← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:2836

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Kantonrechter zaaknummers: zie de bijlage bij deze uitspraak uitspraak van de meervoudige kamer van 7 mei 2024 in de zaken tussen 433 personen uit heel Nederland, eisers (gemachtigde: mr. Y. el Mathari) en de officier van justitie van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), verweerder (gemachtigde: mr. E.M. Morsink). Inleiding

  1. Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers bij de rechtbank hebben ingesteld, omdat de officier van justitie niet tijdig zou hebben beslist op hun administratieve beroepen tegen de beschikkingen waarbij de officier van justitie een verkeersboete heeft opgelegd. Dit zijn zaken waarop de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) van toepassing is.
  2. Het grote aantal Wahv-zaken dat op behandeling door de rechter wacht en de rol van gemachtigden in die procedures staan in de maatschappelijke belangstelling. Deze uitspraak is niet alleen voor deze 433 zaken relevant, maar ook voor de rechtsontwikkeling in bredere zin.
  3. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het geen zin heeft om bij de rechter een procedure te voeren over niet tijdig beslissen in Wahv-zaken. Dat komt omdat de relevante bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet van toepassing zijn in Wahv-zaken. Er is daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van de vraag of er op tijd is beslist.
  4. De rechtbank gaat in de uitspraak ook in op de wijze waarop de professioneel gemachtigde van de eisers deze procedures voert. Procesverloop
  5. Vanaf medio maart 2024 heeft de gemachtigde een aantal keer een pakket met meerdere beroepen vanwege niet tijdig beslissen in Wahv-zaken naar de rechtbank gestuurd. In totaal zijn er ruim 500 beroepen ingesteld. De beroepen zijn rechtstreeks bij de rechtbank, team bestuursrecht, ingediend. Eisers vragen aan de rechtbank “de nodige maatregelen te treffen” en om de officier van justitie te veroordelen tot de “maximale dwangsom”.
  6. De mogelijkheid om beroep in te stellen tegen niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan en de instrumenten die de bestuursrechter dan heeft, volgen uit de Awb. De vraag hoe die procedure zich principieel verhoudt tot Wahv-zaken is in de rechtspraak – voor zover de rechtbank kan nagaan – nog niet eerder beantwoord. Om die reden en omdat het om een groot aantal zaken gaat, zijn de zaken behandeld door een meervoudige kamer en is met voorrang een zitting gepland.
  7. Op de administratie van de rechtbank zijn twee lijsten gemaakt van de ingestelde beroepen: een lijst met zaken waarbij de gedraging waarvoor de verkeersboete is opgelegd in het rechtsgebied van deze rechtbank heeft plaatsgevonden en een lijst met zaken waarbij de gedraging elders in Nederland heeft plaatsgevonden. Voor de zaken van de eerste lijst heeft de officier van justitie voor de zitting per zaak een standpunt ingenomen, dat in veel gevallen luidt dat er wel degelijk en tijdig een beslissing op het administratief beroep is genomen. Dat geldt ook voor een deel van de zaken van de tweede lijst. Voor de overige zaken van die lijst heeft de officier van justitie verzocht om op een later moment een standpunt in te kunnen nemen en om aanhouding gevraagd.
  8. In reactie hierop heeft de gemachtigde van eisers een dag voor de zitting ruim 60 beroepen van de eerste lijst ingetrokken.
  9. De beroepen zijn op 23 april 2024 op een zitting behandeld. Geen van de eisers was aanwezig; zij hebben zich laten vertegenwoordigen door [A] , de kantoorgenoot van hun gemachtigde. Verder was de gemachtigde van de officier van justitie aanwezig.
