RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 05.234449.21 (ontneming) Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming in de zaak tegen [veroordeelde] geboren op [1970] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,hierna te noemen: veroordeelde. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 december
(5)cliënten geselecteerd waar sprake was van een overschot aan giraal retour ontvangen voorschotten. In de vijf onderzochte cliëntenadministraties werden bescheiden / kwitanties aangetroffen welke erop duiden dat er voor een totaal contant bedrag van € 1,225,- (31% van het totaalbedrag) aan contante voorschotten is verstrekt. Gelet op het bovenstaande wordt geschat dat, gedurende de onderzoeksperiode, een bedrag van (69% * € 34.728,60=) € 23.962,74 aan retour ontvangen voorschotten onterecht werden geïnd. Gelet op het bovenstaande wordt de hoogte van de wederrechtelijke ontvangsten ais volgt ingeschat: Maandelijkse vergoeding meermaals geïncasseerd: € 27.400,10 Komma positie naar rechts: € 8.001,36 Teruggeboekte voorschotten: € 23.962,74 Totaal: € 59.364,20 Een verbalisant heeft – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: Na nadere beschouwing zie ik, verbalisant, dat bij 115 cliënten de som van de retour ontvangen voorschotten (door [onderneming] retour ontvangen) de som van de (door [onderneming] ) giraal verstrekte voorschotten overstijgt. Ik zie dat het gaat om een totale overschrijding van € 37.163,
- Een verbalisant heeft – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: Over de periode 1 januari 2016 tot en met 2 april 2019 zijn de volgende bankrekeningen gevorderd en geanalyseerd: [rekeningnummer] [onderneming] B.V. (…) [rekeningnummer] [veroordeelde] (…) [rekeningnummer] [veroordeelde] . Vervolgens heb ik, verbalisant, met behulp van de filterfunctie per cliënt de volgende vragen beantwoord: (…) 3.2 Zijn er buitengewoon grote bedragen afgeschreven welke gelijkend zijn op een maandbedrag maar waarbij mogelijk de komma een positie naar rechts te veel is gezet? (…) 4.2 Komma positie naar rechts verplaatst Ik zie dat in zes gevallen een veelvoud van het gefactureerde termijnbedrag werd voldaan doordat ogenschijnlijk de komma een positie naar rechts werd verplaatst en niet werd gecorrigeerd middels een herstelboeking. In totaal gaat dit om een bedrag van € 9.000,
- Een overzicht op cliëntniveau is bijgevoegd in bijlage
- Bijlag 2 Cliënt Datum Factuurbedrag Afgeschreven Geschat factuurbedrag Correctie 13e termijn* Wederrechtelijk geïnd [benadeelde 1] 26-10-2017 144,03 1.440,30 144,03 1.440,30 [benadeelde 2] 18-10-2018 1.335,60 133,56 133,56 1.335,60 [benadeelde 3] 31-10-2017 172,82 1.728,20 1.555,38 [benadeelde 4] 23-10-2018 1.113,00 111,30 111,30 1.113,00 [benadeelde 5] 18-10-2018 111,30 1.110,30 999,00 [benadeelde 5] 29-11-2017 111,30 1.113,00 1.001,70 Vermaning 26-07-2017 172,82 1.728,20 1.555,38 Totaal 9.000,36 * Wanneer de bestreden afschrijving als 13e termijnafschrijving werd geboekt, dient deze als geheel wederrechtelijk te worden meegenomen. Getuige [getuige 1] heeft bij de politie – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: Ik heb daar van [periode] gewerkt. [onderneming] was een bewind voering kantoor. Ik heb gezien dat er facturen veel te hoog werden geïncasseerd doordat de komma verplaatst werd, er werd bijvoorbeeld 100 euro gefactureerd en 1000 geïncasseerd. Getuige [getuige 2] heeft bij de politie – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: Ik heb 5 à 6 jaar bij [onderneming] gewerkt. Ik denk dat het deze zomer 2 jaar geleden is dat [veroordeelde] en [medeveroordeelde] op vakantie waren en ik huur moest betalen voor een cliënt. Ik zag toen dat bij die cliënt veel te veel geld was afgeboekt, een factuur van 144 euro van [onderneming] was als ruim 1400,- afgeboekt. Verdachte heeft bij de politie – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: O: Wij zien dat er op 31-10-2017 een bedrag van € 1 .728,20 werd afgeschreven van de rekening van cliënt [benadeelde 3] ten gunste van [onderneming] B.V. V; Waar was dit bedrag voor? A: Dat zullen de kosten voor bewindvoering zijn. V: Wie heeft dit bedrag geïncasseerd? A: Door mij neem ik aan, maar ik ben daar niet zeker van. O: Wij zien dat de vaste vergoeding voor de diensten van [onderneming] € 172,82 in die tijd bedroeg. O: Wij zien dat deze transactie de omschrijving 20172356 heeft meegekregen. Wij hebben gezocht op factuurnummer 20172356 in de administratie zoals wij deze van de Rechtbank Zutphen, aangaande [onderneming] , hebben verkregen. Wij troffen deze factuur aan en zien dat deze gericht is aan dhr. [benadeelde 3] . Deze tonen wij u. De omschrijving luidt; "November 2017" en het totale factuurbedrag betreft € 172,
- V: Hoe zit dit? A: Naar ik aanneem is dat een typefout van mij geweest. V: Deze fout is niet gecorrigeerd in de boekhouding waarom niet? A: Weet ik niet. O: Wij zien dat er op 26-10-2017 een bedrag van € 1.440,30 werd afgeschreven van de rekening van cliënt De [benadeelde 1] ten gunste van [onderneming] B.V. V: Waar was dit bedrag voor? A: Hier antwoord ik hetzelfde op, dat zal voor de kosten bewindvoering zijn geweest. V: Wie heeft dit bedrag geïncasseerd? A: Ik, denk ik, maar ik weet het niet. O: Wij zien dat de vaste vergoeding voor de diensten van [onderneming] € 144,03 in die tijd bedroeg. V: Hoe zit dit? A: Ik weet dat gewoon niet meer. O: Wij zien dat deze transactie de omschrijving 20172293 heeft meegekregen. Wij hebben gezocht op factuurnummer 20172293 in de administratie zoals wij deze van de Rechtbank Zutphen, aangaande [onderneming] , hebben verkregen. Wij troffen deze factuur aan en zien dat deze gericht is aan mw. De [benadeelde 1] . Deze tonen wij u De omschrijving luidt: "November 2017" en het totale factuurbedrag betreft € 144,
- V: Hoe zit dit? A: Ik weet dat niet meer, ik val in herhaling maar dat is gewoon zo. V: Deze fout is niet gecorrigeerd, waarom niet? A: Klaarblijkelijk is er structureel iets fout gegaan bij de facturering, dat snap ik ook. Ik herken de (kopieën) van de facturen van [onderneming] die u mij laat zien wel. Het lijkt structureel. Daar kunnen we het over eens zijn. Ik deed de financiën. Die handelingen zijn niet goed geweest. 3.3.
