tussenvonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/548201 / HA ZA 22-588 Vonnis van 17 april 2024 in de zaak van
(13)waarop de Ngage concessie ziet; - de bezettingsgraad, 2. de omvang van de afdracht en de gegarandeerde minimum afdracht,3. de operationele kosten,4. de rentelast in verband met werkkapitaal en de voorfinanciering van de afdracht, 5.. de invloed van covid. 2.d. Geen groeischade 4.56. Aan de zijde van eisende partijen is nog betoogd dat zij aanvullende schade lijden, omdat bij gunning van de Global en Ngage concessies – vanwege het unieke karakter en de omvang daarvan – dit ook een bredere invloed in positieve zin (ook wel genoemd: netwerk- of halo effect) zou hebben gehad op de onderneming die de concessies gegund zou hebben gekregen, vanwege een stevigere onderhandelingspositie tegenover adverteerders en een goede naam tegenover (potentiële) klanten. NS Stations heeft dit gemotiveerd betwist. De rechtbank laat deze zogeheten ‘groeischade’ buiten beschouwing bij de schadebegroting. Eisende partijen hebben namelijk niet voldoende concreet onderbouwd welke groei voor hen in zeer aannemelijke mate mogelijk zou zijn geweest indien zij de Global of Ngage concessie gegund zouden hebben gekregen. Bovendien vindt de rechtbank dat de door eisende partijen gestelde groeischade in een te ver verwijderd verband staat van het verlies van hun kans op het winnen van een aanbesteding en was die schade minder voorzienbaar voor NS, zodat die schade in redelijkheid niet als een direct gevolg daarvan kan worden beschouwd. 2.e. Deskundigenbericht 4.57. De rechtbank is van plan drie deskundigen te benoemen om de rechtbank voor te lichten over de nettowinst die met de Global en de Ngage concessie gerealiseerd had kunnen worden. 4.58. Om de omzetwaarde van de Global concessie en de Ngage concessie in de hypothetische scenario’s te kunnen vaststellen, moet worden aangesloten bij de door Global en Ngage uitgevoerde concessies in het feitelijke scenario. NS Stations, Global en (voor zover volgens de deskundigen noodzakelijk) Ngage zullen de deskundigen moeten voorlichten over de werkelijke uitvoering van de concessies (het aantal reclamedragers, de uitrol in tijd en aantal van de digitale reclamedragers, het aantal vlakken, de bezettingsgraad) door Global en Ngage. Wat hierover in de overeenkomsten met Global en Ngage stond, is dus niet bepalend, maar hoe Global en Ngage daadwerkelijk in de praktijk de overeenkomsten hebben uitgevoerd. Voor wat betreft de uitvoering van concessies kiest de rechtbank voor een concrete berekening van de schade. De deskundigen dienen (mede) op basis van die gegevens naar beste weten de omzetwaarde van de concessies te bepalen. 4.59. De rechtbank is voornemens de deskundigen te vragen om, zo nodig op basis van onderzoek, het afdrachtpercentage en de gegarandeerde minimum afdracht te schatten waarvan zij naar beste weten verwachten dat die door de winnende inschrijver(
- s)geboden zouden zijn in respectievelijk 2013 en 2015 (de periodes dat er hypothetisch aanbesteed zou zijn voor de Global concessie en Ngage concessie). 4.60. De rechtbank is ook voornemens de deskundigen te vragen om naar beste weten de nettowinst te berekenen die in het algemeen een redelijk ondernemende concessiehouder met inachtneming van de afdracht, de gegarandeerde minimum afdracht, de in redelijkheid aannemelijke operationele kosten en rentelasten zou hebben kunnen realiseren gedurende de looptijd van de concessies. Voor de berekening van de nettowinst kiest de rechtbank dus voor een abstracte begroting van de schade. Dit betekent dat de deskundigen bij de berekening van de met de Global en Ngage concessies te realiseren nettowinst, geen acht mogen slaan op de ondernemingen van – en de bedrijfsvoering door – de afzonderlijke eisende partijen van wie de kans verloren is gegaan. 