← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:1314

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 10759992 \ UC EXPL 23-7216 Vonnis van 13 maart 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., MEDE HANDELEND ONDER DE NAMEN [handelsnaam 1] , [handelsnaam 2] , [handelsnaam 3] EN [handelsnaam 4], gevestigd in [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten BV, tegen [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding die op 8 oktober 2023 aan [gedaagde] is betekend; - het proces-verbaal van de rolzitting van 15 november 2023 (conclusie van antwoord); - de conclusie van repliek van 10 januari 2024; - de conclusie van dupliek van 7 februari
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. [gedaagde] is op 13 maart 2023 behandeld door zijn tandarts. De tandarts heeft de vordering op [gedaagde] verkocht aan [eiseres] . [eiseres] heeft [gedaagde] op 20 maart 2023 een factuur voor de behandeling door de tandarts gestuurd met een bedrag van € 114,
  5. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald. Op 15 juli 2023 heeft [gedaagde] met [bedrijf] , de incassogemachtigde van [eiseres] , een betalingsregeling getroffen. Die regeling hield in dat [gedaagde] € 155,47 (het factuurbedrag plus rente en kosten) zou betalen in zes maandelijkse termijnen van € 25,
  6. De eerste termijn moest worden betaald op 3 augustus 2023 en daarna elke keer op de derde van de volgende maand. In de betalingsregeling staat dat als die niet (tijdig) wordt nagekomen, de regeling vervalt en het gehele bedrag ineens opeisbaar is. 2.
  7. Op 7 augustus 2023 heeft [gedaagde] voor het eerst € 26,00 aan [bedrijf] betaald. Daarna heeft [gedaagde] op 22 september 2023 en op 19 oktober 2023 weer € 26,00 betaald. 2.
  8. [bedrijf] heeft [gedaagde] op 19 oktober 2023 laten weten dat de vordering al was overgedragen aan Yards Deurwaardersdiensten en dat de betaling aan hen zal worden doorgestort. Daarna heeft [gedaagde] nog telkens € 26,00 aan [bedrijf] betaald op 22 oktober 2023 en op 1 en 2 november
  9. 3Het geschil 3.
  10. [eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 104,24 (hoofdsom € 88,55, rente € 1,69, kosten € 40,00 -/- betaling € 26,00), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 10 oktober 2023 en de proceskosten. Bij repliek heeft [eiseres] haar vordering verminderd met € 104,00 (de vier termijnen die na dagvaarding nog zijn betaald). 3.
  11. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] stelt dat hij alle termijnen van de betalingsregeling op 2 november 2023 heeft betaald en vraagt om de vordering van [eiseres] af te wijzen. 3.
  12. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  13. [gedaagde] moet nog € 00,24 en de wettelijke rente over de hoofdsom tot volledige betaling aan [eiseres] betalen. 4.
  14. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij de factuur moest betalen. Hij moet wettelijke rente betalen omdat hij de factuur niet op tijd heeft betaald. [gedaagde] heeft een betalingsherinnering ontvangen op 21 april 2023, die aan de wettelijke vereisten voldoet, dus hij moet ook de incassokosten van € 40,00 aan [eiseres] betalen. Daarna heeft [gedaagde] zich niet aan de afgesproken betalingsregeling gehouden door de maandelijkse termijnen niet voor de derde van elke maand te betalen. In de betalingsregeling staat duidelijk dat die vervalt als niet tijdig wordt betaald en [bedrijf] heeft ook telkens een paar dagen voor de derde van de maand een herinnering aan [gedaagde] gestuurd. Omdat [gedaagde] zich niet aan de betalingsregeling heeft gehouden, is die vervallen en was het hele bedrag ineens opeisbaar. [eiseres] heeft dus terecht gedagvaard. De twee termijnen die [gedaagde] al voor de dagvaarding had betaald, zijn in de dagvaarding op de vordering in mindering gebracht, zodat toen het juiste bedrag werd gevorderd. 4.
  15. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op: - dagvaarding € 107,84 - griffierecht € 128,00 - salaris gemachtigde € 78,00 (2 punten x tarief € 39,00) - nakosten € 18,00 Totaal € 331,84 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  16. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 00,24, vermeerderd met de wettelijke rente over € 88,55 vanaf 10 oktober 2023 tot de voldoening; 5.
  17. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 331,84; 5.
  18. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 13 maart
  19. 18374

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.