RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16.075714.22 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 27 mei 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1998 te [geboorteplaats 1] ,ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres de [adres 1] , [postcode 1] te [plaats 1] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak (ex artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering) gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 mei
(23)te [geboorteplaats 1] BSN: [BSN nummer] . Het Snapchat account met de naam [gebruikersnaam] ' was in een onderzoek gekoppeld aan het Facebook account met de naam ` [accountnaam 3] '. Door dit Facebook account is er een advertentie geplaatst dat een telefoonnummer noemde dat in gebruik was bij [B] , de moeder van [verdachte] . Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 7 januari 2022, genummerd 20210093, opgemaakt door [verbalisant 1] , inspecteur van politie werkzaam bij de Rijksrecherche (pagina 144 tot en met 152), voor zover- zakelijk weergeven – inhoudende de bevindingen van voornoemd verbalisant: In het kader van het onderzoek Apolda, heeft op 14 december 2021 een doorzoeking plaatsgevonden in een woning aan de [adres 3] , [postcode 2] [plaats 3] . Ik zag dat deze man voldeed aan het signalement van de bewoner van de woning, genaamd [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] -1998 te [geboorteplaats 1] . Ik zag dat in de woonkamer een slaapbank aanwezig was in een L-vorm. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat hij daarop sliep. Gedurende de doorzoeking is [verdachte] verzocht op de bank, op de positie weergegeven met een groene pijl, te blijven zitten. Op het moment dat de bank werd doorzocht, is [verdachte] tijdelijk in de toilet/doucheruimte geplaatst. Ik hoorde dat [verbalisant 2] zei dat zij tussen de beide bankdelen een mobiele telefoon merk iPhone aantrof . Ik hoorde dat [verbalisant 2] en [verbalisant 3] zeiden dat deze goederen vermoedelijk tussen de bankdelen zaten omdat zij deze hadden horen vallen toen zij de bankdelen uit elkaar haalden. Ik heb van de aangetroffen IPhone telefoon (IBN code [IBN code] ) onderstaande foto’s gemaakt. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 12 mei 2024, genummerd 240512.1639.PVB, met bijlagen, opgemaakt door [verbalisant 4] inspecteur bij politie Eenheid Midden-Nederland (pagina 1 tot en met 13), voor zover- zakelijk weergeven – inhoudende de bevindingen van voornoemd verbalisant: Op donderdag 6 januari 2022 werden van de Rijksrecherche 12 forensische kopieën van data van in beslag genomen gegevensdragers ontvangen. Beslagene was verdachte in het onderzoek 03K2, [verdachte] (proces-verbaal 210113.1246.PV). Goednummer: 21-4123-020 Apple iPhone 6s – [verdachte] IBN-code: [IBN code] . Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 61 en 62, zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Uit onderzoek bleek dat het IMEI [IMEI nummer 1] gebruikt werd in combinatie met een Apple iPhone 6s. Uit onderzoek bleek dat er in het toestel met het IMEI # [IMEI nummer 1] meerdere simkaarten had gezeten in de periode van 1 mei 2021 tot en met 30 augustus 2021: CIOT [telefoonnummer 1] KPN. Uit onderzoek blijkt dat IMEI # [IMEI nummer 1] meerdere telecommasten door heel Nederland aanstraalde. Tevens straalde het IMEI [IMEI nummer 1] regelmatig de telecommast in de directe omgeving van het GBA adres van [verdachte] , [adres 2] te [plaats 2] aan. Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 63, zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Uit onderzoek bleek dat het nummer * [telefoonnummer 1] vanaf 01 mei 2021 tot en met 18 mei 2021 actief was en gekoppeld aan IMEI [IMEI nummer 1] . Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 141, zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Omschrijving goed: Goednummer: 21-4123-020 Categorie: Telefoon Merk: Apple Type: iPhone 6s IMEI: [IMEI nummer 2] Ik zag dat de volgende gegevens werden gebruikt voor de berichtendienst Telegram Name " [alias] " Username " [accountnaam 1] " Telefoonnummer " [telefoonnummer 1] ". Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 145 en 146, zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Omschrijving goed Goednummer: 21-4123-020 Categorie: Telefoon Merk: Apple Type: iPhone 6s IMEI: [IMEI nummer 2] lk zag dat het IMEI overeenkwam met het nummer van het toestel waarin in de periode 1 tot en met 18 mei het nummer [telefoonnummer 1] heeft gezeten, ik zag namelijk dat dit IMEI-nummer [IMEI nummer 2] was.