← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:119

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/5324 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder (gemachtigde: mr. J.H. Swart). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of het Uwv de ZW-uitkering van eiseres terecht heeft stopgezet per 2 oktober
  2. Eiseres is van mening dat zij recht heeft op de ZW-uitkering, vanwege de diagnose narcolepsie, haar spanningsklachten, slaapproblemen en omdat zij snel overprikkeld is. Het Uwv is het niet met eiseres eens en blijft bij het bestreden besluit. Voorgeschiedenis en besluitvorming 1.
  3. Eiseres was voorheen werkzaam als winkelmanager voor 32 uur per week. Vanuit de situatie dat zij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontving, heeft eiseres zich per 21 oktober 2021 ziekgemeld. Met het besluit van 7 maart 2022 is aan eiseres vanaf 20 januari 2022 een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend. Bij de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling is beoordeeld dat eiseres op 27 maart 2023 meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Met het besluit van 3 mei 2023 (het primaire besluit) is de ZW-uitkering per 4 juni 2023 beëindigd. Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. 1.
  4. Met het besluit van 29 september 2023 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en beslist dat de ZW-uitkering met inachtneming van een uitlooptermijn per 2 oktober 2023 wordt beëindigd. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. 1.
  5. De zaak is behandeld op de zitting van 9 januari
  6. Eiseres is verschenen. Het Uwv is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. 1.
  7. Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan en zijn partijen erop gewezen dat zij tegen deze uitspraak in hoger beroep kunnen op de manier zoals onder aan dit proces-verbaal beschreven. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Beoordelingskader
  8. Bij het beoordelen van de zaak stelt de rechtbank voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze eisen voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf haar gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is. Beoordeling door de rechtbank De zorgvuldigheid van het medische onderzoek
  9. Eiseres heeft tegen de zorgvuldigheid van het medische onderzoek geen beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank ziet ook geen reden om het medische onderzoek onzorgvuldig te achten. De inhoudelijke medische beoordeling
  10. De rechtbank vat eiseres haar beroepsgronden zo op dat eiseres zich meer arbeidsongeschikt acht dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is aangenomen.
  11. De verzekeringsarts bezwaar en beroep rapporteert op 25 augustus 2023 over de diagnose narcolepsie dat deze aandoening langdurig aanwezig is bij eiseres en daarom geen reden kan zijn voor het aannemen van een totaal onvermogen om te werken. De door de primaire arts aangenomen beperkingen voor de psychische klachten zijn volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep passend, maar niet toereikend. De verzekeringsarts bezwaar en beroep ziet aanleiding om eiseres vanwege de narcolepsie verdergaand beperkt te achten ten aanzien van verhoogd persoonlijk risico, beroepsmatig vervoer en klimmen en eiseres kan ongeveer vier uur per dag lopen of staan. Ook neemt de verzekeringsarts bezwaar en beroep een verdergaande urenbeperking aan van zes uur per dag en dertig uur per week. Ten aanzien van de visus motiveert de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat geen aanleiding bestaat om hiervoor beperkingen aan te nemen, omdat uit de medische informatie blijkt dat de visus goed is met een brilcorrectie.
  12. Eiseres heeft haar stellingen niet onderbouwd met medische stukken, waardoor de rechtbank geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Dat eiseres het niet eens is met medische beoordeling, kan op zichzelf niet leiden tot het oordeel dat deze beoordeling onjuist is. Het is de specifieke deskundigheid van verzekeringsartsen om op basis van medisch objectiveerbare klachten beperkingen vast te stellen. Hoe eiseres zelf haar klachten ervaart, hoe vervelend ook, is bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid niet doorslaggevend. De arbeidskundige beoordeling
  13. Eiseres heeft geen gronden aangevoerd tegen de arbeidskundige beoordeling. Zoals de rechtbank heeft geoordeeld is er geen reden om te twijfelen aan de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Dit betekent dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bij het selecteren van de functies de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep vastgestelde beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst als uitgangspunt heeft mogen nemen. De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep daarbij voldoende heeft gemotiveerd dat de functies passen bij de vastgestelde belastbaarheid van eiseres.
  14. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te oordelen dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn. Uit het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep blijkt dat eiseres met deze functies 72,71% van haar maatmaninkomen per uur kan verdienen. Omdat dit meer is dan 65%, heeft eiseres geen recht meer op een ZW-uitkering. Conclusie en gevolgen
  15. Het Uwv heeft de ZW-uitkering van eiseres terecht met ingang van 2 oktober 2023 beëindigd. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Eiseres krijgt het betaalde griffierecht daarom niet terug. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2024 door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.