RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/569587 / JE RK 24-168 Datum uitspraak: 28 maart 2024 Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen: de GI, gevestigd in Utrecht, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat mr. J.M.F. Honders te Rotterdam [vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] , advocaat mr. K.R. Koopman te Zeist, [pleegouders] , hierna te noemen: de pleegouders, wonende in [woonplaats 2] . 1Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ingediend op 31 januari 2024; de brief van de GI van 15 maart 2024 met bijlage; de brief van de pleegouders van 20 maart 2024. 1.2. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2024. Daarbij waren aanwezig: - de vader met zijn advocaat; - de moeder met haar advocaat en een begeleidster, mevrouw [A] ; - twee vertegenwoordigers van de GI, de heer [B] en mevrouw [C] . 1.3. De pleegouders hebben de rechtbank voorafgaand aan de zitting per e-mail geïnformeerd dat zij niet op de zitting zullen verschijnen. 1.4. Op de zitting heeft de advocaat van de vader een pleitnotitie voorgedragen en overgelegd. 1.5. Partijen zijn op 28 maart 2024 vanaf 12.00 uur in de gelegenheid gesteld om het dictum telefonisch van de rechtbank te vernemen. 1.6. Op 2 april 2024 heeft de advocaat van de vader twee maal per e-mail verzocht om verduidelijking van het dictum van de rechtbank. De rechtbank heeft de advocaat bericht dat zij hierover geen nadere mededelingen kan doen en dat de uitleg van de beslissing volgt in de schriftelijke uitwerking. 2De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] verblijft in een (netwerk)pleeggezin, namelijk bij haar oom en tante (vaderszijde). 2.3. De kinderrechter heeft bij beschikking van 4 oktober 2022 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld. Bij beschikking van 5 januari 2024 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor het laatst verlengd tot 29 december 2024. 2.4. De kinderrechter heeft bij beschikking van 4 oktober 2022 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin verleend. Bij beschikking van 5 januari 2024 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor het laatst verlengd tot 29 maart 2024. 3Het verzoek van de GI 3.1. De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Daarnaast vraagt de GI de rechtbank om het perspectiefbesluit dat zij over [minderjarige] hebben genomen, te beoordelen. 3.2. Ten aanzien van deze verzoeken heeft de GI (samengevat) het volgende naar voren gebracht. [instelling] heeft vorig jaar een beoordelingsboog opgesteld om te onderzoeken waar het perspectief van [minderjarige] ligt. In december 2023 is het advies gegeven om [minderjarige] te laten opgroeien bij de pleegouders. Vervolgens heeft de GI besloten dat een aanvullend onderzoek nodig was. De GI heeft daarna op 13 maart 2024 een besluit genomen over het perspectief van [minderjarige] . De GI vindt het in het belang van [minderjarige] dat zij gedeeltelijk opgroeit bij haar moeder en gedeeltelijk bij haar pleegouders. Concreet stelt de GI voor dat [minderjarige] de ene week vanaf donderdag uit school naar haar moeder gaat tot zaterdagochtend. De andere week zou [minderjarige] vanaf donderdag uit school tot maandag naar school bij de moeder kunnen zijn. De overige tijd zal [minderjarige] bij de pleegouders verblijven. De GI handhaaft ondanks dit perspectiefbesluit haar verzoek voor de uithuisplaatsing van [minderjarige] . Een machtiging tot uithuisplaatsing biedt de GI de ruimte om [minderjarige] meer of langer bij de pleegouders te laten verblijven indien het niet goed gaat met de moeder. 4. De standpunten van de ouders 4.1. De moeder is het niet eens met het standpunt van de GI. Zij wil dat [minderjarige] weer volledig bij haar komt wonen en ook in haar woonomgeving naar school zal gaan. [minderjarige] kan dan af en toe bij de pleegouders logeren. Het gaat goed met de moeder en de redenen waarom [minderjarige] destijds uit huis is geplaatst, zijn nu niet meer aan de orde. De moeder heeft haar leven weer op de rit: er zijn geen schulden meer en er is geen sprake meer van geweld en misbruik. Ook heeft de moeder geen terugval meer gehad. De moeder is in staat om de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de volledige zorg voor [minderjarige] . 