4.61. Tot slot zal de rechtbank de deskundigen vragen te berekenen hoeveel (financiële) impact de uitbraak van de covid-pandemie zou hebben gehad op de hiervoor genoemde nettowinst van de Global en Ngage concessie. Daarbij zal de deskundigen worden gevraagd om de berekening uit te voeren voor de variant dat het risico voor:1. 100% bij de concessiehouder blijft,2. 100% bij NS Stations blijft,3. 50% bij de concessiehouder en voor 50% bij NS Stations blijft.Over de vraag of deze (financiële) impact (vooral als gevolg van de gegarandeerde minimum afdracht) wel of niet volledig voor rekening en risico van de concessiehouder zou zijn gekomen dan wel (gedeeltelijk) voor rekening en risico van NS Stations, zal de rechtbank nog een beslissing nemen ná het deskundigenbericht. Over dat punt zijn partijen verdeeld. In het feitelijke scenario is dat risico door de uitspraak van het gerechtshof dat de concessies gestaakt moesten worden voor rekening van NS Stations gekomen. 4.62. Omdat de rechtbank van oordeel is dat het nodig is om een deskundigenbericht in te winnen zal de zaak naar de rol worden verwezen zodat JCDecaux, Clear Channel, NS Stations en Global zich bij akte kunnen uitlaten over:- de personen van te benoemen deskundigen en hun specialisme, en - de aan de deskundigen voor te leggen vraag of vragen. Wat betref de te benoemen deskundigen geeft de rechtbank partijen met zekere klem in overweging daarover samen overleg te plegen zodat zij eenstemmig drie deskundigen aan de rechtbank kunnen voordragen. Partijen zijn vanwege hun kennis van de OOH-markt bij uitstek op de hoogte van welke personen over de expertise beschikken om de vraag/vragen van de rechtbank naar ieders tevredenheid te beantwoorden. 4.63. De rechtbank ziet aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundigen in beginsel door de eisende partij(
- en)moet worden gedeponeerd en beslist dat NS Stations het voorschot zal moeten betalen. Daarvoor vindt de rechtbank redengevend dat:- NS Stations in navolging van de uitspraken van het gerechtshof en de Hoge Raad heeft onderkend dat zij de Global concessie en Ngage concessie had dienen aan te besteden; - in de verhouding van NS Stations tegenover JCDecaux al is vastgesteld dat NS Stations de schade dient te vergoeden, nader op te maken bij staat; - Clear Channel en [derde partij sub 3] in deze procedure als derden (onvrijwillig) zijn opgeroepen door NS Stations als (mede)eiser om te voorkomen dat één of meerdere van de andere partijen schadevergoeding ontvangt voor schade die zij niet heeft of hebben geleden. IV. Verjaringsberoep en toetsingskader4.64. NS Stations beroept zich dan nog op verjaring van de vordering tot vergoeding van de kansschade:- inzake de Global concessie, voor zover die vordering is ingesteld door [eiseres sub 1] , Centercomen Clear Channel,- inzake de Ngage concessie, voor zover die vordering is ingesteld door [eiseres sub 1] , Centercom, Clear Channel en [derde partij sub 3] . 4.65. Dit verjaringsberoep moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 3:310 BW. Dit artikel bepaalt, voor zover hier van belang, dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad geldt daarbij het volgende.De eis dat de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon moet aldus worden opgevat dat het hier gaat om een daadwerkelijke bekendheid. Het enkele vermoeden van het bestaan van schade dan wel het enkele vermoeden welke persoon voor de schade aansprakelijk is, volstaat daarom niet. De verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW begint pas te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de door hem geleden schade in te stellen. Daarvan zal sprake zijn als de benadeelde voldoende zekerheid – die niet een absolute zekerheid behoeft te zijn – heeft verkregen dat schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. Het antwoord op de vraag op welk tijdstip de benadeelde voldoende zekerheid heeft verkregen dat schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon, is afhankelijk van de relevante omstandigheden van het geval. Dit betekent dat de rechter moet beoordelen of de benadeelde daadwerkelijk bekend is met de feiten en omstandigheden die betrekking hebben op (
