RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummers: 16/146510-23 en 01-207808-21 (gev. ttz) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 7 juni 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [2000] te [geboorteplaats] , wonende aan [adres] te [woonplaats] , thans verblijvende in [verblijfplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 29 september 2023, 20 december 2023, 8 maart 2024 en 24 mei 2024. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A. Dam en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.S. Sewgobind, advocaat te Eindhoven, naar voren hebben gebracht. De rechtbank heeft verder kennisgenomen van wat mr. P. van der Geest, advocaat van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: 16/146510-23 Feit 1: in de periode van 1 januari 2019 tot en met 26 juni 2023 in Bussum , Emmeloord, Bant en/of Eindhoven met één of meerdere jongens die toen nog geen zestien jaar oud waren ontuchtige handelingen heeft gepleegd; Feit 2: in de periode van 1 januari 2019 tot en met 26 juni 2023 in Bussum , Bant en/of Eindhoven een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft gestuurd aan een of meer minderjarige jongens; Feit 3: in de periode van 1 januari 2019 tot en met 26 juni 2023 in Bussum , Bant en/of Eindhoven kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven, verspreid en/of in zijn bezit heeft gehad; 01-207808-21 (hierna te noemen: feit 4 ) in de periode van 21 juli 2020 tot en met 21 januari 2021 in Eindhoven kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft en daar een gewoonte van heeft gemaakt. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. Dat betekent dat er geen formele belemmeringen zijn om de zaak inhoudelijk te behandelen. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, behalve het bestanddeel van feit 1 dat het opdrinken van de plas van [slachtoffer 1] betreft. 4.2 Het standpunt van de verdediging Ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde verzoekt de raadsman de rechtbank om verdachte partieel vrij te spreken voor de bestanddelen die het laten trappen tegen de ballen en/of kont van verdachte betreffen, omdat dit geen ontuchtige handelingen zijn. Voor het overige refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen De feiten zijn door verdachte begaan. Verdachte heeft de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten bekend. De raadsman heeft geen integrale vrijspraak voor de feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen: - de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 mei 2024; - het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 13 juni 2023 door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , houdende het getuigenverhoor van [slachtoffer 1]; - het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] , opgemaakt op 23 juni 2023 door [verbalisant 3] en [verbalisant 4]; - het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 3] , opgemaakt op 22 juni 2023 door [verbalisant 5] en [verbalisant 6]; - het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 4] , opgemaakt op 13 juni 2023 door [verbalisant 7]; - het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 5] , opgemaakt op 14 juli 2023 door [verbalisant 7] - het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 6] , opgemaakt op 12 juli 2023 door [verbalisant 7], - het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 7] , opgemaakt op 23 juni 2023 door [verbalisant 5], - het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , opgemaakt op 7 september 2023 door [verbalisant 8] en [verbalisant 7], - een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 9] , opgemaakt op 11 september 2023 door [verbalisant 4] en [verbalisant 9], - het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 9 november 2023 door [verbalisant 8] , aangaande de telefonische verklaring van getuige [slachtoffer 10] - het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 november 2023 door [verbalisant 5] en [verbalisant 10] met daarin een beschrijving en beoordeling van kinderpornografisch materiaal, - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, opgemaakt op 4 juni 2021 door [verbalisant 11]. De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 Verdachte heeft de onder feit 1 tenlastegelegde feitelijke handelingen bekend. De verdediging stelt zich echter op het standpunt dat één van die feitelijke handelingen, namelijk dat verdachte jongens ertoe heeft aangezet hem in zijn ballen en kont te trappen, niet kan worden gekwalificeerd als ontuchtig in de zin van artikel 247 