RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Lelystad Vonnis van 1 mei 2024 in de zaak met zaaknummer: 10750694 \ LC EXPL 23-2373 D/51246 van [geopposeerde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde in het verzet, oorspronkelijk eiser, hierna te noemen: [geopposeerde] , gemachtigde: mr. J.C. de Graaff, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht AMAZON EU SARL, gevestigd te Luxemburg, eiseres in het verzet, oorspronkelijk gedaagde, hierna te noemen: Amazon, gemachtigde: mr. C.R. van Bommel en mr. R.R. van Blaricum. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis in het incident van 17 januari 2024; - de conclusie van repliek in oppositie met productie 5. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 26 augustus 2022 heeft [geopposeerde] online bij Amazon een Apple MacBook Pro (hierna: de laptop) besteld voor € 1.476,85 inclusief btw. [geopposeerde] heeft het aankoopbedrag aan Amazon betaald. De laptop is op 29 augustus 2022 bij [geopposeerde] bezorgd. 2.2. Op 30 augustus 2022 heeft [geopposeerde] via DHL een pakket verstuurd. [geopposeerde] heeft daarbij gebruik gemaakt van een voorgefrankeerd retourlabel van DHL dat Amazon beschikbaar heeft gesteld. DHL heeft aan deze zending het zendingsnummer [nummer 1] gekoppeld. 2.3. Per e-mail van 6 oktober 2022 schrijft [geopposeerde] – voor zover van belang – het volgende aan Amazon: “I am sending this email to ask about the status of my return, the order number is [nummer 2] The tracking shows that the package has been delivered at Amazon on the 6th of September ( [nummer 1] ) , it is now the 6th of October and I still have not recieved my money. I want to ask Amazon to start an investigation with the courier and the warehouse to locate my package, i have attached pictures of the tracking below.”. 2.4. Per e-mail van 4 januari 2023 heeft de gemachtigde van [geopposeerde] Amazon gesommeerd om binnen vijftien dagen over te gaan tot terugbetaling van het aankoopbedrag van de laptop van € 1.476,85 inclusief btw. 2.5. Op 4 januari 2023 heeft [geopposeerde] online bij Amazon een PlayStation 5 (hierna: de PlayStation) besteld voor € 632,90 inclusief btw. [geopposeerde] heeft het aankoopbedrag aan Amazon betaald. De PlayStation is bij [geopposeerde] bezorgd. 2.6. Op 4 februari 2023 heeft [geopposeerde] via DHL een pakket verstuurd. [geopposeerde] heeft daarbij gebruik gemaakt van een voorgefrankeerd retourlabel van DHL dat Amazon beschikbaar heeft gesteld. DHL heeft aan deze zending het zendingsnummer [nummer 3] gekoppeld. 2.7. Per e-mail van 11 mei 2023 heeft de gemachtigde van [geopposeerde] Amazon gesommeerd om binnen vijftien dagen over te gaan tot terugbetaling van het aankoopbedrag van de laptop en het aankoopbedrag van de PlayStation van in totaal € 2.109,75 inclusief btw. 2.8. Per e-mail van 1 maart 2024 schrijft een accountmanager van DHL eCommerce Nederland – voor zover van belang – het volgende aan Amazon: “Amazon Customer Service is able to request from DHL to investigate the status of a particular parcel. (…) This system does not account for investigations conducted through extraordinary channels, for instance directly via me or any other department then the DHL Customer Service. Like the investigation into shipments [nummer 3] and [nummer 1] . which was requested by Amazon from DHL as early as 3 February 2023 and saw additional follow-ups throughout 2023. (…) (…) Amazon has in fact pushed for lengthy investigations with DHL to ensure their position regarding the shipments concerned.” 2.9. Amazon heeft het aankoopbedrag van de laptop en van de PlayStation niet aan [geopposeerde] terugbetaald. 3Het geschil 3.1. [geopposeerde] vordert bij de oorspronkelijke dagvaarding – samengevat – veroordeling van Amazon tot betaling van een bedrag van € 2.109,75 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.476,85 vanaf 19 januari 2023 tot de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 632,90 vanaf 26 mei 2023 tot de dag van volledige betaling. Verder vordert [geopposeerde] veroordeling van Amazon tot betaling van € 316,47 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van Amazon in de proceskosten en de wettelijke rente over de proceskosten. 