RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/556534 / HA ZA 23-345 Vonnis van 24 januari 2024 in de zaak van 1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , hierna: [eiseres sub 1] ,2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , hierna: [eiseres sub 2] ,3. [eiser sub 3], wonende te [woonplaats 1] , hierna: [eiser sub 3 (voornaam)] ,4. [eiseres sub 4], wonende te [woonplaats 1] , hierna: [eiseres sub 4 (voornaam)] ,5. [eiser sub 5], wonende te [woonplaats 2] , hierna: [eiser sub 5 (voornaam)] ,6. [eiser sub 6], wonende te [woonplaats 2] , hierna: [eiser sub 6 (voornaam)] eisers, hierna samen: [eiser sub 3] c.s., advocaat: mr. F.J. Hordijk te Naaldwijk, tegen 1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,2. [gedaagde sub 2] , notaris te [plaats] , gedaagden, hierna samen te noemen: de Notaris c.s., advocaten: mr. N.M. Petri en L. Lichtenvoort Cats te Amsterdam. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met bijlagen 1 t/m 16, - de conclusie van antwoord met bijlage 1, - de akte overlegging producties van [eiser sub 3] c.s. met bijlagen 17a t/m 17i. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling De kern van de zaak 2.1. De Notaris c.s. heeft de opdracht gekregen om de overdracht van de aandelen in [eiseres sub 1] aan [eiser sub 3 (voornaam)] , [eiser sub 5 (voornaam)] en [eiser sub 6 (voornaam)] te regelen. Deze zaak gaat over de vraag of de Notaris c.s. hierbij is tekortgeschoten in zijn zorgplicht. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend, maar oordeelt dat de Notaris c.s. alleen aansprakelijk is voor de schade van [eiser sub 6 (voornaam)] . Alleen [eiser sub 6 (voornaam)] heeft namelijk schade geleden door het handelen van de Notaris c.s. Hij moet namelijk overdrachtsbelasting betalen als hij het aandelenbelang in [eiseres sub 1] overneemt. Verdere inleiding van de zaak 2.2. [eiser sub 3 (voornaam)] is enig aandeelhouder en bestuurder van [eiseres sub 2] , welke weer enig aandeelhouder en bestuurder is van [eiseres sub 1] . Op 30 januari 2019 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen [eiser sub 3 (voornaam)] en de Notaris c.s. [eiser sub 3 (voornaam)] heeft met de Notaris c.s. zijn plannen besproken over de aankoop van onroerend goed door [eiseres sub 1] en de wens om de aandelen in [eiseres sub 1] aan zijn zonen [eiser sub 5 (voornaam)] en [eiser sub 6 (voornaam)] , en hemzelf over te dragen. Ieder zou 1/3e deel van de aandelen krijgen. Het doel was om de aandelenoverdracht fiscaal zo gunstig mogelijk vorm te geven, zodat er zo min mogelijk overdrachtsbelasting betaald hoefde te worden. 2.3. Als een persoon 1/3e of meer van de aandelen verkrijgt in een vennootschap, waarvan de bezittingen voor het grootste deel uit onroerend goed bestaat, moet die persoon overdrachtsbelasting betalen. Dit kan worden voorkomen als die persoon binnen zes maanden na het verkrijgen van het onroerend goed door de vennootschap, de aandelen verkrijgt. De overdracht van de aandelen in [eiseres sub 1] moest dus vóór of binnen zes maanden na de levering van het onroerend goed plaatsvinden om te voorkomen dat [eiser sub 3 (voornaam)] , [eiser sub 6 (voornaam)] en [eiser sub 5 (voornaam)] overdrachtsbelasting zouden moeten betalen. 