  10. Op de zitting heeft de gemachtigde nog een aantal beroepen van de eerste lijst ingetrokken. Na de zitting zijn de twee lijsten opgeschoond omdat enkele zaken dubbel waren geteld. De rechtbank doet nu uitspraak op de resterende 433 beroepen, waarvan de zaaknummers in de bijlage bij deze uitspraak staan. Gelet op de hierna te bespreken uitkomst in deze zaken heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen en de officier van justitie de gelegenheid te geven om nadere standpunten in te nemen. Overwegingen over de bevoegdheid van de rechtbank In Wahv-zaken staat beroep open bij niet tijdig beslissen
  11. Op grond van de Wahv kan een administratieve sanctie (een verkeersboete) worden opgelegd, waartegen administratief beroep open staat bij de officier van justitie. Dit soort zaken vallen onder het bestuursrecht. Zowel de administratieve sanctie als de beslissing op het administratief beroep zijn besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
  12. Bij de bestuursrechter kun je in beroep gaan tegen besluiten, maar ook bij het niet tijdig nemen van besluiten. Dat volgt uit artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb. Deze bepaling is in de Wahv niet uitgezonderd. Dit betekent dat er beroep open staat bij de bestuursrechter, als de officier van justitie niet tijdig een beslissing neemt op een administratief beroep in een Wahv-zaak. De kantonrechter is de bevoegde bestuursrechter
  13. Om vast te stellen welke rechtsgang openstaat tegen het niet tijdig nemen van een besluit, moet worden gekeken naar de mogelijkheden die zouden openstaan, als een reëel besluit zou zijn genomen. Dat volgt uit de parlementaire geschiedenis van de Awb. In deze zaken moet dus gekeken worden naar de rechtsgang die voor eisers zou open staan, als de officier van justitie een beslissing op hun administratieve beroepen zou hebben genomen.
  14. Tegen de beslissing op een administratief beroep in een Wahv-zaak staat beroep open bij de kantonrechter van de rechtbank, die daartoe als bestuursrechter wordt aangemerkt. Dat volgt uit artikel 9 van de Wahv, in samenhang met artikel 1:4, derde lid, van de Awb. De kantonrechter is daarom als bijzondere bestuursrechter ook bevoegd bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op een administratief beroep in een Wahv-zaak.
  15. Eisers hebben hun beroepen ingesteld bij de algemene bestuursrechter van de rechtbank. Uit de rechtspraak volgt dat de rechtbank ambtshalve moet beoordelen of de algemene of een bijzondere bestuursrechter van de rechtbank bevoegd is, of dat de bestuursrechter in het geheel niet bevoegd is. Gelet hierop zijn de beroepen in behandeling genomen door de kantonrechter, als bijzondere bestuursrechter van de rechtbank. De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland is bevoegd
  16. De volgende vraag is of de kantonrechter van déze rechtbank bevoegd is. In Wahv-zaken moet daarbij ofwel gekeken worden of de gedraging waarover de verkeersboete gaat, is verricht in het rechtsgebied van de rechtbank, ofwel of de betrokkene in dat rechtsgebied woont. Dat volgt uit artikel 10 van de Wahv en geldt ook voor beroepen tegen niet tijdig beslissen.
  17. Deze rechtbank is in ieder geval voor een deel van de zaken bevoegd: het gaat om de 3 resterende zaken van de eerste lijst, waarbij de gedraging in dit rechtsgebied is gepleegd en om de zaken van de tweede lijst waarbij de eisers in dit rechtsgebied wonen.
  18. Er zijn ook zaken van de tweede lijst waarvoor deze rechtbank niet bevoegd is, omdat de eisers buiten het rechtsgebied wonen en de gedraging ook niet daarbinnen is gepleegd. De rechtbank zal deze zaken desondanks behandelen. Beide partijen hebben op de zitting nadrukkelijk gevraagd om dat te doen en het is uit het oogpunt van proceseconomie niet wenselijk om een deel van de zaken alsnog door te sturen naar andere rechtbanken. De rechtbank heeft daarbij meegewogen dat alle zaken door dezelfde gemachtigde zijn aangebracht en dat het steeds om dezelfde rechtsvraag gaat. Eisers mochten zich direct tot de rechtbank richten
  19. De Wahv kent een bijzondere regeling voor het instellen van een beroep: dat moet niet bij de kantonrechter zelf worden ingediend, maar bij de officier van justitie die op het administratief beroep heeft beslist. De officier van justitie brengt het beroepschrift vervolgens ter kennis van de bevoegde rechtbank. Dit volgt uit artikel 9, eerste lid, en artikel 10 van de Wahv.