4.2. De vader is het eens met de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De vader kan zich niet vinden in het besluit van de GI over het perspectief van [minderjarige] . [instelling] heeft in december 2023 geadviseerd om [minderjarige] niet meer te laten opgroeien bij de moeder. Daarna heeft de GI de omgangsmomenten met de moeder uitgebreid om nader onderzoek te doen. De vader vraagt zich af wat maakt dat de uitgebreide contactmomenten van de afgelopen twee maanden de door [instelling] benoemde zorgen en concrete ontwikkelingsbedreigingen teniet doen. De vader maakt zich zorgen dat de GI op deze manier een onstabiele basis creëert voor [minderjarige] . Het leven van [minderjarige] speelt zich af in [plaats] , daar gaat zij naar school en daar volleybalt zij ook. Als [minderjarige] doordeweeks ook veel naar moeder gaat, levert dat onrust op voor [minderjarige] . Zij moet dan veel heen en weer reizen. De vader betreurt het daarnaast dat zijn rol in het leven van [minderjarige] geen onderdeel is van het perspectiefbesluit van de GI. 5De beoordeling De beslissing 5.1. De rechtbank zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het netwerkpleeggezin verlengen tot 29 december 2024. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing 5.2. Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de rechtbank van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in haar belang. 5.3. [minderjarige] woont al sinds 31 december 2022 bij de pleegouders. Daarvoor verbleef [minderjarige] regelmatig bij oma (vaderszijde) omdat de moeder herstellende was van haar bipolaire stoornis en psychose. [minderjarige] heeft in haar jonge leven al veel meegemaakt in de thuissituatie bij haar ouders vanwege de turbulente relatie tussen hen en de persoonlijke en psychische problematiek van de ouders. [minderjarige] is uit huis geplaatst omdat de moeder gedwongen was opgenomen en daardoor niet in staat was om de zorg voor [minderjarige] te dragen. Ook de vader kon destijds niet voor [minderjarige] zorgen, omdat hij geen vaste verblijfplaats had en er zorgen waren over seksueel overschrijdend gedrag van de vader richting de andere dochters van de moeder. 5.4. De rechtbank vindt het nodig dat de uithuisplaatsing van [minderjarige] wordt verlengd, zodat zij bij haar oom en tante kan blijven wonen. Hoewel de moeder nu psychisch stabieler is dan ten tijde van de uithuisplaatsing van [minderjarige] , vindt de rechtbank niet dat [minderjarige] naar de moeder terug kan. Uit het verslag van [instelling] van december 2023, blijkt dat de moeder beperkte vaardigheden heeft om de situatie thuis rustig en stabiel te houden. De moeder pakt niet altijd verantwoordelijkheden op en neemt niet altijd initiatieven om het leven voor [minderjarige] minder complex te maken. De moeder heeft daarnaast een beperkt probleembesef, onvoldoende zelfinzicht en reflecterend vermogen. Dit komt met name naar voren ten aanzien van haar uitspraken over het seksueel misbruik van de vader jegens haar andere dochters en de wijze waarop de moeder hiermee is omgegaan en nu nog steeds omgaat. Dit heeft grote gevolgen gehad voor de zussen van [minderjarige] . Dit roept de vraag op of de moeder risico’s voldoende kan inschatten en [minderjarige] in de toekomst kan beschermen. Ook de GI ziet dat de moeder bij tijden weinig regie neemt in de opvoeding en verzorging van [minderjarige] . Dit lijkt te komen door de verminderde draagkracht van de moeder vanwege haar bipolaire stoornis. De moeder moet aangestuurd worden in afspraken die [minderjarige] heeft. Volgens de GI is de moeder niet in staat om volledig te voorzien in alle stabiliteit en verzorging die [minderjarige] nodig heeft. In het pleeggezin gaat het goed met [minderjarige] : zij ontwikkelt zich daar goed en ze vindt het fijn bij [pleegouders] . De moeder staat niet achter het verblijf van [minderjarige] bij de pleegouders. De rechtbank vindt het gelet op deze zorgen nodig om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen. Het perspectief van [minderjarige] 5.5. Naast het verzoek om de uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen, heeft de GI de rechtbank ook gevraagd om het perspectiefbesluit dat zij genomen heeft te onderschrijven. De rechtbank zal in het navolgende uitleggen wat haar oordeel is over dit besluit. 5.6. Uit de uitspraak van 1 september 2023 van de Hoge Raad volgt dat de GI gedurende de uithuisplaatsing tot het standpunt kan komen dat terugplaatsing bij de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.