(bron: 210901.1146) De eerste 14 cijfers geven aan om welk toestel het gaat, het laatst cijfers is een controlegetal, door telecomproviders wordt dit doorgaans niet goed doorgegeven. Voorts zag ik dat het telegram gebruikeraccount " [accountnaam 1] ", uit onderzoek is bekend dat [verdachte] gebruik maakte van dit account. lk zag namelijk wachtwoorden van dit account in het bestand. [wachtwoorden] . De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. Bewijsoverwegingen Toeschrijven telefoonnummer * [telefoonnummer 1] en Snapchataccount ‘ [gebruikersnaam] ’ Namens de GGD GHOR Nederland is aangifte gedaan omdat een medewerker via Snapchat werd benaderd om persoonsgegevens uit het computersysteem van de GGD GHOR te delen. Het account op Snapchat had de naam ‘ [gebruikersnaam] ’ en stuurde een screenshot mee om aan de medewerker te laten zien dat al eerder een GGD-medewerker op zijn verzoek persoonsgegevens met hem had gedeeld. Uit onderzoek bleek dat de screenshot gemaakt moet zijn door [A] . [A] heeft dit bekend en heeft verklaard dat de persoon die haar had gevraagd om deze gegevens te delen het telefoonnummer [telefoonnummer 1] gebruikte en haar 500,00 euro had geboden voor de gegevens. In haar telefoon stond dat de gebruikersnaam van [telefoonnummer 1] op Telegram ‘ [accountnaam 1] ’ is. Gelet op het voorgaande is de gebruiker van het Snapchataccount ‘ [gebruikersnaam] ’ en de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer 1] zeer vermoedelijk dezelfde persoon. De via [A] gestolen gegevens zijn gebruikt als voorbeeld om meer personen zo ver te krijgen niet-openbare gegevens te delen uit het computersysteem van de GGD. Zowel het Snapchataccount als het telefoonnummer zijn te herleiden tot verdachte. Het snapchataccount [gebruikersnaam] is te koppelen aan een facebookaccount waarop een advertentie geplaatst werd voor een woningruil. Verdachte stond op dat moment op het adres van deze woning in [plaats 2] ingeschreven en er werd voor de advertentie gebruik gemaakt van het telefoonnummer van de moeder van verdachte. Tijdens de doorzoeking bij verdachte is een iPhone 6s gevonden in de bank waar hij kort daarvoor had gezeten. Aan deze iPhone 6s was in de periode dat de uitlokking werd gepleegd het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer 1] gekoppeld. Het Telegramaccount ‘ [accountnaam 1] ’ was ook actief op dit toestel en het toestel straalde in de relevante periode telecommasten aan in de buurt van het woonadres van verdachte. De rechtbank concludeert hieruit dat het verdachte was die in de tenlastegelegde periode gebruik maakte van het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer 1] en van het Snapchataccount ‘ [gebruikersnaam] ’, en dus degene is geweest die [A] heeft benaderd. Het opzettelijk binnendringen van het CoronIT-systeem en het opslaan van gegevens Met de strafbaarstelling in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht is aansluiting gezocht bij de bestaande strafbaarstelling betreffende de huisvredebreuk. Een wachtwoord kan daarbij worden aangemerkt als een sleutel die de gebruiker toegang geeft tot het systeem of tot een deel daarvan. Wanneer de autorisatie die verleend is voor de toegang tot specifieke onderdelen van het geautomatiseerde werk wordt overschreden, kan het wachtwoord (een sleutel), door het onbevoegd gebruik maken daarvan, een valse sleutel worden. Het CoronIT-systeem wordt gekwalificeerd als een geautomatiseerd werk. [A] is opzettelijk en wederrechtelijk een geautomatiseerd werk binnengedrongen met behulp van een valse sleutel en daarbij heeft zij niet openbare gegevens overgenomen om die vervolgens aan verdachte ter beschikking te stellen. Dat betekent dan ook dat verdachte, door [A] een geldbedrag in het vooruitzicht te stellen zodra zij gegevens uit het CoronIT-systeem met hem zou delen, wat zij vervolgens heeft gedaan, zich schuldig heeft gemaakt aan uitlokking van computervredebreuk, zoals omschreven in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht. Ook heeft verdachte zich daarmee schuldig gemaakt aan uitlokking van het opzettelijk en wederrechtelijk voor zichzelf of een ander overnemen van niet-openbare gegevens als bedoeld in artikel 138c Wetboek van Strafrecht. Een dergelijk handelen is gericht tegen de onmiskenbare wil van de beheerder van het systeem en in strijd met het doel daarvan en tast de integriteit van het systeem aan. Omdat de uitlokking enkel ziet op het verkrijgen van telefoonnummers uit patiëntendossiers uit CoronIT impliceert dat, dat verdachte heeft uitgelokt tot het plegen van zowel computervredebreuk als het overnemen van niet openbare gegevens. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van eendaadse samenloop. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Feit 1: [A] op tijdstippen in de periode van 29 april 2021 tot en met 17 mei 2021 te Eibergen, gemeente Berkelland, opzettelijk en wederrechtelijk in een gedeelte van een geautomatiseerd werk, te weten in een computersysteem en servers van de GGD, is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel, te weten door het inloggen met een ander doel dan waarvoor haar dat account en wachtwoord ter beschikking stond en waarvoor haar die toegang was toegestaan en zij vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin zij zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf en een ander heeft overgenomen; welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, in de periode van 29 april tot en met 17 mei 2021 te Bergen op Zoom, meermalen, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode toen en aldaar opzettelijk voornoemde [A] gevraagd of zij aan telefoonnummers kon komen en haar een bedrag