  20. De rechtbank oordeelt dat eisers in deze zaken niet kan worden tegengeworpen dat zij de beroepen direct bij de rechtbank hebben ingediend. Daarvoor zijn drie redenen. In de eerste plaats vindt de rechtbank het bezwaarlijk dat van iemand die klaagt over het stilzitten van een bestuursorgaan, een daartegen gericht rechtsmiddel bij datzelfde bestuursorgaan zou moeten instellen. Daarmee zou diegene immers afhankelijk zijn van de voortvarendheid waarmee de officier van justitie het beroep aan de rechtbank doorgeleidt, terwijl het geschil juist gaat over het gebrek aan voortvarend handelen. In de tweede plaats blijkt uit de parlementaire geschiedenis dat deze regeling uit de Wahv een procedurele achtergrond heeft, vanuit de gedachte dat bepaalde administratieve handelingen rondom een ingesteld beroep eenvoudiger en efficiënter door het parket van de officier van justitie kunnen worden verricht. Die handelingen zijn in procedures over niet tijdig beslissen niet aan de orde. In de derde plaats zou een strikte toepassing van de Wahv voor de nu ingestelde beroepen tot onnodige formalisering leiden. Een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is immers niet aan een termijn gebonden, op grond van artikel 6:12, eerste lid, van de Awb. Als de rechtbank de beroepen nu niet in behandeling zou nemen, kunnen eisers hun beroepen op ieder moment alsnog of opnieuw bij de officier van justitie instellen, waarna die ze opnieuw ter kennis van de rechtbank zou moeten brengen. Hetzelfde zou gelden als de rechtbank de beroepen door zou sturen naar het parket van de officier van justitie. Daar is niemand bij gebaat. Overwegingen over niet tijdig beslissen in Wahv-zaken Beslistermijn voor administratief beroep en bestuurlijke dwangsom
  21. De officier van justitie moet binnen zestien weken beslissen op een administratief beroep tegen een op grond van de Wahv opgelegde een administratieve sanctie. Die periode kan met tien weken worden verlengd. Dat volgt uit artikel 7:24, eerste en vierde lid, van de Awb.
  22. Een administratief beroep geldt als een aanvraag om een besluit te nemen, in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Als de officier van justitie niet tijdig op een administratief beroep beslist, verbeurt hij aan de indiener een dwangsom voor ten hoogste 42 dagen. De maximale dwangsom bedraagt € 1.442,-. De officier van justitie is pas een dwangsom verschuldigd nadat eerst een schriftelijke ingebrekestelling is verstuurd en er twee weken zijn verstreken. Dit volgt uit artikel 4:17, eerste tot en met derde lid, van de Awb.
  23. De officier van justitie moet een dwangsom vanwege niet tijdig beslissen zelf vaststellen in een beschikking, binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was. Dat volgt uit artikel 4:18 van de Awb. De wetgever geeft de rechter geen mogelijkheden voor niet tijdig beslissen in Wahv-zaken
  24. In Wahv-zaken zijn van de Awb de algemene bepalingen over besluiten (hoofdstuk 3), de bijzondere bepalingen over besluiten (hoofdstuk 4), de algemene bepalingen over bezwaar en beroep (hoofdstuk 6) en de bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep (hoofdstuk 7) – met een enkele uitzondering – onverkort van toepassing. De Wahv kent verder eigen procesregels voor de beroepsprocedure bij de kantonrechter, die staan in hoofdstuk V van de Wahv. De algemene procesregels van een procedure bij de bestuursrechter uit hoofdstuk 8 van de Awb zijn integraal en expliciet uitgezonderd. Dat volgt uit artikel 9, eerste lid, laatste volzin, van de Wahv. De uitspraakmogelijkheden die de kantonrechter heeft, zijn het ontvankelijk of niet-ontvankelijk verklaren en het (gedeeltelijk) gegrond of ongegrond verklaren van het beroep. Bij het (gedeeltelijk) gegrond verklaren, vernietigt of wijzigt de kantonrechter dan de bestreden beslissing. Dit volgt uit artikel 13, eerste lid, van de Wahv.
  25. De Wahv zelf geeft niet de uitspraakmogelijkheden die de algemene bestuursrechter in hoofdstuk 8 van de Awb wel heeft. Voor reguliere Awb-beroepen is dat in aanvulling op de hiervoor genoemde afdoeningsopties bijvoorbeeld de mogelijkheid om bij een gegrond beroep een opdracht te geven aan het bestuursorgaan en daarbij te bepalen dat het bestuursorgaan een (rechterlijke) dwangsom verbeurt als daaraan niet wordt voldaan. Dat volgt uit artikel 8:72, vierde en zesde lid, van de Awb. Voor beroepen tegen niet tijdig beslissen biedt artikel 8:55d van de Awb de algemene bestuursrechter bovendien de specifieke mogelijkheid om het bestuursorgaan een opdracht te geven om alsnog een besluit bekend te maken, om daaraan een (rechterlijke) dwangsom te verbinden of om in bijzondere gevallen een andere voorziening te treffen. Al deze instrumenten staan in hoofdstuk 8 van de Awb maar zijn dus uitgezonderd in Wahv-zaken, op grond van artikel 9, eerste lid, laatste volzin van die wet.
