RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16-044619-22 en 16-103795-22 (gev. ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 17 februari 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2006] in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] in [woonplaats] , hierna: [verdachte] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 februari
(2)personen. AANTREFFEN SCOOTER Ik, [verbalisant 3] , zag dat er op de door melder aangewezen locatie een scooter in het water lag. Ik zag dat de voorkant van de scooter in het water lag en dat de achterkant van de scooter nog boven het water uitstak. Ik kan de scooter als volgt omschrijven: Merk: La Souris Type: Sourini Kleur: Wit Kenteken: [kenteken] Bewijsoverweging De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] de scooter van [aangever 2] heeft gestolen. Een persoon die zich [fake naam] noemt heeft via Marktplaats een afspraak gemaakt met de aangever. Aan het marktplaatsaccount dat hierbij is gebruikt is een IP-adres gekoppeld dat op naam staat van de opa van [verdachte] . Bij de hierboven bewezenverklaarde autodiefstal is de aangever ook via Marktplaats benaderd door een persoon die zich [fake naam] noemde voor het maken van een afspraak. [verdachte] heeft die autodiefstal bekend. Bij die autodiefstal is [verdachte] onder het mom van het maken van een proefrit er met de auto vandoor gegaan. Ook de dief van de scooter heeft dit zo aangepakt. Daarbij komt dat de uiterlijke kenmerken van de kleding van de dief van de scooter vrijwel geheel overeenkomen met de uiterlijke kenmerken van de kleding die [verdachte] bij de, hierboven ook bewezenverklaarde, overval op snackbar [snackbar] droeg. Tenslotte heeft [verdachte] de scooter ook gebruikt bij deze overval en was hij daarvan de bestuurder. Gelet op deze omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, staat het buiten redelijke twijfel vast dat het [verdachte] is geweest die de scooter heeft gestolen. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] : 16-044619-22 feit 1 op 20 februari 2022 te [woonplaats] , een personenauto (kenteken: [kenteken] ), die geheel aan [aangever 1] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; feit 2 op 20 februari 2022 te Utrecht, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, - op de Europalaan, op de weghelft/rijbaan van die genoemde Europalaan die bestemd was voor het tegemoet komend verkeer, is gaan rijden en blijven rijden en aldus tegen het verkeer/de rijrichting in is gaan rijden en blijven rijden (zogenaamd spookrijden) en - op de Europalaan met een snelheid van ongeveer 80 tot 90 kilometer per uur heeft gereden, in elk geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en - niet is uitgeweken en/ heeft gestuurd en gemanoeuvreerd, maar is blijven rijden, ten gevolge waarvan een aanrijding ontstond tussen het door hem bestuurde voertuig en een politieauto, waarbij schade aan goederen is toegebracht en - op de Europalaan, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij met onverminderde snelheid doorgereden en - op de Europaplein met een snelheid van ongeveer 140 tot 150 kilometer per uur heeft gereden, in elk geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en - op het Europaplein, voor hem rijdende personenauto’s, niet links, maar rechts heeft ingehaald, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd; feit 3 op 20 februari 2022 te Utrecht, opzettelijk aanwezig heeft gehad - 2,39 gram van een materiaal bevattende cocaïne en - 2,08 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en heroine, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 16-103795-22 feit 1 op 26 januari 2022 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, een geldbedrag, dat geheel aan de [snackbar] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door - de voornoemde snackbar binnen te gaan, - naar de kassa te lopen, - aan die [slachtoffer] een taser te tonen, - in de richting van die [slachtoffer] die taser te richten, - het geluid van een taser aan die [slachtoffer] te laten horen, - het geldbedrag uit de kassalade te pakken, - met medeneming van dat geldbedrag de voornoemde snackbar te verlaten; feit 2 op 16 januari 2022 te Utrecht, een bromfiets (kenteken: [kenteken] ) die geheel aan [aangever 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. [verdachte] is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. [verdachte] wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: 16-044619-22 feit 1 diefstal; feit 2 overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; feit 3 opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; 16-103795-22 feit 1 primair diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen; feit 2 diefstal. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte] uitsluit. [verdachte] is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd [verdachte] ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een jeugddetentie van 4 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de algemene voorwaarden en daarnaast bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door Samen Veilig Midden-Nederland; - een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 150 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 75 dagen jeugddetentie. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht de strafeis te matigen in verband met de bepleite vrijspraken. Daarnaast heeft hij verzocht dat het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven. De raadsman stemt in met het hulpverleningskader zoals geadviseerd door Samen Veilig. [verdachte] heeft aangegeven hieraan mee te zullen werken. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van [verdachte] , zoals ter terechtzitting is gebleken. 8.3.1 De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd [verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan een auto- en scooterdiefstal. Diefstal is een vervelend feit, waarmee de benadeelde zowel schade als overlast wordt berokkend. Uit de handelingen van [verdachte] blijkt dat hij weinig tot geen respect toont voor andere mensen en hun eigendommen. Daarbij komt dat [verdachte] ook het vertrouwen dat mensen in het handelsverkeer willen hebben, heeft beschaamd door zich tweemaal voor te doen als een potentiële koper en er met de auto en scooter vandoor te gaan onder het mom van een proefrit. [verdachte] heeft zich, samen met anderen, ook schuldig gemaakt aan een overval op de snackbar [snackbar] . Hoewel [verdachte] bij de overval zelf de snackbar niet in is geweest, heeft hij hieraan wel een wezenlijke bijdrage geleverd. Bij de overval is een taser gebruikt. Door het gebruik van de taser is een bedreigende situatie gecreëerd. Voor de snackbarmedewerkster moet dit een traumatische ervaring zijn geweest. Daarnaast veroorzaken dit soort strafbare feiten gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank neemt het [verdachte] kwalijk dat hij zich binnen één maand tijd tot drie keer toe schuldig heeft gemaakt aan (een vorm van) diefstal en hierbij kennelijk alleen oog heeft gehad voor wat het hem zou opleveren. [verdachte] heeft zich ook schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet. [verdachte] heeft onder andere de maximale snelheid binnen de bebouwde kom meermalen ruim overschreden, spookgereden, rode verkeerslichten genegeerd en een aanrijding met de politieauto veroorzaakt. [verdachte] is niet in het bezit van een rijbewijs. [verdachte] heeft met dit rijgedrag gevaar op de weg veroorzaakt, maar ook het overige verkeer gehinderd. De rechtbank neemt het [verdachte] kwalijk dat hij hiermee een onveilige situatie heeft gecreëerd voor zichzelf, medeverdachte [medeverdachte 2] , de politie die hem achterna zat en alle overige weggebruikers. Het mag een wonder heten dat hierbij geen slachtoffers zijn gevallen. [verdachte] heeft zich tot slot schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugs een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en het gebruik ervan bezwarend is voor de samenleving, onder andere vanwege de criminaliteit die het gebruik van drugs veelal met zich brengt en het overlast gevende gedrag waaraan gebruikers zich vaak schuldig maken. 8.3.2 De persoonlijke omstandigheden van [verdachte] Strafblad De rechtbank heeft gekeken naar de justitiële documentatie van [verdachte] van 29 december
- Daaruit blijkt dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld. Adviezen van deskundigen De rechtbank heeft de volgende adviezen van deskundigen gelezen: het Pro Justitia rapport (psychologisch onderzoek) van 5 juli 2022; het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 26 januari 2023; het rapport van Samen Veilig van 25 januari
- Ook heeft de rechtbank op de zitting gesproken met meneer A. Oksuz, jeugdreclasseringswerker bij Samen Veilig Midden-Nederland. Het Pro Justitia rapport (psychologisch onderzoek) Er is bij [verdachte] sprake van een oppositionele-opstandige stoornis en laagbegaafde visuele (redeneer)vaardigheden en er zijn aanwijzingen voor een onveilige gehechtheidsstijl. Deze stoornis en tekorten waren aanwezig ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde. Het risico op gewelddadig gedrag zonder interventie wordt ingeschat op matig. Het advies luidt om AZ-Multizorg, of een soortgelijke instelling, de hulpverlening te laten bieden. De jeugdreclassering moet toezien op de naleving van dit traject en op [verdachte] en hem intensiever gaat begeleiden. Ondanks dat er geen sprake is van criminaliteit in relatie tot de integratie van etnische minderheden is er wel behoefte aan een hogere begeleidingsintensiteit. De intensievere maatregel ITB Criem zou hierbij goed kunnen aansluiten, waarbij het accent komt te liggen op het intensiever begeleiden van [verdachte] gedurende 3 maanden (eventueel met verlenging). Het advies van de Raad voor de Kinderbescherming Gelet op de meerdere risicofactoren die er nog zijn, sluit de RvdK zich aan bij het advies uit het Pro Justitia rapport voor begeleiding door de jeugdreclassering in het strafrechtelijk kader. De Raad voor de Kinderbescherming kan de redenering vanuit het Pro Justitia rapport en de jeugdreclasseerder ten aanzien van de Criem-variant volgen, gelet op de tijdsinvestering die nodig is voor de verschillende delict besprekingen en daaruit mogelijk voortvloeiende extra aandachtspunten, ook om verder in te spelen op het contact dat er weer lijkt te zijn tussen [verdachte] en moeder. