← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:4485

Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Utrecht Zaaknummer: 578478 / HA RK 24-137 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 24 juli 2024 op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van: [verzoeker] , wonende in [woonplaats] , (hierna: verzoeker). 1De procedure 1.

  1. Verzoeker heeft op 17 juli 2024 een wrakingsverzoek ingediend de zaak met kenmerk C/16/573898 FO RK 24-472 (hierna: de hoofdzaak). 1.
  2. De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling. 1.
  3. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2Het wrakingsverzoek 2.
  4. Verzoeker heeft het volgende ten grondslag gelegd aan het wrakingsverzoek. Op 17 juli 2024 heeft verzoeker een e-mail ontvangen van de griffie zonder een beveiligde verbinding. Dit is in strijd met de AVG regelgeving. 2.
  5. Daarbij komt dat uit de e-mail blijkt dat zijn verweer niet gebruikt gaat worden in de hoofdzaak. In de e-mail staat namelijk dat verzoeker tijdens de mondelinge behandeling kan worden bijgestaan door een advocaat, maar dat dit niet verplicht is. Er staat ook in dat verzoeker een verweerschrift kan indienen uitsluitend door tussenkomst van een advocaat. Verzoeker vindt de verstrekte informatie verwarrend en heeft verzocht om niet-ontvankelijkheid van het verzoek. De rechtbank heeft niet vóór 17:00 uur gereageerd op de e-mail van verzoeker. Verzoeker mag geen verweer indienen, maar wel schrijven. Verzoeker vindt dit raar en oneerlijk en daarom wraakt hij de rechtbank. 2.
  6. Daarnaast heeft verzoeker door beslissingen in het verleden het gevoel dat hij nooit meer een eerlijke behandeling zal krijgen bij de rechtbank Midden-Nederland. Om die reden wraakt hij alle rechters van de rechtbank. 3De beoordeling 3.
  7. Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.
  8. De wrakingskamer overweegt dat een wrakingsverzoek gericht tegen (alle rechters van) de rechtbank geen verzoek is in de zin van de wet. Uit de wet, zoals eerdergenoemd in artikel 36 Rv, volgt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend tegen een individuele rechter die de hoofdzaak behandelt. 3.
  9. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in het wrakingsverzoek. De wrakingskamer gaat daarom niet inhoudelijk in op het wrakingsverzoek. 4De beslissing De wrakingskamer: 4.
  10. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek; 4.
  11. draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de betrokken teamvoorzitter van het team familierecht, andere betrokken partijen, en de president van deze rechtbank; 4.
  12. bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer C/16/573898 FO RK 24-472 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, mr. N.M. Spelt en mr. C.P. Lunter als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli
  13. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.