- i)de schade – dus dat nadeel wordt geleden als gevolg van tekortschietend of foutief handelen van een derde – en (
- ii)de aansprakelijke persoon. IV.A. Verjaringsberoep met betrekking tot verlies van de kans van de Global concessie4.66. Er hoeft alleen te worden beoordeeld of de vordering van Clear Channel tot vergoeding van de kansschade inzake de Global concessie is verjaard.Uit wat hiervoor is overwogen, volgt immers dat de vorderingen van [eiseres sub 1] en Centercom al moeten worden afgewezen, omdat zij geen reële kans op succes zouden hebben gehad.4.67. Vooropgesteld wordt dat Clear Channel NS Stations voor het eerst op 10 maart 2022 aansprakelijk heeft gesteld. Dat staat niet ter discussie. 4.68. De vraag is nu of de vordering van Clear Channel (voor zover na het deskundigenbericht blijkt dat er schade
- is)op 10 maart 2022 al was verjaard. Daarvoor is van belang vanaf wanneer de vijfjarige verjaringstermijn is gaan lopen. 4.68.1. NS Stations stelt dat die termijn in (december) 2011 is gaan lopen. NS Stations voert daartoe aan dat Clear Channel in (december) 2011 bekend was met de tussen NS Stations en Global (CBS Outdoor) gesloten concessieovereenkomst, en daarmee met de aan NS Stations in deze procedure verweten normschending en gemiste kans, zodat zij feitelijk in staat was om vanaf dat moment een rechtsvordering in te stellen. Ter onderbouwing van de stelling dat Clear Channel in december 2011 bekend was met de tussen NS Stations en Global gesloten concessieovereenkomst beroept NS Stations zich op:a. een e-mail van Clear Channel van 22 februari 2011, waarin het volgende is vermeld: “ Op dit moment hebben de NS een overeenkomst met CBS Outdoor (de rechtbank: dit is de rechtsvoorgangster van Global) en volgens onze gegevens eindigt deze overeenkomst in 2013. [eiseres sub 1] Advertising is een ervaren en flexibele partij die zeer geïnteresseerd is in een samenwerking met NS Poort (de rechtbank: de rechtsvoorgangster van NS Stations) om het stationbezoek te veraangenamen middels de exploitatie van reclamepanelen op alle stations in Nederland.” b. een publicatie van een “persbericht” op de website van Global van 8 december 2011, waarin onder andere het volgende is vermeld: “Amsterdam – Vandaag maken CBS Outdoor Nederland en NS Poort bekend dat zij hun samenwerking verlengen. Ook de komende jaren is CBS de partner die op de NS Stations in Nederland een groot deel van de reclamedragers verzorgt. Het partnership tussen NS Poort en CBS outdoor betreft een groot reclamecontract in Nederland en het enige dat landelijk bereik en spreiding biedt. (…) (…) Wij kiezen voor het verlengen van het contract met onze huidige partner CBS Outdoor, aangezien zij een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteitsverbetering en beleving van de stations door middel van het plaatsen van haar reclamedragers. Noot voor de redactie (niet ter publicatie)” c. publicaties van dit onder b geciteerde “persbericht” in diverse vakbladen: - 11 december 2011, Daily Dooh, - 8 december 2011, Nabbnet - 8 december 2011, [website] - 16 december 2011, Sign Totaal - 12 december 2011 Output Magazine d. het feit dat de exploitatie van reclamedragers in het openbaar vervoer de facto een publiek gegeven is; de naam van de exploitant staat vermeld op de reclamedragers, e. het feit dat mediabureaus sinds 2011 in CAFAS, een online portaal, kunnen zien welke schermen door welke marktpartij worden geëxploiteerd. 4.68.2. Clear Channel stelt dat de verjaringstermijn pas op 27 juli 2021 is gaan lopen, omdat zij toen pas voor het eerst van Liesker Procesfinanciering vernam dat NS Stations onrechtmatig tegenover haar had gehandeld en daarbij haar schade heeft toegebracht. 