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de rechtbank om [verdachte] een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen en een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen onder de algemene voorwaarden en onder de bijzondere voorwaarde dat [verdachte] : - naar school gaat conform zijn lesrooster; - Hij meewerkt aan de hulpverlening vanuit AZ Multizorg, of andere passende hulp; - Hij zich houdt aan een contactverbod met de slachtoffers van de overval; - hij zich houdt aan een contactverbod met de medeverdachten; - hij medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht van Samen Veilig Midden Nederland te Utrecht, afdeling jeugdreclassering, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. Het rapport van Samen Veilig Het recidiverisico wordt ingeschat op “midden”. Bij veroordeling adviseert de jeugdreclassering de rechtbank om de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: - Toezicht en Begeleiding voor de duur van 2 jaar waarvan eerste 3 maanden ITB-Criem, zodat er intensieve begeleiding en ondersteuning is met aandacht voor de omgang met moeder en halfbroertje(s) en zusje(s); - Begeleiding bij AZ Multizorg zodat [verdachte] waar nodig ondersteund wordt bij praktische afspraken/taken en invulling van de vrijetijd. Hiernaast ondersteuning op het gebied van uiting van emotie en regulatie. Wanneer blijkt dat hier specifiekere behandeling voor nodig is, communiceert AZ Multizorg dit met SAVE en zo nodig wordt behandeling ingezet en [verdachte] werkt daar aan mee; - Contact verbod met de mededaders en slachtoffers zo lang SAVE dat nodig vindt; - SAVE adviseert continuering van de avondklok niet. [verdachte] is de afspraak op dat gebied voldoende nagekomen waardoor beloning op zijn plek is door dat niet meer te adviseren. Er zijn wel thuiskomsttijden in overleg met [verdachte] en vader waar [verdachte] zich aan blijft houden. 8.3.3 Conclusie De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten in beginsel met geen andere straf kan worden volstaan dan met een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt. Het is zorgwekkend dat [verdachte] zich op zo’n jonge leeftijd schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. De rechtbank zal echter rekening houden met de jeugdige leeftijd van [verdachte] en het feit dat hij niet eerder veroordeeld is. Daarnaast heeft [verdachte] op zitting meer openheid van zaken gegeven, heeft hij meermalen aangegeven dat hij spijt heeft van wat hij heeft gedaan en toegezegd dat hij mee zal werken aan het hulpverleningskader. De rechtbank merkt op dat [verdachte] het afgelopen jaar tijdens zijn schorsing geen voorwaarden heeft overtreden en actief bezig is geweest met hulpverlening vanuit AZ-Multizorg. Er is een positieve ontwikkeling te zien in de leefgebieden van [verdachte] . De rechtbank wil deze ontwikkeling niet doorkruisen. De rechtbank zal dan ook geen onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen. De rechtbank vindt het echter wel van belang dat [verdachte] op het juiste pad blijft en zal daarom een voorwaardelijke jeugddetentie opleggen. De rechtbank zal daarnaast, gelet op de ernst van de feiten en het belang dat [verdachte] de gevolgen van zijn handelen ervaart, aan hem een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen. Alles afwegend vindt de rechtbank het passend en geboden om [verdachte] een jeugddetentie voor de duur van 4 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar op te leggen. De rechtbank zal aan de voorwaardelijke jeugddetentie de door Samen Veilig geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden. Daarnaast legt de rechtbank [verdachte] een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen jeugddetentie op, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, waarbij 1 dag voorarrest gelijk staat aan 2 uren werkstraf. 9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, 5 en 177 van de Wegenverkeerswet en 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 4 maanden; - bepaalt dat de jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van twee
(2)jaren vast; - stelt als algemene voorwaarden dat verdachte: zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte 2] (geboren op [2008] ) en [medeverdachte 1] (geboren op [2008] ), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangever 2] (geboren op [1991] , [aangever 1] (geboren op [1981] ), [slachtoffer] (geboren op [1994] ) en [benadeelde] (geboren op [1987] ), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; zich bij Samen Veilig Midden-Nederland, locatie Utrecht, zal melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht in het kader van toezicht en begeleiding waarvan de eerste drie maanden zullen bestaan uit ITB Criem; begeleiding bij AZ-Multizorg ter ondersteuning van praktische afspraken/taken, invulling van de vrije tijd en op het gebied van uiting van emotie en regulatie. Indien blijkt dat specifiekere behandeling nodig is, communiceert AZ-Multizorg dit met Samen Veilig. Zo nodig wordt behandeling ingezet waar verdachte aan meewerkt; waarbij aan Samen Veilig Midden-Nederland opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 180 uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf in de vorm van een werkstraf niet of niet naar behoren verricht deze wordt vervangen door 90 dagen jeugddetentie; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren werkstraf per dag; Voorlopige hechtenis - heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter tevens kinderrechter, mrs. L.M.G. de Weerd en J.F. Haeck, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A. Barends, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 februari 2023. Bijlage: de gewijzigde tenlastelegging Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat: 16-044619-22 feit 1 hij op of omstreeks 20 februari 2022 te [woonplaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug en/of Leersum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (personen)auto (kenteken: [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht) feit 2 hij op of omstreeks 20 februari 2022 te Utrecht, als bestuurder van een voertuig ((personen)auto), daarmee rijdende op de weg, - op de Europalaan, op de weghelft/rijbaan van die genoemde Europalaan die bestemd was voor het tegemoet komend verkeer, is gaan rijden en/of blijven rijden en/of aldus tegen