afgesproken tijdstip van ontmoeting, zoals uit de chatberichten blijkt, zeer nauwkeurig overeen met de bakengegevens. Ongeacht de dag of het moment van de afspraak lijkt, op één uitzondering na, telkens op één en dezelfde locatie afgesproken te worden. Uit de vorenstaand gerelateerde reisbewegingen en de gevoerde chatgesprekken komt naar voren dat er geregeld ontmoetingen plaatsvonden tussen de gebruiker van sky-id [SKY ECC account 3] en de gebruiker van de sky-id's [SKY ECC account 4] en [SKY ECC account 10] . Op mogelijk één uitzondering na vonden deze ontmoetingen, blijkens de bakengegevens, kennelijk plaats in de directe woonomgeving van verdachte [verdachte] . Een proces-verbaal van bevindingen foto’s woning [straat] , overeenkomsten Sky Op 20 september 2021 vond een doorzoeking plaats in de woning [adres] te [woonplaats] , de woning van de verdachte [verdachte] . Tijdens de doorzoeking werden overeenkomsten gezien tussen foto's die via de chatapplicatie Sky verstuurd waren en de situatie zoals die in de woning werd aangetroffen. Op 16 februari 2021 stuurde de gebruiker van het Sky-account [SKY ECC account 3] de volgende berichten naar de gebruiker van het account [SKY ECC account 11] : [SKY ECC account 3] Zit nu ook te twijfelen om dat ding eronder te plakken 14:58:15 [SKY ECC account 3] Want ik dacht dat die ook met die a klasse wel is onderweg was 14:59:53 [SKY ECC account 3] (rechtbank: [SKY ECC account 3] verstuurt een afbeelding) 15:00:59 [SKY ECC account 3] Laq al wel Klaar 15:01 :24 Uit dit gesprek valt af te leiden dat [verdachte] een GPS-tracker/peil baken klaar heeft liggen om onder de auto van iemand te plakken. Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] werd in de keuken een GPS-tracker aangetroffen, precies gelijkend op degene waarvan een foto was verstuurd. Tevens kwam het aanrechtblad in de keuken van de woning overeen met de foto die via Sky was verstuurd. Op 24 februari 2021 stuurde de gebruiker van het Sky-account [SKY ECC account 3] de volgende berichten naar de gebruiker van het account [SKY ECC account 12] : [SKY ECC account 3] hoe sterk ben je in panama 20:32:35 [SKY ECC account 3] Kan je vullen daar 20:33:28 [SKY ECC account 12] Ben nu aan feesten en drankje doen morgen kijk ik of ik wat mee kan is er nog iets meer info 20:38:46 [SKY ECC account 3] (rechtbank: [SKY ECC account 3] verstuurt een afbeelding) 20:39:20 [SKY ECC account 3] Zonder ons 20:39.30 Bovenstaande foto, verzonden via Sky, is genomen in de woonkamer van [verdachte] . Tijdens de doorzoeking herkende ik de stoelen, de deur en de indeling van de woonkamer. Een proces-verbaal van bevindingen reisbewegingen toestellen [verdachte] In het onderzoek 03Kiwi20 kwam het Encrochat account [EncroChat account 2] @encrochat.com (hierna: [EncroChat account 2] ) naar voren. De gebruiker van dit account maakte gebruik van een telefoontoestel (PGP) met IMEI-nummer [IMEI nummer] (hierna [telefoonnummer] ). De gebruiker van het SKY-account [SKY ECC account 3] , maakte gebruik van een PGP-telefoontoestel met het IMEI-nummer [IMEI nummer] (hierna [telefoonnummer] ). Tevens zijn in het onderzoek 03Kiwi20 de historische en toekomstige verkeersgegevens, behorende