RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11174629 \ UV EXPL 24-149 RJ/58605 Kort geding vonnis van 26 juni 2024 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. R.J. Ouderdorp, tegen [gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. E. Brons-Stikkelbroeck. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 25 juni 2024 met producties 1 tot en met 7; - de aanvullende productie 8 aan de zijde van [eiser] ; - de producties 1 tot en met 9 aan de zijde van [gedaagde] ; - de mondelinge behandeling van 26 juni 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 26 juni 2024 (kop/staart) vonnis uitgesproken. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking en is op 10 juli 2024 vastgesteld. 2Waar gaat deze zaak over? 2.1. [eiser] huurde van [gedaagde] een appartement aan de [adres] in [plaats] . Bij vonnis van 8 mei 2024 is de huurovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] ontbonden en heeft de kantonrechter bepaald dat [eiser] de woning binnen veertien dagen moet ontruimen. Vervolgens heeft [gedaagde] het vonnis op 28 mei 2024 aan [eiser] betekend en heeft zij de ontruiming aangezegd tegen donderdag 27 juni 2024. 2.2. [eiser] is het niet eens met het vonnis en stelt dat hij in hoger beroep is gegaan. [eiser] vindt dat onduidelijk is welke herstelwerkzaamheden precies van hem verwacht (mogen) worden en dat hij meer tijd nodig heeft om de herstelwerkzaamheden te kunnen (laten) uitvoeren. [eiser] stelt dat er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die een noodtoestand met zich meebrengen. In deze zaak vordert [eiser] daarom - na eiswijziging - primair schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat in hoger beroep is beslist en subsidiair dat de ontruiming wordt opgeschort, alsmede dat eerst een vooropname door gedaagde dient plaats te vinden waarna op basis van de huurovereenkomstbepalingen vastgesteld dient te worden welke redelijke herstelwerkzaamheden van eiser verwacht mogen worden alsmede te betalen dat eiser daartoe een minimaal redelijke termijn van 6 maanden vanaf datum voorinspectie wordt gegund om daaraan te voldoen. 2.3. [gedaagde] betwist dat er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die een noodtoestand met zich meebrengen en vindt daarom dat de vordering moet worden afgewezen. 2.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan. 3Wat oordeelt de kantonrechter? 3.1. De vordering van [eiser] wordt afgewezen. Hierna wordt toegelicht waarom. Spoedeisend belang 3.2. In kort geding moet de voorzieningenrechter eerst beoordelen of [eiser] een voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen. De voorzieningenrechter neemt het spoedeisend belang aan vanwege de naderende ontruimingsdatum (27 juni 2024). De spoedeisendheid staat overigens niet ter discussie tussen partijen. Beoordelingskader 3.3. De voorzieningenrechter overweegt dat de maatstaven uit het Strandhotel-arrest (HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026) zowel bij het primair als het subsidiair gevorderde als vertrekpunt gelden. Het gaat om de volgende maatstaven. I. Het uitgangspunt is dat een uitvoerbaar verklaarde veroordeling in principe uitvoerbaar is, nog voordat in het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter kan van dit uitgangspunt afwijken en de uitvoerbaarheid van het veroordelend vonnis schorsen, als het belang van [eiser] bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang [gedaagde] . II. Bij de toepassing van de onder I genoemde maatstaf (belangenafweging) moet in het executiegeschil worden uitgegaan van de beslissingen in het ten uitvoer te leggen vonnis van 8 mei 2024 en wat daarin is vastgesteld en geoordeeld. De kans van slagen van het tegen die beslissing ingestelde of nog in te stellen hoger beroep blijft in beginsel buiten beschouwing. Daarentegen kan de voorzieningenrechter bij de beoordeling wel betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.