RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/188452-22 Vonnis van de meervoudige kamer van 13 februari 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , verblijvende te [verblijfplaats] aan de [adres] , [vestigingsplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het in het openbaar gehouden onderzoek ter terechtzitting op 9 november 2022 en 30 januari 2023. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officier van justitie, mr. A.C.M. Beneken genaamd Kolmer, en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. J.P.W. Nijboer, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De officier van justitie verdenkt verdachte ervan dat hij betrokken is geweest bij een aantal strafbare feiten. Deze verdenkingen staan beschreven in de tenlastelegging, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht. Kort gezegd verdenkt de officier van justitie verdachte ervan dat hij: Feit 1 op 28 juni 2022 te Zegveld door bedreiging met geweld (door een mes te tonen), een runderriblap heeft gestolen bij de [naam winkel] ; Feit 2 op 6 augustus 2022 te Mijdrecht, samen met een ander, schoenen heeft gestolen bij de Scapino; Feit 3 Op 3 augustus 2022 te Mijdrecht kledingstukken en een tasje heeft gestolen bij De Loods. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie vordert echter dat verdachte partieel wordt vrijgesproken van het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen, nu uit het dossier niet volgt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een ander. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman acht het onder feit 2 en feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, behalve het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen. De raadsman verzoekt de rechtbank daarnaast kritisch te kijken naar de bewezenverklaring van feit 1, nu uit het dossier niet volgt dat verdachte de diefstal van de runderriblap wilde vergemakkelijken door te dreigen met het mes. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Partiële vrijspraak van feit 1 Zoals ook de raadsman heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat op basis van de bewijsmiddelen niet kan worden vastgesteld dat de door verdachte toegepaste dreiging met het mes als doel had de gepleegde winkeldiefstal van de runderriblap te vergemakkelijken. Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting opening van zaken gegeven over de toedracht rondom het tonen van het mes. Ter zitting heeft verdachte in dit kader aanvullend verklaard dat hij, zoals hij dat naar eigen zeggen vaker deed, de runderriblap al in de winkel in zijn tas had gestopt en dat het tonen van het mes met die (voltooide) diefstal niets te maken had. Later toonde hij bij de kassa enkel het mes in een poging ook een overval te plegen en geld uit de kassa te ontvangen. Uit het dossier volgt niet dat verdachte geld heeft ontvangen of heeft weggenomen, zodat het in die (tweede) situatie, bij een poging tot diefstal met bedreiging van geweld is gebleven. Aan verdachte is echter enkel bedreiging van geweld ten aanzien van een voltooide winkeldiefstal ten laste gelegd. Nu onvoldoende verband bestaat tussen het dreigen met het mes en de voltooide diefstal van de runderriblap, zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken van de dreiging met geweld. 4.3.2 Partiële vrijspraak van feit 2 Zoals ook de raadsman en de officier van justitie hebben betoogd, is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier niet volgt dat verdachte de schoenen samen met een ander heeft weggenomen. De rechtbank ziet geen aanwijzingen voor een nauwe en bewuste samenwerking en acht de verklaring van verdachte, dat hij de diefstal alleen heeft gepleegd, geloofwaardig. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen. 4.3.3 Bewezenverklaring Bewijsmiddelen De feiten zijn door verdachte begaan. Verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 30 januari 2023; het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] (namens [naam winkel] ) van 28 juni 2022, p. 36-37; het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] (namens Scapino) van 6 augustus 2022, p. 122-123; het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] (namens De Loods) van 6 augustus 2022, p. 136-137. De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit, of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 1op 28 juni 2022 te Zegveld, gemeente Woerden, een runderriblap, die geheel aan de [naam winkel] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2op 6 augustus 2022 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, een paar schoenen (merk Adidas), dat geheel aan de Scapino toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 3op 3 augustus 2022 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, kledingstukken (twee polo's merk Jack & Jones) en een tasje (merk Malelions), die geheel aan De Loods toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: t.a.v. feit 1, feit 2 en feit 3 telkens: diefstal. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte wordt veroordeeld tot: - een gevangenisstraf van 150 dagen, met aftrek van de duur van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 53 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Aan de voorwaardelijke straf dienen de (bijzondere) voorwaarden te worden verbonden als door de reclassering geadviseerd, met dien verstande dat de klinische opname maximaal 12 maanden duurt vanaf het moment van opname. Daarnaast dient de door de reclassering geformuleerde zinsnede ‘indien na het verrichten van het diagnostisch onderzoek een verlenging van de klinisch plaatsing noodzakelijk is, verleent betrokkene hieraan zijn medewerking.’ buiten beschouwing te blijven, evenals de in het reclasseringsadvies genoemde mogelijkheid tot kortdurende klinische opname bij ambulante behandeling. De officier van justitie vordert voorts de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman kan zich vinden in de vordering van de officier van justitie, maar verzoekt de rechtbank kritisch te kijken naar de proportionaliteit van de duur van de straf en de op te leggen bijzondere voorwaarden. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. 8.3.1 De ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal winkeldiefstallen. Dit zijn hinderlijke en veel voorkomende feiten die schade en overlast bij de winkeliers veroorzaken. Verdachte heeft hier onvoldoende bij stil gestaan en heeft slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. De rechtbank rekent dit verdachte aan. 8.3.2 De persoonlijke omstandigheden van verdachte Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennis genomen van het uittreksel uit de justitiële documentatie (het strafblad) van 12 oktober 2022, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport over verdachte van 10 januari 2023. Uit dat rapport blijkt onder meer het volgende: “Betrokkene verblijft sinds 11 november 2022 op de [verblijfplaats] te [vestigingsplaats] . Uit contact met de maatschappelijk werker komt naar voren dat de behandeling van betrokkene heel noodzakelijk is. Betrokkene is een hele verslaafde man die constant in strijd is aangaande zijn middelengebruik. Dit vergt heel veel van hem en referent geeft aan dat betrokkene 'soms niet weet waar hij het zoeken moet'. Hij blijft netjes naar personeel en medepatiënten daar de strijd zich voornamelijk in hemzelf afspeelt. Ondanks zijn strijd om abstinent te blijven heeft hij half december 2022 3MMC gebruikt. Volgens referent was deze drug op dat moment aanwezig op de afdeling en heeft betrokkene dit niet naar binnen gesmokkeld. Na het gebruik heeft betrokkene hierover het personeel geïnformeerd. Tevens heeft hij om extra ondersteuning verzocht om te voorkomen dat hij opnieuw terugvalt in gebruik. Voor de [verblijfplaats] is de terugval geen reden om betrokkene weg te sturen. Ze willen hem op de afdeling houden en de behandeling continueren omdat betrokkene hier ook voor open staat. Referent geeft aan dat betrokkene volledig gemotiveerd is voor de behandeling. Hij moet leren dat hij zijn gevoelens niet kan verdoven en dat hij hier op een andere manier mee om kan gaan. Volgens referent heeft betrokkene nog wel enige tijd nodig om zijn behandeldoelen te behalen. Betrokkene geeft aan het behandelteam aan dat hij goed in zijn vel zit en dat hij blij is dat hij aan zijn problemen kan werken. Half december 2022 is een start gemaakt met het diagnostisch onderzoek. Het kan nog wel een aantal maanden duren voordat dit onderzoek is afgerond. Gezien de motivatie van betrokkene acht het behandelteam het kader van bijzondere voorwaarden passend om de behandeling voort te zetten. Bij een veroordeling adviseren wij een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden. Meldplicht bij reclassering Opname in een zorginstelling Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname) Begeleid wonen of maatschappelijke opvang Meewerken aan middelencontrole Wij adviseren dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden en het toezicht. De kans op een misdrijf met schade voor personen is groot.” De rechtbank heeft ter terechtzitting van 30 januari 2023 mevrouw C.E. Tempelman, werkzaam bij Fivoor, als getuige-deskundige gehoord. De deskundige heeft verklaard dat een behandeling als die verdachte reeds is gestart, gemiddeld genomen 9 tot 12 maanden na opname in beslag neemt. Een meer nauwkeurige tijdsindicatie in dit geval is niet te geven, nu de duur van de behandeling wordt bepaald door de behandelaar en afhankelijk is van verschillende factoren. Nadat de klinische behandeling is afgelopen, zal worden gekeken naar een vervolgvoorziening. Verdachte zal dan verder ambulant worden behandeld en begeleid. Indien de rechtbank een termijn bepaalt voor de klinische opname die te kort blijkt te zijn, kan een verzoek worden gedaan voor het wijzigen van de voorwaarden. Indien de klinische opname eerder is afgerond dan de door de rechtbank bepaalde termijn, kan verdachte eerder uitstromen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij erg is geschrokken van zijn eigen gedrag, dat hij graag hulp wil en dat hij gemotiveerd is voor een (langdurige) klinische behandeling. Verdachte wil voldoende tijd en ruimte krijgen om zijn behandeling zorgvuldig af te ronden en wil niet dat een te korte behandelduur wordt bepaald. Wanneer de behandeling is afgerond, wil verdachte graag zo snel mogelijk uitstromen. Verdachte zou een forse voorwaardelijke straf, als stok achter de deur, prettig vinden als extra motivatie om aan de op te leggen voorwaarden te voldoen. 8.3.3 De straf De rechtbank slaat acht op de wens van verdachte een forse stok achter de deur te krijgen in de zin van een voorwaardelijk strafdeel. De rechtbank is het tegelijkertijd met de raadsman eens dat de straf wel proportioneel moet zijn en dus moet passen bij de (ernst van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.