4.68.3. Op grond van de inhoud van het e-mailbericht van 22 februari 2011 van Clear Channel aan NS Stations en van de door NS Stations genoemde publicaties – verondersteld dat Clear Channel daarvan kennis had genomen – kan niet worden vastgesteld dat Clear Channel voldoende zekerheid heeft verkregen dat haar schade is berokkend door tekortschietend of foutief handelen door NS Stations. De wetenschap van Clear Channel dat de overeenkomst tussen NS Stations en Global per 1 januari 2013 eindigde is onvoldoende om vast te stellen dat zij de daardoor de vereiste voldoende zekerheid had verkregen en dus in staat was om een vordering tegen NS Stations in te stellen. Uit de tekst van het e-mailbericht blijkt eerder dat Clear Channel die voldoende zekerheid juist niet had, omdat zij zich in positieve bewoordingen aanprijst als partner van NS Stations. Deze bewoordingen veronderstellen de contractsvrijheid van NS Stations waarvan het ontbreken de kern van haar aansprakelijkheid is en getuigen geenszins van enig bewustzijn van Clear Channel dat het NS Stations niet vrij zou staan de overeenkomst met een andere partij aan te gaan. De vereiste daadwerkelijke kennis van Clear Channel kan evenmin afgeleid worden uit de inhoud van genoemde persberichten, verondersteld al dat daarvan kennis van zou zijn genomen door iemand wiens wetenschap aan Clear Channel kan worden toegerekend. “Het verlengen van het contract” waarvan in de persberichten en overige publicaties melding wordt gemaakt, duidt op toepassing van een reeds overeengekomen mogelijkheid en geeft geen aanleiding om te veronderstellen dat Clear Channel daarmee voldoende zekerheid zou hebben verkregen dat haar schade werd berokkend door tekortschietend of foutief handelen door NS Stations. De feiten onder d en e hebben geen zelfstandige betekenis. 4.68.4. NS Stations heeft bewijs aangeboden dat dhr. [A] kan verklaren over het van moment van bekendheid van Clear Channel van de onderhandse gunning aan Global. Haar veronderstelling dat Clear Channel met die wetenschap reeds voldoende zekerheid zou hebben verkregen dat haar schade is berokkend door tekortschietend of foutief handelen door NS Stations acht de rechtbank niet juist. Desalniettemin zal NS Stations vanwege haar beroep op verjaring en haar bewijsaanbod worden toegelaten tot het bewijs van de stelling dat Clear Channel vóór 10 maart 2017 daadwerkelijk bekend was met haar schade als gevolg van foutief handelen van NS Stations. IV.B. Verjaringsberoep met betrekking tot verlies van de kans van de Ngage concessie4.69. Beoordeeld moet worden of de vorderingen van [eiseres sub 1] , Centercom, [derde partij sub 3] en Clear Channel tot vergoeding van kansschade vanwege het niet aanbesteden van de Ngage concessie is verjaard. 4.70. Vooropgesteld wordt dat:- [eiseres sub 1] op 30 augustus 2021 NS Stations aansprakelijk heeft gesteld voor deze kansschade,- [derde partij sub 3] op 30 augustus 2021 NS Stations aansprakelijk heeft gesteld voor deze kansschade,- Centercom op 31 augustus 2021 NS Stations aansprakelijk heeft gesteld voor deze kansschade,- Clear Channel op 10 maart 2022 NS Stations aansprakelijk heeft gesteld voor deze kansschade. 4.71. De vraag is nu of de vorderingen van [eiseres sub 1] , [derde partij sub 3] , Centercom, en Clear Channel (voor zover na het deskundigenbericht blijkt dat er schade
- is)op de dag dat zij NS Stations aansprakelijk stelde (dus op respectievelijk 30 augustus 2021