2.4. Op 3 mei 2019 stuurt de Notaris c.s. een e-mail aan [eiser sub 3] c.s. dat de overdracht van het aandelenbelang in [eiseres sub 1] aan [eiser sub 6 (voornaam)] een machtiging van de kantonrechter vereist, omdat [eiser sub 6 (voornaam)] nog geen 18 jaar is. Het aandelenbelang in [eiseres sub 1] , wat voor [eiser sub 6 (voornaam)] bestemd is, wordt daarom eerst aan [eiseres sub 4 (voornaam)] (de moeder van [eiser sub 6 (voornaam)] ) overgedragen en als [eiser sub 6 (voornaam)] 18 jaar zou worden, zou [eiseres sub 4 (voornaam)] het aandeel aan [eiser sub 6 (voornaam)] overdragen. Partijen verschillen van mening wie ( [eiser sub 3 (voornaam)] of de Notaris c.s.) deze constructie heeft bedacht. Wel staat vast dat partijen uitvoering hebben gegeven aan deze constructie. 2.5. Op 22 mei 2019 zijn de aandelen in [eiseres sub 1] aan [eiser sub 3 (voornaam)] , [eiseres sub 4 (voornaam)] en [eiser sub 5 (voornaam)] overgedragen (ieder een derde deel). Het onroerend goed is op 1 juni 2019 aan [eiseres sub 1] geleverd. 2.6. Volgens [eiser sub 3] c.s. heeft de Notaris c.s. zijn zorgplicht geschonden door: onjuist te adviseren dat de overdracht van het aandeel in [eiseres sub 1] aan [eiser sub 6 (voornaam)] alleen mogelijk was met een rechterlijke machtiging, niet te adviseren dat [eiser sub 6 (voornaam)] zijn aandeel in [eiseres sub 1] moest verkrijgen binnen zes maanden nadat [eiseres sub 1] het onroerend goed zou verkrijgen, niet te waarschuwen dat [eiser sub 6 (voornaam)] overdrachtsbelasting moet betalen als hij niet binnen zes maanden na de overdracht van het onroerend goed het aandeel in [eiseres sub 1] zou verkrijgen. Met uitzondering van [eiser sub 6 (voornaam)] hebben eisers geen belang bij de vorderingen 2.7. [eiser sub 3] c.s. vordert verklaringen voor recht dat de Notaris c.s. zijn zorgplicht heeft geschonden en aansprakelijk is voor de daardoor geleden schade. Volgens [eiser sub 3] c.s. is deze schade de heffing van de overdrachtsbelasting. Tijdens de mondelinge behandeling is door [eiser sub 3] c.s. bevestigd dat [eiser sub 6 (voornaam)] bij de koop van het voor hem bestemde aandelenbelang degene is die de overdrachtsbelasting moet betalen. Alleen [eiser sub 6 (voornaam)] heeft dus mogelijk door het handelen van de Notaris c.s. schade geleden. De andere eisers hebben niet gesteld dat zij schade hebben geleden of dat ze een ander belang bij de vorderingen hebben. Daarom worden de vorderingen van [eiser sub 3] c.s., met uitzondering van de vorderingen van [eiser sub 6 (voornaam)] , afgewezen. Er is sprake van een overeenkomst tussen de Notaris c.s. en [eiser sub 6 (voornaam)] 2.8. Er dient vanuit te worden gegaan dat er een overeenkomst van opdracht tussen de Notaris c.s. en [eiser sub 6 (voornaam)] bestond. Dit heeft [eiser sub 3] nadrukkelijk gesteld en dit is door de Notaris c.s. ook niet, althans onvoldoende, betwist. [eiser sub 3 (voornaam)] heeft mede ten behoeve van [eiser sub 6 (voornaam)] aan de Notaris c.s. verzocht de aandelenoverdracht van [eiseres sub 1] te regelen. Daarbij heeft [eiser sub 3 (voornaam)] het belang van [eiser sub 6 (voornaam)] vertegenwoordigd. In de e-mailcorrespondentie van [eiser sub 3 (voornaam)] aan de Notaris c.s. daarover, stond [eiser sub 6 (voornaam)] in de cc. Uit de e-mailcorrespondentie over de aandelenoverdracht van de Notaris c.s. aan [eiser sub 3 (voornaam)] blijkt