bij het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna [telefoonnummer] ), gevorderd. In onderzoek 03Kiwi20 is door het onderzoeksteam vastgesteld dat de Mercedes Benz A 180 D, met het Belgische kenteken [kenteken] , zeer vermoedelijk in gebruik is geweest bij [verdachte] . Van dit voertuig zijn de ANPR registraties opgevraagd om de reisbewegingen van dit voertuig te kunnen monitoren. Van de [telefoonnummer] zijn historische gegevens beschikbaar van 16-12-2019 tot en met 12-06-2020 Van de [telefoonnummer] zijn historische gegevens beschikbaar van 14-07-2020 tot en met 24-09-2020 Van de [telefoonnummer] zijn historische gegevens beschikbaar van 07-09-2020 tot en met 16-05-2021 Van de [kenteken] zijn er ANPR gegevens beschikbaar van 27-09-2020 tot en met 12-12-2020 Alle nummers hebben in de overlappende interceptie periode dezelfde thuismasten in De Meern. De [telefoonnummer] (Encro), [telefoonnummer] (Sky), [telefoonnummer] en de [kenteken] reizen meermaals via dezelfde route naar dezelfde locaties. Voor de thuismasten van de toestellen is het goed mogelijk dat deze mast wordt aangestraald vanaf de [adres] te [woonplaats] . Voor alle toestellen geld dat de hotspots in De Meern, Utrecht, Den Haag, Rotterdam en het grensgebied tussen Nederland en België liggen. Beide telefoons gebruikt voor versluierde communicatie in de Encrochat en Sky ECC-applicatie reizen daadwerkelijk naar de locaties die in de chats benoemd worden. Conclusie De in kaart gebrachte reisbewegingen van de nummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en de [telefoonnummer] komen zo sterk overeen dat het zeer aannemelijk is dat één en dezelfde persoon de beschikking had over deze nummers en met zich droeg. Dit maakt het aannemelijk dat de gebruiker van het Encrochat-account [EncroChat account 2] @encrochat.com en het Sky ECC-account [SKY ECC account 3] [verdachte] is. Een aanvullend proces-verbaal van bevindingen reisbewegingen telefoons Gedurende onderzoek 03Oblisk21 ontstond het vermoeden dat [verdachte] naast het Sky ECC account [SKY ECC account 3] nog twee andere accounts in gebruik heeft gehad. Dit betreft de volgende twee Sky ECC account: - [SKY ECC account 2] gebruikt in een toestel met IMEI-nummer [IMEI nummer] (hierna [IMEI nummer] ); - [SKY ECC account 13] gebruikt in een toestel met IMEI-nummer [IMEI nummer] (hierna [IMEI nummer] ). Er is over de gehele periode van de overlap, van 16-12-2019 tot en met 12-06-2020, te zien dat alle toestellen dezelfde thuismast gebruiken, veelvuldig dezelfde locatie tegelijkertijd aandoen en ook ondanks langlopende data-sessies zichtbaar dezelfde route afleggen. Alle nummers hebben in de overlappende interceptie periode dezelfde thuismasten in De Meern. De [telefoonnummer] (Encro), [IMEI nummer] (Sky [SKY ECC account 1] ) en [IMEI nummer] (Sky [SKY ECC account 2] ) reizen meermaals via dezelfde route naar dezelfde locaties. De [telefoonnummer] (Encro) met de [IMEI nummer] (Sky [SKY ECC account 1] ) en ook de [telefoonnummer] (Encro) met de [IMEI nummer] (Sky [SKY ECC account 2] ) reizen meermaals gezamenlijk via dezelfde route naar dezelfde locaties. Voor de thuismasten van de toestellen is het goed