3.2. [geopposeerde] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij de koopovereenkomsten met betrekking tot de laptop en de PlayStation op grond van artikel 6:230o lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) rechtsgeldig heeft ontbonden en dat Amazon verplicht is om het aankoopbedrag van in totaal € 2.109,75 aan hem terug te betalen. Omdat Amazon dat niet (tijdig) heeft gedaan, is zij volgens [geopposeerde] in verzuim geraakt. 3.3. De vorderingen van [geopposeerde] zijn in het verstekvonnis van 23 augustus 2023 met het kenmerk 10624570 LC EXPL 23-1657 (hierna: het verstekvonnis) toegewezen. Amazon heeft tegen het verstekvonnis verzet ingesteld. 3.4. Amazon stelt zich op het standpunt dat de vorderingen van [geopposeerde] moeten worden afgewezen en dat [geopposeerde] in de proceskosten moet worden veroordeeld. Volgens Amazon is zij niet verplicht om het aankoopbedrag van de laptop en de PlayStation aan [geopposeerde] terug te betalen, omdat zij de producten nooit retour heeft ontvangen en [geopposeerde] ook niet heeft aangetoond dat hij de producten daadwerkelijk retour heeft gestuurd. Volgens Amazon ligt het risico voor het feit dat zij de retourzendingen niet heeft ontvangen bij [geopposeerde] . 4De beoordeling Rechtsmacht 4.1. Amazon is gevestigd in Luxemburg, waarmee deze zaak een internationaal karakter heeft. De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of zij bevoegd is van de vorderingen van [geopposeerde] kennis te nemen. In dit geval moet de rechtsmacht beoordeeld worden aan de hand van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (hierna: Brussel I-bis). 4.2. Op grond van de hoofdregel van artikel 4 Brussel I-bis is de rechter van de woon-/vestigingsplaats van gedaagde (in dit geval Luxemburg) bevoegd, tenzij sprake is van een bijzondere bevoegdheidsregel dan wel een forumkeuzebeding. Het gaat in deze zaak om consumentenovereenkomsten in de zin van artikel 17 Brussel I-bis. De overeenkomsten zijn gesloten door “een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd” ( [geopposeerde] ) en vallen onder de categorie uit artikel 17 lid 1 sub c Brussel I-bis: “in alle andere gevallen, de overeenkomst is gesloten met een persoon die commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op die lidstaat, of op meerdere staten met inbegrip van die lidstaat, en de overeenkomst onder die activiteiten valt.” Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende gebleken dat Amazon zich met haar commerciële of beroepsactiviteiten richt op (onder andere) de Nederlandse markt. Het was voor [geopposeerde] immers mogelijk om vanuit Nederland bestellingen te plaatsen en de bestelde producten op zijn adres in Lelystad af te laten leveren. Op grond van artikel 18 Brussel I-bis kan [geopposeerde] zijn vorderingen ter beoordeling voorleggen aan het gerecht van zijn woonplaats. De kantonrechter acht zich dan ook bevoegd om van de vorderingen van [geopposeerde] kennis te nemen. Toepasselijk recht 4.3. Artikel 10:3 BW bepaalt dat op de procesvoering voor de Nederlandse rechter Nederlands recht van toepassing is. De bepaling van het recht dat op de vorderingen van [geopposeerde] toepasselijk is, moet plaatsvinden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I). 4.4. [geopposeerde] stelt in de oorspronkelijke dagvaarding dat in de Gebruiks- en Verkoopvoorwaarden van Amazon het Luxemburgs recht van toepassing is verklaard, waarbij geldt dat consumenten met een vaste woon- of verblijfplaats in de Europese Unie daarnaast bescherming van de dwingende bepalingen in het verblijfland genieten. [geopposeerde] (of Amazon) heeft de betreffende voorwaarden niet ingediend. Verder is ook niet gebleken dat de voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomsten waar het in deze procedure om gaat. De kantonrechter gaat daarom aan de stelling van [geopposeerde] voorbij. 4.5. In artikel 6 Rome I zijn bijzondere regels gegeven voor het toepasselijk recht in geval van een consumentenovereenkomst. Volgens deze bepaling wordt de consumentenovereenkomst “beheerst door het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft, op voorwaarde dat: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.