ook dat de Notaris c.s. [eiser sub 6 (voornaam)] als zijn cliënt zag; ook in deze e-mails stond [eiser sub 6 (voornaam)] (telkens) in de cc. De Notaris c.s. is tekortgeschoten in de nakoming van zijn zorgverplichting tegenover [eiser sub 6 (voornaam)] 2.9. De Notaris c.s. heeft zijn zorgplicht geschonden door [eiser sub 6 (voornaam)] ten onrechte te adviseren dat er voor de overdracht van het aandeel aan [eiser sub 6 (voornaam)] een machtiging van de kantonrechter nodig was. Volgens de Notaris c.s. is de overdracht van het aandeel in [eiseres sub 1] aan [eiser sub 6 (voornaam)] een belegging van geld van een minderjarige in de zin van artikel 1:350 BW, hetgeen in principe een machtiging vereist. De rechtbank volgt dit niet. Weliswaar was [eiser sub 6 (voornaam)] in 2019 nog geen 18 jaar, maar een machtiging was voor de koop van zijn aandelenbelang in [eiseres sub 1] niet vereist. De aandelenoverdracht van [eiseres sub 1] is namelijk geen belegging in de zin van artikel 1:350 BW. [eiser sub 6 (voornaam)] zou zijn aandeel in [eiseres sub 1] voor een prijs van € 1 kopen, waarvan het een feit van algemene bekendheid is dat bij een dergelijke (familie)transactie de (symbolische) koopprijs van € 1 niet wordt betaald. Feitelijk zou [eiser sub 6 (voornaam)] dus een schenking ontvangen (de aandelen in [eiseres sub 1] ) in plaats van dat zijn vermogen door zijn ouders zou worden belegd. Bovendien, zelfs als wel een machtiging vereist was geweest, had de Notaris c.s. moeten wijzen op de mogelijkheid om toch zonder machtiging het aandelenbelang in [eiseres sub 1] aan [eiser sub 6 (voornaam)] over te dragen. De aandelenoverdracht zonder machtiging is namelijk rechtsgeldig. [eiseres sub 4 (voornaam)] en [eiser sub 3 (voornaam)] zouden dan aansprakelijk kunnen worden gesteld voor hun bewind, maar de schade zou gelet op de koopprijs van € 1 verwaarloosbaar zijn geweest. 2.10. Daarnaast heeft de Notaris c.s. zijn zorgplicht geschonden door [eiser sub 6 (voornaam)] er niet op te wijzen dat hij binnen zes maanden na de levering van het onroerend goed zijn aandelenbelang in [eiseres sub 1] moest verwerven en te waarschuwen dat als hij dat niet tijdig zou doen overdrachtsbelasting verschuldigd zou zijn. De Notaris c.s. wist dat [eiseres sub 1] onroerend goed zou verwerven, want op 30 januari 2019 hebben [eiser sub 3 (voornaam)] en de Notaris c.s. dit met elkaar besproken. Daarnaast mailt [eiser sub 3 (voornaam)] op 3 mei 2019 dat de levering van het onroerend goed op 1 juni 2019 zal plaatsvinden en ontvangt de Notaris c.s. op 8 mei 2019 de koopovereenkomst van het onroerend goed, met daarin de leveringsdatum. Dat de Notaris c.s. de koopovereenkomst niet heeft gelezen, komt voor zijn risico. 2.11. Ook wist de Notaris c.s. dat [eiser sub 6 (voornaam)] als hij binnen zes maanden na de levering van het onroerend goed niet het aandelenbelang in [eiseres sub 1] zou verwerven, overdrachtsbelasting moest betalen. Zo geeft de Notaris c.s. in zijn e-mail van 30 november 2020 aan: “Er zou nog steeds een aandelenoverdracht moeten plaatsvinden van ‘ [eiseres sub 4 (voornaam)] ’ aan jullie jongste zoon [eiser sub 6 (voornaam)] betreffende [eiseres sub 1] B.V.. De planning – wat mij betreft – was dat dat binnen 6 maanden zou plaatsvinden na de overdracht van het registergoed aan de vennootschap, zodat er geen overdrachtsbelasting verschuldigd zou zijn. Toen was [eiser sub 6 (voornaam)] echter nog steeds geen 18 jaar.” [onderstreping rechtbank]. 