mogelijk dat deze mast wordt aangestraald vanaf de [adres] te De Meern. De bevindingen in dit aanvullende proces-verbaal van bevindingen laten eenzelfde beeld zien als eerder beschreven voor de overige nummers in gebruik bij [verdachte] . Voor alle toestellen geld dat de hotspots in De Meern, Utrecht, Den Haag, Rotterdam en het grensgebied tussen Nederland en België liggen. De telefoons [telefoonnummer] en [IMEI nummer] , gebruikt voor versluierde communicatie in de Encrochat en Sky ECC-applicatie, reizen daadwerkelijk naar de locaties die in de chats benoemd worden. Conclusie De in kaart gebrachte reisbewegingen van de nummers [telefoonnummer] , [IMEI nummer] en de [IMEI nummer] komen zo sterk overeen dat het zeer aannemelijk is dat één en dezelfde persoon de beschikking had over deze nummers en met zich droeg. Dit maakt het aannemelijk dat de gebruiker van de SKY ECC-accounts [SKY ECC account 1] en [SKY ECC account 2] , net als van het Encrochat-account [EncroChat account 2] @encrochat.com en het SKY ECC-account [SKY ECC account 3] , [verdachte] is. Feit 1 Een proces-verbaal van bevindingen transporten verdovende middelen naar het Verenigd Koninkrijk Betreffend drugstransport Op het moment dat de berichten van het account [SKY ECC account 2] voor het onderzoeksteam inzichtelijk werden is een globale scan gedaan om strafbare feiten te achterhalen. Uit deze scan werd duidelijk dat [verdachte] in een chat op 29 juli 2020 het volgende bericht verstuurde: “Fout…. in scan gevallen bij callais.. .zijn trailer leeg aan het halen.” Kort hierna zei een andere deelnemer aan een groepschat het volgende: “Zat 250 blokken en 169 keta op.” Met deze informatie is vervolgens door het onderzoeksteam op internet via Google gezocht naar de ontdekking van een transport en inbeslagname van verdovende middelen in Calais in juli 2020. Hieruit bleek dat er diverse nieuwsartikelen waren die spraken over een dergelijke inbeslagname. Gezien de overeenkomst in datum van inbeslagname (nieuwsbericht van donderdag 6 augustus 2020 spreekt over ‘vorige week woensdag om 23.10 uur’, inbeslagname betreft dus 29 juli 2020) en de overeenkomst in de hoeveelheid en soort verdovende middelen (nieuwsberichten en het persbericht van de Border Force spreken over 250 kilo cocaïne en 169 kilo(…)) is het zeer aannemelijk dat de eerder genoemde Sky-chats over dit betreffende drugstransport gingen. 1. Groepschat [SKY ECC account 2] :6 17-06-2020 17:33:42 [SKY ECC account 2] Mannen online 17-06-2020 20:05:39 [SKY ECC account 2] Iedereen aanweziq nu 17-06-2020 21 :05:03 [SKY ECC account 6] Ok ff voor degene die gaat mailen ... je vraagt mij via deze chat wanneer je zou willen gaan... dan kan ik dat verifiëren 17-06-2020 21 :05:37 [SKY ECC account 6] Zodat niet planner het toch aan pakt en op de verkeerde chauffeur zet 17-06-2020 21:16:11 [SKY ECC account 6] Wanneer is de bedoeling voor eerste mail contact? 17-06-2020 21 :22:06 [SKY ECC account 14] Ik zie hem morgenochtend maar moeten eerst onze eigen mensen weer kunnen bereiken in UK GB zijn we mee bezig 18-06-2020 09:.54:02 [SKY ECC account 14] Goedemorgen heren morgen mailen laat ons ruim van te voren weten hoe laat dat kan dan willen we dinsdag droog over kan piloot op zijn gemak de buurt verkennen bij onze warehouse en dan vrijdag voor het echie 18-06-2020 18:31:23 [SKY ECC account 6] Welk tijdstip zou er dinsdag geladen moeten/kunnen worden? 