(2x), 31 augustus 2021 en 10 maart 2022) al was verjaard. Daarvoor is van belang vanaf wanneer de vijfjarige verjaringstermijn is gaan lopen. 4.71.1. NS Stations stelt dat die termijn is gaan lopen op 1 juni 2015, althans 24 november 2015. NS Stations stelt zich op het standpunt dat [eiseres sub 1] , [derde partij sub 3] , Centercom, en Clear Channel vanaf die datum bekend waren met de tussen NS Stations en Ngage gesloten raamovereenkomst. NS Stations beroept zich ter onderbouwing daarvan op:a. twee berichten die op de website van Ngage zijn gepubliceerd. In het eerste bericht van 1 juni 2015 kondigt Ngage aan dat zij op het station Amsterdam Centraal in nauwe samenwerking met NS Stations LED schermen heeft geplaatst en dat de programmering van de schermen bestaat uit hoogwaardige iconische Amsterdam beelden afgewisseld met advertisement. In het tweede bericht van 24 november 2015 kondigt Ngage aan dat op het station in Utrecht twee schermen zijn geplaatst waarop prachtige iconische beelden van Utrecht afgewisseld met commercials van nationale adverteerders worden getoond. Verder vermeldt Ngage dat zowel NS Stations als Ngage enthousiast zijn over de uitbreiding van digitale schermen op het vernieuwde Utrecht Centraal. b. berichten in de “vakmedia” van: - 1 juni 2015 ( [website] .nl), waarin is vermeld: “Ngage Media komt “The Flow” op Amsterdam Centraal. Het Digital Out of Home bedrijf voorziet de vandaag te openen IJ-hal en IJpassage op Amsterdam CS van vier grote digitale schermen.” - 2 juni 2015 ( [website] .nl), waarin is vermeld: “Ngage Media lanceert The Flow op Amsterdam CS (…) Voorzien van premium winkels en horecagelegenheden met uitzicht op ’t IJ is dit vernieuwde station de locatie voor Ngage Media om vier hoogwaardige grote digitale schermen te plaatsen.” - 27 november 2015 ( [website] .
- nl)“Twee grote digitale LED-schermen Ngage Media op Utrecht CS” - 23 november 2015 ( [website] .
- nl)“Twee nieuwe eyecatchers op Utrecht Centraal” - 23 november 2015 ( [website] .
- nl)“Vanaf vandaag biedt Ngage Media twee grote digitale LED scherm van 30m2 als advertentiemedium aan in de nieuwe hal van het centraal station in Utrecht.” c. het feit dat de exploitatie van reclamedragers in het openbaar vervoer de facto een publiek gegeven is; de naam van de exploitant is vermeld op de reclamedragers, d. het feit dat mediabureaus sinds 2011 in CAFAS, een online portaal, kunnen zien welke schermen door welke marktpartij worden geëxploiteerd. 4.71.2. Verondersteld al dat van de berichten onder a. en b. kennis is genomen door personen wiens wetenschap aan [eiseres sub 1] , [derde partij sub 3] , Centercom, en Clear Channel kunnen worden toegerekend, dan kan op grond van de inhoud van die berichten niet worden vastgesteld dat [eiseres sub 1] , [derde partij sub 3] , Centercom, en/of Clear Channel voldoende zekerheid hebben verkregen dat ieder van hen schade is berokkend door tekortschietend of foutief handelen door NS Stations. 4.71.3. NS Stations heeft bewijs aangeboden dat dhr. Moerkerk van Centercom, dhr. A. Ermers van [derde partij sub 3] en dhr. [A] kunnen verklaren over respectievelijk het van moment van bekendheid van Centercom, [derde partij sub 3] , [eiseres sub 1] en Clear Channel van de onderhandse gunning aan Ngage. Haar veronderstelling dat Centercom, [derde partij sub 3] , [eiseres sub 1] en/of Clear Channel met die wetenschap reeds voldoende zekerheid zouden hebben verkregen dat haar schade is berokkend door tekortschietend of foutief handelen door NS acht de rechtbank niet juist. Desalniettemin zal NS Stations vanwege haar beroep op verjaring en haar bewijsaanbod worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat Centercom, [derde partij sub 3] , [eiseres sub 1] en Clear Channel meer dan 5 jaar voor de in 4.70 genoemde data daadwerkelijk bekend waren met hun schade als gevolg van foutief handelen van NS Stations.V. Slotopmerkingen1. Onderzoeken schikking4.72. De rechtbank houdt vanwege de slotopmerkingen van partijen tijdens de mondelinge behandeling er rekening mee dat partijen naar aanleiding van dit vonnis met elkaar in overleg zullen treden met als doel te onderzoeken of zij tot een schikking kunnen komen. Als deze veronderstelling juist is, dan verzoekt de rechtbank partijen dit aan de rechtbank te laten weten, zodat de verdere procedure in afwachting daarvan kan worden aangehouden.2. Aanhouden iedere verdere beslissing4.73. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5De beslissing De rechtbank 5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 15 mei 2024 voor het nemen van een akte:a. door JCDecaux, Clear Channel, NS Stations en Global waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht (zie 4.57. e.v.), b. door NS Stations waarin zij zich kan uitlaten of en zo ja op welke wijze zij bewijs wenst te leveren als overwogen in 4.68.4. en 4.71.3, 5.2. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. D. Wachter, mr. H.M.M. Steenberghe en mr. J.R. Hurenkamp en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2024. BvdG/4374 [eiseres sub 1] vordert (na wijziging van eis): 1. een verklaring voor recht dat NS Stations onrechtmatig heeft gehandeld door de Global en Ngage concessie niet conform de wet- en regelgeving voor mededinging op te stellen,2. betaling van:primair, a. € 115.740.021,- vanwege de onrechtmatige gunning van de Global concessie inclusief de wettelijke samengestelde rente tot 1 februari 2023 gedeeld door het aantal partijen waarvan vaststaat dat ze een reële kans maakten op de Global concessie waarbij als uitgangspunt geldt dat iedere partij een evenredige kans heeft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2023, en b. € 8.749.502,- vanwege onrechtmatige gunning van de Ngage concessie inclusief de wettelijke samengestelde rente tot 1 februari 2023 gedeeld door het aantal partijen waarvan vaststaat dat ze een reële kans maakten op de Ngage concessie van 2015 waarbij als uitgangspunt geldt dat iedere partij een evenredige kans heeft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2023,subsidiair de door de rechtbank vast te stellen schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag of het jaar waarin de schade is geleden,meer subsidiair de schade op te maken bij staat, te vermeerderen met wettelijke rente,3. betaling van de kosten ter vaststelling van de schade nader op te maken bij staat.Centercom vordert (na wijziging van eis):1. een verklaring voor recht dat NS Stations onrechtmatig heeft gehandeld door de Global en Ngage concessie niet conform de wet- en regelgeving voor mededinging op te stellen,2. betaling van:primair, a. € 152.351.281,- vanwege de onrechtmatige gunning van de Global concessie inclusief de wettelijke samengestelde rente tot 1 februari 2023 gedeeld door het aantal partijen waarvan vaststaat dat ze een reële kans maakten op de Global concessie waarbij als uitgangspunt geldt dat iedere partij een evenredige kans heeft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2023, en b. € 9.170.853,- vanwege onrechtmatige gunning van de Ngage concessie inclusief de wettelijke samengestelde rente tot 1 februari 2023 gedeeld door het aantal partijen waarvan vaststaat dat ze een reële kans maakten op de Ngage concessie van 2015 waarbij als uitgangspunt geldt dat iedere partij een evenredige kans heeft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2023,subsidiair door de rechtbank vast te stellen schade te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag of het jaar waarin de schade is geleden,meer subsidiair de schade op te maken bij staat, te vermeerderen met wettelijke rente,3. betaling van de kosten ter vaststelling van de schade nader op te maken bij staat.JCDecaux vordertbetaling van:primair1. € 37.208.599,- vanwege onrechtmatige gunning van de Global concessie, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 januari 2023, en2. € 2.122.985,- vanwege onrechtmatige gunning van de Ngage concessie te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2023subsidiair, de door de rechtbank vast te stellen schade te vermeerderen met wettelijke rente.