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), omdat verdachte hier geen seksuele intentie bij had, maar enkel pijn wilde ervaren, bij wijze van straf. Om die reden verzoekt de verdediging om partiële vrijspraak. De rechtbank oordeelt hierover als volgt. Van een ontuchtige handeling is (volgens vaste rechtspraak) sprake indien het een handeling betreft van seksuele aard die in strijd is met de thans geldende sociaal-ethische norm. Indien niet meteen uit de uiterlijke verschijningsvorm van de handeling duidelijk naar voren komt dat deze een seksueel karakter draagt, komt het aan op een beoordeling van alle omstandigheden van het geval. De ontmoetingen die verdachte met zijn slachtoffers probeerde te maken, waren gericht op seksueel contact, zo blijkt uit de berichten die hij vooraf met hen uitwisselde. Verdachte heeft daarbij ook verklaard dat hij seksueel opgewonden wordt van minderjarige jongens. Tijdens de ontmoetingen heeft hij aan de geslachtsdelen van sommige jongens gezeten, zijn eigen penis laten bekrassen en over zich heen laten plassen, ingegeven door seksuele verlangens. Dit zijn reeds naar hun uiterlijke verschijningsvormen ontuchtige handelingen. Dat hij zich daarnaast door de minderjarige jongens ook tegen zijn kont en ballen heeft laten trappen, kan in het licht van die overige handelingen én deze specifieke lichaamsdelen niet anders dan als ontuchtig worden aangemerkt. Dat verdachte deze trappen als fysieke straf wilde ondergaan en niet als vervulling of uitvoering van zijn seksuele verlangens, maakt daarbij geen verschil. De rechtbank is daarmee van oordeel dat alle handelingen van verdachte zonder meer als ontuchtig kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 247 Sr. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Feit 1 op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 26 juni 2023 te Bussum en Emmeloord en Bant en Eindhoven, met - [slachtoffer 1] (geboren op [2010] ) en - [slachtoffer 2] (geboren op [2009] ) en - [slachtoffer 3] (geboren op [2010] ) en - [slachtoffer 4] (geboren op [2008] ) en - [slachtoffer 5] (geboren op [2010] ) en - [slachtoffer 6] (geboren op [2010] ) en - [slachtoffer 7] (geboren op [2010] ) en - [slachtoffer 9] (geboren op [2008] ) en - [slachtoffer 8] (geboren op [2006] ) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten - het aanraken en vasthouden/vastpakken en likken en/of zuigen en in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en - het in zijn, verdachtes, ballen en tegen zijn, verdachtes, kont laten trappen door die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 7] en - het met een mes laten bekrassen van en snijden in zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en - het laten onderplassen van hem, verdachte, door die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 1] en - het laten plassen in een beker door die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 9] en het (vervolgens) opdrinken van de plas van (onder meer) die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 9] , en - het vragen aan die [slachtoffer 9] van een naaktfoto en die [slachtoffer 9] geld aanbieden in ruil voor het toesturen van een naaktfoto en het (vervolgens) ontvangen van een foto van de stijve penis van die [slachtoffer 9] ; Feit 2 op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2019 tot en met 26 juni 2023 te Bussum en/of Bant en/of Eindhoven, althans in Nederland, telkens een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten een of meer afbeeldingen van zijn, verdachtes, penis heeft verstrekt aan minderjarigen van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger waren dan zestien jaar, te weten - [slachtoffer 7] (geboren op [2010] ) en - [slachtoffer 1] (geboren op [2010] ) en - [slachtoffer 2] (geboren op [2009] ) en - [slachtoffer 9] (geboren op [2008] ) en - [slachtoffer 10] (geboren op [2005] ); Feit 3 op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2019 tot en met 26 juni 2023 te Bussum en/of Bant en/of Eindhoven, althans in Nederland, één afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven en verspreid en in bezit gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit, het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert met een voorwerp, te weten een ketting en band en zweep, en in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling; Feit 4 op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 juli 2020 tot en met 21 januari 2021 te Eindhoven, althans in Nederland gegevensdragers, te weten een telefoon (merk Apple) en een computer (merk