2.12. Mede gelet op de deskundigheid van de Notaris c.s. en de ondeskundigheid van [eiser sub 6 (voornaam)] had de Notaris c.s. [eiser sub 6 (voornaam)] erop moeten wijzen dat hij binnen zes maanden na de levering van het onroerend goed, de koopoptie had moeten effectueren én moeten waarschuwen dat als [eiser sub 6 (voornaam)] dit niet tijdig zou doen, hij bij een latere overdracht overdrachtsbelasting zou moeten betalen. Het is daarbij niet relevant wie de constructie heeft bedacht. Ook als [eiser sub 3 (voornaam)] de constructie heeft voorgesteld, had de Notaris c.s. gelet op zijn deskundigheid en de informatie die hij toen over [eiseres sub 1] en [eiser sub 6 (voornaam)] had, moeten waarschuwen. Door dit na te laten is de Notaris c.s. op 3 mei 2019 toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst van opdracht. De Notaris c.s. had zich namelijk op 3 mei 2019 moeten realiseren dat [eiser sub 6 (voornaam)] niet binnen zes maanden na de levering van het onroerend goed aan [eiseres sub 1] 18 jaar zou worden en dus ondanks de constructie om het aandeel eerst aan [eiseres sub 4 (voornaam)] over te dragen, overdrachtsbelasting moest betalen. Uit de e-mail van de Notaris c.s. volgt namelijk dat de Notaris c.s. vanaf die datum, 3 mei 2019 wist dat: [eiseres sub 1] op 1 juni 2019 het onroerend goed zou verkrijgen, [eiser sub 6 (voornaam)] geen 18 jaar was en dit niet binnen zes maanden na levering van het onroerend goed, namelijk pas op [2020] , zou worden, [eiser sub 6 (voornaam)] hierdoor bij aankoop van zijn aandeel in [eiseres sub 1] overdrachtsbelasting moet betalen. Daar komt bij dat de Notaris c.s. in zijn e-mail van 3 mei 2019 het onjuiste advies heeft gegeven dat [eiser sub 6 (voornaam)] een machtiging van de kantonrechter nodig heeft. 2.13. Het standpunt van de Notaris c.s. dat de fiscale advisering geen onderdeel was van de opdracht wordt verworpen. Van een redelijk handelend en bekwame notaris wordt verwacht dat hij over kennis van overdrachtsbelasting beschikt, omdat het innen hiervan tot zijn takenpakket behoort en hij hier dus vaak mee te maken heeft. Daar komt bij dat de Notaris c.s. zich op zijn eigen website presenteert als professionele en ervaren deskundige op het gebied van estateplanning en kan adviseren om het “opgebouwd vermogen juridisch en fiscaal zo voordelig mogelijk over te dragen aan de volgende generatie”. Bovendien is tijdens de mondelinge behandeling ook gebleken dat de Notaris c.s. over deze kennis beschikte, want hij was zich ervan bewust dat de overdracht van het aandelenbelang door [eiser sub 6 (voornaam)] binnen zes maanden na de levering van het onroerend goed moest plaatsvinden om heffing van overdrachtsbelasting te voorkomen. Hieruit volgt ook dat het standpunt van de Notaris c.s. dat hij niet op de hoogte was van de wens van [eiser sub 6 (voornaam)] om zo min mogelijk overdrachtsbelasting te betalen ongeloofwaardig is. Dit is nog los van het feit dat het een algemeen ervaringsfeit is dat mensen zo min mogelijk belasting willen betalen. 2.14. Dat [eiser sub 6 (voornaam)] bij de (constructie van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.