[derde partij sub 3] vordert1. een verklaring voor recht dat NS Stations onrechtmatig heeft gehandeld door de Global en Ngage concessie niet conform de wet- en regelgeving voor mededinging op te stellen,2. betaling van:primair, € 11.438.490,- vanwege onrechtmatige gunning van de Ngage concessie inclusief de wettelijke samengestelde rente tot 1 februari 2023 gedeeld door het aantal partijen waarvan vaststaat dat ze een reële kans maakten op de Ngage concessie van 2015 waarbij als uitgangspunt geldt dat iedere partij een evenredige kans heeft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2023,subsidiair door de rechtbank vast te stellen schade te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag of het jaar waarin de schade is geleden,meer subsidiair de schade op te maken bij staat, te vermeerderen met wettelijke rente,3. betaling van de kosten ter vaststelling van de schade nader op te maken bij staat.Clear Channel vordert:betaling van:1. € 122.653.687,- vanwege onrechtmatige gunning van de Global concessie en de misgelopen kans op de gunning, althans een door de rechtbank te begroten bedrag, welk bedrag moet worden vermenigvuldigd met 33.33% (de slagingskans van Clear Channel), althans een door de rechtbank vast te stellen percentage,b. € 8.136.837,- vanwege onrechtmatige gunning van de Ngage concessie en de misgelopen kans op de gunning, althans een door de rechtbank te begroten bedrag, welk bedrag moet worden vermenigvuldigd met 25% (de slagingskans van Clear Channel), althans een door de rechtbank vast te stellen percentage. Artikel 10.1 en 10.2 van de concessieovereenkomst, productie 1 Global Alrecon is eerst verkocht aan Tdi Holland B.V. Daarna is Alrecon gefuseerd met Viacom Outdoor B.V. die weer fuseerde met (onder meer) CBS Outdoor B.V. hetgeen later Exterion Media Netherlands B.V. werd (het huidige Global). Zie voetnoot 39 in de conclusie van antwoord van NS Stations. NS Stations handelde toen nog mede onder de naam NS Poort Productie 4 van NS Stations. NS Stations heeft een aantal bepalingen in deze overeenkomst zwartgelakt, waaronder de bepaling over de door Global aan haar te betalen vergoeding. Productie 5 van NS Stations. NS heeft een aantal bepalingen in deze overeenkomst zwartgelakt, waaronder de bepaling over de door Ngage aan haar te betalen vergoeding. ECLI:NL:RBMNE:2017:5218 ECLI:NL:RBMNE:2018:6488 ECLI:NL:GHARL:2019:7958 ECLI:NL:HR:2021:792 Productie 19 van [eiseres sub 1] en Centercom Productie 19 van [eiseres sub 1] en Centercom Productie 22 van NS Stations en productie 21 Clear Channel Zie rechtsoverweging 51 van het arrest zoals genoemd in viii, waarin het volgende is vermeld: “ Op basis van het voorgaande is het hof van oordeel dat NS Stations als aanbestedende dienst zowel ten aanzien van de concessieovereenkomst 2011 als de Ngage-overeenkomst ten onrechte geen passende mate van openbaarheid heeft geboden en dat NS Stations daarmee zowel het recht van de Europese Unie als het nationale recht (Aw 2012 en haar voorlopers) heeft geschonden. In zoverre slaagt het hoger beroep van JCDecaux. Het sluiten van een concessieovereenkomst voor diensten in de zin van artikel 1.1 Aw 2012 met een duidelijk grensoverschrijdend belang zonder inachtneming van de beginselen van afdeling 1.2.2. van de Aw 2012 is vanaf 1 april 2013 onrechtmatig jegens gepasseerde gegadigden, zoals in dit geval JCDecaux. Voor de periode vanaf 2011 tot 1 april 2013 volgt die onrechtmatigheid uit de schending van het (primaire) EG- en Unierecht, zoals dat volgt uit de hierboven onder 3.27 tot en met 3.37 weergeven jurisprudentie van het HvJ EU in combinatie met de bepalingen van het Bao.” De leer van de kansschade is er om een oplossing te bieden voor sommige situaties waarin onzekerheid bestaat over de vraag of een op zichzelf vaststaande tekortkoming of onrechtmatige daad schade heeft veroorzaakt, en waarin die onzekerheid haar grond vindt in de omstandigheid dat niet kan worden vastgesteld of en in hoeverre in de hypothetische situatie dat de tekortkoming of onrechtmatige daad achterwege zou zijn gebleven, de kans op een betere uitkomst zich in werkelijkheid ook zou hebben gerealiseerd. Zie onder andere arrest van de