  26. Artikel 8:55d is met afdeling 8.2.4a aan de Awb toegevoegd met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, die op 1 oktober 2009 in werking is getreden. De specifieke procedure uit de Wahv voor beroep bij de kantonrechter bestond toen al, terwijl de wetgever met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen aan de Wahv niets heeft gewijzigd. De integrale uitzondering in de Wahv van hoofdstuk 8 van de Awb is toen dus blijven bestaan. Uit de parlementaire geschiedenis is niet af te leiden wat de wetgever voor ogen heeft gehad bij de verhouding tussen de gewijzigde procedure bij niet tijdig beslissen en de ongewijzigde procedure in Wahv-zaken. Er zijn meerdere scenario’s denkbaar. Aan de ene kant zijn er argumenten die pleiten vóór het kunnen toepassen van de instrumenten uit artikel 8:55d van de Awb. Een procedure vanwege niet tijdig beslissen heeft immers weinig zin zonder de mogelijkheid om een opdracht te geven om alsnog een besluit te nemen en daaraan als prikkel een rechterlijke dwangsom te verbinden. Er zijn echter ook tegenargumenten: namelijk het geringe (geldelijke) belang in dit soort zaken en de enorme hoeveelheid van die zaken waarop de officier van justitie moet beslissen. Ten slotte is het bij het ontbreken van een toelichting de vraag of de wetgever deze argumenten voor en tegen überhaupt heeft afgewogen. De rechtbank mag ook geen bestuurlijke dwangsommen vaststellen
  27. Eisers willen (ook) dat de rechtbank vaststelt dat de officier van justitie een dwangsom heeft verbeurd vanwege het niet tijdig beslissen. Dat is de (bestuurlijke) dwangsom die in overweging 22 is beschreven. De Wahv geeft de rechtbank echter geen mogelijkheden om een dergelijke dwangsom vast te stellen. Die mogelijkheid is er voor de algemene bestuursrechter wel op grond van artikel 8:55c van de Awb: op verzoek stelt de rechter de bestuurlijke dwangsom dan vast. Dat is een bijkomende beslissing bij de hoofdbeslissing op grond van artikel 8:55d.
  28. De rechtbank wijst er voor de volledigheid op dat de eisers hiermee geen rechtsbescherming wordt ontnomen. De officier van justitie moet zelf een dwangsombeschikking nemen en doet dat in de praktijk in de beslissing op het administratief beroep. In het beroep tegen dat besluit kan bij de rechter niet alleen geklaagd worden over de verkeersboete, maar ook over (het ontbreken van) de vaststelling van de bestuurlijke dwangsom. Toepassen van buitenwettelijke instrumenten is te verstrekkend
  29. Zonder door de wetgever aan de rechter gegeven mogelijkheden, ziet de rechtbank geen ruimte om artikel 8:55d of artikel 8:55c van de Awb naar analogie toe te passen in Wahv-zaken. Daarvoor zijn de met deze bepalingen gegeven deze instrumenten naar hun aard te verstrekkend. De rechtbank oordeelt dan ook dat zij bij een beroep tegen niet tijdig beslissen in een Wahv-zaak gebonden is aan de (uitspraak)mogelijkheden die hoofdstuk V van die wet haar geeft.