HP), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de penis en een vinger/hand oraal, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het met de penis oraal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt; bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 41 proces-verbaal ‘Hemphill’ bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 41 proces-verbaal ‘Hemphill’ bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 43 proces-verbaal ‘Hemphill’ bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 41 proces-verbaal ‘Hemphill’ bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 42 proces-verbaal ‘Hemphill’ het met de penis en een vinger/hand betasten of aanraken van de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het met een vingerhand en de mond/tong betasten of aanraken van het geslachtsdeel van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt; bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 42 proces-verbaal ‘Hemphill’ bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 43 proces-verbaal ‘Hemphill’ het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding (waarbij deze persoon zich vervolgens van zijn/haar kleding ontdoet en door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose in beeld gebracht worden, waarbij die afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hadden) of strekten tot seksuele prikkeling; bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 42 proces-verbaal ‘Hemphill’ bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 42 proces-verbaal ‘Hemphill’ het masturberen bij en ejaculeren het gezicht of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en het houden van een penis bij het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij die afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hadden of strekten tot seksuele prikkeling; bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 43 proces-verbaal ‘Hemphill’ bestandsnaam: [bestandsnaam] , p. 43 proces-verbaal ‘Hemphill’ terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit misdrijf aldus een gewoonte heeft gemaakt. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen onder 1 tot en met 4 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Feit 1: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; Feit 2: een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekken aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd; Feit 3: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, verwerven en in bezit hebben; Feit 4: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 24 maanden en 267 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 24 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De officier van justitie heeft voorts gevorderd aan het voorwaardelijk op te leggen deel van de gevangenisstraf, naast de algemene voorwaarden, de bijzondere voorwaarden, zoals genoemd in het reclasseringsadvies van 1 mei 2024, te verbinden. Ook zou daaraan de bijzondere voorwaarde moeten worden verbonden dat verdachte een bedrag van € 500,00 betaalt aan Stichting Offlimits. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr op te leggen voor de duur van vijf jaar, inhoudende dat verdachte op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zal zoeken en/of hebben met de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , die daar uitdrukkelijk om hebben verzocht. Daarnaast vordert de officier van justitie binnen dit kader aan verdachte een locatieverbod op te leggen voor [woonplaats] en [woonplaats] (gemeente Gooise Meren) de woonplaatsen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, verzoekt de officier van justitie de rechtbank op te leggen één maand hechtenis per overtreding met een maximum van zes maanden. De officier van justitie heeft voorts gevorderd het locatie- en contactverbod dadelijk uitvoerbaar te verklaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De hulpverlening is inmiddels op gang gekomen; verdachte verblijft al enige tijd in [verblijfplaats] . Verdachte kan zich goed aanpassen en de hulpverlening heeft een positieve invloed op hem. Het zou zeer nadelig zijn als aan verdachte nu nog een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd en hij weer naar de gevangenis zou moeten. De door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden is wat de verdediging betreft overbodig; verdachte is meer dan voldoende gemotiveerd om een behandeling te ondergaan, zoals ook blijkt uit de rapporten. De verdediging verzoekt daarom de voorwaardelijke gevangenisstraf te matigen. Tot slot kan de verdediging zich niet vinden in oplegging van de door de officier van justitie verzochte bijzondere voorwaarde om € 500,00 te betalen aan de Stichting Offlimits. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd Verdachte heeft gedurende een aantal jaren ontucht gepleegd met meerdere minderjarige jongens in de leeftijd tussen de 12 en 15 jaar. Verdachte handelde steeds op nagenoeg dezelfde wijze: hij zocht via sociale media contact met deze jongens, was open over het feit dat hij zich seksueel voelde aangetrokken tot deze doelgroep, maar toonde zich ook schuldbewust, omdat hij wist dat wat hij voelde strafbaar is. Hij vroeg de jongens om hem te straffen voor deze gevoelens. Hij vroeg hen om hem tegen zijn geslachtdeel te trappen, in zijn geslachtsdeel te snijden, over hem heen te plassen. Hierbij was verdachte steeds in tweestrijd; enerzijds wist hij dat het fout was wat hij deed en wilde hij zich laten bestraffen en vernederen, anderzijds wond dit hem ook op en gaf hij zich – vooral wanneer hij ongeremd werd door het gebruik van alcohol – aan die verleiding over door het plegen van seksuele handelingen met en door de minderjarige jongens. Hoewel verdachte zijn slachtoffers niet dwong tot deze handelingen en hen in zekere zin vrijliet in hun keuze om de handelingen al dan niet uit te voeren, heeft hij hen hiertoe wel steeds overgehaald door hen te betalen voor hun ‘diensten’. Verdachte betaalde forse bedragen, wat voor jongens van deze leeftijd een reden kan zijn om grenzen te laten vervagen en hen kan overhalen tot het verrichten van handelingen die zij niet zouden moeten doen en waarvan zij pas later de gevolgen kunnen overzien. Verdachte heeft van jongens in een kwetsbare levensfase gebruik gemaakt om bevredigd te worden in zijn eigen fantasieën en dat is wat hem wordt aangerekend. Van jongens in deze levensfase kan in het algemeen worden gesteld dat zij zich nog in de ontwikkeling van hun seksualiteit bevinden. Dergelijke delicten maken inbreuk op hun lichamelijke en geestelijke integriteit en kunnen een gezonde seksuele ontwikkeling doorkruisen. Slachtoffers van dit soort delicten kunnen nog lang psychische gevolgen ondervinden van wat hen is overkomen; daarvan blijkt ook uit de namens twee van de slachtoffers afgelegde verklaringen. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft de volgende adviezen van deskundigen gelezen: een Pro Justitia rapport psychiatrisch onderzoek van 29 november 2023, uitgebracht door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus, en E.M. van Lent, arts io (hierna tezamen ook: de psychiater); een Pro Justitia rapport psychologisch onderzoek van 20 november 2023, uitgebracht door drs. Th.J.M. Zuijdwijk, GZ-psycholoog (hierna ook: de psycholoog); een rapport van Reclassering Nederland van 1 mei 2024, uitgebracht door L. van Raalte, reclasseringswerker. Zowel de psychiater als de psycholoog hebben vastgesteld dat bij verdachte sprake is van een parafiele stoornis, een vermijdende persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken, een depressieve stoornis en een stoornis in gebruik van alcohol. De stoornissen hebben de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte beïnvloed ten tijde van de tenlastegelegde feiten. Verdachte is een man met een zeer laag gevoel van eigenwaarde. Hij vluchtte hierdoor in de virtuele wereld. In die wereld was het leggen van contacten makkelijker en deze contacten vervloeiden met zijn seksuele verlangens voor jonge jongens. Verdachte schaamde zich hiervoor en voelde zich schuldig welke gevoelens hij door (overmatige) alcoholgebruik probeerde weg te nemen. Zijn broze identiteit, behoefte aan het maken van vrienden en seksuele fantasieën maakten hem kwetsbaar online. Zijn toenemende hulpeloosheid en suïcidaliteit in combinatie met zijn persoonlijkheidsproblematiek die zich uit in impulsiviteit en grenzeloosheid, hebben er uiteindelijk toe geleid dat verdachte zich overgaf aan zijn parafiele stoornis. Verdachte is zich er bewust van geweest dat wat hij deed volgens de wet niet mocht maar hij was onvoldoende in staat om de drijvende krachten (parafiele behoeften, contactbehoefte, strafbehoefte) te beteugelen. Zowel de psychiater als de psycholoog adviseren de tenlastegelegde feiten verdachte verminderd toe te rekenen. Om het recidiverisico te verlagen, is het advies van de deskundigen om zo spoedig mogelijk te starten met behandeling en begeleiding. Zij adviseren een voorwaardelijk kader met als een van de voorwaarden dat eerst behandeling plaatsvindt in een kliniek die gespecialiseerd is in zeden-, persoonlijkheids- en verslavingsproblemen. Daarna