← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:1952

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/6611 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2024 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder (gemachtigde: M. Journée). Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 12 december
  2. 1.
  3. Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  4. Eiser is in beroep gekomen tegen het besluit van 12 december 2023, waarin verweerder het bezwaar van eiser van 21 september 2023 kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het bezwaar van eiser was gericht tegen de afwijzing voor een huurwoning. Deze afwijzing is op 21 september 2023 telefonisch en per e-mailbericht aan eiser kenbaar gemaakt.
  5. De rechtbank is van oordeel dat de telefonische mededeling en e-mailbericht van 21 september 2023 niet aangemerkt kunnen worden als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De rechtbank licht dat hierna toe.
  6. In een telefoongesprek en in een e-mailbericht van 21 september 2023 is aan eiser door woningcorporatie Portaal medegedeeld dat eiser niet meer in aanmerking komt voor de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Portaal heeft in het e-mailbericht toegelicht dat de bezettingsnorm voor de woning minimaal 2 personen is, en dat de inschrijving van eiser bij Woningnet op het moment van toetsing (na acceptatie) daar niet meer aan voldeed. Daarom voldeed eiser niet aan de bezettingsnorm van de woning. Het is volgens Portaal niet meer mogelijk om de [adres] te [woonplaats] alsnog aan eiser toe te wijzen aangezien eiser op het moment van selectie alleen ingeschreven stond.
  7. In de beslissing op bezwaar overweegt verweerder dat de beslissing van Portaal om de woning aan iemand anders te verhuren, een privaatrechtelijke beslissing is, waartegen geen bezwaar gemaakt kan worden.
  8. Uit artikel 8:1 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 7:1 van de Awb, vloeit voort dat alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen een besluit. In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is bepaald wat een besluit is, namelijk een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Met het begrip rechtshandeling wordt bedoeld: een handeling gericht op rechtsgevolg.
  9. De beslissing om eiser af te wijzen als huurder van de woning aan de [adres] te [woonplaats] is genomen door Portaal. De grondslag van deze beslissing is privaatrechtelijk. Dit betekent dat geen sprake was van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
  10. Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 april
  11. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.