18-06-2020 20:10:20 [SKY ECC account 2] wie kan er antwoord geven op de vraag van [bijnaam 5] ? 18-06-2020 20:15:19 [SKY ECC account 15] Op die vraag kan normaliter met zekerheid Zondag of Maandag aanstaande antwoord gegeven worden. Het hangt af van het veilingaanbod. Soms moeten er dinsdag-ochtend nog de laatste karren gekocht worden om de vracht compleet te krijgen. Interpretatie door onderzoeksteam [verdachte] heeft een groepschat aangemaakt en geeft door dat iedereen nu daarin aanwezig is. De gebruiker van het account [SKY ECC account 6] bepaalt wanneer er gemaild mag worden naar een transportbedrijf, zodat de planner van dat transportbedrijf hun rit niet aan de verkeerde chauffeur geeft. In de groepschat gaat het over een transport naar het Verenigd Koninkrijk ('mensen bereiken in UK', 'loods in UK'). Ze willen eerst een keer de rit maken zonder verdovende middelen als test ('dinsdag droog over, vrijdag voor het echie',). De deklading van de verdovende middelen is afkomstig van een veiling. (tijdstip van laden is afhankelijk van het veilingaanbod). 3. Groepschat [SKY ECC account 2] :7 21-06-2020 14:13:03 [SKY ECC account 2] Oke kan iedereen elkaar nu zien ? 21-06-2020 14:27:13 [SKY ECC account 14] Die ander groep gooi jij die er uit [bijnaam verdachte] ? 21-06-2020 14:27:29 [SKY ECC account 2] Heb ik gedaan [bijnaam 3] 21-06-2020 14:28:40 [SKY ECC account 15] Ik zou de datum eraf halen. dat geeft justitie een aanknopings punt. Interpretatie door onderzoeksteam De bijnaam van [verdachte] is ' [bijnaam verdachte] ', hij heeft een nieuwe groepschat aangemaakt. Hij moet een andere naam voor de groepschat kiezen (niet inzichtelijk geworden) want de naam die hij nu heeft gekozen staat een datum in en dat geeft justitie een aanknopingspunt. 4. Groepschat [SKY ECC account 2] :7 24-06-2020 10:16:54 [SKY ECC account 2] Morgen heren 24-06-2020 10:17:26 [SKY ECC account 2] Hoe zijn de vooruit zichten ! 24-06-2020 10:18:15 [SKY ECC account 2] Word wel tijd voor een beetje beweging 24-06-2020 10:18:49 [SKY ECC account 2] Gas erop! 24-06-2020 10:25:22 [SKY ECC account 2] Vrijdag testrit dinsdag vertrekken ! 24-06-2020 10:28:26 [SKY ECC account 14] Ik ga over de spullen hoeveel hebben jullie er totaal ? 24-06-2020 10:28:59 [SKY ECC account 2] Nee nee [bijnaam 3] Interpretatie door onderzoeksteam [verdachte] wil actie en starten met het transporteren van verdovende middelen. Er ontstaat wat discussie over de afspraken die ze hebben gemaakt. 5. Groepschat [SKY ECC account 2] :7 27-06-2020 22:32:05 [SKY ECC account 15] wij gebruiken zoals we jullie van de week verteld hebben 1 woordvoerder. en lokaal houden wij elkaar op de hoogte. verders praten degene die aan elkaar verbonden zijn in bepaalde functies direct met elkaar. zo moeilijk is het allemaal niet. 27-06-2020 22:40:36 [SKY ECC account 2] mail verkeer contacten jullie met elkaar. ... ! Wat betreft vullen [bijnaam 2] , [bijnaam 3] , [bijnaam 4] en [bijnaam verdachte] contact Interpretatie