vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/558858 / HA ZA 23-425 Vonnis van 20 maart 2024 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. M.N. Mense te Haarlem, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. G.J. Verduijn te Utrecht. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 14 juni 2023, met producties 1 t/m 8, de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 16, de mondelinge behandeling van 9 februari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
- Aan partijen is medegedeeld dat er op 20 maart 2024 vonnis wordt gewezen. 2Waar gaat de zaak over? 2.
- [eiseres] drijft in samenwerking met de aan haar gelieerde Stichting [naam 1] (hierna: [naam 1] ) een onderneming gericht op het (laten) verlenen van thuiszorg. [naam 1] is bestuurder van [eiseres] . [naam 1] heeft overeenkomsten gesloten met zorgverzekeraars, waaronder met zorgverzekeraar VGZ. 2.
- [gedaagde] was ook werkzaam in de thuiszorg, aanvankelijk via haar thuiszorgonderneming [naam 2] . 2.
- In 2019 zijn [eiseres] en [gedaagde] gaan samenwerken. Zij zijn onder andere overeengekomen dat [gedaagde] de voor haar werkzame zorgverleners aan [eiseres] ter beschikking zal stellen, met als doel om hen thuiszorgwerkzaamheden te laten uitvoeren. 2.
- VGZ heeft naar aanleiding van een fraudeonderzoek een bedrag van € 137.838,10 van [naam 1] / [eiseres] teruggevorderd op grond van haar verzekeringsvoorwaarden, omdat zij volgens VGZ declaraties had ingediend voor zorg die is verleend door ongekwalificeerde zorgverleners. 2.
- [eiseres] wil in deze procedure een deel van dit bedrag verhalen op [gedaagde] en vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 96.486,67 aan schadevergoeding. 2.
- [gedaagde] voert daartegen verweer. 3De beoordeling 3.
- De vordering van [eiseres] wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom. 3.
- [eiseres] stelt dat [gedaagde] schadevergoeding aan haar moet betalen, omdat zij toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting om gekwalificeerde zorgverleners aan [naam 1] / [eiseres] ter beschikking te stellen. [gedaagde] heeft de dagvaarding zo geïnterpreteerd dat de terugvordering ziet op haar ter beschikking stelling van zorgverlener [A] , waartegen zij verweer heeft gevoerd. 3.
- Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] duidelijk gemaakt dat het niet gaat om [A] , maar om de volgende vier ongekwalificeerde zorgverleners: - [B] , - [C] , - [D] , en - [E] . 3.
- Het verweer [gedaagde] ten aanzien van zorgverlener [A] kan daarom buiten beschouwing blijven, omdat de stellingen van [eiseres] hierop geen betrekking hebben. 3.
- [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd betwist dat de vier zorgverleners waar het volgens [eiseres] om gaat onder haar verantwoordelijkheid hebben gewerkt en dat zij deze zorgverleners aan [eiseres] ter beschikking heeft gesteld. [gedaagde] heeft, zo heeft zij verklaard, zelfs nog nooit van deze zorgverleners gehoord. 3.
- [eiseres] heeft naar aanleiding van deze gemotiveerde betwisting geen nadere onderbouwing gegeven van haar stelling dat [gedaagde] deze zorgverleners aan haar ter beschikking heeft gesteld. De rechtbank ziet geen enkel aanknopingspunt in de stukken uit het dossier waaruit volgt dat deze medewerkers gelinkt waren aan [gedaagde] . [eiseres] heeft daarom niet aan haar stelplicht voldaan. Zij heeft niet gemotiveerd onderbouwd dat [gedaagde] (toerekenbaar) tegenover haar is tekortgeschoten. Dit brengt mee dat niet geconcludeerd kan worden dat [gedaagde] schadevergoeding aan [eiseres] moet betalen. 3.
- De vordering van [eiseres] moet daarom worden afgewezen. Proceskosten 3.
- [eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief de nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op: - griffierecht € 1.301,00 - salaris advocaat € 3.858,00 (2 punten × tarief V) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging in de beslissing) Totaal € 5.337,00 3.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3.
- De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaart. 4De beslissing De rechtbank: 4.
- wijst de vorderingen af, 4.
- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 5.337,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening, 4.
- veroordeelt [eiseres] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan, 4.
- verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Hurenkamp en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.