  30. De rechtbank benadrukt dat dit géén oproep aan de wetgever is om alsnog te regelen dat de rechter in Wahv-zaken (meer) mogelijkheden krijgt bij niet tijdig beslissen, bijvoorbeeld door afdeling 8.2.4a van de Awb in die zaken van toepassing te verklaren. Het is aan de wetgever om hierover desgewenst een nadere afweging te maken, maar het is goed om in dat kader mee te geven dat de rechtbank een enorme hoeveelheid inhoudelijke Wahv-beroepen heeft, waarin al wel een beslissing door de officier van justitie is genomen. Mensen die het met zo’n beslissing over hun verkeersboete niet eens zijn, moeten nu al lang op een behandeling van hun zaak door de rechter wachten. Bij de rechtbank Midden-Nederland gaat het om duizenden zaken en er komen per jaar meer Wahv-beroepen binnen dan de rechtbank jaarlijks kan behandelen. Het is daarom de vraag of het openstellen van de rechterlijke instrumenten voor niet tijdig beslissen in Wahv-zaken daadwerkelijk tot een versnelling zou leiden. Dit vergt een afweging over de prioritering van de inzet van schaarse rechterlijke capaciteit. Rechtbank volgt gerechtshof niet
  31. De rechtbank is bekend met het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 april 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:3508), over een procedure bij niet tijdig beslissen in een Wahv-zaak. Daarin heeft het gerechtshof een opdracht gegeven de beslissing op het administratief beroep bekend te maken en is de bestuurlijke dwangsom door de rechter vastgesteld. In dit arrest is echter niet gemotiveerd ingegaan op de grondslag van de bevoegdheid van de rechter voor deze wijze van afdoening. In het licht van het voorgaande ziet de rechtbank hiervoor geen ruimte. Beslissing van de rechtbank in de 433 zaken
  32. Als iemand terecht beroep instelt tegen niet tijdig beslissen, is de enige mogelijke uitkomst – gelet op het hiervoor gegeven oordeel – dat de rechtbank dat beroep gegrond verklaart en dat zij het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigt. Die uitkomst is in feite niet meer dan een vaststelling van het feit dat er te laat is beslist, maar dat brengt iemand niet in een andere rechtspositie ten opzichte van de officier van justitie. Zonder opdracht van de rechtbank aan de officier van justitie – en die opdracht mag de rechtbank dus niet geven doordat hoofdstuk 8 van de Awb is uitgesloten – werkt een dergelijke uitspraak in juridische zin niet versnellend voor de afdoening van de administratieve beroepen. Een uitspraak op een beroep tegen niet tijdig beslissen in een Wahv-zaak is dan niet meer dan een symbolische verklaring voor recht. Iemand kan echter alleen bij de bestuursrechter terecht als diegene een resultaat met feitelijke betekenis kan bereiken. Dat wordt aangeduid als het procesbelang.
  33. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat eisers geen reëel belang hebben bij de uitkomst van deze procedures. Het procesbelang bij hun beroepen ontbreekt. De rechtbank zal de beroepen daarom niet-ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat niet inhoudelijk wordt beoordeeld of de officier van justitie te laat is met zijn beslissing.
  34. De officier van justitie hoeft geen proceskosten te vergoeden. Procesbeslissing voor de zaken waarin de officier van justitie inmiddels heeft beslist
  35. Als er inmiddels alsnog inhoudelijke beslissingen op administratieve beroepen zijn genomen waar een van de eisers het niet mee eens is, dan moet hij of zij daartegen separaat beroep instellen bij het parket van de officier van justitie. Die zal dat beroep dan naar de rechtbank sturen, waarna de zaak op een reguliere Wahv-zitting wordt gepland. De rechtbank legt de verantwoordelijkheid voor het instellen van beroep tegen een inhoudelijke beslissing dus bij (de gemachtigde van) de eisers.
  36. De rechtbank is zich ervan bewust dat dit afwijkt van wat de wet voorschrijft. Als er al een procedure vanwege niet tijdig beslissen loopt, heeft dat beroep van rechtswege namelijk ook betrekking op een alsnog genomen inhoudelijk besluit. Dat volgt uit artikel 6:20, derde lid, van de Awb. Vanwege de hoeveelheid zaken die de gemachtigde van eisers heeft aangebracht en de wijze waarop hij dat heeft gedaan (zie hierna), is op dit moment niet duidelijk in welke zaken de gemachtigde verder wil procederen over de verkeersboete. De rechtbank vindt het niet wenselijk om deze uitspraak over niet tijdig beslissen daarop te laten wachten. Nadere overwegingen over de gemachtigde
  37. Vanwege de rechtsontwikkeling vond de rechtbank het belangrijk om de rechtsvraag over niet tijdig beslissen in Wahv-zaken te beantwoorden. Om die reden heeft de rechtbank geen nader onderzoek gedaan naar de manier waarop de gemachtigde procedeert of naar zijn bevoegdheid tot procederen. Met het oog op de procesvoering van (het kantoor van) de gemachtigde van eisers wil de rechtbank in dat kader wel het volgende meegeven. De wijze waarop de gemachtigde van eisers procedeert
  38. De rechtbank heeft moeite met de wijze waarop de gemachtigde deze procedures voert. Van een professioneel gemachtigde mag verwacht worden dat deze een deugdelijke beoordeling van zijn zaken maakt. Het heeft er echter alle schijn van dat de gemachtigde zonder vooraf enige selectie te maken een groot aantal procedures is gestart, simpelweg door ze over de schutting van de rechtbank te gooien. Dat blijkt ook uit de omstandigheid dat een groot deel van de zaken net zo gemakkelijk weer werd ingetrokken, toen bleek dat in die zaken wel degelijk al een beslissing op het administratief beroep is genomen. Er zijn ruim 500 zaken aangebracht waarvan nu vastgesteld kan worden dat veelal vóór het instellen van beroep bij de rechtbank al een beslissing genomen was of inmiddels een beslissing genomen is. Dat de gemachtigde in al die zaken niet op de hoogte zou zijn van die beslissingen vanwege problemen met de verzending vindt de rechtbank niet erg aannemelijk. Door deze manier van procederen, wordt de administratie van de rechtbank én die van het parket van de officier van justitie met veel onnodig werk opgezadeld, want iedere zaak moet met gegevens worden geregistreerd, aan iedere individuele zaak moet een zaaknummer worden toegekend en er moet een procesdossier worden aangemaakt. Het is niet zo dat de rechtbank ingeschakeld kan worden voor werk dat door de gemachtigde zelf gedaan moet worden.