door onderzoeksteam [SKY ECC account 15] stelt voor om niet meer in de groepschat te communiceren, maar 1 op 1. Dit kan prima omdat ieder toch zijn eigen rol heeft en niet iedereen per se op de hoogte hoeft te zijn van alle stappen in het proces, zo werken ze al jaren. [bijnaam 2] ( [SKY ECC account 16] ), [bijnaam 3] ( [SKY ECC account 14] ), [bijnaam 4] ( [SKY ECC account 17] ) en [verdachte] ( [bijnaam verdachte] ) regelen het vullen van het transport met verdovende middelen. 6. Groepschat [SKY ECC account 2] :7 01-07-2020 15:41 :21 [SKY ECC account 17] Dus maandag droog 01-07-2020 15:41 :29 [SKY ECC account 17] Woensdag met 01-07-2020 15:47:02 [SKY ECC account 2] [bijnaam 5] regel ff met [bijnaam 1] 01-07-2020 15:48:17 [SKY ECC account 6] [bijnaam 1] kan maanda en woensdag 01-07-2020 16:37:08 [SKY ECC account 15] maandag 6 juli en woensdag 8 juli Interpretatie door onderzoeksteam Maandag zal dan een testrit worden, waarop ze woensdag een rit met verdovende middelen kunnen doen. [verdachte] wil dat [SKY ECC account 6] ( [bijnaam 5] ) dit regelt met het transportbedrijf. 7. Groepschat [SKY ECC account 4] :5 28-06-2020 11:46:37 [SKY ECC account 2] Gister spraken we ook over 100 plus 28-06-2020 11:46:55 [SKY ECC account 18] Kan 100 stuks zijn 28-06-2020 11:46:.55 [SKY ECC account 2] Helft wit helft bruin 29-06-2020 18:22:47 [SKY ECC account 19] kan ik niet betalen zijn jullie bereid om tot een akkoord te komen met een betere prijs 29-06-2020 18:22:48 [SKY ECC account 2] Dan verhaal vergeten 29-06-2020 18:23:43 [SKY ECC account 19] Gaat ie naar london? 29-06-2020 18:29:32 [SKY ECC account 19] Morgen gaat ie en woensdag aannemen? 29-06-2020 18:29:58 [SKY ECC account 2] Morgen is alleen deklading en neemt alleen wit mee 02-07-2020 01:48:42 [SKY ECC account 19] Waar is afgeven 02-07-2020 18:53:22 [SKY ECC account 2] Den haag rotterdam 02-07-2020 22:52:57 [SKY ECC account 19] Oke wo afgeven toch 02-07-2020 22:52:58 [SKY ECC account 2] vullen die handel [naam 1] 02-07-2020 22:53:36 [SKY ECC account 2] Ja zonder tegenbericht maat Interpretatie door onderzoeksteam In deze groepschat lijkt [verdachte] te regelen dat er verdovende middelen verzameld gaan worden om mee te sturen met het transport naar het Verenigd Koninkrijk. De gebruiker van het account [SKY ECC account 18] ( [naam 1] genoemd) en de gebruiker van het account [SKY ECC account 19] ( [naam 2] genoemd). Het transport zal volgende week woensdag (8 juli 2020) plaatsvinden. [SKY ECC account 19] wil tien kilo cocaïne ('hij doet alleen wit') versturen als test, de cocaïne moet worden afgegeven omgeving Den Haag/Rotterdam. 8. Groepschat [groepschat] :7 07-07-2020 06:16:56 [SKY ECC account 16] Hij zegt dat de goede man zich heeft vastgereden op een bospad! Interpretatie door onderzoeksteam De testrit zonder verdovende middelen heeft daadwerkelijk plaatsgevonden. Uiteindelijk heeft [bijnaam 5] doorgegeven dat de chauffeur zich heeft vastgereden. 