RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 10102991 \ AC EXPL 22-2219 RvdH/1037 Vonnis van 18 januari 2023 in de zaak van [eiser] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: LikiFin, tegen [gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam], wonende in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 en 2, - de e-mail van [gedaagde] van 17 september 2022 en het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 28 september 2022, beide aan te merken als conclusie van antwoord, - de conclusie van repliek tevens wijziging van eis met producties 1 en
- 1.
- De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is. 2Waar gaat het over? 2.
- [eiser] is leverancier van schepijs. [gedaagde] heeft onder andere schepijs bij [eiser] gekocht. [eiser] heeft [gedaagde] daarvoor op 8 mei 2020 een factuur gestuurd voor het bedrag van € 541,
- Die factuur was niet juist. Op 24 september 2020 heeft [eiser] een aangepaste factuur voor een bedrag van € 497,71 gestuurd. [eiser] heeft op 28 september 2020 ook een creditnota gestuurd voor de onjuiste factuur van 8 mei
- [gedaagde] moest dus € 497,71 aan [eiser] betalen op basis van de factuur van 24 september
- 2.
- [gedaagde] heeft op 5 oktober 2020 € 270,80 betaald. Het restant van de factuur heeft hij onbetaald gelaten. 2.
- [eiser] heeft [gedaagde] op 6 september 2022 gedagvaard en betaling gevorderd van het restantbedrag, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente, samen totaal € 320,
- Op 8 september 2022 heeft [gedaagde] € 226,91 betaald. [eiser] vordert na wijziging van eis betaling van € 94,08, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente. [gedaagde] is het er niet mee eens dat hij die kosten moet betalen. 2.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.
- [gedaagde] heeft de factuur betaald. Nu resteren de wettelijke handelsrente over de hoofdsom tot 29 augustus 2022 en de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] ook die posten aan [eiser] moet betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom. 3.
- [gedaagde] heeft de factuur van 24 september 2020 eerst op 8 september 2022 volledig voldaan. Dat is te laat, op de factuur is namelijk een betaaltermijn van 14 dagen vermeld. Dat betekent dat [gedaagde] in verzuim verkeerde en dat de door [eiser] gevorderde wettelijke handelsrente tot 29 augustus 2020 ter hoogte van € 54,08 toewijsbaar is. 3.
- [eiser] vordert ook vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. [gedaagde] heeft pas na ontvangst van de dagvaarding betaald. De hoogte van de vordering is getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 40,- zijn daarom toewijsbaar. 3.
- Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom facturen - wettelijke handelsrente tot 29 augustus 2022 € € 226,91 54,08 - buitengerechtelijke incassokosten € 40,00 + totaal € 320,99 - betaling 8 september 2022 € 226,91 -/- Totaal € 94,08 3.
- [gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld: - kosten van de dagvaarding € 107,22 - griffierecht € 128,00 - salaris gemachtigde € 150,00 (2 punten × € 75,00) Totaal € 385,22
- De beslissing De kantonrechter 4.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 94,08, 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 385,22, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2023.