het verkeer/de rijrichting in is gaan rijden en/of blijven rijden (zogenaamd spookrijden) en/of - op de Europalaan met een snelheid van ongeveer (tenminste) 80 tot 90 kilometer per uur heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of - niet is uitgeweken en/of heeft gestuurd en/of gemanoeuvreerd, maar is blijven rijden, tengevolge waarvan een aanrijding/botsing ontstond tussen het door hem bestuurde voertuig en een (politie)auto, waarbij letsel aan personen is ontstaan en/of schade aan goederen is toegebracht en/of - op de Europalaan, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij (met onverminderde snelheid) doorgereden en/of - op de Europaplein met een snelheid van ongeveer (tenminste) 140 tot 150 kilometer per uur heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of - op het Europaplein, meerdere, althans minimaal één, voor hem rijdende personenauto(s), niet links, maar rechts heeft ingehaald, door welke gedraging(
- en)van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; (art 5 Wegenverkeerswet 1994) feit 3 hij op of omstreeks 20 februari 2022 te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 2,39, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of - ongeveer 2,08 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en heroine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet) 16-103795-22 feit 1 hij op of omstreeks 26 januari 2022 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] en/of de [snackbar] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - de voornoemde snackbar/winkel binnen te gaan en/of - naar de kassa te lopen, - aan die [slachtoffer] een taser te tonen, - in de richting van die [slachtoffer] die taser te richten, - het geluid van een taser aan die [slachtoffer] te laten horen, - het geldbedrag uit de kassalade te pakken, - ( ten slotte)- met medeneming van dat geldbedrag de voornoemde snackbar/winkel te verlaten; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op of omstreeks 26 januari 2022 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] en/of de [snackbar] , in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 januari 2022 te Utrecht, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door - door samen met die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] plannen te maken en/of - samen met die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] op een (vlucht)scooter naar de [snackbar] te rijden en/of - op de uitkijk te staan en/of - te wachten bij/op de (vlucht)scooter en/of - samen met die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] op een (vlucht)scooter te vluchten; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht) feit 2 hij op of omstreeks 16 januari 2022 te Utrecht, een bromfiets (kenteken: [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (art 310 Wetboek van Strafrecht) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers zijn dit – tenzij anders aangegeven – pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer PL0900-2022050469 van 18 maart 2022, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 144. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 3 februari 2023. Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 20 februari 2022, opgemaakt door [verbalisant 4] , p. 65-66. De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 3 februari 2023. Proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2022, opgemaakt door [verbalisant 4] , p. 14-16. Proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2022, opgemaakt door [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , p. 81. Proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2022, opgemaakt door [verbalisant 7] , p. 97. Proces-verbaal van bevindingen van 22 februari 2022, opgemaakt door [verbalisant 1] , p. 48. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 55-58. Een geschrift, te weten: NFI rapport, ongenummerd. Een geschrift, te weten: NFI rapport, ongenummerd. Een geschrift, te weten: NFI rapport, ongenummerd. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers zijn dit – tenzij anders aangegeven – pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer PL0900-2022025754 van 3 mei 2022, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 277. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 januari 2022, opgemaakt door [verbalisant 8] , p. 28-29. Proces-verbaal van bevindingen van 11 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 9] , p. 58-66. Proces-verbaal van bevindingen van 28 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 9] , p. 76. Proces-verbaal van bevindingen van 28 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , p. 81 met fotobijlage, p. 82-83. Proces-verbaal van bevindingen van 11 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 11] en [verbalisant 2] , p. 151-152. Proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2022, opgemaakt door [verbalisant 9] , p. 94-95. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 25 april 2022, p. 238-240. Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 18 januari 2022, opgemaakt door [verbalisant 12] en [verbalisant 13] , p. 13-14 met goederenbijlage, p. 16. Proces-verbaal van bevindingen van 18 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 9] , p. 71-72. Proces-verbaal van bevindingen van 11 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 9] , p. 67-70. Proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2022, opgemaakt door [verbalisant 9] , p. 100. Proces-verbaal van bevindingen van 27 januari 2022, opgemaakt door [verbalisant 14] en [verbalisant 3] , p. 47-48.