RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/570420 / JE RK 24-259 Datum uitspraak: 12 maart 2024 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van De Raad voor de Kinderbescherming, Midden-Nederland, [plaats] , hierna te noemen de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1 (voornaam)] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2 (voornaam)] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [belanghebbende 1] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. R. Dijkstra, [belanghebbende 2] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter heeft op 14 februari 2024 het verzoekschrift met bijlagen van de Raad ontvangen. 1.2. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 maart 2024. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de heer [A] , namens de Raad; - de heer [B] en mevrouw [C] , namens de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: de GI). 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige 1 (voornaam)] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1 (voornaam)] heeft hierover op 12 maart 2024 op de rechtbank een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1 (voornaam)] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . 2.2. [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] wonen bij hun moeder. 3Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] voor de duur van een jaar. De Raad heeft toegelicht dat sprake is van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] , omdat zij zijn opgegroeid met veel onrust in huis vanwege conflicten en huiselijk geweld tussen de ouders en hun oudere broers. Ondanks de inzet van hulpverlening is het geweld niet gestopt. Bovendien is er te weinig aandacht geweest voor de positie van de kinderen en voor het gevolg van de jarenlange geweldsincidenten voor hen. De Raad heeft ernstige twijfels over de haalbaarheid (en effectiviteit) van systemische hulp binnen het vrijwillige kader. De ouders (h)erkennen onvoldoende dat sprake is van systemische problematiek waar ouders een belangrijke rol in spelen. De ouders leggen de oorzaak en daarmee ook de oplossing van de problematiek vooral bij de oudere broers van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] , [D (voornaam)] en [E (voornaam)] . De Raad vindt dat in het komende jaar zicht dient te komen op het functioneren van de ouders, de emotionele veiligheid binnen het gezin en de ontwikkelbehoeften van de kinderen. 4De standpunten 4.1. De vader is het niet eens met het verzoek van de Raad. Volgens de vader is een ondertoezichtstelling niet nodig. Anders dan de Raad stelt, zien de ouders wel in dat de situatie impact heeft op de kinderen. De ouders hebben hierdoor veel extra tijd en aandacht besteed aan [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . Bovendien hebben de ouders van een eerdere gezinsvoogd een hele lange tijd niets gehoord. De vader verwacht daarom niet dat een ondertoezichtstelling iets zal bijdragen aan de veiligheid van de kinderen. 4.2. De moeder is het ook niet eens met het verzoek van de Raad. De moeder ziet dat er zorgen zijn over de kinderen, maar zij is in het vrijwillige kader bereid om de benodigde hulpverlening te accepteren. Zij vindt daarom dat de noodzaak voor een ondertoezichtstelling ontbreekt. 5De beoordeling Beslissing 5.1. De kinderrechter zal [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] onder toezicht stellen van de GI voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. Juridisch kader 5.2. Op grond van artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter een kind onder toezicht stellen als het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Daarnaast moet er sprake zijn van de situatie dat de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.