RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 22/5276 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2024 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: (O.K. Hyiaman), en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder (gemachtigde: J. Mols). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 5 februari 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Op 9 november 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Overwegingen
- Het beroep is ingediend bij de rechtbank Noord-Holland, die het vervolgens heeft doorgestuurd naar de rechtbank Noord-Nederland, die het vervolgens heeft doorgestuurd naar de rechtbank Midden-Nederland. Deze laatste rechtbank is namelijk de bevoegde rechtbank om op het beroep van eiseres te beslissen.
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
- Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
- Bij brief van 10 mei 2022, ontvangen door verweerder op 12 mei 2022, is verweerder in gebreke gesteld. Op 25 mei 2022 heeft verweerder een definitief besluit genomen op het verzoek van eiseres tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
- Eiseres heeft bij brief van 27 september 2022 beroep ingesteld, omdat zij stelt dat verweerder niet tijdig een besluit op haar verzoek heeft genomen.
- Verweerder stelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing niet-ontvankelijk is, omdat er binnen de termijn van twee weken na de ingebrekestelling is beslist op het verzoek van eiseres.
- De rechtbank heeft eiseres meermaals in de gelegenheid gesteld om te reageren op het standpunt van verweerder. Er is geen reactie gekomen vanuit eiseres. De rechtbank stelt vast dat het besluit van verweerder op het verzoek van eiseres binnen de termijn van twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling is genomen. Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat er geen sprake is van een niet tijdig genomen besluit. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk kan beoordelen.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van L. Beijerinck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 maart
- De griffier is verhinderd deze uitspraak te tekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:7, tweede lid, van de Awb Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.