RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16-102995-22 en 16-043988-22 (gev. ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 17 februari 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2008] in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in [woonplaats] , hierna: [verdachte] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 februari
(2)jaren vast; - stelt als algemene voorwaarden dat verdachte: zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: onderwijs volgt conform zijn lesrooster; op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte 1] (geboren op [2008] ) en [medeverdachte 2] (geboren op [2006] ), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] (geboren op [1994] ) en [benadeelde 2] (geboren op [1987] ), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; zich bij Samen Veilig Midden-Nederland, locatie Utrecht, zal melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; waarbij aan Samen Veilig Midden-Nederland opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 100 uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf in de vorm van een werkstraf niet of niet naar behoren verricht deze wordt vervangen door 50 dagen jeugddetentie; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren werkstraf per dag; Voorlopige hechtenis - heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. H.A. Gerritse en J.F. Haeck, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A. Barends, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 februari 2023. Bijlage: de tenlastelegging Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat: 16-102995-22 hij op of omstreeks 26 januari 2022 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] en/of de [snackbar] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - de voornoemde snackbar/winkel binnen te gaan en/of - naar de kassa te lopen, - aan die [slachtoffer] een taser te tonen, - in de richting van die [slachtoffer] die taser te richten, - het geluid van een taser aan die [slachtoffer] te laten horen, - het geldbedrag uit de kassalade te pakken, - ( ten slotte)- met medeneming van dat geldbedrag de voornoemde snackbar/winkel te verlaten; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht) 16-043988-22 feit 1 hij op of omstreeks 20 februari 2022 te [woonplaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug en/of Leersum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (personen)auto (kenteken: [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht feit 2 hij op of omstreeks 20 februari 2022 te Utrecht, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad; (art 26 lid 1 Wet wapens en munitie) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers zijn dit – tenzij anders aangegeven – pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer PL0900-2022025754 van 3 mei 2022, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 277. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 3 februari 2023. Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 26 januari 2022, opgemaakt door [verbalisant 1] , p. 28-29. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers zijn dit – tenzij anders aangegeven – pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met nummer PL0900-2022050469 van 18 maart 2022, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 144. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 3 februari 2023. Proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2022, opgemaakt door [verbalisant 2] , p. 45. Proces-verbaal van bevindingen van 22 februari 2022, opgemaakt door [verbalisant 3] , p. 46 met fotobijlage, p. 47.