  39. Het voorgaande zou zonder meer aanleiding zijn om te oordelen over de vraag of de gemachtigde op deze manier de behoorlijke rechtsbedeling in gevaar brengt, wat in de rechtspraak een ernstig bezwaar oplevert op grond waarvan de bestuursrechter de bijstand door diegene kan weigeren. Het gedrag van de gemachtigde geeft ook reden om te onderzoeken of het rechtsmiddel van beroep bij niet tijdig beslissen evident is gebruikt zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven. Dat wordt in de rechtspraak van de bestuursrechter aangemerkt als zwaarwichtige grond om misbruik van procesrecht aan te nemen. De machtiging van My Legal Consultancy
  40. De Wahv voorziet niet in een regeling voor het instellen van beroep door een gemachtigde. In de rechtspraak wordt artikel 8:24, tweede lid, van de Awb daartoe naar analogie toegepast. Daaruit volgt dat de rechtbank van een gemachtigde een toereikende schriftelijke machtiging mag verlangen en dat de gemachtigde de kans moet krijgen om het ontbreken daarvan te herstellen.
  41. De beroepen zijn ingesteld door de gemachtigde, die werkt voor My Legal Consultancy B.V. De rechtbank beschikt niet over de procesdossiers van de administratieve beroepen, maar op de zitting heeft de gemachtigde van de officier van justitie een voorbeeld verstrekt van de machtiging die de eisers in deze zaken hebben ondertekend.
  42. De verstrekte machtiging is door een eiser verleend aan het bedrijf Bonnetje B.V. en heeft betrekking op “het voeren van verweer” tegen de verkeersboete met het in de machtiging aangeduide nummer. Bonnetje B.V. machtigt op haar beurt vervolgens My Legal Consultancy B.V. om “rechtshandelingen te verrichten inzake alle procedures betreft juridische zaken”, waarmee alle rechtshandelingen worden bedoeld die “gevolmachtigde noodzakelijk lijken om een positief resultaat te bereiken”.
  43. De rechtbank vindt dat deze wijze van doormachtigen vragen oproept en zonder verdere uitleg ontoereikend is voor deze procedures over niet tijdig beslissen. De eisers hebben Bonnetje gemachtigd om verweer te voeren tegen hun verkeersboetes. Een procedure vanwege niet tijdig beslissen is iets anders dan het voeren van verweer tegen de verkeersboete. De doormachtiging van Bonnetje aan My Legal Consultancy is dan ook veel ruimer dan de machtiging die eisers aan Bonnetje hebben gegeven. Op de zitting heeft de kantoorgenoot van eisers gemachtigde toegelicht dat de eisers niet actief benaderd zijn om hen te informeren over deze procedures vanwege niet tijdig beslissen. De rechtbank vraagt zich dan ook af het wel de bedoeling was van de eisers om deze procedures te voeren. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzitter, en mr. J.O Zuurmond en mr. G. Schnitzler, leden, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 mei
  44. griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht, locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Bijlage: overzicht zaaknummers Zaken waarbij de gedraging waarvoor de verkeersboete is opgelegd in het arrondissement Midden-Nederland heeft plaatsgevonden Zaaknummer CJIB-nummer 11086227 256983433 11086969 257344922 11086971 257388241 Overige zaken Zaaknummer CJIB-nummer Zaaknummer CJIB-nummer 11086153 256895691 11085882 256978647 11086163 256838903 11086003 256861384 11086166 256908140 11086019 256875368 11086170 256902747 11086024 256504875 11086172 256897223 11086029 256973864 11086176 256871405 11086043 256518071 11086183 256861859 11086047 257204964 11086187 256917536 11086053 256418923 11086191 256905744 11086106 256406337 11086194 257043687 11086111 256919679 11086196 260582569 11086128 256916419 11086197 256991821 11086134 256864261 11086202 257074743 11086136 256910311 11086207 256828505 11086140 256516787 11081078 256048542 11086145 256838964 11081103 257176962 11079202 257143294 11081113 257244542 11079209 257101972 11081148 257178042 11079246 257141985 11081222 257143634 11079254 257138067 11081480 257205405 11079262 257147251 11081503 254349868 11079272 257875496 11081541 