← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:1299

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/4595 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. J. van den Ende), en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 9 maart 2022 tegen de lichte toets compensatie kinderopvangtoeslag. Op 2 oktober 2023 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
  2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  3. Op 15 augustus 2023 heeft verweerder een beslissing genomen op het bezwaar van eiseres. Bij brief van 18 augustus 2023, ontvangen door verweerder op 22 augustus 2023, is verweerder in gebreke gesteld.
  4. Eiseres heeft bij brief van 18 september 2023 beroep ingesteld, omdat zij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing op haar bezwaar heeft genomen.
  5. Verweerder stelt dat eiseres geen procesbelang heeft, omdat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar werd ingesteld nadat verweerder een beslissing op bezwaar heeft genomen. Hierop is geen reactie gekomen vanuit eiseres.
  6. De rechtbank stelt vast dat het beroep van eiseres ingesteld werd nadat verweerder de beslissing op bezwaar genomen heeft. Er is daarom niet gebleken dat eiseres nog een belang heeft bij het beoordelen van het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar.
  7. Het beroep daarom is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van L. Beijerinck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 maart
  8. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.