HR van 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7491, HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1683, HR 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:272, en HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021 zie punt 52 van de conclusie van antwoord van NS Stations NS Stations heeft daarbij een beroep gedaan op artikel 10.2. en 10.4. van de concessieovereenkomst, in welke artikelen het volgende is bepaald: “ Artikel 10.2 (…) De overeenkomst kan door elk der partijen worden opgezegd tegen het einde van de contractduur, zulks met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste één jaar. (…) Indien niet wordt opgezegd, wordt de overeenkomst telkenmale verlengd met een periode van 5 jaar.” “ Artikel 10.4 Elk van partijen mag de overeenkomst door schriftelijke opzegging met onmiddellijke ingang doen eindigen, in het geval van: (
- i)surseance van betaling of faillissement van Alrecon of aanvraag door Alrecon van haar eigen surseance van betaling of faillissement: (
- ii)een besluit van Alrecon tot gehele of gedeeltelijke staking of overdracht van haar activiteiten, dat de nakoming van deze overeenkomst ernstig in gevaar brengt: (iii) ontbinding van Alrecon.“ Niet gesteld is dat één van de situaties zoals bedoeld in artikel 10.4 zich heeft voorgedaan. JCDecaux heeft haar stelling dat deze overeenkomst wel opzegbaar was (zie voetnoot 3 bij de pleitaantekeningen) niet onderbouwd, zodat daaraan wordt voorbijgegaan. Zie punt 1.9. van de conclusie van eis in tussenkomst van [derde partij sub 3] Als er niet zou zijn deelgenomen aan de hypothetische aanbesteding, dan is er ook geen sprake van een verlies van een kans, en daarmee van kansschade. Dit is van invloed op het kanspercentage, wat weer bepalend is voor de vraag of sprake is van een reële kans op succes en daarmee van een verlies van een kans en kansschade. Productie 27 NS Stations De waarde van de Global concessie zoals aan Global gegund voor een periode van 17 jaar bedraagt tenminste tussen de 50 en 100 miljoen euro, zo heeft het gerechtshof in zijn arrest van 1 oktober 2019 als feit vastgesteld. Ook als NS Stations zou worden gevolgd in haar stelling dat de hypothetische aanbesteding zou zijn aangegaan voor een looptijd van 2 keer 5 jaar (ofwel 10 jaar) dan zou deze waarde nog aanzienlijk zijn geweest. NS Stations heeft toen voor de plaatsing en het onderhoud van de Digital Walls gezorgd Zie punt 22 en 23 in combinatie met punt 68 van de dagvaarding van Clear Channel In punt 82 van de conclusie van antwoord voert NS Stations aan dat ook Ngage aan de hypothetische aanbesteding zou hebben deelgenomen. NS Stations gaat er daarbij echter vanuit dat in de hypothetische situatie een gecombineerde aanbestedingsprocedure zou zijn georganiseerd. NS Stations wordt daarin echter niet gevolgd. De rechtbank neemt daarom aan dat NS Stations niet heeft bedoeld te stellen dat Ngage zou meedoen aan de hypothetische aanbesteding van de Global concessie. Als NS Stations dat wel heeft bedoeld te stellen dan wordt zij daarin niet gevolgd. Nergens uit blijkt dat Ngage belangstelling had voor de Global concessie. Zie punt 24 pleitaantekeningen van Clear Channel Zie punt 25 pleitaantekeningen Clear Channel en 4.10. pleitaantekeningen JCDecaux Zie punt 3.4. pleitaantekeningen [eiseres sub 1] , Centercom en [derde partij sub 3] en 4.5.3. dagvaarding van [eiseres sub 1] en Centercom. ECLI:NL:RBUTR:2001:ZL1173 Productie 2 van Global Zie HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:315, rov. 3.1.1., HR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:208 (Arubaanse taxi), rov. 3.3.3; HR 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE9998 (Rijnstate), rov. 3.3 en 3.4. Gerechtshof Arnhem Leeuwarden 23 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:618 Productie 23 van NS Stations Productie 25 van NS Stations Productie 24 van NS Stations Productie 25 van NS Stations