9. Groepschat [SKY ECC account 18] :762 07-07-2020 12:26:00 [SKY ECC account 2] Yo mannen vanavond info waar morgenochtend afgeven 07-07-2020 12:26:53 [SKY ECC account 2] En heb vanavond ook exacte aantal nodig 07-07-2020 15:02:35 [SKY ECC account 19] Laten we ff eerst 10 doen en dan kijken we wel hoe het allemaal gaat 07-07-2020 22:36:56 [SKY ECC account 19] Nh van zuid toch 07-07-2020 22:41:16 [SKY ECC account 2] Sorry heet novotel 07-07-2020 22:48:36 [SKY ECC account 19] 5min ben ik er 08-07-2020 11:02:03 [SKY ECC account 19] Afgegeven heren 08-07-2020 19:21:14 [SKY ECC account 19] Broer kan je me aub zeggen of die al vertrokken is en met de aantal die erop zit Interpretatie door onderzoeksteam [verdachte] geeft door dat de verdovende middelen morgenochtend afgegeven moeten worden. Hij heeft een exact aantal nodig. [SKY ECC account 19] gaat uiteindelijk 10 kilo cocaïne versturen. [verdachte] en [SKY ECC account 19] ontmoeten elkaar in de avond bij een hotel (Novotel). De volgende ochtend geeft [SKY ECC account 19] door dat de verdovende middelen zijn afgeleverd. Hij wil 's avonds graag weten of het transport is vertrokken. Hierna stuurt [verdachte] hem de volgende dag buiten de groepschat om een aantal berichten: 09-07-2020 06:33:13 [SKY ECC account 2] Morning jouw klant krijgt dadelijk 1 doos mee. 09-07-2020 08:35:57 [SKY ECC account 2] Klant 2 : 1 box [adres] Interpretatie door onderzoeksteam [verdachte] geeft aan [SKY ECC account 19] door dat diens klant in het Verenigd Koninkrijk straks 1 doos mee krijgt, vermoedelijk met de 10 kilo cocaïne erin. Dit zal zijn op het adres [adres] . Uit onderzoek via Google is gebleken dat [postcode] de postcode is van de straat [adres] in Benfleet, ten oosten van Londen. 11. Groepschat [SKY ECC account 2] :7 07-07-2020 16:38:51 [SKY ECC account 17] We hebben heel wat afzeggers en [bijnaam verdachte] heeft 21 dure 08-07-2020 10:11:37 [SKY ECC account 17] Ik moeten [bijnaam verdachte] met spoed hebben maar hij reageert niet 08-07-2020 18:27:00 [SKY ECC account 17] Morgen 7.00 uur uk tijd graag klant oost Londen 08-07-2020 18:27:52 [SKY ECC account 2] Ben er Interpretatie door onderzoeksteam [verdachte] heeft 21 kilo cocaine (21 dure) om te versturen. [SKY ECC account 17] geeft door dat er een klant ‘Oost Londen’ is, dat komt overeen met het adres dat door [verdachte] werd doorgegeven in een eerdere chat, waaruit blijkt dat het vermoedelijk om hetzelfde transport gaat. 12. Groepschat [groepschat] :66 13-07-2020 17:05:30 [SKY ECC account 18] Maak me admin kan je alles horen eigenaar gooi ik erin. 13-07-2020 18:53:41 [SKY ECC account 18] Eigenaar tp zit erin. 13-07-2020 18:54:04 [SKY ECC account 20] Via waar gaat die en waar is pickup. 13-07-2020 18:54:51 [SKY ECC account 18] Omgeving. Londen. 13-07-2020 18:55:12 [SKY ECC account 18] Afgeven hoor je zometeen. 13-07-2020 23:56:03 [SKY ECC account 2] Rit verplaatst naar maandag ivm planning 14-07-2020 11:45:46 [SKY ECC account 2] Maandag rijden, maandagochtend afgeven 14-07-2020 11:46:30 [SKY ECC account 2] Alles goed intapen en dubbel vacumeren 14-07-2020 16:48:16 [SKY ECC account 20] Hoevaak per week ga je 14-07-2020 16:48:46 [SKY ECC account 2] 1 x in de week 14-07-2020 20:09:44 [SKY ECC account 2] [naam 3] zit in die rolkarren waar lading op gaat 14-07-2020 20:51:06 [SKY ECC account 2] Ja wij hebben transporteur in handen 18-07-2020 12

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.