RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 05/080988-21 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 27 juni 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1993] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres: de [adres] te [woonplaats] , hierna te noemen: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 juni
(2)jaren vast; - als algemene voorwaarden gelden dat verdachte: zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - als bijzondere voorwaarden gelden dat verdachte: zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd (telefonisch) meldt bij Reclassering IrisZorg op het telefoonnummer 088-6061311 of op het adres Tarweg 20, 6534 AM te Nijmegen. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde dient zich te houden aan de afspraken en aanwijzingen van Reclassering Iriszorg, ook als dat inhoudt dat hij zijn medewerking moet verlenen aan de uitvoering van huisbezoeken, de methodiek ‘Stap voor Stap’, SCIL, gedragsinterventies en/of urinecontroles; zich voor zijn middelenproblematiek laat behandelen bij de ambulante verslavingszorg van Iriszorg of soortgelijke instelling indien de reclassering het nodig acht, gedurende de hele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling; zich zal laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering, in overleg met de behandelaar, nodig vindt, indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, en dit door de rechter is bevolen. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt; op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfsadres, zolang het Openbaar Ministerie dat nodig vindt. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start van het locatiegebod hoeft betrokkene op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van maximaal 17 uur niet op het verblijfsadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft veroordeelde een aaneengesloten blok van maximaal 17 uur per dag vrij te besteden. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering genoemde bloktijden veranderen. Verdachte werkt mee aan elektronische monitoring van dit locatiegebod, voor een maximale periode van 6 maanden of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht. Veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat veroordeelde in Nederland blijft. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering en de opdrachtgever daarvoor toestemming geven. Indien er sprake gaat zijn van een nieuw verblijfsadres, zal er een nieuw deeladvies uitgevoerd moeten worden; - waarbij voornoemde reclasseringsinstelling opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mr. O. Böhmer en mr. M.J. Westerink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 juni
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1hij op of omstreeks 6 december 2020 te Baak, gemeente Bronckhorst,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 3.400 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendemetamfetamine,zijnde metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorendelijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboekvan Strafrecht ) 2hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2020 tot en met 6 december 2020,althans op 6 december 2020 te Baak, gemeente Bronckhorst,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, teweten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een hoeveelheid van een materiaalbevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine een middel vermeld op de bijde Opiumwet behorende lijst I,voor te bereiden en/of te bevorderen,voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelenvoorhanden heeft gehad, te weten:- één of meer jerrycans en/of zakken en/of (andere soorten) verpakkingen metdaarin chemicaliën en/of (andere) stoffen betrekking hebbend op en/of verbandhoudend met de productie van metamfetamine, waaronder wijnsteenzuur en/ofnatriumhydroxide en/of aceton en/of tolueen en/of caustic soda;- laboratoriummaterialen, waaronder een ventilatieopstelling, (kook)pannen,maatbekers, klemdekselvaten, maskers, (rubberen) handschoenen, weegschalen,PH-meter, waterslangen en/of- gelden en/of andere betaalmiddelenwaarvan verdachte en/of verdachte’s mededader(s) wist(en) of ernstige redenenhad(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/diefeit(en);( art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 alineaOpiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 22 april 2021, genummerd 202012070830.REL, opgemaakt door politie Oost-Nederland, doorgenummerd pagina’s 1 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina
- Pagina 54-
- Pagina
- Een geschrift, zijnde een NFI-rapport van 22 januari 2021, pagina 192-
- Een geschrift, zijnde een NFI-rapport van 22 januari 2021, pagina 192-193, pagina
- Pagina
- Pagina
- Een geschrift, zijnde een NFI-rapport van 2 juni 2021 (opgenomen in het dossier onder ‘NFI-deskundigenrapport), pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina 522-
- Pagina
- Pagina 524.