← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:4108

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/4164 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2024 in de zaak tussen Utrechtse Bomenstichting, gevestigd in Utrecht, eiseres en de burgemeester van de gemeente Utrecht, verweerder. Inleiding

  1. Eiseres heeft de burgemeester gevraagd om handhavend op te treden tegen het illegaal ligplaats innemen van woonarken in de [locatie] in Utrecht. De burgemeester heeft geen besluit willen nemen, omdat zij het verzoek van eiseres niet ziet als een aanvraag daartoe.
  2. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld, omdat de burgemeester niet tijdig op haar verzoek zou hebben gereageerd met een handhavingsbesluit. Beoordeling door de rechtbank
  3. Een aanvraag is een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Een belanghebbende is iemand wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken (artikel 1:2, eerste lid, van de Awb). Bij een rechtspersoon worden als haar belangen ook beschouwd de algemene belangen die zij krachtens haar doelstellingen en blijkens haar feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigt (artikel 1:2, derde lid, van de Awb).
  4. Volgens eiseres zijn haar belangen bij de woonarken in de [locatie] betrokken, omdat zij niet op het riool zijn aangesloten en er vrees is voor schade aan het watermilieu, de vissen, de oeverbeplanting en de beplanting langs de kademuur. De statutaire doelstelling van eiseres is “het bevorderen van de zorg, aandacht en bescherming van groen, bomen, bos, flora en fauna en oeverbeplanting”, waarbij de stichting zich richt op stad en regio Utrecht. De rechtbank oordeelt dat deze algemene belangen niet rechtstreeks zijn betrokken bij de gestelde illegale situatie van de woonarken, ook niet als wordt gekeken naar de zorgen zoals eiseres die beschrijft. Het watermilieu behoort immers niet tot de doelstelling.
  5. Omdat eiseres geen belanghebbende is, is haar handhavingsverzoek geen aanvraag en hoeft de burgemeester daarop geen besluit te nemen. Er is daarom geen sprake van niet tijdig beslissen door de burgemeester. Conclusie en gevolgen
  6. Het beroep is ongegrond. Dit is zo duidelijk, dat daarvoor geen zitting bij de rechtbank nodig is. De burgemeester hoeft geen griffierecht of proceskosten te vergoeden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 juli
  7. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.