van 500 euro heeft geboden voor de gegevens; Feit 2: [A] op tijdstippen in de periode van 29 april 2021 tot en met 17 mei 2021 te Eibergen, gemeente Berkelland, opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens, te weten 67 identificerende persoonsgegevens zoals naam, geboortedatum, burgerservicenummer (BSN), adres en telefoonnummer, die waren opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf en voor een ander heeft overgenomen; welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, in de periode van 29 april 2021 tot en met 17 mei 2021 te Bergen op Zoom, meermalen, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode toen en aldaar opzettelijk voornoemde [A] gevraagd of zij aan telefoonnummers kon komen en haar een bedrag van 500 euro heeft geboden voor de gegevens. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: De eendaadse samenloop van: Feit 1: uitlokking van computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt en worden overgedragen door middel van het geautomatiseerde werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf en een ander overneemt; Feit 2: uitlokking van opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens die zijn opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf of een ander overnemen/doorgeven. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een taakstraf van 240 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis, waarvan een gedeelte van 80 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft het volgende aangevoerd. In het geval de rechtbank komt tot een veroordeling verzoekt de raadsman om te volstaan met een geheel voorwaardelijke taakstraf, subsidiair met een taakstraf met een groot voorwaardelijk gedeelte. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan uitlokking van [A] door haar een geldbedrag te beloven om screenshots te sturen van persoonsgegevens (telefoonnummers) die in het computersysteem van de GGD stonden. [A] heeft ook daadwerkelijk tientallen screenshots met gegevens naar verdachte verstuurd. Verdachte heeft met zijn handelen ernstige inbreuk gemaakt op de privacy van deze personen en daarmee ook het vertrouwen van en in de GGD geschaad, terwijl deze organisatie juist tijdens de coronacrisis een cruciale rol vervulde in de bescherming van de samenleving en het zoveel mogelijk draaiende houden daarvan. Verdachte heeft op sluwe wijze misbruik gemaakt van een bijzondere situatie om er zelf beter van te worden. Persoon van verdachte Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 4 april
- De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf er rekening mee dat verdachte na het plegen van het bewezenverklaarde op 123 mei 2021 is veroordeeld tot een geldboete. De rechtbank heeft de voorschriften toegepast die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk. Straf De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank beschouwt de bewezenverklaarde feiten 1 en 2 als in een eendaadse samenloop begaan en past daarom gelet op het bepaalde in artikel 55 Wetboek van Strafrecht de strafbepaling voor uitlokking van computervredebreuk toe. Met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak wordt het volgende overwogen. Verdachte is op 10 februari 2022 verhoord, op welk moment de redelijke termijn naar het oordeel van de rechtbank in dit geval is aangevangen. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of haar raadsvrouw op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Van dergelijke bijzondere omstandigheden die een langere procesduur rechtvaardigen, is niet gebleken. Daarmee is de redelijke termijn met bijna 4 maanden overschreden. De rechtbank heeft met deze overschrijding rekening in het voordeel van verdachte gehouden bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen taakstraf. De rechtbank wijkt bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie, onder meer omdat zij minder feiten bewezen verklaart dan gevorderd door de officier van justitie. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 120 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden is. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 55, 63, 138ab, 138c van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het onder feit 3 en feit 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Bewezenverklaring - verklaart het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder feit 1 en feit 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren; - beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 60 dagen hechtenis; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag; - bepaalt dat van de taakstraf een gedeelte van 40 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast; - beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen; - als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.J. van Yperen, voorzitter, mr. A. Maas en mr. A.E. van der Wal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Wolters, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 mei
