RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Almere Vonnis van 29 mei 2024 in de zaak met zaaknummer: 10809159 \ MC EXPL 23-6906 D/51246 van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eiser, hierna te noemen: [eiser] , procederend in persoon, tegen [gedaagde] , (mede) handelend onder de naam [handelsnaam] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 30 oktober 2023 met 5 producties; - de conclusie van antwoord met producties; - het aanvullend antwoord met producties; - de conclusie van repliek met producties. 1.
- [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om een conclusie van dupliek in te dienen. Van die gelegenheid heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt. 1.
- Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan. 2De feiten 2.
- [eiser] heeft op 18 maart 2022 via de website van [gedaagde] vijf hoverboards besteld voor een totaalbedrag van € 745,- inclusief btw. 2.
- Per e-mail van 20 maart 2022 schrijft [eiser] aan [gedaagde] – voor zover van belang – het volgende: “helaas moet ik de onderstaande bestelling annuleren.”. 2.
- [gedaagde] heeft op 21 maart 2022 vier hoverboards naar [eiser] verstuurd. 2.
- Per e-mail van 24 maart 2022 schrijft [gedaagde] – voor zover van belang – het volgende aan [eiser] : “Hoverboards nemen we helaas niet retour. We hebben deze speciaal laten drooshippen voor u.”. 2.
- Op 25 maart 2022 heeft [gedaagde] het vijfde hoverboard naar [eiser] verstuurd. [eiser] heeft de hoverboards ontvangen. 2.
- Per brief van 2 mei 2022 heeft de voormalige gemachtigde van [eiser] [gedaagde] gesommeerd om het aankoopbedrag van € 745,- inclusief btw terug te betalen. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan. 2.
- Per e-mail van 1 juni 2022 schrijft [gedaagde] – voor zover van belang – het volgende aan de voormalige gemachtigde van [eiser] : “Waar blijven de hoverboards die retour moeten? Waar blijft track trace code? (…) Wij als webshop crediteren zoals wettelijk geregeld, zodra producten retour gestuurd en ontvangen zijn in nieuwstaat.”. 2.
- [eiser] heeft de hoverboards niet retour gestuurd. 3Het geschil 3.
- [eiser] vordert – samengevat – primair dat [gedaagde] wordt veroordeeld om € 934,42 (bestaande uit € 745,- aan hoofdsom, € 45,88 aan wettelijke (handels)rente tot en met 29 oktober 2023 en € 143,54 aan buitengerechtelijke incassokosten) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 oktober
- Subsidiair vorder [eiser] dat de koopovereenkomst wordt ontbonden en dat [eiser] wordt veroordeeld om € 894,34 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 oktober
- Verder vordert [eiser] zowel primair als subsidiair dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. 3.
- [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij de bestelling heeft geannuleerd. Volgens [eiser] heeft hij de hoverboards nog niet retour gestuurd, omdat [gedaagde] geen (details over het) retouradres heeft verstrekt en omdat hij vermoedt dat [gedaagde] ten onrechte zal beweren dat de hoverboards gebruikt, beschadigd of op andere wijze in waarde verminderd zijn. 3.
- [gedaagde] vindt dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen, omdat [eiser] de hoverboards nooit retour heeft gestuurd. Verder heeft [eiser] volgens [gedaagde] tijdens een telefoongesprek aangegeven dat de hoverboards zijn gebruikt. [gedaagde] wil de hoverboards nu, twee jaar na de bestelling, niet meer retour ontvangen. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter zal de vorderingen van [eiser] afwijzen. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is. 4.
- [eiser] stelt dat hij bij de aankoop van de hoverboards als consument heeft gehandeld. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat sprake is van een consumentenkoop. Omdat het gaat om een koopovereenkomst op afstand, zijn de artikelen 6:230m en verder van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing. 4.
- Partijen zijn het erover eens dat [eiser] de koopovereenkomst in de e-mail van 20 maart 2022 tijdig en rechtsgeldig heeft ontbonden in de zin van artikel 6:230o BW. Op grond van artikel 6:230r lid 1 BW is [gedaagde] als verkoper in beginsel verplicht om onverwijld maar uiterlijk binnen veertien dagen na de dag van ontvangst van de ontbindingsverklaring alle van [eiser] ontvangen betalingen terug te betalen. Uit artikel 6:230r lid 4 BW volgt dat [eiser] pas nakoming van de in lid 1 genoemde verbintenis tot terugbetaling kan vorderen nadat [gedaagde] de hoverboards heeft ontvangen of nadat [eiser] heeft aangetoond dat hij de hoverboards heeft teruggezonden, afhankelijk van welk tijdstip eerst valt. Dat is anders als [gedaagde] heeft aangeboden de hoverboards zelf af te halen, maar van een dergelijk aanbod is in dit geval geen sprake. Vast staat dat [eiser] de hoverboards niet aan [gedaagde] heeft geretourneerd. Dat betekent dat [eiser] in deze procedure geen terugbetaling van het totale aankoopbedrag door [gedaagde] kan afdwingen. Dat [eiser] niet bekend zou zijn met het retouradres of de details hierover, volgt de kantonrechter niet. [gedaagde] heeft onweersproken aangevoerd dat het (retour)adres op zijn website staat vermeld. [eiser] had de hoverboards naar dat adres kunnen versturen. Volgens [eiser] heeft hij de hoverboards nog niet geretourneerd omdat hij vermoedt dat [gedaagde] de staat van de hoverboards ten onrechte in twijfel zal trekken en het aankoopbedrag niet (volledig) zal terugbetalen. Wat daar ook van zij, het vermoeden van [eiser] is geen reden om af te wijken van de volgorde uit artikel 6:230r BW. [eiser] had de hoverboards eerst moeten terugsturen voordat hij een vordering tot terugbetaling van het aankoopbedrag instelde, zeker nadat [gedaagde] in zijn email van 1 juni 2022 om retournering van de hoverboards heeft gevraagd. 4.
- Op grond van het voorgaande zal het primair gevorderde bedrag van € 745,- worden afgewezen. Dat geldt ook voor de primair gevorderde wettelijke (handels)rente en buitengerechtelijke incassokosten, die daarmee samenhangen. 4.
- [eiser] vordert subsidiair ontbinding van de koopovereenkomst en (naar de kantonrechter begrijpt) op grond daarvan terugbetaling van het aankoopbedrag met rente en kosten. Ook deze vorderingen zullen worden afgewezen. [eiser] heeft de koopovereenkomst al rechtsgeldig ontbonden in de e-mail van 20 maart
- De koopovereenkomst kan niet nog een keer worden ontbonden. Proceskosten 4.
- [eiser] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil (nul), omdat hij zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vorderingen van [eiser] af; 5.
- veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.