RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/094993-19 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 12 juni 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1969] te [geboorteplaats] , wonende aan [adres] te [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 mei
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.P. Jansen en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. S. Kriekaard, advocaat te Arnhem, alsmede hetgeen mr. Adank namens de benadeelde partij [benadeelde] naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: primair:op 13 februari 2018 te Hilversum in vereniging heeft geprobeerd om [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door - hem met een hamer/knuppel tegen zijn hoofd te slaan; - hem te trappen; - hem met een hamer/knuppel te slaan ; subsidiair is dit feit ten laste gelegde als openlijk geweld en meer subsidiair als mishandeling. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAAK 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging zware mishandeling, nu het dossier onvoldoende informatie bevat om te kunnen bewijzen dat sprake was van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel. De officier van justitie acht de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldspleging wettig en overtuigend te bewijzen, nu wel kan worden bewezen dat verdachte samen met medeverdachte geweld heeft gebruikt en een significante en wezenlijke bijdrage heeft gehad in het geweld. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman bepleit vrijspraak van het ten laste gelegde, nu het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte betrokken is geweest bij een vechtpartij met aangever. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte, al dan niet in vereniging met anderen, de ten laste gelegde geweldshandelingen heeft verricht of daaraan een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Verdachte verklaart dat hij zag dat aangever zijn zoon, medeverdachte [medeverdachte] , met een mes aanviel. Hij wilde aangever en [medeverdachte] uit elkaar houden en heeft aangever toen enkel weggeduwd bij [medeverdachte] . Verdachte verklaart dat hij zich verder niet met de vechtpartij heeft bemoeid. Aangever verklaart in zijn aangifte dat verdachte hem meerdere keren met een hamer op zijn hoofd heeft geslagen en dat hij vervolgens door meerdere personen tegen zijn lichaam werd getrapt en werd geslagen met de hamer en met een knuppel. De rechtbank ziet in het dossier geen steun voor de verklaring van aangever over de rol van verdachte. Bij het onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut aan de ter plaatse aangetroffen hamer, wordt bij geen van de op de hamer aangetroffen DNA- en bloedsporen een match gevonden met het DNA van verdachte. Ook ziet de rechtbank geen aanvullend bewijs dat verdachte, naast het door hem zelf verklaarde duwen van aangever, enige andere geweldshandeling jegens aangever heeft verricht. Het enkel duwen van aangever is naar oordeel van de rechtbank niet voldoende om tot een bewezenverklaring van het medeplegen van (poging zware) mishandeling te komen. Ook is dit volgens de rechtbank niet voldoende om te spreken van een significante bijdrage aan het geweld dat op aangever is uitgeoefend. Daarbij komt dat het duwen van aangever ook niet als geweldshandeling ten laste is gelegd. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde. 5BENADEELDE PARTIJ [benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 7.660,-. Dit bedrag bestaat uit € 2.660,- euro materiële schade en € 5.000,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering omdat verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. 6BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Benadeelde partij - verklaart [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering; - veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Killian, voorzitter, mr. A.M.M. Lemmen en mr. drs. S.R. van Breukelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.I. van Balkom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juni
- Mr. drs. Van Breukelen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 13 februari 2018 te Hilversum, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, - met een hamer en/of een knuppel, in elk geval een hard voorwerp, tegen de nek en/of het hoofd, althans het lichaam, van die [benadeelde] heeft hebben geslagen/gestompt en/of -(vervolgens) (terwijl die [benadeelde] op de grond lag) die [benadeelde] heeft/hebben getrapt/gestompt en/of geslagen/gestompt en/of - ( terwijl die [benadeelde] op de grond lag) met een hamer en/of een knuppel, in elk geval een hard voorwerp, tegen het lichaam van die [benadeelde] heeft/hebben geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 13 februari 2018 te Hilversum, in elk geval in Nederland, openlijk, tew weten op/aan de [straat] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging, althans alleen, geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [benadeelde] , door - met een hamer en/of een knuppel, in elk geval een hard voorwerp, tegen de nek en/of het hoofd, althans het lichaam, van die [benadeelde] te slaan/stompen en/of -(vervolgens) (terwijl die [benadeelde] op de grond lag) die [benadeelde] te trappen/schoppen en/of te slaan/stompen en/of - ( terwijl die [benadeelde] op de grond lag) met een hamer en/of een knuppel, in elk geval een hard voorwerp, tegen het lichaam van die [benadeelde] te slaan/stompen; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 13 februari 2018 te Hilversum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde] heeft mishandeld door - met een hamer en/of een knuppel, in elk geval een hard voorwerp, tegen de nek en/of het hoofd, althans het lichaam, van die [benadeelde] te slaan/stompen en/of -(vervolgens) (terwijl die [benadeelde] op de grond lag) die [benadeelde] te trappen/schoppen en/of te slaan/stompen en/of - ( terwijl die [benadeelde] op de grond lag) met een hamer en/of een knuppel, in elk geval een hard voorwerp, tegen het lichaam van die [benadeelde] te slaan/stompen.