kan de behandeling ambulant worden vorm gegeven. De reclassering onderschrijft de adviezen van de psychiater en psycholoog en benoemt dat verdachte ten tijde van de schorsing van de voorlopige hechtenis is gestart met de klinische behandeling bij [verblijfplaats] , welke behandeling positief verloopt. Tijdens de behandeling ter terechtzitting heeft verdachte blijk gegeven van zelfinzicht en inzicht in zijn grensoverschrijdend gedrag en spijt betuigd aan de slachtoffers. Hij heeft zich gemotiveerd getoond om zich te laten behandelen. Dit beeld sluit aan bij de bevindingen van de deskundigen. De rechtbank kan de conclusies van de deskundigen onderschrijven en neemt de inhoud van de rapporten mee in haar overwegingen. Tot slot heeft de rechtbank bij haar beslissing rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie (strafblad) van verdachte van 13 maart 2024, waaruit blijkt verdachte niet eerder is veroordeeld. De oplegging van straf en maatregel De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard, ernst en omvang van de bewezenverklaarde feiten, een gevangenisstraf passend en geboden is. Verdachte heeft reeds 269 dagen in voorlopige hechtenis vastgezeten. Vanaf zijn schorsing is verdachte opgenomen in een forensische kliniek die hij niet zo maar kan verlaten. De rechtbank acht het niet in het belang van verdachte en de samenleving dat de reeds gestarte behandeling bij [verblijfplaats] wordt doorkruist door detentie in de gevangenis. Daarbij speelt een belangrijke rol dat verdachte gemotiveerd is om met zijn problemen aan de slag te gaan. De rechtbank acht het wel van belang dat aan verdachte een lange voorwaardelijke straf wordt opgelegd met een extra lange proeftijd van drie jaar om hem zich aan de voorwaarden te laten houden en hem er van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarbij zal verdachte zich moeten houden aan verschillende bijzondere voorwaarden, zoals hierna in het dictum opgenomen, waaronder een klinische opname voor de duur van maximaal drie jaren, met aansluitend een vorm van begeleid wonen, een behandelverplichting en een alcoholverbod. Ook dient verdachte als bijzondere voorwaarde een bedrag van € 500,00 te betalen aan Stichting Offlimits. Deze stichting stelt zich ten doel om online grensoverschrijdend gedrag te bestrijden en te voorkomen. Daarmee is de stichting een organisatie die zich ten doel stelt de belangen van slachtoffers van strafbare feiten te behartigen als bedoeld in artikel 14c lid 2 sub 4 Sr. Aangezien verdachte deel heeft uitgemaakt van een systeem dat kinderporno mogelijk maakt en zich bovendien schuldig heeft gemaakt aan online grensoverschrijdend gedrag, acht de rechtbank dit een passende voorwaarde. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 22 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van drie jaren passend en geboden is. De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal op deze gevangenisstraf in mindering worden gebracht. Dadelijke uitvoerbaarheid voorwaarden en toezicht Nu er zonder behandeling van verdachte ernstig rekening mee moet worden gehouden dat hij opnieuw een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam voor een of meer personen, zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren. Vrijheidsbeperkende maatregel De rechtbank acht het voorts van belang dat verdachte langdurig geen contact mag hebben met de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zodat een contact verbod voor de duur van vijf jaar zal worden opgelegd. Het locatieverbod, dat de rechtbank eveneens zal opleggen, betreft [woonplaats] en [woonplaats] , gelegen in de gemeente Gooise Meren. Dadelijke uitvoerbaarheid Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen, beveelt de rechter, gelet op artikel 38v lid 4 Sr, dat de vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Opheffing geschorst bevel voorlopige hechtenis Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf die de rechtbank aan verdachte zal opleggen, is gelijk aan de tijd die door verdachte al in voorlopige hechtenis is doorgebracht. Daarom zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen. 9BESLAG Onder verdachte zijn meerdere gegevensdragers en communicatieapparatuur in beslag genomen. De verdediging heeft verzocht om teruggave van de laptop en computer. De officier van justitie heeft de vernietiging/teruggave van deze voorwerpen gevorderd. Onttrekking De rechtbank zal beslissen dat op grond van artikel 36c Wetboek van Strafrecht de computer, merk HP Envy Phoenix h9 PC series
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.