257202399 11079284 257145210 11085704 256514491 11079321 257146409 11085713 257205297 11079357 257314654 11085722 256794066 11079381 257075028 11085729 257237820 11079885 257487341 11085732 257247759 11079938 257143104 11085741 257250613 11079965 257205263 Zaaknummer CJIB-nummer Zaaknummer CJIB-nummer 11082865 256837571 11083787 257487089 11082888 256879502 11083792 257141941 11082942 256838912 11083799 257205402 11082949 256875870 11083808 257074903 11082957 256793991 11083817 257039527 11082968 259876301 11083851 257091553 11079104 257247826 11083868 257090007 11079120 257133771 11083875 256978535 11079154 257486674 11083883 257102025 11079167 257134357 11083888 256982944 11083518 256793131 11083899 256980211 11083532 256864885 11083906 256979195 11083536 256863835 11083918 257254227 11083544 256869177 11084057 257009656 11083549 256836870 11084063 256980929 11083556 257102155 11084125 256917097 11083563 256982831 11084136 256934189 11083571 257059457 11084144 256934749 11083575 257021071 11084150 256918843 11083583 257040266 11084158 256974023 11083590 257106697 11084166 256914616 11083598 256977989 11084172 256914203 11083603 256982806 11084179 256973435 11083608 256980998 11084186 256974288 11083615 256978393 11084193 256937395 11083622 256977521 11084199 256940278 11083630 256981504 11084205 256989028 11083635 256983629 11084212 256981577 11083641 256981031 11084215 256944795 11083652 257255273 11084223 256981003 11083659 256918927 11084234 257040144 11083666 257176726 11084237 257040504 11083743 257233255 11084242 257066754 11083749 257247353 11084725 257571516 11083752 257231550 11084731 257316804 11083761 257246518 11084737 257470160 11083764 257254346 11084766 257502869 11083772 257247355 11084770 257738046 11083778 257204374 11084774 257468212 Zaaknummer CJIB-nummer Zaaknummer CJIB-nummer 11084783 257430416 11085484 257474801 11084786 257205411 11085492 257509522 11084792 257430725 11085526 257499900 11084797 257424945 11085531 257444148 11084807 257401804 11085547 257451034 11084831 257651593 11085552 257437661 11084840 257437414 11085557 257509708 11084846 257437709 11085561 257489525 11084855 257471647 11085576 257514666 11084865 257437303 11085597 257514344 11084877 257428908 11085606 257499378 11084885 257465938 11085612 257489889 11084898 257421962 11085617 257963906 11084903 257421846 11085628 257275311 11084910 257425397 11085638 257221771 11084916 257591777 11085647 257296165 11084964 257619080 11085654 257276120 11084988 257502661 11085660 257671641 11085036 257516345 11085665 257317119 11085084 257486719 11085671 257333576 11085091 257511723 11085686 257303576 11085108 257508495 11085696 257302173 11085124 257526844 11085725 257302829 11085140 257557440 11085730 257315095 11085154 257535315 11085814 256302375 11085157 257554519 11085826 256360558 11085165 257526075 11085834 257244522 11085173 257486779 11085842 257246023 11085195 257488088 11085865 257266398 11085380 257463317 11085873 257244798 11085391 257450819 11085878 257246545 11085396 257448615 11085885 257251052 11085410 257444303 11085891 257248471 11085420 257465584 11085896 257247211 11085431 257461737 11085917 258103505 11085443 257449751 11085922 257316285 11085450 257458352 11085930 257275124 11085468 257444094 11085934 257275387 11085479 257443282 11085959 257276646 Zaaknummer CJIB-nummer Zaaknummer CJIB-nummer 11084189 257307422 11084433 257313819 11084197 257303553 11084438 257315199 11084200 257314662 11077735 257825502 11084206 257338216 11077763 257821668 11084213 257317954 11077781 257805372 11084219 257302738 11077796 257799684 11084225 257277028 11077812 258076728 11084230 257308706 11077822 257769596 11084252 257314088 11077830 257766633 11084273 257316771 11077852 257795376 11084299 257444220 11077920 258001923 11084322 257496125 11077933 257794228 11084326 259034386 11077941 257794436 11084338 257327610 11077961 257307266 11084348 257366160 11078053 257776244 11084359 257352620 11078082 257727782 11084363 257310368 11078092 258668585 11084366 257619801 