- Periode Op grond van de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat veroordeelde en medeveroordeelde [medeveroordeelde] zich gedurende de periode van 1 januari 2016 tot en met 2 april 2019 schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten waaruit zij wederrechtelijk verkregen voordeel hebben genoten. De rechtbank gaat bij het berekenen van het wederrechtelijk verkregen voordeel daarom van die periode uit. 3.3.
- Bruto opbrengst De rechtbank zal de berekeningen uit het ontnemingsrapport overnemen, behalve voor zover het rapport ziet op de berekening van het bedrag aan te veel teruggeboekte voorschotten. Voor dat bedrag volgt de rechtbank de officier van justitie in de berekening die zij op zitting heeft toegelicht. De totale opbrengst stelt zij dan ook vast op een bedrag van € 61.044,34, bestaande uit: maandelijkse vergoeding meermaals geïncasseerd: € 27.400,10 te veel geïnd ten gevolge van komma positie naar rechts: € 8.001,36 te veel aan teruggeboekte voorschotten: € 25.642,
- 3.3.
- Kosten Niet gebleken is van kosten die op de hiervoor vastgestelde opbrengst in mindering moeten worden gebracht. 3.3.
- Het wederrechtelijk verkregen voordeel Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het totale bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 61.044,
- 3.4 Toerekening van het voordeel 3.5 Betalingsverplichting De rechtbank merkt op dat de draagkracht van veroordeelde in beginsel pas aan de orde wordt gesteld in de executiefase. In de ontnemingsprocedure kan de draagkracht slechts reden zijn tot matiging van de betalingsverplichting wanneer het de rechtbank op het moment van beoordeling meteen duidelijk is dat de veroordeelde op dit moment en in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. Er is in het kader van deze procedure ook geen draagkrachtverweer gevoerd. De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde moet worden betaald aan de staat dan ook vast op € 61.044,
- De rechtbank gaat ervan uit dat veroordeelde en zijn echtgenoot, tevens medeveroordeelde in deze ontnemingsprocedure, samen van het wederrechtelijk verkregen voordeel hebben geprofiteerd en dat tussen hen een economische eenheid bestaat. Op basis hiervan zal de rechtbank aan veroordeelde en medeveroordeelde een hoofdelijke betalingsverplichting opleggen. 4TOEGEPAST WETSARTIKEL De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 5BESLISSING De rechtbank: - stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 61.044,34; - legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 61.044,34 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel; - veroordeelde is voor dit bedrag hoofdelijk aansprakelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt, veroordeelde in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd; - bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 321 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.M. Druijf, voorzitter, mrs. L.M. Reijnierse en S.R. van Breukelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.M. Raedts, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 januari
- Mr. Van Breukelen is niet in staat dit vonnis mee te ondertekenen. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juni 2021, pag. 831-833 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal d.d. 19 augustus 2021 met nummer 202106091423.DOS, onderzoeksnaam Ullrich, opgemaakt door politie eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, doorgenummerd van pagina 1 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Daar waar aanvullende stukken aan het dossier zijn gevoegd die geen deel uitmaken van het hiervoor genoemde einddossier, zal de rechtbank dat expliciet vermelden. Het “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht”, opgenomen in het aan de strafzaak ten grondslag liggende proces-verbaal d.d. 19 augustus 2021 met nummer 202106091423.DOS, onderzoeksnaam Ullrich, opgemaakt door politie eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 1048, pag. 795 ev. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 29 juli 2021, pag. 799 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 29 juli 2021, pag. 800 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juli 2021, pag. 825 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 februari 2021, pag. 809 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 februari 2021, pag. 810 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 februari 2021, pag. 811 Bijlage 2 bij proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 februari 2021, pag. 816 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 21 maart 2021, pag. 771 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 21 maart 2021, pag. 772 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 27 april 2021, pag. 777 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 maart 2021, pag. 45 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 maart 2021, pag. 46