- Mr. van der Wal is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: Feit 1 [A] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 april 2021 tot en met 17 mei 2021 te Eibergen, gemeente Berkelland, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten in een computersysteem en/of server(s) van de GGD, is binnengedragen met behulp van valse signalen of een valse sleutel, en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het inloggen met een ander doel dan waarvoor haar dat account en wachtwoord ter beschikking stond en waarvoor haar die toegang was toegestaan en zij vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin zij zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf en/of een ander heeft overgenomen, afgetapt en/of opgenomen; welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, in op of omstreeks de periode van 29 april tot en met 17 mei 2021 te Bergen op Zoom, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode toen en aldaar opzettelijk voornoemde [A] gevraagd of zij aan telefoonnummers kon komen en/of haar een bedrag van 500 euro heeft geboden voor de gegevens, althans een bedrag in het vooruitzicht gesteld, overhandigd en/of doen laten overhandigen, in elk geval hij, verdachte op enigerlei wijze door (een) belofte(n), het verschaffen van (een) middel(en) en/of gelegenheid en/of (een) inlichting(en) voornoemd feit opzettelijk uitgelokt; ( art 138ab lid 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) Feit 2 [A] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 april 2021 tot en met 17 mei 2021 te Eibergen, gemeente Berkelland, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens, te weten 67 identificerende persoonsgegevens zoals naam, geboortedatum, burgerservicenummer (BSN), adres en/of telefoonnummer, die waren opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf en/of voor een ander heeft overgenomen; welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, in op of omstreeks de periode van 29 april 2021 tot en met 17 mei 2021 te Bergen op Zoom, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode toen en aldaar opzettelijk voornoemde [A] gevraagd of zij aan telefoonnummers kon komen en/of haar een bedrag van 500 euro heeft geboden voor de gegevens, althans een bedrag in het vooruitzicht gesteld, overhandigd en/of doen of laten overhandigen, in elk geval hij, verdachte op enigerlei wijze door (een) belofte(n), het verschaffen van (een) middel(en) en/of gelegenheid en/of (een) inlichting(en) voornoemd feit opzettelijk uitgelokt; ( art 138c Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) Feit 3 hij in of omstreeks 14 december 2021 te Bergen op Zoom, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd: een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, vervaardigt, verkoopt, verwerft, invoert, verspreidt of anderszins ter beschikking stelt of voorhanden heeft, immers heeft hij op deze datum de broncode van het phishingpaneel en/of phishingsite, van PostNL vervaardigd en/of verkocht en/of voorhanden gehad en/of ter beschikking gesteld, met de bedoeling om (een) inlogcode(s) en/of inloggegevens en/of klantgegevens af te vangen die toegang geven tot geautomatiseerde werken, te weten computersyste(e)m(en) en/of server(s) van een of meerdere bedrijven en/of overheidsinstanties; ( art 139d lid 2 ahf/sub a Wetboek van Strafrecht ) Feit 4 [A] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 april 2021 tot en met 17 mei 2021 te Eibergen, gemeente Berkelland, althans in Nederland meermalen stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten: - 67 patiënten van de GGD GHOR Nederland de identificerende persoonsgegevens zoals naam, geboortedatum, burgerservicenummer (BSN), adres en/of telefoonnummer, en/of - 67 afbeeldingen van persoonlijke gegevens van derden, te weten diens naam, geboortedatum, burgerservicenummer (BSN), adres en/of telefoonnummer heeft vervaardigd, ontvangen, zich heeft verschaft, verkocht, overgedragen en/of voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van een enig artikel 231b Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, namelijk het opzettelijk en wederrechtelijk gebruiken of laten gebruiken van de identificerende persoonsgegevens van een ander of anderen, met het oogmerk om de identiteit(en) te misbruiken, terwijl daar enig nadeel uit kan ontstaan; welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, in op of omstreeks de periode van 29 april 2021 tot en met 17 mei 2021 te Bergen op Zoom, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode toen en aldaar opzettelijk voornoemde [A] gevraagd of zij aan telefoonnummers kon komen en/of haar een bedrag van 500 euro heeft geboden voor de gegevens, althans een bedrag in het vooruitzicht gesteld, overhandigd en/of doen of laten overhandigen, in elk geval heeft hij, verdachte op enigerlei wijze door (een) belofte(n), het verschaffen van (een) middel(en) en/of gelegenheid en/of (een) inlichting(en) voornoemd feit opzettelijk uitgelokt; ( art 234 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Tenzij anders vermeld zijn deze processen-verbaal als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 30 mei 2022, genummerd 211201.1112.DOSS, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.