11078107 258372619 11084379 257376956 11078128 257738358 11077325 257846327 11078146 258668111 11077333 257881587 11078155 257648178 11077362 250704163 11078182 258667732 11077379 257843761 11078221 258411063 11077393 257839382 11078234 257701844 11077420 257843834 11078244 257739108 11077430 257843423 11077328 256916430 11077464 257847810 11077384 256915340 11077570 257860687 11077419 256915342 11077580 258516568 11077466 256904244 11077586 257852536 11077483 256982935 11077596 258543488 11077504 256977436 11077604 258076133 11077528 256978670 11077614 258474818 11077543 256982780 11077632 257827537 11077564 256976550 11077685 257828465 11077701 256981670 11077698 257814948 11077715 257039180 11077702 257802588 11077736 256980990 11077708 257797175 11077753 256981110 11084428 257312699 11077789 256976850 Zaaknummer CJIB-nummer Zaaknummer CJIB-nummer 11077820 256981080 11082428 257594468 11077833 257204364 11082437 257571479 11077848 257205878 11082461 257844286 11077960 256977440 11082470 257570292 11077975 257176534 11082475 257570447 11078033 257189569 11082481 257570448 11078064 256979970 11082484 257631513 11078093 256971422 11082503 257592946 11078142 256981608 11082520 257624045 11078159 256977316 11082535 257604661 11078195 256979769 11082548 257601624 11078212 256974791 11082671 257628579 11078237 257215704 11082688 258242918 11078271 257738511 11082693 257604508 11078288 257945892 11082817 257576214 11078299 257737652 11082826 257577359 11078314 257703206 11082843 257599086 11078421 257722717 11082866 257584378 11078445 257702711 11082875 257597952 11078459 257701458 11082884 257578030 11078476 257648507 11082894 257568784 11078491 257648615 11082915 257570397 11078512 257279564 11082922 257589440 11078532 257945135 11082926 257401538 11078594 258380763 11082941 257585980 11078705 257571141 11082946 257598027 11078721 257595497 11082952 257574404 11078749 257572186 11082960 257598113 11081509 257589117 11082969 257572641 11081514 257857921 11082974 257589298 11081524 257592767 11082987 257828200 11078417 257101631 11082997 257842531 11078457 256939438 11083009 257549129 11078492 257074824 11083018 257551433 11078558 257173196 11083024 257531153 11078603 257077948 11083031 257768490 11078655 257101907 11083041 257634443 11078683 257141604 11083203 257659581 11078845 257830318 11083285 256073953 Zaaknummer CJIB-nummer Zaaknummer CJIB-nummer 11083292 257633379 11083972 257417613 11083313 257684228 11083978 257353046 11083329 257646697 11083987 257359026 11083334 257649666 11083994 257361391 11083341 257651250 11084002 257316391 11083345 257651164 11084005 257391959 11083351 257694198 11084016 257413160 11083358 257650436 11084025 257446687 11083396 257649762 11084033 257393863 11083418 257649504 11084061 257393755 11083423 257687981 11084066 257356514 11083430 257683096 11084070 257350790 11083446 258438777 11084078 257350194 11083455 257842013 11084082 257400006 11083462 257609054 11084089 257416479 11083469 257604248 11084100 257417635 11083717 257603642 11084130 257390633 11083756 257604582 11084138 257468114 11083783 257604567 11084148 257464344 11083794 257603430 11084165 257462596 11083801 257604170 11084170 257477211 11083806 257623366 11084178 257506549 11083815 257622899 11084184 257515020 11083843 257630425 11083873 257630821 11083882 256404474 11083898 257336134 11083909 257280612 11083914 257420969 11083922 257309590 11083925 257279093 11083929 257309096 11083935 257318226 11083939 257317210 11083943 257309798 11083948 257319726 11083955 257313612 11083960 257406483 11083968 257394150 Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, p. 119-
  45. Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ
  46. Kamerstukken II 1995/96, 23 689, nr. 6, p.
  47. Zie het arrest van de Hoge Raad van 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:
  48. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:
  49. Zie bijvoorbeeld het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10521.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.