RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/4428 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 maart 2024 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats] , eiseres, (gemachtigde: mr. [gemachtigde] ), en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.(gemachtigde: T. Brand). Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 14 april 2023 tegen de lichte toets compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft vervolgens op 21 december 2023 een besluit op het bezwaar genomen.Op 18 oktober 2023 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft op 18 januari 2024 een reactie gegeven op het verweerschrift. Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit. Verweerder heeft aan eiseres in zijn besluit van 16 oktober 2021 een bedrag van € 30.000,- toegekend op grond van de Catshuisregeling (de lichte toets). Zij heeft hiertegen op 14 april 2023 bezwaar gemaakt. Omdat verweerder niet op tijd op het bezwaar heeft beslist, heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift. Verweerder heeft, zo blijkt uit de brief van eiseres van 18 januari 2024, inmiddels op het bezwaar beslist. Eiseres richt geen beroepsgronden tegen dat besluit, maar verzoekt de rechtbank vast te stellen dat het besluit te laat is genomen en verweerder te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank oordeelt dat verweerder aan eiseres geen proceskosten hoeft te vergoeden, omdat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Procesbelang is het belang dat bestaat bij de uitkomst van de procedure, dus wat de rechtzoekende concreet met het beroep wil of kan bereiken. Dit gaat niet om de vraag of de rechtzoekende gelijk heeft. Het gaat erom dat de rechtzoekende een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als hij/zij dat in de beroepsprocedure zou krijgen. De vraag of er procesbelang is, wordt daarom beantwoord naar de stand van zaken op het moment van het beoordelen van het beroep. De bestuursrechter doet geen uitspraken uitsluitend vanwege de principiële betekenis ervan.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.